Waar let je op als mantelzorger van ouderen?
Voor de gezondheid van de oudere voor wie jij zorgt is het belangrijk om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen, waaronder eiwit, calcium, vitamine D, vezels en vocht. Het is goed om alert te zijn op signalen van onbedoeld gewichtsverlies, omdat dit tot ondervoeding kan leiden.
Zorg voor voldoende voedingsstoffen
Ouderen eten minder dan jongere volwassenen. Ouderen die mantelzorg nodig hebben zijn vaak kwetsbare ouderen die te maken hebben met onbedoeld gewichtsverlies, ziekte of herstel van ziekte. Omdat ouderen minder calorieën nodig hebben, is het extra belangrijk dat wat ze eten voldoende voedingstoffen bevat. Denk hierbij aan eiwit, maar ook aan vitamines en mineralen. Probeer daarom producten die veel calorieën en weinig voedingsstoffen bevatten te beperken, zoals frisdrank, alcohol en snacks. Met de Schijf van Vijf voor jou tool zie je hoeveel de oudere voor wie jij zorgt nodig heeft op een dag.
Onbedoeld gewichtsverlies
Merk je dat de oudere voor wie je zorgt onbedoeld gewicht verliest? Dan kan dit mogelijk komen door:
- ziekte
- weinig eetlust
- achteruitgang van de geur- en smaakbeleving
- afname van dorstgevoel
- kauw- en slikproblemen
Door het gewichtsverlies krijgt de oudere te weinig energie en voedingstoffen binnen. Dit noemen we ondervoeding. Het lichaam gebruikt dan reservevoorraden in vet- en spierweefsel. Zo worden vet en spieren afgebroken. Vooral de afbraak van spieren is nadelig. Dit kan tot gevolg hebben dat de oudere meer belemmeringen ervaart bij dagelijkse activiteiten. De kans om te vallen neemt toe.
Andere gevolgen zijn:
- sneller moe voelen
- minder zin hebben om te eten
- sneller en ernstiger ziek worden
- langer nodig hebben om te herstellen na ziekte
- moeilijkere wondgenezing
Houd het gewicht in de gaten en let op signalen zoals losser zittende kleding en weinig eten. Neem in elk geval contact op met de huisarts als degene voor wie jij zorgt meer dan 4 kilo is afgevallen in het afgelopen half jaar.
Aandacht voor spieren en eiwit
Het verlies van spieren en spierkracht noemen we sarcopenie. De afbraak van spieren gaat dan sneller dan de opbouw ervan. Ouder worden is de belangrijkste oorzaak van sarcopenie, maar ook minder bewegen of ziekte kan een oorzaak zijn. Het proces van sarcopenie start al op jongvolwassen leeftijd. Dit gaat niet snel, maar na tientallen jaren zorgt het toch voor een merkbare afname van de spieren. Na je 70ste kan dit fysieke problemen opleveren, zoals het lastiger worden van traplopen of het opstaan uit een stoel. Ook kan het leiden tot vallen en botbreuken.
Je kunt niet voorkomen dat de spiermassa afneemt. Voldoende bewegen en genoeg eiwit eten kunnen het proces wel vertragen. Eiwit zit vooral veel in melk(producten), verrijkte zuivelalternatieven, vis, vlees, eieren, peulvruchten, noten, tofu en tempé. Bekijk ook onze eiwitrijke recepten voor maaltijden met minimaal 25 gram eiwit.
Extra zorg voor de botten (botontkalking)
Bij
botontkalking worden de botten sneller afgebroken dan opgebouwd. Zo worden de botten steeds minder sterk. Op een gegeven moment kunnen de botten zo zwak zijn dat je spreekt van osteoporose. Er is dan meer kans op botbreuken. Botontkalking komt vooral voor bij vrouwen na de overgang, door hormoonveranderingen. Ook mannen krijgen op oudere leeftijd last van botontkalking, maar over het algemeen later en minder snel.
Een goede zorg voor de botten houdt in:
- Voldoende calcium nemen. Calcium is de belangrijkste bouwstof voor botten. Calcium zit in melk, melkproducten zoals kaas en verrijkte zuivelalternatieven. Ook in groente, noten en peulvruchten zit een beetje calcium.
- Voor ouderen vanaf 70 jaar geldt het advies om extra vitamine D te nemen in de vorm van een supplement, namelijk 20 microgram per dag. Vitamine D zorgt ervoor dat calcium beter wordt opgenomen. Zonlicht is de belangrijkste bron van vitamine D. Het lichaam kan onder invloed van zonlicht in de huid vitamine D zelf aanmaken. Vitamine D zit ook in eten: vooral in vette vis, en met wat kleinere hoeveelheden in vlees en eieren. Vitamine D wordt toegevoegd aan halvarine, margarine en bak- en braadproducten.
- Voldoende bewegen. Beweging en belasting van de botten zorgt voor sterk botweefsel.
Bewegen voor ouderen
Bewegen is belangrijk, uiteraard wel binnen de mogelijkheden van degene voor wie jij zorgt. Bewegen verlaagt het risico op botbreuken en verbetert de spierkracht en loopsnelheid. Ook is het aannemelijk dat veel bewegen als je ouder wordt, samengaat met een lagere kans op cognitieve achteruitgang, dementie en de ziekte van Alzheimer.
Is degene voor wie jij zorgt niet zo mobiel bijvoorbeeld vanwege ziekte, pijn of een operatie? Probeer ook dan om te veel stilzitten te voorkomen. Een korte wandeling door het huis, een keer de trap op en af, of een rondje door de buurt helpt al.
Goede stoelgang
Veel ouderen hebben problemen met de stoelgang. Voor een goede stoelgang is het belangrijk om veel vezels te eten. Er zitten veel vezels in groente, fruit, aardappelen, volkoren graanproducten, peulvruchten en noten. Het is belangrijk daarbij voldoende water te drinken. Lees meer over het eten van voldoende vezels.
Voldoende drinken
Voldoende drinken is goed voor de stoelgang en de nierfunctie. Bij warm weer is het extra belangrijk om erop te letten dat je naaste voldoende drinkt. Voor ouderen die last hebben van urine-incontinentie of verstopping is ook extra aandacht nodig voor voldoende vocht.
Tips om voldoende te drinken:
• Maak er een gewoonte van om bij elke maaltijd iets te drinken aan te bieden als dat mogelijk is. Bijvoorbeeld bij het ontbijt en de lunch een glas melk en bij het avondeten een glas water.
• Maak drinkmomenten onderdeel van de dagelijkse routine, zoals een kopje thee drinken om 3 uur.
• Zet een kan water op tafel, zodat de oudere eraan herinnerd wordt om te drinken.
Zuinig met zout
Bij het ouder worden gaat de werking van de nieren achteruit. Hierdoor verwijderen de nieren zout minder goed uit het lichaam. Daarom is het belangrijk om de hoeveelheid zout in je eten en drinken te beperken. Zo voorkom je een hoge bloeddruk en schade aan je nieren. Een hoge bloeddruk verhoogt de kans op hart- en vaatziekten.
Eten bij ziekte en aandoeningen
Heeft degene voor wie jij zorgt een ziekte of aandoening? Dan kunnen aangepaste adviezen gelden, bijvoorbeeld bij een hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol of diabetes type 2 hebt. Informeer bij de huisarts. Als je denkt dat je naaste overgewicht heeft, overleg dan ook met de huisarts over wat je het beste kunt doen.
Meer informatie