Om te komen tot referentievoedingen voor de verschillende leeftijdsgroepen voor de eetvoorkeur zonder vlees en met vis, zijn er 2 stappen doorlopen: optimalisatie en het vertalen van deze oplossingsrichtingen naar adviezen Schijf van Vijf. Die adviezen zijn de referentievoedingen voor alle leeftijdsgroepen, zwangeren en personen die borstvoeding geven.
Resultaten optimalisatie
Voor de eetvoorkeur zonder
vlees en met vis zijn optimalisaties gedraaid voor mannen en vrouwen 18-50
jaar. Zie voor een overzicht van de resultaten tabel 1 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis.
Zowel voor de mannen als de vrouwen, in de lineaire en kwadratische optimalisaties, was het niet nodig om randvoorwaarden te versoepelen tijdens het optimalisatieproces.
Hoewel het optimalisatiemodel ernaar streeft een oplossing te vinden die zo dicht mogelijk bij de huidige voedselconsumptie ligt, wijken de optimalisatieresultaten vanwege de geldende randvoorwaarden behoorlijk af van de huidige consumptie. We weten bijvoorbeeld dat ongeveer 2/3 deel van onze energie uit voedingsmiddelen komt die niet in de Schijf van Vijf staan [1]. Dit is door de gestelde randvoorwaarden teruggebracht tot maximaal 15 energieprocent.
Resultaten toetsingsmodule
Voor de eetvoorkeur zonder vlees en met vis, zijn de
berekende referentievoedingen voor de eetvoorkeur met vlees en vis als uitgangspunt gebruikt, naast de optimalisatieresultaten die een richting
voor oplossing gaven. Op de webpagina over de toetsingsmodule staat een uitleg
van de aanpak.
Hieronder bespreken we per productgroep onze overwegingen. Wanneer de overwegingen niet afwijken van de overwegingen gemaakt voor
de eetvoorkeur met vlees en vis wordt hiernaar verwezen. Zie voor een overzicht
van de hoeveelheden waarmee in de toetsingsmodule gerekend is tabel 2 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis
Vlees
Deze productgroep is uiteraard op nul gezet voor deze eetvoorkeur.
sluiten
Communicatieslag resultaten toetsingsmodule
In tabel 3 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis is de praktische
vertaalslag te vinden van de resultaten van de toetsingsmodule naar de adviezen
Schijf van Vijf zoals gecommuniceerd. De communicatieslag die gemaakt is over
de resultaten van de toetsingsmodule komt overeen met de punten die beschreven
staan in de eetvoorkeur met vlees en vis.
Aandachtspunten voor de eetvoorkeur zonder vlees en met vis
Er is berekend in welke mate de opgestelde referentievoedingen voorzien in voedingsstoffen (tabel 4 en tabel 5 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis), bijdragen aan broeikasgasuitstoot, verzuring van de bodem, vermesting van zoet en zout water, landgebruik en blauw waterverbruik (tabel 6 in de Excel) en aan de inname van cafeïne, lood, acrylamide, arseen, cadmium, ochratoxine A (OTA) en PFAS (tabel 7 in de Excel). Uit onze berekeningen komen een aantal aandachtspunten naar voren die we meenemen in onze advisering over gezond, duurzaam en veilig eten.
Aandachtspunten gezondheid
De referentievoedingen van de eetvoorkeur zonder vlees en met vis
voldoen aan alle aanbevelingen uit de Richtlijnen goede voeding van de
Gezondheidsraad [2, 3].
De berekende referentievoedingen leveren tussen de 94-102% van de energie in
een verhouding 14-18% eiwit, 36-40% vet en 40-46% koolhydraten. Het percentage
plantaardig eiwit varieert van 56-67%.
Vanuit het advies Gezonde eiwittransitie
van de Gezondheidsraad is gebleken dat eiwitkwaliteit geen belangrijk
aandachtspunt is wanneer de verhouding tussen dierlijk en plantaardig eiwit
40:60 is. Verdere verschuivingen zijn niet onderzocht [4].
Omdat de hoeveelheid eiwit ruim boven de norm zit in de referentievoedingen,
verwachten wij dat deze inname compenseert voor een mogelijk lagere
eiwitkwaliteit samenhangend met een hoger aandeel plantaardig eiwit. In de loop
van 2026 zal er in samenwerking met Wageningen Univerisiteit verder gekeken
worden naar de eiwitkwaliteit van de referentievoedingen. Deze bevinden zullen
we hier aan toevoegen.
Uit tabel 4 en tabel 5 van de Excel blijkt dat de referentievoedingen
voor een beperkt aantal nutriënten niet voorzien in 100% van de gestelde
voedingsnorm. Er is gerekend met de aanbevolen hoeveelheid of
de adequate inname. De aanbevolen hoeveelheid is de inname die voorziet in de
behoefte van bijna alle personen (97,5%) in een bepaalde bevolkingsgroep. Een
adequate inname is de inname waarbij wordt aangenomen dat die voorziet in de
behoefte van bijna alle personen in een bepaalde bevolkingsgroep. Voor veel
mensen is de aanbevolen hoeveelheid of de adequate inname meer dan wat zij
werkelijk nodig hebben. Een lagere inname op individueel niveau betekent dus niet
per se dat iemand een tekort ontwikkelt. De aanbevolen hoeveelheid of adequate
inname is een streefwaarde, om zeker te zijn dat bijna iedereen voldoende van
een voedingsstof binnen krijgt [5].
Wanneer er niet wordt voorzien in 100% van de gestelde voedingsnorm, gaat het veelal om kleine verschillen met de norm. Wanneer dit verschil dusdanig klein is (<5% met de norm), zien wij dit niet als aandachtspunt voor de advisering (zie de paars gemarkeerde cellen in tabel 4 en tabel 5 van de Excel).
Maar er zijn een aantal nutriënten die wel aandacht verdienen in de advisering (zie de blauw gemarkeerde cellen in tabel 5 van de Excel). Deze zijn hieronder te vinden. Voor afwijkingen van meer dan 5% van de norm geldt in alle gevallen dat:
- De referentievoedingen voorzien in een niveau dat op of boven de huidige consumptie ligt. Voor de vergelijking met de huidige consumptie wordt gebruik gemaakt van de P50: de inname van de helft van een specifieke doelgroep.
- De referentievoedingen voorzien in, wanneer van toepassing, meer dan de gemiddelde behoefte.
Aandachtspunten duurzaamheid
In tabel 6 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis is een overzicht te vinden van de bijdrage van de dagelijks aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen aan broeikasgasuitstoot, verzuring van de bodem, vermesting van zoet en zout water, landgebruik en blauw waterverbruik. Hier is te zien dat de referentievoedingen
voor vrouwen van 51-69 jaar (randvoorwaarde
2,62 kilogram CO2-equivalent versus een uitkomst van 2,63 kilogram CO2-equivalent) en
van 70 jaar en ouder (randvoorwaarde
2,5 kilogram CO2-equivalent versus een uitkomst van 2,503 kilogram CO2-equivalent) net
boven de randvoorwaarde voor broeikasgasuitstoot uitkomen.
Deze blijft wel onder de gemiddelde
broeikasgasuitstoot in de huidige voeding. De totale afname van
broeikasgasuitstoot over de hele populatie is 31% ten opzichte van de
huidige uitstoot via voeding, en voldoet daarmee aan de
gestelde randvoorwaarden. Voor deze getallen geldt dat er te weinig
voedselconsumptiegegevens beschikbaar zijn om een betrouwbare milieu-impact van
de huidige inname te kunnen geven voor een eetpatroon zonder vlees maar met vis,
daarom vergelijke we de impact hier met de huidige inname van VCP 2019-2021. Dit
doen we alleen op populatieniveau omdat de doelstellingen voor
broeikasgasemissie op dat niveau zijn opgesteld. We zullen hier geen
vergelijking maken per leeftijdsgroep en geslacht.
In de huidige consumptie veroorzaakt vlees het grootste deel
van de broeikasgasuitstoot, door geen vlees meer te eten neemt de
klimaatimpact van het voedingspatroon al flink af. Ook de verschuiving
van alleen dierlijk naar dierlijk en plantaardig zuivel levert
een flink aandeel in de afnamen. Een goede balans tussen dierlijke en
plantaardige eiwitten is de beste manier om de impact
van ons eten op het milieu te verkleinen. Maar er zijn
meer manieren waarop je (nog) duurzamer kan eten. Bijvoorbeeld door
zo min mogelijk voedsel te verspillen, te kiezen voor seizoen groente en
fruit en op topkeurmerken te letten. Op
onze webpagina’s voor consumenten is daar meer informatie over te
vinden.
Aandachtspunten voedselveiligheid
Via eten en drinken krijgen we niet alleen stoffen binnen die goed zijn voor onze gezondheid, maar ook stoffen die we liever niet willen binnenkrijgen omdat ze schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Dit is niet altijd helemaal te voorkomen, omdat deze stoffen nou eenmaal door bijvoorbeeld vervuiling in het milieu terecht zijn gekomen.
Het is bekend dat mensen in Nederland met hun huidige voedingspatroon van sommige van deze stoffen, ook wel contaminanten genoemd, meer binnenkrijgen dan wenselijk is. Bijvoorbeeld van PFAS en dioxines [21, 22]. Vooral kinderen kunnen relatief meer contaminanten binnenkrijgen, doordat zij per kilogram lichaamsgewicht meer eten [23]. Bij het doorrekenen van onze Schijf van Vijf-adviezen hebben we erop ingezet om de contaminanten zo laag mogelijk te houden, maar zien we dat sommige stoffen hoger uitkomen dan de gestelde grenswaarden.
Ons doel is een voedingspatroon vast te stellen waarbij gezond, duurzaam én veilig zoveel mogelijk in balans is. Het optimalisatiemodel heeft ondersteund bij het vinden van de best passende oplossing.
Uit de resultaten blijkt dat lood en OTA geen knelpunten leverden in de referentievoeding. Als je eet met de Schijf van Vijf, krijg je dus niet meer lood of OTA binnen dan de gestelde grenswaarden. De overige knelpunten met contaminanten zijn niet op te lossen met keuzes binnen ons Schijf van Vijf eetpatroon. Vervuiling in het milieu moet laag genoeg zijn, wil ons eten veilig zijn. Wanneer wij zien dat we niet onder bepaalde grenswaarden kúnnen uitkomen in een evenwichtig eetpatroon, dan kan dit gezien worden als een signaal naar de overheid en voedselketen dat milieumaatregelen en afstemming via regelgeving nodig zijn en blijven.
Voor de meeste contaminanten geldt dat de totale blootstelling over het hele leven relevant is (zie deze pagina over de randvoorwaarden voedselveiligheid onderdeel ‘levenslange blootstelling’ en [24] voor de methode). Als we kijken naar de levenslange blootstelling, blijf je met een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf (of ‘referentievoeding’) onder de gestelde veiligheidsgrenzen voor de contaminanten arseen en cadmium. Voor acrylamide en PFAS hebben we dit niet berekend, voor acrylamide niet omdat we de grenswaarde voor acrylamide hebben gezet op niet meer dan de huidige inname (P50). Voor PFAS niet omdat bij PFAS de grenswaarde niet levenslang is maar tot 34 jaar. Dus berekening van de levenslange inname is voor deze contaminanten niet relevant.
Hieronder wordt beschreven voor welke contaminanten de vooraf bepaalde grenzen (=grenswaarden) worden overschreden voor de eetvoorkeur ‘zonder vlees en met vis’, en of er specifieke aandachtspunten zijn in de advisering. Voor de keuze voor de grenswaarden die we hebben gebruikt, verwijzen we naar de pagina Hoe houden we rekening met voedselveiligheid. In tabel 7 in de Excel is met blauwe kleur aangegeven welke contaminanten bij welke doelgroepen aandacht behoeven. Voor de overige contaminanten, zoals lood en ochratoxine A, en voor de stof cafeïne zijn geen aandachtspunten gevonden.
Voor verdere verdieping in de werkwijze in geval van benodigde versoepelingen van randvoorwaarden verwijzen we naar de rapportage van het RIVM (rapportage verwacht zomer 2026).
Samenvattend laten de resultaten van deze doorontwikkeling zien dat een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf bijdraagt aan een zo laag mogelijke blootstelling aan contaminanten binnen de grenzen van een gezond, duurzaam en haalbaar eetpatroon. Tegelijkertijd blijkt dat niet alle overschrijdingen via voedingskeuzes binnen een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf kunnen worden opgelost. Dit benadrukt dat, naast voedingsadviezen, ook maatregelen in de voedselketen en het milieu noodzakelijk blijven om de blootstelling aan schadelijke stoffen verder te verlagen.