Menu
Zoek
Apps en tools
!

Schijf van Vijf krijgt doorontwikkeling

Tot 9 april verwerken we nieuwe wetenschappelijke inzichten over gezond, duurzaam en veilig eten. Tot die tijd blijft de Schijf van Vijf gewoon bruikbaar. Lees meer

Onderbouwing eetvoorkeur zonder vlees, met vis

Om te komen tot referentievoedingen voor de verschillende leeftijdsgroepen voor de eetvoorkeur zonder vlees en met vis, zijn er 2 stappen doorlopen: optimalisatie en het vertalen van deze oplossingsrichtingen naar adviezen Schijf van Vijf. Die adviezen zijn de referentievoedingen voor alle leeftijdsgroepen, zwangeren en personen die borstvoeding geven.

Resultaten optimalisatie

Voor de eetvoorkeur zonder vlees en met vis zijn optimalisaties gedraaid voor mannen en vrouwen 18-50 jaar. Zie voor een overzicht van de resultaten tabel 1 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis.

Zowel voor de mannen als de vrouwen, in de lineaire en kwadratische optimalisaties, was het niet nodig om randvoorwaarden te versoepelen tijdens het optimalisatieproces.

Hoewel het optimalisatiemodel ernaar streeft een oplossing te vinden die zo dicht mogelijk bij de huidige voedselconsumptie ligt, wijken de optimalisatieresultaten vanwege de geldende randvoorwaarden behoorlijk af van de huidige consumptie. We weten bijvoorbeeld dat ongeveer 2/3 deel van onze energie uit voedingsmiddelen komt die niet in de Schijf van Vijf staan [1]. Dit is door de gestelde randvoorwaarden teruggebracht tot maximaal 15 energieprocent.

Resultaten toetsingsmodule

Voor de eetvoorkeur zonder vlees en met vis, zijn de berekende referentievoedingen voor de eetvoorkeur met vlees en vis als uitgangspunt gebruikt, naast de optimalisatieresultaten die een richting voor oplossing gaven. Op de webpagina over de toetsingsmodule staat een uitleg van de aanpak.

Hieronder bespreken we per productgroep onze overwegingen. Wanneer de overwegingen niet afwijken van de overwegingen gemaakt voor de eetvoorkeur met vlees en vis wordt hiernaar verwezen. Zie voor een overzicht van de hoeveelheden waarmee in de toetsingsmodule gerekend is tabel 2 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis

Voor groente en fruit geldt dezelfde onderbouwing als omschreven bij  de eetvoorkeur met vlees en vis.

sluiten

Wanneer je de optimalisaties voor deze eetvoorkeur vergelijkt met de eetvoorkeur met vlees en vis, zien we dat de hoeveelheid brood, droge producten en ontbijtgranen voor vrouwen 18-50 jaar lager uitkomen. Voor mannen 18-50 jaar zien we vrijwel geen verschil in de hoeveelheid brood, droge producten en ontbijtgranen tussen beide eetvoorkeuren. We hebben vanwege consistentie gekozen om de hoeveelheid brood en graanproducten gelijk te houden aan de referentievoeding met vlees en vis. Ditzelfde geldt ook voor de overige leeftijdsgroepen, zwanger en borstvoeding

sluiten

Wanneer je de optimalisaties voor deze eetvoorkeur voor mannen en vrouwen van 18-50 jaar vergelijkt met optimalisatieresultaten voor de eetvoorkeur met vlees en vis, zien we andere hoeveelheden voor deze productgroepen. We hebben vanwege consistentie gekozen om de hoeveelheid pasta, noedels, rijst en aardappelen gelijk te houden aan de referentievoeding met vlees en vis. Ditzelfde geldt ook voor de overige leeftijdsgroepen, zwanger en borstvoeding.

sluiten

De optimalisatie komt tot de maximale hoeveelheid peulvruchten van 130 gram/dag. Waarschijnlijk zullen mensen die meer plantaardig eten meer peulvruchten eten, maar er is onvoldoende data beschikbaar over de voedselconsumptie van meer plantaardige eetvoorkeuren om dit met zekerheid te kunnen zeggen.

Omdat een hoeveelheid peulvruchten van 130 gram/dag hoog is, hebben we ervoor gekozen om in het kader van haalbaarheid de hoeveelheid peulvruchten naar beneden bij te stellen maar wel hoger te houden dan in de eetvoorkeur met vlees en vis. Daarbij hebben we ervoor gekozen, om in lijn met de optimalisatieresultaten, peulvruchten, ei en kaas te verhogen (zie ook de toelichting bij deze productgroepen) in dit eetpatroon. Hierbij was er ruimte binnen de randvoorwaarden voor 90 gram onbewerkte peulvruchten en 90 gram tofu en tempé extra.

Deze lijn is doorgetrokken naar de overige leeftijdsgroepen, waarbij voor de kinderen de hoeveelheid naar beneden bijgesteld is op basis van hun energiebehoefte: 1-3 jarige 50% van de hoeveelheid van volwassenen en 4-9 jarige 75% van de hoeveelheid van volwassenen.

sluiten

Voor vis en schaal- en schelpdieren geldt dezelfde onderbouwing als omschreven bij de eetvoorkeur met vlees en vis.

sluiten
Deze productgroep is uiteraard op nul gezet voor deze eetvoorkeur.
sluiten

De optimalisatieresultaten laten een hogere hoeveelheid eieren zien dan in de eetvoorkeur met vlees en vis. Dit geldt met name voor mannen, voor vrouwen is deze toename kleiner. Om de adviezen uniform te houden hebben we ervoor gekozen om de extra hoeveelheid eieren ten opzichte van het eetpatroon met vlees gelijk te houden tussen mannen en vrouwen. In dit geval was er ruimte voor 1 extra ei zonder de randvoorwaarden voor cholesterol te overschrijden. Deze lijn is doorgetrokken naar de overige leeftijdsgroepen, zwanger en borstvoeding.

sluiten

Voor noten, zaden en pitten geldt dezelfde onderbouwing als omschreven bij de eetvoorkeur met vlees en vis.

sluiten

In de eetvoorkeur zonder vlees en met vis is er iets meer ruimte voor kaas dan in het eetpatroon met vlees en vis. Naast vlees heeft ook kaas een hoge klimaatimpact. Doordat er geen vlees in deze referentievoedingen zit is de broeikasgasuitstoot lager en kan er iets meer kaas aan de adviezen toegevoegd worden. Deze lijn is doorgetrokken naar de overige leeftijdsgroepen, zwanger en borstvoeding.

Voor zuivel en zuivelalternatieven geldt dezelfde onderbouwing als omschreven bij de eetvoorkeur met vlees en vis.

sluiten

Voor oliën en vetten geldt dezelfde onderbouwing als omschreven bij de eetvoorkeur met vlees en vis.

sluiten

Voor dranken geldt dezelfde onderbouwing als omschreven bij de eetvoorkeur met vlees en vis.

sluiten

Voor naast de Schijf van Vijf geldt dezelfde onderbouwing als omschreven bij de eetvoorkeur met vlees en vis.

sluiten

Communicatieslag resultaten toetsingsmodule

In tabel 3 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis is de praktische vertaalslag te vinden van de resultaten van de toetsingsmodule naar de adviezen Schijf van Vijf zoals gecommuniceerd. De communicatieslag die gemaakt is over de resultaten van de toetsingsmodule komt overeen met de punten die beschreven staan in de eetvoorkeur met vlees en vis.

Aandachtspunten voor de eetvoorkeur zonder vlees en met vis

Er is berekend in welke mate de opgestelde referentievoedingen voorzien in voedingsstoffen (tabel 4 en tabel 5 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis), bijdragen aan broeikasgasuitstoot, verzuring van de bodem, vermesting van zoet en zout water, landgebruik en blauw waterverbruik (tabel 6 in de Excel) en aan de inname van cafeïne, lood, acrylamide, arseen, cadmium, ochratoxine A (OTA) en PFAS (tabel 7 in de Excel). Uit onze berekeningen komen een aantal aandachtspunten naar voren die we meenemen in onze advisering over gezond, duurzaam en veilig eten.

Aandachtspunten gezondheid

De referentievoedingen van de eetvoorkeur zonder vlees en met vis voldoen aan alle aanbevelingen uit de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad [2, 3]. De berekende referentievoedingen leveren tussen de 94-102% van de energie in een verhouding 14-18% eiwit, 36-40% vet en 40-46% koolhydraten. Het percentage plantaardig eiwit varieert van 56-67%.

Vanuit het advies Gezonde eiwittransitie van de Gezondheidsraad is gebleken dat eiwitkwaliteit geen belangrijk aandachtspunt is wanneer de verhouding tussen dierlijk en plantaardig eiwit 40:60 is. Verdere verschuivingen zijn niet onderzocht [4].

Omdat de hoeveelheid eiwit ruim boven de norm zit in de referentievoedingen, verwachten wij dat deze inname compenseert voor een mogelijk lagere eiwitkwaliteit samenhangend met een hoger aandeel plantaardig eiwit. In de loop van 2026 zal er in samenwerking met Wageningen Univerisiteit verder gekeken worden naar de eiwitkwaliteit van de referentievoedingen. Deze bevinden zullen we hier aan toevoegen.

Uit tabel 4 en tabel 5 van de Excel blijkt dat de referentievoedingen voor een beperkt aantal nutriënten niet voorzien in 100% van de gestelde voedingsnorm. Er is gerekend met de aanbevolen hoeveelheid of de adequate inname. De aanbevolen hoeveelheid is de inname die voorziet in de behoefte van bijna alle personen (97,5%) in een bepaalde bevolkingsgroep. Een adequate inname is de inname waarbij wordt aangenomen dat die voorziet in de behoefte van bijna alle personen in een bepaalde bevolkingsgroep. Voor veel mensen is de aanbevolen hoeveelheid of de adequate inname meer dan wat zij werkelijk nodig hebben. Een lagere inname op individueel niveau betekent dus niet per se dat iemand een tekort ontwikkelt. De aanbevolen hoeveelheid of adequate inname is een streefwaarde, om zeker te zijn dat bijna iedereen voldoende van een voedingsstof binnen krijgt [5].

Wanneer er niet wordt voorzien in 100% van de gestelde voedingsnorm, gaat het veelal om kleine verschillen met de norm. Wanneer dit verschil dusdanig klein is (<5% met de norm), zien wij dit niet als aandachtspunt voor de advisering (zie de paars gemarkeerde cellen in tabel 4 en tabel 5 van de Excel).

Maar er zijn een aantal nutriënten die wel aandacht verdienen in de advisering (zie de blauw gemarkeerde cellen in tabel 5 van de Excel). Deze zijn hieronder te vinden. Voor afwijkingen van meer dan 5% van de norm geldt in alle gevallen dat:

  1. De referentievoedingen voorzien in een niveau dat op of boven de huidige consumptie ligt. Voor de vergelijking met de huidige consumptie wordt gebruik gemaakt van de P50: de inname van de helft van een specifieke doelgroep.
  2. De referentievoedingen voorzien in, wanneer van toepassing, meer dan de gemiddelde behoefte.

Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:

Personen die borstvoeding geven

Relatie tot de norm: [6]

Voor personen die borstvoeding geven levert de referentievoeding 964 microgram/dag. De adequate inname voor deze doelgroep is 1.100 microgram/dag.

Relatie tot huidige inname: [7]

Er zijn geen voedselconsumptie gegevens beschikbaar van personen die borstvoeding geven. De P50 van vitamine A uit voeding van vrouwen 18-50 jaar die vlees en vis eten is 561 microgram/dag. Voor de groep vrouwen die geen vlees maar wel vis eten, zijn er te weinig voedselconsumptiegegevens beschikbaar om een betrouwbare P50 van huidige inname te kunnen geven. 

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

  • Belangrijke leveranciers van vitamine A zijn margarine en halvarine voor op brood. Voor de Schijf van Vijf is gerekend met 6 gram per boterham. Voor onze adviezen bij borstvoeding geven we daarom aan dat het mogelijk is om de boterhammen ruim te besmeren met deze smeervetten. Met 2 gram extra per boterham, stijgt de inname aan vitamine A met bijna 100 microgram naar 970 microgram/dag.
  • Ook kán geadviseerd worden om voornamelijk te bakken met vloeibare margarine of bak- en braadproducten in plaats van olie. Echter bevatten smeervetten meer vitamine A dan deze producten.
  • Daarnaast stimuleren we om ook provitamine A-rijke groente te kiezen, zoals wortel, boerenkool, spinazie en andijvie [8]. Zo levert een opscheplepel (55 gram) gekookte wortel 472 microgram vitamine A. Omdat er gerekend is met een gewogen gemiddelde inname van vitamine A voor de groente, kan de totale hoeveelheid vitamine A per dag met provitamine A rijke groente omhoog gebracht worden.
  • Tot slot kan er geadviseerd worden om af en toe voor zoete aardappel te kiezen in plaats van gewone aardappel. Gekookte zoete aardappel bevat 463 µg vitamine A per 100 gram, tegenover 0 µg vitamine A in gekookte aardappels. Echter bevat gekookte zoete aardappel minder vitamine C dan gekookte aardappel [9], terwijl vitamine C ook een aandachtspunt voor advisering is bij deze doelgroep (zie hieronder).
sluiten

Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:

13-17 jarige jongens

Relatie tot de norm: [10]

Voor 13-17 jarige jongens leveren de referentievoedingen 16,8 milligram niacine. Uitgaande van een gemiddelde energiebehoefte van 2690 kcal voor deze leeftijdsgroep en een aanbevolen hoeveelheid van 1,6 NE/MJ (niacine equivalent per megajoule) zou deze doelgroep 18 milligram per dag binnen moeten krijgen (minimum randvoorwaarde). Wanneer je uitgaat van de gemiddelde behoefte van 1,3 NE/MJ zou deze doelgroep 14,6 milligram per dag binnen moeten krijgen.

Relatie tot huidige inname: [7]

Voor jongens van 12-17 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor niacine op 15,5 milligram. Voor deze groep jongens die geen vlees maar wel vis eten, zijn er te weinig voedselconsumptiegegevens beschikbaar om een betrouwbare P50 van huidige inname te kunnen geven.

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

Niacine zit in onder andere vis, volkoren graanproducten, groente en aardappelen. Verder kan het lichaam zelf niacine aanmaken uit het aminozuur tryptofaan. Tryptofaan is een onderdeel van alle eiwitten die in voeding zitten. De kans op een tekort aan niacine is in Nederland heel erg klein. Daarbij levert de referentievoeding meer niacine dan de huidige inname. We geven daarom geen aandachtspunten voor de advisering.

sluiten

Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:

Personen die borstvoeding geven

Relatie tot de norm: [6]

Voor personen die borstvoeding geven levert de referentievoeding 119 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor deze doelgroep is 135 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De gemiddelde behoefte voor deze groep is 100 milligram/dag.

Relatie tot huidige inname: [7]

Er zijn geen voedselconsumptie gegevens beschikbaar van personen die borstvoeding geven. De P50 van vitamine C uit voeding van vrouwen 18-50 jaar die vlees en vis eten is 76,3 milligram/dag. Voor deze groep vrouwen die geen vlees maar wel vis eten, zijn er te weinig voedselconsumptiegegevens beschikbaar om een betrouwbare P50 van huidige inname te kunnen geven.

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

Vitamine C zit in fruit, groente en aardappelen. Met name bepaalde koolsoorten, paprika, citrusfruit, kiwi's, bessen en aardbeien bevatten veel vitamine C [11]. Zo levert een sinaasappel (130 gram) 66 mg vitamine C en een schaaltje aardbeien (100 gram) 60 mg vitamine C. Omdat er gerekend is met een gewogen gemiddelde inname van vitamine C voor groente en fruit, kan de totale hoeveelheid vitamine C per dag met vitamine C-rijke groente en fruit omhoog gebracht worden.

sluiten

Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:

  • 1-3 jarige kinderen
  • 18-50 jarige vrouwen
  • 51-69 jarige vrouwen
  • Vrouwen 70 jaar en ouder

Relatie tot minimum randvoorwaarde: [12-14]

Je lichaam heeft een bepaalde hoeveelheid natrium nodig voor het fysiologisch functioneren, denk aan het aanvullen van verliezen via zweet en urine. De Gezondheidsraad heeft geen norm voor natrium afgeleid waarop de minimum randvoorwaarde gebaseerd kon worden. Wij hebben ervoor gekozen om de adequate inname over te nemen van de Nordic Council of Ministers [12], D-A-CH (Duitsland [D], Oostenrijk [A] en Zwitserland [CH]) [13] en de National Academies of Sciences Engineering and Medicine [14] en als minimum randvoorwaarde te hanteren.

  • Voor kinderen van 1-3 jaar levert de referentievoeding 687 milligram/dag. De minimum randvoorwaarde is gesteld op 800 milligram.
  • Voor vrouwen van 18-50 jaar levert de referentievoeding 1424 milligram/dag. De minimum randvoorwaarde is gesteld op 1500 milligram/dag.
  • Voor vrouwen van 51-69 jaar levert de referentievoeding 1335 milligram/dag. De minimum randvoorwaarde is gesteld op 1500 milligram/dag.
  • Voor vrouwen van 70 jaar en ouder levert de referentievoeding 1327 milligram/dag. De minimum randvoorwaarde is gesteld op 1500 milligram/dag.

Relatie tot huidige inname [7]

  • Voor kinderen van 1-3 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor natriuminname, zonder dat toegevoegd zout meegerekend is, op 1204 milligram.
  • Voor vrouwen van 18-50 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor natriuminname, zonder dat toegevoegd zout meegerekend is, op 2065 milligram.
  • Voor vrouwen van 51-64 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor natriuminname, zonder dat toegevoegd zout meegerekend is, op 1973 milligram.
  • Voor vrouwen van 65-79 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor natriuminname, zonder dat toegevoegd zout meegerekend is, op 1869 milligram.

Voor al deze getallen geldt dat er te weinig voedselconsumptiegegevens beschikbaar zijn om een betrouwbare P50 van huidige inname te kunnen geven voor een eetpatroon zonder vlees maar met vis.

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

  • In het berekenen van de referentievoedingen is het toevoegen van zout niet meegenomen. De VCP laat zien dat deze groepen vrouwen ongeveer 400 milligram natrium toevoegen. Bij 1-3 jarige kinderen is dat ongeveer 90 milligram [7]. Daarnaast weten we dat mensen meer naast de Schijf eten, dan dat wij adviseren [1], wat kan verklaren dat de huidige natriuminname een stuk hoger ligt dan dat uit de referentievoedingen komt.
  • Om te voorkomen dat mensen te veel zout binnenkrijgen gelden er op dit moment geen specifieke aandachtspunten voor de advisering om de natriuminname te verhogen. Daalt de hoeveelheid zout die toegevoegd wordt aan maaltijden in de loop van de jaren, dan is dit mogelijk wel een aandachtspunt voor de advisering. Met name voor de oudere doelgroepen. Ook wanneer mensen volgens de referentievoedingen eten en geen zout toevoegen, kan natrium een aandachtspunt zijn in de advisering.
sluiten

Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:

  • 1-3 jarige kinderen
  • 4-9 jarige kinderen
  • 18-50 jarige premenopauzale vrouwen (dit gaat over alle vrouwen boven de 18 jaar die niet in de menopauze zitten)
  • Zwangeren eerste trimester (derde trimester <5% afwijking van de norm)

Relatie tot de norm: [10, 15, 16]

  • Voor 1-3 jarige kinderen levert de referentievoeding 5,9 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is 8 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De gemiddelde behoefte is 5 milligram/dag. 
  • Voor 4-9 jarige kinderen levert de referentievoeding 9,0 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid waarmee gerekend is 11 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De hoogste gemiddelde behoefte in deze leeftijdsgroep is 8 milligram/dag.
  • Voor vrouwen van 18-50 jaar levert de referentievoeding 13,9 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor premenopauzale vrouwen is 16 milligram/dag. De gemiddelde behoefte ligt op 7 milligram/dag. Deze aanbevolen dagelijkse hoeveelheid ligt relatief ver boven de gemiddelde behoefte omdat de ijzerbehoefte scheef verdeeld is. Dit komt doordat een kleine groep vrouwen veel bloed verliest tijdens de menstruatie [18, 19]. Voor het grootste deel van de premenopauzale vrouwen leveren de referentievoedingen voldoende ijzer.
  • Voor zwangeren levert de referentievoeding 13,2 milligram/dag in het eerste trimester. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is 16 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De gemiddelde behoefte is 7 milligram/dag.

Relatie tot huidige inname: [7]

  • Voor kinderen van 1-3 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor ijzer op 5,7 milligram. 
  • Voor kinderen van 4-11 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor ijzer op 7,3 milligram.
  • Voor vrouwen van 18-50 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor ijzer op 8,7 milligram.
  • Voor zwangeren zijn geen voedselconsumptiegegevens beschikbaar. De P50 voor ijzer voor 18-50 jarige vrouwen die vlees en vis eten ligt op 8,7 milligram.

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

  • Gerichte advisering op het gebruik van meer ijzerbevattende voedingsmiddelen binnen productgroepen. En leg de nadruk op het verbeteren van de opname van ijzer door het lichaam door het adviseren van combinaties van voedingsmiddelen, zoals omschreven op onze webpagina over ijzer in voeding [link]. Bij het kiezen van kant-en-klare vegetarische producten is het advies om varianten met toegevoegd ijzer te nemen.
  • Daarnaast adviseren we deze groepen om af en toe als dagkeuze appelstroop op brood te nemen. Er moet in dit geval niet gekozen worden voor de 100% appelstropen, omdat het ijzer dat in appelstroop zit niet afkomstig is van de appels maar van de suikerbieten. In appelstroop zit zo’n 13 milligram ijzer per 100 gram. Op een boterham smeer je ongeveer 20 gram appelstroop, dus 2,5 milligram ijzer.
sluiten

Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:

Jongens 13-17 jaar

Relatie tot de norm: [10]

Voor jongens 13-17 jaar oud levert de referentievoeding 12,3 milligram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid waarmee gerekend is voor deze doelgroep is 13,8 milligram/dag (minimum randvoorwaarde). De hoogste gemiddelde behoefte in deze leeftijdsgroep is 11,5 milligram/dag.

Relatie tot huidige inname: [7]

Voor jongens van 12-17 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor zink op 9,4 milligram. Voor deze groep jongens die geen vlees maar wel vis eten, zijn er te weinig voedselconsumptiegegevens beschikbaar om een betrouwbare P50 van huidige inname te kunnen geven.

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

Zink komt in kleine hoeveelheden voor in veel verschillende voedingsmiddelen. Zo zit het onder andere in kaas, graanproducten, noten en schaal- en schelpdieren, zoals garnalen en mosselen [19]. De referentievoeding levert meer zink dan de P50 van de huidige inname van deze leeftijdsgroep die wel vlees en vis eet. We kunnen niet met zekerheid zeggen of dit ook geldt voor jongens die geen vlees en wel vis eten. In Nederland zijn voor zover bekend symptomen van een tekort aan zink zeldzaam. We geven daarom geen aandachtspunten voor de advisering.

sluiten

Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:

  • Meiden 13-17 jaar
  • Mannen 18-50 jaar
  • Vrouwen 18-50 jaar
  • Mannen 51-69 jaar
  • Vrouwen 51-69 jaar
  • Mannen 70 jaar en ouder
  • Vrouwen 70 jaar en ouder
  • Zwangeren eerste trimester (derde trimester <5% afwijking van de norm)
  • Personen die borstvoeding geven

Relatie tot de norm: [6, 10, 15, 16, 20]  

  • Voor meiden van 13-17 jaar levert de referentievoeding 60,8 microgram/dag. De adequate inname waarmee gerekend is 65 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
  • Voor mannen van 18-50 jaar levert de referentievoeding 62,1 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
  • Voor vrouwen van 18-50 jaar levert de referentievoeding 54,2 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
  • Voor mannen van 51-69 jaar levert de referentievoeding 58,9 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
  • Voor vrouwen van 51-69 jaar levert de referentievoeding 52,3 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
  • Voor mannen van 70 jaar en ouder levert de referentievoeding 57,6 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
  • Voor vrouwen van 70 jaar en ouder levert de referentievoeding 49,2 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
  • Voor personen die zwanger zijn levert de referentievoeding 63,3 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).
  • Voor personen die borstvoeding geven levert de referentievoeding 62,9 microgram/dag. De adequate inname is 85 microgram/dag (minimum randvoorwaarde).

Relatie tot huidige inname [7]

  • Voor meiden van 12-17 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor selenium op 32,9 microgram.
  • Voor mannen van 18-50 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor selenium op 51,8 microgram.
  • Voor vrouwen van 18-50 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor selenium op 38,5 microgram.       
  • Voor mannen van 51-64 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor selenium op 53,2 microgram.         
  • Voor vrouwen van 51-64 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor selenium op 41,9 microgram.         
  • Voor mannen van 65-79 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor selenium op 50,5 microgram.         
  • Voor vrouwen 65-79 jaar die vlees en vis eten ligt de P50 voor selenium op 43,3 microgram.
  • Er zijn geen voedselconsumptie gegevens beschikbaar van personen die zwanger zijn of die borstvoeding geven. De P50 van selenium van vrouwen van 18-50 jaar die vlees en vis eten ligt op 38,5 microgram.

Voor al deze getallen geldt dat er te weinig voedselconsumptiegegevens beschikbaar zijn om een betrouwbare P50 van huidige inname te kunnen geven voor een eetpatroon zonder vlees maar met vis.

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

  • De referentievoedingen leveren meer dan de mediaan (P50) van de huidige consumptie van groepen die wel vlees en vis eten. We kunnen niet met zekerheid zeggen of dit ook geldt voor de doelgroepen die geen vlees en wel vis eten. Net als voor de andere productgroepen is er voor noten gerekend met een gewogen gemiddelde samenstelling. Naast noten waarin veel selenium zit, zitten er ook noten in deze groep waarin minder selenium zit. Denk aan bijvoorbeeld pinda’s, walnoten, cashewnoten en amandelen. De consumptie van deze soorten zorgt ervoor dat de gemiddelde hoeveelheid selenium in de groep noten lager uitvalt, dan wanneer het notenadvies met een handje gemengde noten ingevuld wordt [9].  
  • Om voldoende selenium binnen te krijgen is het daarom aan te raden om te variëren tussen de soorten noten door bijvoorbeeld vaker een handje ongezouten gemengde noten te kiezen. Specifiek paranoten bevatten een hoog gehalte aan selenium. Met een handje paranoten krijg je zelfs meer binnen dan de aanvaardbare bovengrens. Vandaar dat af en toe een paar paranoten eten kan bijdragen aan de seleniuminname, maar niet te veel. Ook vanuit duurzaamheidsperspectief is het verstandig om te variëren tussen verschillende noten en pinda’s. Elke notensoort heeft verschillende impact op het milieu.
sluiten

Aandachtspunten duurzaamheid

In tabel 6 in de Excel bij eetvoorkeur zonder vlees, met vis is een overzicht te vinden van de bijdrage van de dagelijks aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen aan broeikasgasuitstoot, verzuring van de bodem, vermesting van zoet en zout water, landgebruik en blauw waterverbruik. Hier is te zien dat de referentievoedingen voor vrouwen van 51-69 jaar (randvoorwaarde 2,62 kilogram CO2-equivalent versus een uitkomst van 2,63 kilogram CO2-equivalent) en van 70 jaar en ouder (randvoorwaarde 2,5 kilogram CO2-equivalent versus een uitkomst van 2,503 kilogram CO2-equivalent) net boven de randvoorwaarde voor broeikasgasuitstoot uitkomen.

Deze blijft wel onder de gemiddelde broeikasgasuitstoot in de huidige voeding. De totale afname van broeikasgasuitstoot over de hele populatie is 31% ten opzichte van de huidige uitstoot via voeding, en voldoet daarmee aan de gestelde randvoorwaarden. Voor deze getallen geldt dat er te weinig voedselconsumptiegegevens beschikbaar zijn om een betrouwbare milieu-impact van de huidige inname te kunnen geven voor een eetpatroon zonder vlees maar met vis, daarom vergelijke we de impact hier met de huidige inname van VCP 2019-2021. Dit doen we alleen op populatieniveau omdat de doelstellingen voor broeikasgasemissie op dat niveau zijn opgesteld. We zullen hier geen vergelijking maken per leeftijdsgroep en geslacht.

In de huidige consumptie veroorzaakt vlees het grootste deel van de broeikasgasuitstoot, door geen vlees meer te eten neemt de klimaatimpact van het voedingspatroon al flink af. Ook de verschuiving van alleen dierlijk naar dierlijk en plantaardig zuivel levert een flink aandeel in de afnamen. Een goede balans tussen dierlijke en plantaardige eiwitten is de beste manier om de impact van ons eten op het milieu te verkleinen. Maar er zijn meer manieren waarop je (nog) duurzamer kan eten. Bijvoorbeeld door zo min mogelijk voedsel te verspillen, te kiezen voor seizoen groente en fruit en op topkeurmerken te letten. Op onze webpagina’s voor consumenten is daar meer informatie over te vinden.

Aandachtspunten voedselveiligheid

Via eten en drinken krijgen we niet alleen stoffen binnen die goed zijn voor onze gezondheid, maar ook stoffen die we liever niet willen binnenkrijgen omdat ze schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Dit is niet altijd helemaal te voorkomen, omdat deze stoffen nou eenmaal door bijvoorbeeld vervuiling in het milieu terecht zijn gekomen.

Het is bekend dat mensen in Nederland met hun huidige voedingspatroon van sommige van deze stoffen, ook wel contaminanten genoemd, meer binnenkrijgen dan wenselijk is. Bijvoorbeeld van PFAS en dioxines [21, 22]. Vooral kinderen kunnen relatief meer contaminanten binnenkrijgen, doordat zij per kilogram lichaamsgewicht meer eten [23]. Bij het doorrekenen van onze Schijf van Vijf-adviezen hebben we erop ingezet om de contaminanten zo laag mogelijk te houden, maar zien we dat sommige stoffen hoger uitkomen dan de gestelde grenswaarden.

Ons doel is een voedingspatroon vast te stellen waarbij gezond, duurzaam én veilig zoveel mogelijk in balans is. Het optimalisatiemodel heeft ondersteund bij het vinden van de best passende oplossing.

Uit de resultaten blijkt dat lood en OTA geen knelpunten leverden in de referentievoeding. Als je eet met de Schijf van Vijf, krijg je dus niet meer lood of OTA binnen dan de gestelde grenswaarden. De overige knelpunten met contaminanten zijn niet op te lossen met keuzes binnen ons Schijf van Vijf eetpatroon. Vervuiling in het milieu moet laag genoeg zijn, wil ons eten veilig zijn. Wanneer wij zien dat we niet onder bepaalde grenswaarden kúnnen uitkomen in een evenwichtig eetpatroon, dan kan dit gezien worden als een signaal naar de overheid en voedselketen dat milieumaatregelen en afstemming via regelgeving nodig zijn en blijven.

Voor de meeste contaminanten geldt dat de totale blootstelling over het hele leven relevant is (zie deze pagina over de randvoorwaarden voedselveiligheid onderdeel ‘levenslange blootstelling’ en [24] voor de methode). Als we kijken naar de levenslange blootstelling, blijf je met een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf (of ‘referentievoeding’) onder de gestelde veiligheidsgrenzen voor de contaminanten arseen en cadmium. Voor acrylamide en PFAS hebben we dit niet berekend, voor acrylamide niet omdat we de grenswaarde voor acrylamide hebben gezet op niet meer dan de huidige inname (P50). Voor PFAS niet omdat bij PFAS de grenswaarde niet levenslang is maar tot 34 jaar. Dus berekening van de levenslange inname is voor deze contaminanten niet relevant.

Hieronder wordt beschreven voor welke contaminanten de vooraf bepaalde grenzen (=grenswaarden) worden overschreden voor de eetvoorkeur ‘zonder vlees en met vis’, en of er specifieke aandachtspunten zijn in de advisering. Voor de keuze voor de grenswaarden die we hebben gebruikt, verwijzen we naar de pagina Hoe houden we rekening met voedselveiligheid. In tabel 7 in de Excel is met blauwe kleur aangegeven welke contaminanten bij welke doelgroepen aandacht behoeven. Voor de overige contaminanten, zoals lood en ochratoxine A, en voor de stof cafeïne zijn geen aandachtspunten gevonden.

Voor verdere verdieping in de werkwijze in geval van benodigde versoepelingen van randvoorwaarden verwijzen we naar de rapportage van het RIVM (rapportage verwacht zomer 2026).

Voor acrylamide is niet expliciet getoetst aan de eerder gebruikte risicobenadering (BMDL10 van 0,17 mg/kg lichaamsgewicht per dag; MOE ≥10.000 [25]), omdat toepassing hiervan leidde tot een onrealistisch eetpatroon. Daarnaast is acrylamide bewezen kankerverwekkend in dierstudies bij hoge doses, maar is er geen overtuigend bewijs dat acrylamide via voeding kanker veroorzaakt bij mensen [25]. EFSA geeft verder aan dat het vrijwel onmogelijk is om acrylamide volledig te vermijden. Wel kunnen fabrikanten het beperken door aanpassingen in het productieproces en consumenten kunnen het beperken via de juiste bereidingswijze [26].

Om deze redenen is gekozen om het optimalisatiemodel meer ruimte te geven voor acrylamide, door de huidige blootstelling (of ‘inname’) uit de Voedselconsumptiepeilingen (VCP, P50) als grenswaarde te gebruiken. Vervolgens moet in handelingsperspectief blijven worden ingezet op het verlagen van acrylamide inname via de juiste bereidingswijze.

Uit het optimalisatiemodel volgde een oplossing waarbij de inname van acrylamide lager was dan de huidige blootstelling (P50, VCP). Bij de praktische vertaling in de toetsingsmodule kwam de acrylamide inname echter hoger uit dan de huidige inname, bij alle groepen behalve bij de kinderen van 1-3 en 4-9 jaar, meiden van 13-17 en de vrouwen van 70+.

De belangrijkste verklaring voor de hoger geworden acrylamidewaarden in de referentievoedingen is de hogere hoeveelheid van aardappelen en brood waarmee uiteindelijk in de toetsingsmodule gerekend is, ten opzichte van waar het optimalisatiemodel mee gekomen is.

In de gewogen gemiddelde samenstelling van aardappelproducten zijn ook producten zoals gebakken en gefrituurde aardappelen meegenomen, omdat deze volgens de VCP ook gegeten worden. Hierdoor kwam de gemiddelde blootstelling aan acrylamide hoger uit.

Ook is in de toetsingsmodule meer toegewerkt naar de huidige consumptie van koffie, wat ook acrylamide bevat. De hoeveelheid aardappelen is verhoogd t.o.v. de optimalisatie-uitkomsten om bij te dragen aan de energiebehoefte in een verhouding ten opzichte van rijst en pasta naar huidige consumptie. De hoeveelheid brood is verhoogd t.o.v. de optimalisatie-uitkomsten vanwege de bijdrage aan de energiebehoefte en omdat brood een belangrijke bron is van vezels, jodium en ijzer.

Inname referentievoeding vergeleken met huidige inname:

  • Voor kinderen van 1-3 jaar, kinderen van 4-9 jaar, meiden van 13-17 en vrouwen van 70+, blijft de inname van acrylamide onder de huidige inname met de referentievoeding.
  • De huidige inname van acrylamide voor zwangeren is onbekend. Van deze groep is geen data gerapporteerd. De referentievoeding levert 30,9 microgram acrylamide in T1 en 38,1 in het derde trimester (T3).
  • De huidige inname van acrylamide voor mensen die borstvoeding geven is onbekend. Van deze groep is geen data gerapporteerd. De referentievoeding levert 38,1 microgram acrylamide.

Onderstaande groepen krijgen met de referentievoeding meer acrylamide binnen dan hun huidige inname: 

  • De huidige inname van acrylamide voor kinderen van 10-12 jaar is 19,5 microgram. De referentievoeding levert 24,9 microgram acrylamide.
  • De huidige inname van acrylamide voor jongens van 13-17 jaar is 29,6 microgram. De referentievoeding levert 38,5 microgram acrylamide.
  • De huidige inname van acrylamide voor mannen 18-50 jaar is 33 microgram. De referentievoeding levert 47,4 microgram acrylamide.
  • De huidige inname van acrylamide voor vrouwen 18-50 jaar is 22,9 microgram. De referentievoeding levert 35,1 microgram acrylamide.
  • De huidige inname van acrylamide voor mannen 51-69 jaar is 31,9 microgram. De referentievoeding levert 43,1 microgram acrylamide.
  • De huidige inname van acrylamide voor vrouwen 51-69 jaar is 25,8 microgram. De referentievoeding levert 30,4 microgram acrylamide.
  • De huidige inname van acrylamide voor mannen 70+ is 29,6 microgram. De referentievoeding levert 37,8 microgram acrylamide. 

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

Keuzes die consumenten thuis maken bij het koken kunnen een aanzienlijke invloed hebben op de hoeveelheid acrylamide waaraan mensen via hun voeding worden blootgesteld [27].

Om de inname van acrylamide verder te beperken geven we consumenten allerlei adviezen. Zo geldt het advies om gevarieerd te eten en ook te variëren in de bereidingswijze van aardappelproducten. Bij gekookte aardappelen wordt geen acrylamide gevormd. Kies je voor gebakken aardappelen, dan adviseren we ze niet te donker te bakken (goudgeel). Ook brood licht roosteren in plaatst van donker helpt de inname van acrylamide te beperken. Verder is het advies over de dag koffie af te wisselen met thee, water en zuivel(alternatieven) om de inname van acrylamide te verminderen.

sluiten

Groepen waarbij inname via referentievoeding hoger is dan de grenswaarde:

  • 1-3-jarige kinderen
  • 4-9-jarige kinderen
  • 10-12-jarige kinderen

Relatie tot de grenswaarde:

  • De 1-3-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 6,3 microgram arseen per dag binnen. De grenswaarde voor deze groep bedraagt 3,7 microgram per dag.
  • De 4-9-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 8,6 microgram arseen per dag binnen. Hun grenswaarde voor arseen is 7 microgram per dag. 
  • De 10-12-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 11,4 microgram arseen per dag binnen. Hun grenswaarde voor arseen is 11,4 microgram per dag. 

Levenslange blootstelling

De inname van arseen volgens een Schijf van Vijf-voedingspatroon blijft onder de levenslange blootstelling.

Relatie tot de huidige inname:

  • De huidige inname van arseen voor 1-3-jarige kinderen is 6,2 microgram per dag.
  • De huidige inname van arseen voor 4-9-jarigen is 7,8 microgram per dag.
  • De huidige inname van arseen voor 10-12-jarigen is 9,2 microgram per dag.

De arseen-inname ligt voor deze groepen hoger dan de grenswaarde en is iets hoger in het berekende Schijf van Vijf-voedingspatroon.

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

  • Eet gevarieerd, om te voorkomen dat je te veel arseen binnenkrijgt. Vooral in rijst zit veel arseen. Zilvervliesrijst en andere rijstproducten passen wel in een gezond voedingspatroon.
  • Geef kinderen niet elke dag rijst en producten met rijst zoals rijstwafels.
sluiten

Groep waarbij niveau referentievoeding hoger is dan de grenswaarde:

1-3-jarige kinderen

Relatie tot de grenswaarde:

De 1-3-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 6,2 microgram cadmium binnen. De maximale inname van cadmium is 4,5 microgram per dag.

Relatie tot de huidige inname:

De huidige inname van cadmium voor 1-3-jarige kinderen is 5,4 microgram per dag. De huidige inname van cadmium is in deze groep lager dan de inname via de referentievoeding. Een mogelijke verklaring daarvoor is de relatief grote bijdrage van groente aan de cadmium-inname. Als kinderen van 1-3 jaar zouden eten volgens de Schijf van Vijf-aanbevelingen zouden ze meer groente gaan eten dan ze momenteel doen (VCP), wat zorgt voor een cadmium-inname die hoger is dan hun huidige inname.

Levenslange blootstelling:

De levenslange inname van cadmium volgens een Schijf van Vijf-voedingspatroon blijft onder de grenswaarde.

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

Eet gevarieerd, om te voorkomen dat je te veel cadmium binnenkrijgt.

sluiten

Groepen waarbij inname via referentievoeding hoger is dan de grenswaarde:

  • 1-3-jarige kinderen
  • 4-9-jarige kinderen
  • 10-12-jarige kinderen
  • Zwangeren eerste en derde trimester

Relatie tot de grenswaarde: 

  • De 1-3-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 14,5 nanogram PFAS per dag binnen. De grenswaarde voor PFAS voor deze groep bedraagt 7,8 nanogram per dag.
  • De 4-9-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 20,3 nanogram PFAS per dag binnen. De grenswaarde voor PFAS  voor deze groep bedraagt 14,7 nanogram per dag.
  • De 10-12-jarige kinderen krijgen via de referentievoeding 24 nanogram PFAS per dag binnen. De grenswaarde voor PFAS voor deze groep bedraagt 23,9 nanogram per dag.  
  • Zwangeren krijgen via de referentievoeding in trimester 1 en trimester 3 respectievelijk 49,5 en 50 nanogram PFAS per dag binnen. De grenswaarde voor PFAS voor deze groep bedraagt 40 nanogram per dag.  

Relatie tot de huidige inname

  • De huidige inname van PFAS voor 1-3 jarige kinderen is 16,8 nanogram per dag.
  • De huidige inname van PFAS voor 4-9 jarige kinderen is 21,2 nanogram per dag.
  • De huidige inname van PFAS voor 10-12 jarige kinderen is 22,7 nanogram per dag.  

Hoewel de PFAS-inname voor kinderen van 1-3 en 4-9 jaar boven de grenswaarde ligt, is hun inname met de Schijf van Vijf lager dan hun huidige inname. De 10-12-jarige kinderen krijgen met de Schijf van Vijf iets meer PFAS binnen dan huidig. Hun inname via de Schijf van Vijf is ongeveer gelijk aan de grenswaarde.    

Er zijn geen gegevens beschikbaar over de huidige inname van PFAS voor zwangeren. Zwangeren krijgen het advies om vaker vis te eten, 2 keer per week, wat hoger is dan voor de algemene volwassen bevolking. Het eten van voldoende vis is juist tijdens de zwangerschap belangrijk, onder andere omdat voldoende vis eten het risico op vroeggeboorte verkleint [28]. Omdat vis PFAS kan bevatten, kan een vergelijking met de groep vrouwen van 18–50 jaar leiden tot een onderschatting van de werkelijke PFAS-inname van zwangeren. Daarom is hier niet voor deze vergelijking gekozen.

Levenslange blootstelling:

Een levenslange inname van PFAS met een Schijf van Vijf-voedingspatroon wordt niet berekend, omdat de grenswaarde voor PFAS is gebaseerd op een inname gedurende de eerste 34 levensjaren [29].

Specifieke aandachtspunten voor de advisering:

Eet gevarieerd, om te voorkomen dat je meer PFAS inneemt via producten waarin relatief veel PFAS zit.

sluiten

Samenvattend laten de resultaten van deze doorontwikkeling zien dat een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf bijdraagt aan een zo laag mogelijke blootstelling aan contaminanten binnen de grenzen van een gezond, duurzaam en haalbaar eetpatroon. Tegelijkertijd blijkt dat niet alle overschrijdingen via voedingskeuzes binnen een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf kunnen worden opgelost. Dit benadrukt dat, naast voedingsadviezen, ook maatregelen in de voedselketen en het milieu noodzakelijk blijven om de blootstelling aan schadelijke stoffen verder te verlagen.

Bronnen eetvoorkeur zonder vlees, met vis

  1. Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. Eet en drinkt Nederland volgens de Richtlijnen Schijf van Vijf? Resultaten van de voedselconsumptiepeiling 2012-2016. 2020.
  2. Gezondheidsraad, Richtlijnen goede voeding 2015. 2015, Gezondheidsraad: Den Haag.
  3. Gezondheidsraad, Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025. 2025, Gezondheidsraad: Den Haag.
  4. Gezondheidsraad, Gezonde eiwittransitie. 2023, Gezondheidsraad: Den Haag.
  5. Voedingscentrum. Voedingsnormen. [17-03-2026]
  6. Gezondheidsraad, Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor lacterende vrouwen. 2024, Gezondheidsraad: Den Haag.
  7. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. DNFCS 2019-2021: Habitual intake of nutrients from foods only. 2024 17-03-2026];
  8. Voedingscentrum. Vitamine A. [17-03-2026]
  9. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. NEVO-online versie 2023/8.0. 2023
  10. Gezondheidsraad, Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor zuigelingen en kinderen. 2025, Gezondheidsraad: Den Haag.
  11. Voedingscentrum. Vitamine C (ascorbinezuur). [17-03-2026]
  12. Nordic Nutrition Recommendations. Sodium. 2023 [17-03-2026]
  13. Strohm, D., et al., Revised Reference Values for the Intake of Sodium and Chloride. Ann Nutr Metab, 2018. 72(1): p. 12-17.
  14. National Academies of Sciences Engineering and Medicine. Dietary Reference Intakes for Sodium and Potassium. 2019 [17-03-2026]
  15. Gezondheidsraad, Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen. 2018, Gezondheidsraad: Den Haag.
  16. Gezondheidsraad, Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor zwangeren. 2021, Gezondheidsraad: Den Haag.
  17. European Food Safety Autority (EFSA), Scientific Opinion on Dietary Reference Values for iron. EFSA Journal, 2015. 13(10): p. 4254.
  18. Gezondheidsraad, An evaluation of the EFSA’s dietary reference values (DRVs), Part 1 Dietary reference values for vitamins and minerals for adults. Background document to: Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen. 2018, Gezondheidsraad: Den Haag.
  19. Voedingscentrum. Zink. [17-03-2026]
  20. Gezondheidsraad, Advies Aanpassing kwalificatie voedingsnorm voor selenium. 2024, Gezondheidsraad: Den Haag.
  21. Schepens, M.A.A., et al., Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands 2023.
  22. European Food Safety Authority. Draft scientific opinion regarding the risks to human and animal health from the presence of dioxins and dioxin-like PCBs in food and feed. 2026 6 January 2026.
  23. European Food Safety Authority, Update of the risk assessment of inorganic arsenic in food. 2024.
  24. Boon, P.E., et al., The intake of contaminants via a diet according to the Dutch Wheel of Five Guidelines. 2017.
  25. European Food Safety Authority. Acrylamide. 2026 december 2025].
  26. European Food Safety Authority, Acrylamide in food. What is it? How can we reduce it?
  27. European Food Safety Authority, EFSA explains riskassessment: Acrylamide in food. 2015.
  28. Gezondheidsraad, Voedingsaanbevelingen voor zwangere vrouwen. Den Haag: Gezondheidsraad 2021; publicatienr. 2021/26. 2021.
  29. European Food Safety Authority, Risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food. EFSA J, 2020. 18(9): p. e06223.