Onderbouwing eetvoorkeur 100% plantaardig
Om te komen tot referentievoedingen voor de verschillende leeftijdsgroepen voor de eetvoorkeur 100% plantaardig, zijn er 2 stappen doorlopen: optimalisatie en het vertalen van deze oplossingsrichtingen naar adviezen Schijf van Vijf voor de leeftijdsgroepen 18-50 jaar en 51-69 jaar.
Wij adviseren kinderen, ouderen en mensen die zwanger zijn of borstvoeding geven die 100% plantaardig willen eten een diëtist of gewichtsconsulent te bezoeken. Deze doelgroepen lopen meer risico bij een eventueel tekort aan voedingsstoffen. Denk bijvoorbeeld aan een te lage inname van eiwit, ijzer, vitamine B1, vitamine B2, vitamine B12, calcium, jodium, vitamine D en omega-3-vetzuren.
Sommige landen raden bepaalde doelgroepen zelfs af om veganistisch te eten, zoals de Hoge Gezondheidsraad in België. Zij raden veganistische voeding af voor kinderen tot 3 jaar en voor personen die zwanger zijn of borstvoeding geven [1]. In Nederland is hier geen uitspraak over gedaan.
We hebben ervoor gekozen om niet te spreken over veganistisch eten, maar over 100% plantaardig. Veganisme wordt doorgaans geassocieerd met negatieve stereotypen, welke ook mensen met intenties om meer plantaardig te eten negatief kunnen beïnvloeden [2]. Wanneer er naar bronnen verwezen wordt waarin wel gesproken wordt over veganistisch eten is deze terminologie overgenomen.
Resultaten optimalisatie
Voor de eetvoorkeur met vlees en vis zijn optimalisaties uitgevoerd voor alle leeftijdsgroepen, inclusief zwanger en borstvoeding gevend. Zie voor een overzicht van de resultaten tabel 1 in de Excel bij eetvoorkeur 100% plantaardig.
Tijdens het optimalisatieproces zijn beperkende randvoorwaarden versoepeld om tot een
optimalisatieresultaat te kunnen komen. In de rapportage van het RIVM (rapportage verwacht zomer 2026) is meer informatie te vinden over
alle details. Zoals vermeld op de pagina Vertaling en toetsingsmodule heeft het Voedingscentrum de resultaten van de praktische vertaling in de toetsingsmodule, altijd getoetst tegen de oorspronkelijke randvoorwaarden, niet tegen de versoepelde randvoorwaarden.
Resultaten toetsingsmodule
Nadat de optimalisaties uitgevoerd zijn, zijn de resultaten praktisch vertaald met de toetsingsmodule. De optimalisatieresultaten zijn de basis geweest om tot het
voedingspatroon voor 18-50 jarigen te komen en de referentievoedingen voor
51-69 jarigen zijn daaruit afgeleid.
Hieronder zal per productgroep onze overwegingen
besproken worden. Wanneer de overwegingen niet afwijken van de overwegingen
gemaakt voor de eetvoorkeur met vlees en vis wordt hiernaar verwezen. Zie voor
een overzicht van de hoeveelheden waarmee in de toetsingsmodule gerekend is
tabel 2 in de Excel bij eetvoorkeur 100% plantaardig.
Groente
In de optimalisatieresultaten varieert de hoeveelheid
groente van 425 tot 500 gram per dag. Omdat de totale hoeveelheid vast voedsel
waar de optimalisatie op uitkomt hoog is, hebben we vanwege haalbaarheid
geprobeerd om deze hoeveelheid te verlagen. Dit hebben we onder andere gedaan
door de hoeveelheid groente naar 350 gram te verlagen. Met deze hoeveelheid is
zowel voor de 18-50 jarigen, als voor de 51-69 jarigen gerekend.
Voor mannen is voor het
berekenen van de referentievoedingen de hoeveelheid groente gelijk over de groentegroepen op level 4 verdeeld. Voor vrouwen is in de berekeningen gerekend met de helft groene bladgroente en de overige groentegroepen op level 4 zijn gelijk verdeeld. Deze indeling is aangehouden in lijn met de eetvoorkeur met vlees en vis. Hier is ook een verdere onderbouwing te vinden.
sluiten
Fruit
Net als bij groente zien in de optimalisaties voor 100% plantaardig hogere hoeveelheden fruit dan in de andere eetvoorkeuren. De optimalisatieresultaten laten een hoeveelheid van 445 gram per dag zien. Ook hier geldt dat we in verband met de hoge hoeveelheid vast voedsel in de optimalisatieresultaten, in de toetsingsmodule tot een lager advies zijn gekomen van 300 gram voor zowel 18-50 jarigen, als 51-69 jarigen.
Voor het doorrekenen van de referentievoedingen is gerekend met 280 gram onbewerkt fruit en 20 gram bewerkt fruit, denk aan bijvoorbeeld gedroogd fruit. Ons huidige advies is om hier maximaal een handje van te nemen. De 300 gram kan ook geheel ingevuld worden met onbewerkt fruit.
sluiten
Brood, droge producten en ontbijtgranen
De optimalisatieresultaten voor deze productgroepen wijken niet heel veel af van de optimalisatieresultaten voor de andere eetvoorkeuren. Echter, hebben wij ervoor gekozen om voor de vrouwen die 100% plantaardig eten een grotere hoeveelheid brood te adviseren in vergelijking tot de andere eetvoorkeuren. Jodium is een randvoorwaarde die versoepeld is tijdens het optimalisatieproces (rapportage RIVM, verwacht zomer 2026).
In de plantaardige eetvoorkeur is brood een belangrijke bron van jodium, aangezien bronnen als vis en zuivel niet geconsumeerd worden. Vandaar dat wij ervoor gekozen hebben om de hoeveelheid brood op te hogen totdat de adequate inname van jodium gehaald wordt. In dit geval betekent dat voor zowel mannen als vrouwen een minimum hoeveelheid brood van 210 gram per dag.
sluiten
Pasta, noedels, rijst en aardappelen
De optimalisatieresultaten laten een hogere hoeveelheid van deze productgroepen zien voor mannen in vergelijking tot de andere eetvoorkeuren. Voor vrouwen is de hoeveelheid min of meer gelijk aan de optimalisatieresultaten voor andere eetvoorkeuren.
Ondanks deze hogere uitkomsten voor mannen is er in de vertaling gekozen om de hoeveelheid gelijk te houden aan de andere eetvoorkeuren. Voor vrouwen is deze hoeveelheid zelfs lager. Hiermee compenseren we voor de hoeveelheid brood die hoger ligt dan in andere eetvoorkeuren, en blijft de totale hoeveelheid koolhydraatbronnen uit het oranje vak van de Schijf van Vijf ongeveer gelijk ten opzichte van de andere eetvoorkeuren.
In de toetsingsmodule is gerekend met 4 keer per week aardappelen, 2 keer pasta en 1 keer rijst. Deze indeling is aangehouden in lijn met de eetvoorkeur met vlees en vis. Hier is ook een verdere onderbouwing te vinden.
sluiten
Peulvruchten, tofu en tempé
Voor mannen komen de optimalisatieresultaten op 130 gram peulvruchten per dag uit. Voor vrouwen is dit lager: 40-90 gram per dag, afhankelijk van het soort optimalisatie. Met de andere aanpassingen die gedaan zijn in de bovenstaande productgroepen, was het voor mannen mogelijk om iets te dalen in de hoeveelheid peulvruchten per dag naar bijna 115 gram. Voor vrouwen is de 90 gram per dag aangehouden. Voor de 51-69 jarigen is een lagere hoeveelheid aangehouden, vanwege de lagere energiebehoefte van deze leeftijdsgroep.
In de toetsingsmodule hebben we gerekend met maximaal 20 gram bewerkte peulvruchten, omdat bijvoorbeeld 1 portie hummus op brood 20 gram is. Daarnaast uitgegaan van ongeveer 2x zoveel onbewerkte peulvruchten (bijvoorbeeld kikkererwten, linzen, etc.) dan tofu en tempé. De huidige consumptie van deze productgroep bestaat voornamelijk uit onbewerkte peulvruchten en maar voor een klein deel uit tofu en tempé. Daarom hebben wij er in de toetsingsmodule voor gekozen meer onbewerkte peulvruchten toe te voegen dan tofu en tempé.
sluiten
Vlees, vis en ei
Deze productgroepen zijn uiteraard op nul gezet voor deze eetvoorkeur.
sluiten
Zuivel, zuivelalternatieven en kaas
Uiteraard is er voor deze eetvoorkeur niet gerekend met zuivel en kaas.
Voor 18-50 jarigen is de hoeveelheid zuivelvervanger vanuit de optimalisatieresultaten afgerond naar hele porties. Voor 51-69 jarigen is de hoeveelheid zuivelvervanger verhoogd om aan de eiwitbehoefte te voldoen. Vandaar dat de adviezen voor zuivelvervanger hoger liggen voor de oudere leeftijdsgroep.
sluiten
Communicatieslag resultaten toetsingsmodule
In tabel 3 in de Excel bij eetvoorkeur 100% plantaardig is de praktische vertaalslag te vinden van de resultaten van de toetsingsmodule naar de adviezen Schijf van Vijf zoals gecommuniceerd.
De communicatieslag
die gemaakt is over de resultaten van de toetsingsmodule over de afronding en
het variatieadvies komt overeen met de punten die beschreven staan in de
eetvoorkeur met vlees en vis. De 2 onderstaande punten zijn
afwijkend van of aanvullend op de eerdere aanpak:
Invulling volkorenbrood en -ontbijtgranen
Enkel voor de mannen 18-50 jaar is gerekend met 1 portie ontbijtgranen van 35 gram, plus 210 gram brood. Voor de overige doelgroepen is niet gerekend met ontbijtgranen, omdat anders de adequate inname van jodium niet gehaald werd. Alleen wanneer de overige adviezen opgevolgd worden en er meer dan 210 gram brood gegeten wordt bereid met gejodeerd bakkerszout, kunnen extra grammen opgevuld worden met bijvoorbeeld ontbijtgranen, brood zonder gejodeerd bakkerszout en/of andere broodalternatieven uit de Schijf van Vijf.
Invulling zuivelalternatieven
In het advies Gezonde eiwittransitie van de Gezondheidsraad [3] wordt aangegeven dat er meer onderzoek nodig is naar de eiwitnorm voor veganisten. Tot die tijd blijft de volgende norm gelden: 1,3 keer hoger dan de aanbevolen hoeveelheid voor mensen die wel dierlijke producten eten [4].
Om tot deze hoeveelheid eiwitten te komen, is het belangrijk dat personen die 100% plantaardig eten een verrijkte sojadrink of – erwtendrink als zuivelalternatief kiezen. Wanneer iemand drinks gebruikt die wel in de Schijf van Vijf staan maar die minder eiwit bevatten, zoals sommige soorten amandeldrink, wordt er niet voldaan aan de hogere eiwitbehoefte. Vandaar dat wij consumenten die 100% plantaardig eten het advies geven om enkel voor verrijkte sojadrink of – erwtendrink te kiezen.
Aandachtspunten voor de eetvoorkeur 100% plantaardig
Er is berekend in welke mate de opgestelde referentievoedingen voorzien in voedingsstoffen (tabel 4 en tabel 5 in de Excel bij eetvoorkeur 100% plantaardig), bijdragen aan broeikasgasuitstoot, verzuring van de bodem, vermesting van zoet en zout water, landgebruik en blauw waterverbruik (tabel 6 in de Excel) en aan de inname van cafeïne, lood, acrylamide, arseen, cadmium, ochratoxine A (OTA) en PFAS (tabel 7 in de Excel). Uit onze berekeningen komen een aantal aandachtspunten naar voren die we meenemen in onze advisering over gezond, duurzaam en veilig eten.
Aandachtspunten gezondheid
De referentievoedingen van de eetvoorkeur 100% plantaardig voldoen niet
aan alle aanbevelingen uit de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad [5, 6], omdat zowel vis als zuivel missen in dit
eetpatroon. Dit heeft tot gevolg dat mensen die 100% plantaardig eten de
gezondheidsvoordelen van deze productgroepen missen. Zie voor meer informatie
onze pagina’s over het vervangen van zuivel en het niet eten van vis.
De berekende referentievoedingen leveren tussen de 98-103%
van de energie in een verhouding 14-15% eiwit, 35-38% vet en 44-47%
koolhydraten. Het percentage plantaardig eiwit in deze eetvoorkeur is uiteraard
100%. Vanuit het advies Gezonde eiwittransitie van de Gezondheidsraad is
gebleken dat eiwitkwaliteit geen belangrijk aandachtspunt is wanneer de
verhouding tussen dierlijk en plantaardig eiwit 40:60 is. Verdere
verschuivingen zijn niet onderzocht [10].
Wel wordt er geadviseerd om in
een 100% plantaardig voedingspatroon uit te gaan van 1,3 keer de eiwitnorm [4]. De hoeveelheid eiwit in de referentievoedingen zit rond deze verhoogde
norm. We verwachten dat deze inname in combinatie met specifieke eiwitbronnen
als sojadrink compenseert voor een mogelijk lagere
eiwitkwaliteit samenhangend met 100% plantaardig eiwit. In de
loop van 2026 zal er in samenwerking met Wageningen Universiteit verder
gekeken worden naar de eiwitkwaliteit van de referentievoedingen. Deze
bevinden zullen we hier aan toevoegen.
Uit tabel 4 en tabel 5 van de Excel blijkt dat de referentievoedingen voor een beperkt aantal nutriënten niet voorzien in 100% van de gestelde voedingsnorm. Er is gerekend met de aanbevolen hoeveelheid of de adequate inname. De aanbevolen hoeveelheid is de inname die voorziet in de behoefte van bijna alle personen (97,5%) in een bepaalde bevolkingsgroep. Een adequate inname is de inname waarbij wordt aangenomen dat die voorziet in de behoefte van bijna alle personen in een bepaalde bevolkingsgroep. Voor veel mensen is de aanbevolen hoeveelheid of de adequate inname meer dan wat zij werkelijk nodig hebben. Een lagere inname op individueel niveau betekent dus niet per se dat iemand een tekort ontwikkelt. De aanbevolen hoeveelheid of adequate inname is een streefwaarde, om zeker te zijn dat bijna iedereen voldoende van een voedingsstof binnen krijgt [11].
Wanneer er niet wordt voorzien in 100% van de gestelde voedingsnorm, gaat het veelal om kleine verschillen met de norm. Wanneer dit verschil dusdanig klein is (<5% met de norm), zien wij dit niet als aandachtspunt voor de advisering (zie de paars gemarkeerde cellen in tabel 4 en tabel 5 van de Excel).
Maar er zijn een aantal nutriënten die wel aandacht verdienen in de advisering (zie de blauw gemarkeerde cellen in tabel 4 en tabel 5 van de Excel). Deze zijn hieronder te vinden.
In tegenstelling tot de
onderbouwing van de andere eetvoorkeuren, vergelijken we de inname vanuit de
referentievoeding niet met de huidige inname. Er zijn te weinig gegevens
beschikbaar over de voedselconsumptie van mensen die 100% plantaardig eten in
de Voedselconsumptiepeiling 2019-2021. De vergelijking maken met de huidige
consumptie van een eetpatroon waarin wel dierlijke producten gegeten worden
vinden wij niet wenselijk. Zo’n vergelijking kan een vertekend beeld geven van de
nutriëntinname die juist specifiek bij een 100% plantaardig eetpatroon
knelpunten zijn.
Meervoudig onverzadigde vetzuren
Groepen waarbij niveau referentievoeding hoger is dan de voedingsnorm:
-
Mannen 18-50 jaar
- Vrouwen 18-50 jaar
- Mannen 51-69 jaar
- Vrouwen 51-69 jaar
Relatie tot de norm: [7]
- Voor mannen 18-50 jaar levert de referentievoeding 13 energieprocent. De maximum randvoorwaarde is 12 energieprocent.
- Voor vrouwen 18-50 jaar levert de referentievoeding 14 energieprocent. De maximum randvoorwaarde is 12 energieprocent.
- Voor mannen 51-69 jaar levert de referentievoeding 14 energieprocent. De maximum randvoorwaarde is 12 energieprocent.
- Voor vrouwen 51-69 jaar levert de referentievoeding 14 energieprocent. De maximum randvoorwaarde is 12 energieprocent.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
De maximum randvoorwaarde van 12 energieprocent is vastgesteld op basis van de voedingsnormen van de Gezondheidsraad uit 2001 [7]. Destijds is geconcludeerd dat er nauwelijks goede wetenschappelijke gegevens waren voor het vaststellen van de aanvaardbare bovengrens voor meervoudig onverzadigde vetten. EFSA geeft in een recentere evaluatie (2010) geen bovengrens voor meervoudig onverzadigde vetten [8]. We geven daarom geen aandachtspunten voor de advisering.
sluiten
EPA en DHA
Groepen waarbij niveau referentievoeding hoger is dan de voedingsnorm:
-
Mannen 18-50 jaar
- Vrouwen 18-50 jaar
- Mannen 51-69 jaar
- Vrouwen 51-69 jaar
Relatie tot de norm: [7]
De referentievoedingen leveren vrijwel geen EPA en DHA.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
De Gezondheidsraad geeft aan dat mensen die geen vis willen of kunnen eten, ervoor kunnen kiezen om een omega-3 vetzuursupplement (eventueel op basis van algenolie) te gebruiken, omdat vis de belangrijkste bron van deze vetzuren is [5]. Daarom geven wij aan dat consumenten die 100% plantaardig eten kunnen kiezen voor een supplement met de omega 3-vetzuren EPA en DHA. Meer informatie hierover is te vinden op onze pagina over
geen vis eten.
sluiten
Vitamine B12
Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan randvoorwaarde:
- Mannen 18-50 jaar
- Vrouwen 18-50 jaar
Relatie tot de norm [9]:
- Voor mannen 18-50 jaar levert de referentievoeding 2,5 microgram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is 2,8 microgram/dag. De gemiddelde behoefte is 2 microgram/dag.
- Voor vrouwen 18-50 jaar levert de referentievoeding 2,5 microgram/dag. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid is 2,8 microgram/dag. De gemiddelde behoefte is 2 microgram/dag.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
Bij een 100% plantaardig eetpatroon adviseren we verspreid over de dag met vitamine B12-verrijkte alternatieven voor zuivel te gebruiken, en daarnaast een vitamine B12-supplement te slikken gelijk aan de aanbevolen hoeveelheid [10]. Ook adviseren we om kant-en-klare vegetarische producten verrijkt met vitamine B12 te kiezen, wanneer deze producten worden gebruikt.
Als er alleen een supplement wordt genomen of als een persoon alle vitamine B12 op hetzelfde moment neemt, adviseren we te kiezen voor een supplement met een hogere dosering. Vitamine B12 wordt dan namelijk minder efficiënt opgenomen door het lichaam, vanwege de verzadiging van de receptoren in het ileum in combinatie met de lage hoeveelheid die wordt opgenomen via passieve absorptie [11, 12]. De Nederlandse Vereniging voor Veganisme adviseert een dosis van 50 microgram per dag [12]. In de behandelrichtlijnen voor diëtisten wordt 150 microgram per dag aanbevolen [11]. Het is in principe niet nodig om meer te nemen.
In de gewogen gemiddelde samenstelling is gerekend met verrijkte zuivelalternatieven. Vandaar dat de leeftijdsgroep 51-69 jaar door de hoge hoeveelheid zuivelalternatief de vitamine B12-norm wel haalt. Als er echter zuivelvervangers gebruikt worden die niet of onvoldoende verrijkt zijn met vitamine B12, zullen ook deze doelgroepen de vitamine B12-norm niet halen en zal het bovenstaande advies gelden betreft suppletie. Dit geldt ook wanneer er geen of onvoldoende brood besmeerd wordt met een vitamine B12-verrijkt smeervet.
sluiten
Selenium
Groepen waarbij niveau referentievoeding lager is dan de voedingsnorm:
- Mannen 18-50 jaar
- Vrouwen 18-50 jaar
- Mannen 51-69 jaar
- Vrouwen 51-69 jaar
Relatie tot de norm: [9, 13]
- Voor mannen van 18-50 jaar levert de
referentievoeding 54,8 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag
(minimum randvoorwaarde).
- Voor vrouwen van 18-50 jaar levert de
referentievoeding 48,2 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag
(minimum randvoorwaarde).
- Voor mannen van 51-69 jaar levert de
referentievoeding 52,1 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag
(minimum randvoorwaarde).
- Voor vrouwen van 51-69 jaar levert de
referentievoeding 47,2 microgram/dag. De adequate inname is 70 microgram/dag
(minimum randvoorwaarde).
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
Net als voor de andere productgroepen is er voor noten gerekend met een gewogen gemiddelde samenstelling. Naast noten waarin een hoog seleniumgehalte zit, zitten er ook noten in deze groep waarin een lager seleniumgehalte zit. Denk aan bijvoorbeeld pinda’s, walnoten, cashewnoten en amandelen. De consumptie van deze soorten zorgt ervoor dat de gemiddelde hoeveelheid selenium in de groep noten lager uitvalt, dan wanneer het notenadvies met een handje gemengde noten ingevuld wordt [14].
Om voldoende selenium binnen te krijgen is het daarom aan te raden om te variëren tussen de soorten noten door bijvoorbeeld vaker een handje ongezouten gemengde noten te kiezen. Specifiek paranoten bevatten een hoog gehalte aan selenium. Met een handje paranoten krijg je zelfs meer binnen dan de aanvaardbare bovengrens. Vandaar dat af en toe een paar paranoten eten kan bijdragen aan de seleniuminname, maar niet te veel. Ook vanuit duurzaamheidsperspectief is het verstandig om te variëren tussen verschillende noten en pinda’s. Elke notensoort heeft verschillende impact op het milieu.
sluiten
Aandachtspunten duurzaamheid
In tabel 6 in de Excel bij eetvoorkeur 100% plantaardig is een overzicht te vinden van de bijdrage van de dagelijks aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen aan broeikasgasuitstoot, verzuring van de bodem, vermesting van zoet en zout water, landgebruik en blauw waterverbruik. Hier is te zien dat alle referentievoedingen onder de randvoorwaarde voor broeikasgasuitstoot uitkomen. In vergelijking met de andere eetvoorkeuren hebben deze referentievoedingen de laagste broeikasgasuitstoot. Voor waterverbruik zien we juist een toename ten opzichte van de andere referentievoedingen. Het waterverbruik blijf wel onder de gestelde randvoorwaarde.
Er zijn meer manieren waarop je (nog) duurzamer kan eten. Bijvoorbeeld door zo min mogelijk voedsel te verspillen, te kiezen voor seizoensgroente en -fruit en op topkeurmerken te letten. Vooral voor de productie van fruit en noten is veel water nodig. Om het waterverbruik van het voedingspatroon te verminderen kun je kiezen voor Nederlandse groente en fruit. Op onze webpagina’s voor consumenten is daar meer informatie over te vinden.
Aandachtspunten voedselveiligheid
Via eten en drinken krijgen we niet alleen stoffen binnen die goed zijn voor onze gezondheid, maar ook stoffen die we liever niet willen binnenkrijgen omdat ze schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Dit is niet altijd helemaal te voorkomen, omdat deze stoffen nou eenmaal door bijvoorbeeld vervuiling in het milieu terecht zijn gekomen. Het is bekend dat mensen in Nederland met hun huidige voedingspatroon van sommige van deze stoffen, ook wel contaminanten genoemd, meer binnenkrijgen dan wenselijk is. Bijvoorbeeld van PFAS en dioxines [15, 16]. Vooral kinderen kunnen relatief meer contaminanten binnenkrijgen, doordat zij per kilogram lichaamsgewicht meer eten [17]. Bij het doorrekenen van onze nieuwe Schijf van Vijf-adviezen hebben we erop ingezet om de contaminanten zo laag mogelijk te houden.
Ons doel is een voedingspatroon vast te stellen waarbij gezond, duurzaam én veilig zoveel mogelijk in balans is. Het rekenmodel heeft ondersteund bij het vinden van de best passende oplossing.
In tabel 7 van de Excel wordt beschreven aan hoeveel contaminanten, en cafeïne, mannen en vrouwen van 18-50 en 51-69 jaar worden blootgesteld bij de eetvoorkeur ‘helemaal plantaardig’.
Alleen voor acrylamide wordt de gekozen grenswaarde voor beiden groepen overschreden. Voor de overige contaminanten zoals lood, arseen, cadmium, ochratoxine A en PFAS zijn geen knelpunten gevonden. Volwassen mannen en vrouwen
krijgen met de referentievoedingen
van deze genoemde stoffen minder binnen dan de gestelde
grenswaarden.
Voor de keuze voor de grenswaarden die we hebben gebruikt, verwijzen we naar de pagina Hoe houden we rekening met voedselveiligheid. En voor verdere verdieping in de werkwijze in geval van benodigde versoepelingen van randvoorwaarden, verwijzen we naar de rapportage van het RIVM (rapportage verwacht zomer 2026).
Acrylamide
Voor acrylamide is niet expliciet getoetst aan de eerder gebruikte risicobenadering (BMDL10 van 0,17 mg/kg lichaamsgewicht per dag; MOE ≥10.000 [18], omdat toepassing hiervan leidde tot een onrealistisch eetpatroon. Daarnaast is acrylamide bewezen kankerverwekkend in dierstudies bij hoge doses, maar is er geen overtuigend bewijs dat acrylamide via voeding kanker veroorzaakt bij mensen [19]. EFSA geeft verder aan dat het vrijwel onmogelijk is om acrylamide volledig te vermijden. Wel kunnen fabrikanten het beperken door aanpassingen in het productieproces en consumenten kunnen het beperken via de juiste bereidingswijze [20].
Om deze redenen is gekozen om het model meer ruimte te geven voor acrylamide, door de huidige blootstelling (of ‘inname’) uit de Voedselconsumptiepeilingen (VCP, P50) als grenswaarde te gebruiken. Vervolgens moet in handelingsperspectief blijvend worden ingezet op het verlagen van acrylamide inname via de juiste bereidingswijze.
Uit het optimalisatiemodel volgde een oplossing waarbij de inname van acrylamide lager was dan de huidige blootstelling (P50, VCP). Bij de praktische vertaling in de toetsingsmodule kwam de acrylamide-inname echter hoger uit dan de huidige inname bij zowel de mannen en vrouwen van 18-50 jaar en de mannen en vrouwen van 51-69 jaar.
De belangrijkste verklaring voor de hoger geworden acrylamidewaarden in de referentievoedingen is de hogere hoeveelheid van aardappelen en brood waarmee uiteindelijk in de toetsingsmodule gerekend is, ten opzichte van waar het optimalisatiemodel mee gekomen is.
In de gewogen gemiddelde samenstelling van aardappelproducten zijn ook producten zoals gebakken en gefrituurde aardappelen meegenomen, omdat deze volgens de VCP ook gegeten worden. Hierdoor kwam de gemiddelde blootstelling aan acrylamide hoger uit.
Ook is in de toetsingsmodule meer toegewerkt naar de huidige consumptie van koffie, wat ook acrylamide bevat. De hoeveelheid aardappelen is verhoogd ten opzichte van de optimalisatie-uitkomsten om bij te dragen aan de energiebehoefte in een verhouding ten opzichte van rijst en pasta naar huidige consumptie. De hoeveelheid brood is verhoogd ten opzichte van de optimalisatie-uitkomsten vanwege de bijdrage aan de energiebehoefte en omdat brood een belangrijke bron is van vezels, jodium en ijzer.
Inname referentievoeding vergeleken met huidige inname:
Onderstaande groepen krijgen met de referentievoeding meer acrylamide binnen dan hun huidige inname:
- De huidige inname van acrylamide voor mannen 18-50 jaar is 33 microgram. De referentievoeding levert 51,4 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor vrouwen 18-50 jaar is 22,9 microgram. De referentievoeding levert 30,9 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor mannen 51-69 jaar is 31,9 microgram. De referentievoeding levert 43,4 microgram acrylamide.
- De huidige inname van acrylamide voor vrouwen 51-69 jaar is 25,8 microgram. De referentievoeding levert 26,5 microgram acrylamide.
Specifieke aandachtspunten voor de advisering:
Keuzes die consumenten thuis maken bij het koken kunnen een aanzienlijke invloed hebben op de hoeveelheid acrylamide waaraan mensen via hun voeding worden blootgesteld [21].
Om de inname van acrylamide verder te beperken geven we consumenten allerlei adviezen. Zo geldt het advies om gevarieerd te eten en ook te variëren in de bereidingswijze van aardappelproducten. Bij gekookte aardappelen wordt geen acrylamide gevormd. Kies je voor gebakken aardappelen, dan adviseren we ze niet te donker te bakken (goudgeel). Ook brood licht roosteren in plaatst van donker helpt de inname van acrylamide te beperken. Verder is het advies over de dag heen koffie af te wisselen met thee, water en zuivel(alternatieven) om de inname van acrylamide te verminderen.
sluiten
Bronnen eetvoorkeur 100% plantaardig
- Hoge Gezondheidsraad, Vegetarische voeding. 2021, HGR: Brussel.
- Wehbe, L.H., et al., To stand out or to conform: Stereotypes and meta-stereotypes as barriers in the transition to sustainable diets. Appetite, 2024. 200: p. 107506.
- Gezondheidsraad, Gezonde eiwittransitie. 2023, Gezondheidsraad: Den Haag.
- Gezondheidsraad, Voedingsnormen voor eiwitten. 2021.
- Gezondheidsraad, Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025. 2025, Gezondheidsraad: Den Haag.
- Gezondheidsraad, Richtlijnen goede voeding 2015. 2015, Gezondheidsraad: Den Haag.
- Gezondheidsraad, Voedingsnormen: energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten. 2001.
- European Food Safety Autority (EFSA), Scientific Opinion on Dietary Reference Values for fats, includingsaturated fatty acids, polyunsaturated fatty acids, monounsaturated fattyacids, trans fatty acids, and cholesterol. EFSA Journal, 2010. 8(3): p. 1461.
- Gezondheidsraad, Voedingsnormen voor vitamines en mineralen voor volwassenen. 2018, Gezondheidsraad: Den Haag.
- Gezondheidsraad, Naar een voldoende inname van vitamines en mineralen. 2009: Den Haag.
- Pots S., V.J. Veganisme. Oktober 2025].
- Nederlandse Vereniging voor Veganisme. Vitamine B12. 13-03-2026].
- Gezondheidsraad, Advies Aanpassing kwalificatie voedingsnorm voor selenium. 2024, Gezondheidsraad: Den Haag.
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. NEVO-online versie 2023/8.0. 2023.
- Schepens, M.A.A., Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands 2023.
- European Food Safety Authority. Draft scientific opinion regarding the risks to human and animal health from the presence of dioxins and dioxin-like PCBs in food and feed. 2026 6 January 2026.
- European Food Safety Authority, Update of the risk assessment of inorganic arsenic in food. 2024.
- Boon, P.E., The intake of contaminants via a diet according to the Dutch Wheel of Five Guidelines. 2017.
- European Food Safety Authority. Acrylamide. 2026 december 2025].
- European Food Safety Authority, Acrylamide in food. What is it? How can we reduce it?
- European Food Safety Authority, EFSA explains risk assessment: Acrylamide in food. 2015