Totaal vet
De randvoorwaarde voor totaal vet voor de vernieuwde adviezen van de Schijf van Vijf is gebaseerd op de normen uit 2001 [2]. Omdat de nieuwe norm voor totaal vet niet verandert, voldoen de berekende referentievoedingen aan de norm voor totaal vet. Een verschil met 2001 is dat er geen specifieke aanbeveling meer gegeven wordt voor mensen met overgewicht of ongewenste gewichtstoename. Omdat in de referentievoedingen is gerekend met een gezond gewicht heeft dit geen invloed op de berekende referentievoedingen.
Verzadigde vetzuren en transvetzuren
Voor verzadigde en transvetzuren geldt de aanbeveling om een zo laag mogelijke inname na te streven binnen de context van een volwaardig voedingspatroon. In de berekeningen van de vernieuwde Schijf van Vijf zijn bovengrenzen van maximaal 10 energieprocent voor verzadigd vet en maximaal 1 energieprocent voor transvet gebruikt, gebaseerd op de normen uit 2001 [2].
Omdat de nieuwe aanbevelingen zich niet een-op-een laten vertalen in een randvoorwaarde, gaan wij nog steeds uit van de bovengrenzen die we hebben gebaseerd op de normen uit 2001. Daarbij adviseert de commissie voor toepassing van de aanbeveling voor verzadigd vet om op populatieniveau te streven naar een verlaging van de inname naar 10 energieprocent, wanneer de gemiddelde inname op groepsniveau hoger ligt. Maar omdat verdere verlaging gunstig is, is dit geen specifieke streefwaarde. Overigens levert een voedingspatroon dat voldoet aan de adviezen Schijf van Vijf minder dan de bovengrenzen die hierboven genoemd worden.
Daarbij is de aanbeveling van de Gezondheidsraad om producten die rijk zijn aan verzadigd vet zoveel mogelijk te vervangen door producten die rijk zijn aan onverzadigde vetzuren. Deze aanbeveling wordt al meegenomen in de criteria Schijf van Vijf, waar producten rijk aan verzadigd vet naast de Schijf van Vijf staan.
Linolzuur en alfalinoleenzuur
Voor linolzuur geldt nu een adequate inname van 2 naar 4 energieprocent is verhoogd. Voor alfalinoleenzuur is dit van 1 naar 0,5 energieprocent verlaagd. Tijdens het berekenen van de vernieuwde adviezen van de Schijf van Vijf is hier al rekening mee gehouden. In overleg met de Gezondheidsraad zijn de randvoorwaarden voor deze vetzuren al op 4 en 0,5 energieprocent gezet op basis van EFSA. Al onze doorgerekende referentievoedingen bevatten dus voldoende linolzuur en alfalinoleenzuur.
Eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA)
De randvoorwaarden voor EPA en DHA voor de vernieuwde adviezen van de Schijf van Vijf zijn gebaseerd op de normen uit 2001 [2]. Voor volwassenen is deze norm niet veranderd. Dit betekent dus dat de berekende referentievoedingen voldoen aan de nieuwe normen voor EPA en DHA, met uitzondering van de eetvoorkeuren zonder vis.
Voor kinderen is er in de vernieuwde Schijf van Vijf gerekend met de norm uit 2001, maar deze norm vervalt. De Gezondheidsraad adviseert nu namelijk om voor kinderen de hoeveelheid vis te bepalen, door de visaanbeveling voor volwassenen terug te rekenen. Voor deze extrapolatie hebben wij voor de groep 1-3 jarige kinderen afgeweken van de door ons vooraf opgestelde vertaalslag, om te kunnen voldoen aan de voedingsnorm voor visvetzuren uit 2001. In plaats van 50 gram vis per week is dit verhoogd naar 70 gram vis per week.
Met de nieuwe voedingsnorm voor visvetzuren is deze 70 gram per week dus niet meer de minimale hoeveelheid: een inname van 50 gram per week zou ook voldoende zijn. Er is berekend in hoeverre een lagere inname effect heeft op de blootstelling aan contaminanten in deze doelgroep. De blootstelling daalt minimaal, aangezien het hier om een weekadvies gaat en de hoeveelheid niet groot is. Deze kleine daling heeft dan ook geen effect op de conclusie voor overschrijding van de grenswaarden van arseen, cadmium en PFAS. Daarnaast volgt er in de tweede helft van dit jaar een advies van de Gezondheidsraad over voedingsaanbevelingen voor jonge kinderen. Aanpassing van het visadvies naar 50 gram zal daarom worden meegenomen met de aanpassingen die nodig zijn bij uitkomen van dit advies.
Voor zwangeren geldt dat de aanbeveling voor visconsumptie leidend is. De adviezen van de vernieuwde Schijf van Vijf voldoen aan deze aanbeveling om als zwangere tweemaal per week vis te eten, waarvan eenmaal vette vis en eenmaal magere vis [3]. Wanneer een zwangere hieraan voldoet is het niet nodig om daarnaast nog een supplement te nemen.
Hoewel er in de nieuwe voedingsnormen een norm gegeven wordt voor de inname van DHA en EPA voor personen die borstvoeding geven, wordt er expliciet vermeldt dat er geen advies gegeven wordt over de visconsumptie. Dit volgt in een advies van de Gezondheidsraad over voedingsaanbevelingen voor vrouwen die borstvoeding geven, dat verwacht wordt in 2027. Hierin zal ook aangegeven worden of de visrichtlijn leidend is, in lijn met het advies voor zwangeren. Wij wachten dit advies af om een gedegen keuze te kunnen maken of aanpassing van onze visaanbeveling voor personen die borstvoeding geven noodzakelijk is.
Verteerbare koolhydraten
Er wordt voor verteerbare koolhydraten geen specifieke norm gesteld, maar er wordt aanbevolen dat de inname van koolhydraten voornamelijk bestaat uit koolhydraten die van nature aanwezig zijn in volkorenproducten, groente, fruit, peulvruchten en zuivel. De vernieuwde adviezen van de Schijf van Vijf voldoen aan dit nieuwe advies door de randvoorwaarden die gesteld zijn op basis van de Richtlijnen goede voeding 2015 en de Richtlijnen goede voeding 2025 [4, 5].
Vrije suikers
Voor vrije suikers hanteerde de Gezondheidsraad tot nu nog geen norm of aanbeveling, maar in dit nieuwe advies is wel een aanbeveling opgenomen. De aanbeveling is om de inname zo laag mogelijk te houden binnen de context van een volwaardig voedingspatroon. Hoewel er ten tijde van de doorrekeningen voor de vernieuwde Schijf van Vijf geen norm of aanbeveling was, hebben wij ervoor gekozen om een maximum van 10 energieprocent aan te houden, gebaseerd op de WHO-aanbeveling [6]. Wij zien op basis van de nieuwe aanbeveling geen aanleiding om af te wijken van de bovengrens die we hebben gebruikt in de berekeningen.
Voedingsvezel
De aanbeveling van de Gezondheidsraad is een vezelinname van 3 tot 3,5 gram/MJ vanaf de leeftijd van 2 jaar. De Gezondheidsraad geeft geen bovengrens voor vezel, omdat je door het eten van producten met veel vezels vanzelf een vol en verzadigd gevoel krijgt waardoor je stopt met verder eten [7]. Voor 1-jarigen is de hoeveelheid niet specifiek gemaakt, maar geldt een geleidelijke toename van de diversiteit van het voedingspatroon en van de consumptie van volkoren producten, groente, fruit, peulvruchten, noten.
De adviezen van de Schijf van Vijf voldoen ruim aan deze aanbeveling. En hoewel de randvoorwaarde voor een minimale hoeveelheid voedingsvezel die gebruikt is bij de berekeningen voor de vernieuwde Schijf van Vijf voor 1-3 jarigen met 2,8 gram/MJ [7] lager lag dan de hierboven genoemde hoeveelheid, voldoen onze adviezen ook voor deze leeftijdsgroep aan de aanbevelingen van de Gezondheidsraad.
Bronnen
- Gezondheidsraad. Voedingsnormen voor vetten, vetzuren, verteerbare koolhydraten en voedingsvezels. Den Haag; 2026.
- Gezondheidsraad. Voedingsnormen: energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten. Den Haag; 2001.
- Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor zwangere vrouwen. Den Haag; 2021.
- Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag; 2015.
- Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025. Den Haag; 2025.
- World Health Organisation. Guideline: sugars intake for adults and children; 2015.
- Gezondheidsraad. Richtlijn voor de vezelconsumptie. Den Haag; 2006.