Menu
Zoek
Apps en tools

Onderbouwing Richtlijn Eetomgevingen

Den Haag: Voedingscentrum. Publicatiedatum: 9 april 2026

Auteurs Voedingscentrum (experts Voeding en Gedrag): MSc S. Klunder, Dr. E. Velema, MSc K.A.H. Zaal

Verreweg de meeste voedselkeuzes maken we op de automatische piloot. Al het eten om ons heen beïnvloedt onze keuzes sterk. Waar het meeste van ligt en wat makkelijk te pakken is, kiezen mensen eerder. Soms is er zelfs helemaal geen gezondere en duurzamere keuze voorhanden. Het Voedingscentrum heeft een richtlijn opgesteld waarmee eetomgevingen gezondere en duurzamere keuzes makkelijker maken: de Richtlijn Eetomgevingen. Hiermee werken voedselaanbieders aan het aanbod en de presentatie van hun eetomgeving.

Wij laten zien hoe we de Richtlijn Eetomgevingen onderbouwen. Ook lichten we de beschikbare implementatiehulpmiddelen toe die je helpen om de richtlijn toe te passen, zoals de checklist voor een gezond en duurzaam aanbod en de webtrainingen. Deze onderbouwing is voornamelijk relevant voor wetenschappers, studenten, beleidsmedewerkers die zich bezighouden met de fysieke omgeving en andere geïnteresseerden in de wetenschap achter de Richtlijn Eetomgevingen.

Ten slotte is het interessant voor bestuurders, cateraars en vrijwilligers die zich in willen zetten voor een gezondere en duurzamere eetomgeving. Je kan onze informatie gebruiken om het belang van werken aan een gezondere en duurzamere eetomgeving te laten zien, voor het creëren van draagvlak voor de implementatie van de Richtlijn Eetomgevingen, of ter ondersteuning van beleidsplannen of aanbestedingscriteria. Daarvoor kun je naar deze pagina verwijzen.

Wat is een eetomgeving?

Eetomgevingen zijn alle plekken met een eet- en drinkaanbod, maar ook de plaatsen waar je wordt blootgesteld aan (online) beeldmateriaal en reclame van eten. Bijvoorbeeld: de supermarkt, een buurtlocatie, tankstation, sportkantine, evenement en (bedrijfs)restaurant. De term ‘eetomgeving’ is vaak uitwisselbaar met de term ‘voedselomgeving’.

Totstandkoming Richtlijn Eetomgevingen

De Richtlijn Eetomgevingen bestaat uit een set van wetenschappelijk bewezen strategieën om het aanbod eten en drinken in diverse omgevingen (zoals scholen, sportkantines, bedrijfsrestaurants) gezonder en duurzamer te maken, dankzij de effecten op voedselkeuzegedrag.

Deze is ontstaan vanuit de Richtlijnen Gezondere Kantines, die in gebruik was van 2014 tot en met 2019. Aan de hand van deze richtlijnen stimuleerden wij scholen om hun schoolkantine gezonder in te richten. Om meer eetomgevingen te bereiken, en daarmee meer impact te maken, ontwikkelden we een breder toepasbare richtlijn. In 2019 lanceerden we de Richtlijn Gezonde Eetomgevingen. Na een doorontwikkeling is dit in 2020 de Richtlijn Eetomgevingen geworden.

We besloten om de voorheen gehanteerde vastomlijnde niveaus (brons, zilver, goud) te verwijderen. Hier waren 3 redenen voor. Ten eerste voelden de niveaus soms als een te hoge drempel, wat sommige aanbieders weerhield te starten. Ten tweede sprak het de intrinsieke motivatie niet aan. Ten derde verwachtten gebruikers dat een hoger niveau gegarandeerd een groter effect op de verkoop van gezonde producten zou hebben, terwijl dit in de praktijk niet per definitie zo is.

De strategieën van de huidige Richtlijn Eetomgevingen staan bij elkaar in een checklist. De checklist Richtlijn Eetomgevingen laat op een laagdrempelige manier zien waar je als aanbieder met je voedingsaanbod staat en wat er beter kan. Ook staan er manieren in om voedselverspilling te verminderen. Partijen bepalen hiervandaan zelf hun ambitie en passende vervolgstappen. Het uiteindelijke doel is een aantrekkelijk gezonder en duurzaam aanbod.

Voor partijen die een traject starten om een nieuwe cateraar te vinden hebben we op basis van de Richtlijn Eetomgevingen het Aanbestedingsadvies voor gezonde, duurzame catering. Dit biedt houvast bij het bepalen van je ambitie en eisen.

Belang van een gezonde en duurzame eetomgeving

Het ontwikkelen van een richtlijn om het voedingsaanbod in eetomgevingen te verbeteren is uit nood geboren. In een gezond voedingspatroon is er altijd wat ruimte voor producten naast de Schijf van Vijf, zoals frisdrank, snoep en snacks. Maar de balans is zoek. In de afgelopen decennia is het aandeel producten naast de Schijf van Vijf enorm gestegen. Die producten zijn vaak ook nog eens goedkoop [1, 2].

In Nederland is vooral in grote steden en op drukke plekken het aantal verkooppunten van eten sterk gestegen, met name de verkooppunten met ongezond eten [3-5]. Maar zelfs in supermarkten staat 80% van het aanbod niet in de Schijf van Vijf. Daarnaast is ook de promotie van ongezond eten toegenomen [6, 7] en zijn de porties een stuk groter geworden [8].

Door deze 'obesogene omgeving', een omgeving die mensen stimuleert om te veel te eten en daarnaast te weinig te bewegen, is het lastiger geworden om een gezond voedingspatroon te hebben [9]. Terwijl veel mensen dit wel zouden willen [10]. Doordat mensen een voorkeur hebben voor zoet, energierijk (vet) en zout eten [11], is het extra lastig om ongezonde verleidingen te weerstaan. De obesogene omgeving draagt op deze manier voor een groot deel bij aan de toename van overgewicht in Nederland en wereldwijd [12-14].

In 2024 had de helft van de volwassen Nederlanders overgewicht, waarvan ruim 15% obesitas [15]. Overgewicht vergroot de kans op verschillende chronische ziekten en kan een negatief effect hebben op het mentale welzijn van mensen. Overgewicht kan hierdoor zorgen voor een verminderde kwaliteit van leven. De toenemende prevalentie van overgewicht heeft bovendien een grote, negatieve maatschappelijke impact, zoals druk op de zorg en verlies van productiviteit [16-18].

Op dit moment wordt in de samenleving nog steeds vaak onterecht de schuld van overgewicht bij individuen gelegd, met onder andere stigmatisering tot gevolg. Met onze Richtlijn Eetomgevingen stimuleren wij dat eetomgevingen hun verantwoordelijkheid nemen.

Milieudruk

Wat en hoeveel je eet heeft niet alleen invloed op je gezondheid, maar ook op het milieu [19]. Vooral het consumeren van dierlijke producten draagt veel bij aan de klimaat- en milieu-impact van ons voedsel. Meer dan de helft van de broeikasgasuitstoot van ons voedingspatroon komt van dierlijke producten [20, 21]. Een meer plantaardig voedingspatroon verlaagt de broeikasuitstoot [22, 23].

Algemeen heeft een gezond voedingspatroon waarin je niet meer eet dan nodig een lagere klimaatbelasting dan een ongezonder voedingspatroon [21]. In Nederland wordt bovendien door de gehele keten jaarlijks ongeveer 2 miljard kilo voedsel verspild, ook de out-of-home sector draagt daaraan bij [24]. Doordat veel huidige voedingspatronen schadelijk zijn voor mens en milieu, is de overgang naar gezondere en duurzamere diëten belangrijk [25].

Met de Richtlijn Eetomgevingen kunnen aanbieders via het aanbod, de prijs en presentatie ervan mensen ondersteunen om duurzamer en gezonder te eten. Bovendien stimuleert de richtlijn aanbieders om minder voedsel te verspillen.

Inspelen op hoe mensen voedselkeuzes maken

Onze voedselkeuzes verlopen veelal automatisch en de omgeving stuurt hier sterk in. Daarom richt de Richtlijn Eetomgevingen zich op het aanbod en de presentatie van eten en drinken in de eetomgeving. Dit leggen we uitgebreider uit in de factsheet Invloed van de fysieke en economische omgeving op eetgedrag.

Met behulp van nudging en social marketing kun je keuzes sturen. Daarmee maak je gebruik van onze automatische manier van kiezen [26]. Met nudging geef je een duwtje in de goede richting. Het stimuleert de gewenste keuze door het aanpassen van de omgeving (keuzearchitectuur), zonder dat je de ongewenste keuze verbiedt [27].

Met de strategieën in de Richtlijn Eetomgevingen ‘nudge’ je consumenten op verschillende manieren richting gezonde keuzes. Bijvoorbeeld door de gezonde of plantaardige keuze de standaard te maken [28]. Nudgingstrategieën zijn makkelijk en goedkoop om uit te voeren en kunnen effectief zijn in het stimuleren van gezonder eetgedrag [29-31].

Social marketing is een combinatie van marketing en andere technieken uit de sociale wetenschappen om gedrag te beïnvloeden, ten gunste van het individu [32, 33]. De strategieën worden onderverdeeld in de 4 P’s: product, plaats, prijs en promotie. De 4 P’s staan voor de manier waarop ze het doelgedrag beïnvloeden. Uit onderzoek blijkt dat social marketing-interventies effectief kunnen zijn om eetgedrag te beïnvloeden [34].

Bij zowel nudging als social marketing is gedragsverandering het doel. Veel strategieën vallen onder beide noemers. Echter is het verhogen of verlagen van de prijs van een product of dienst strikt genomen geen nudging. De keuzevrijheid wordt daarin immers beperkt. Wetenschappelijk bewezen effectieve nudging en social marketing-strategieën vormen de basis van de Richtlijn Eetomgevingen.

Strategieën voor een gezondere en duurzamere voedselkeuze

Strategieën die vallen onder de P van Product, hebben we in de Richtlijn Eetomgevingen samengenomen onder Aanbod. Een uitgestald aanbod valt in marketingtermen onder product. De andere 3 P’s (plaats, prijs en promotie) hebben we samengenomen onder de noemer Presentatie- en verkooptechnieken. De verschillende strategieën sommen we hieronder op.

Bij producten maken we onderscheid tussen:

  • Schijf van Vijf-producten
  • Dagkeuzes (iets kleins naast de Schijf van Vijf)
  • Weekkeuzes (wat groters naast de Schijf van Vijf)

Betere keuzes zijn producten in de Schijf van Vijf of dagkeuzes.

Aanbod:
  • Er is altijd betere keuze aanbod in elke productcategorie 
  • Naar verhouding is er meer betere keuze-aanbod dan weekkeuze-aanbod, dit wordt ook zo gepresenteerd 
  • Weekkeuzes worden in kleinere porties aangeboden  
  • De kleine(re) portie is de standaard 
  • Volkorenproducten zijn de standaard 
  • Er is altijd een vegetarische en/of plantaardige optie beschikbaar in elke productcategorie 
  • Wanneer deze beschikbaar zijn, worden er producten met een topkeurmerk ingekocht 

In de Richtlijn Eetomgevingen staan dus verschillende strategieën om het aanbod van de eetomgeving gezonder en duurzamer te maken. We lichten ze hieronder verder toe.

Verhouding van het aanbod 

Uit onderzoek blijkt dat de omvang van het aanbod van een eetomgeving invloed heeft op onze voedselkeuzes [35]. Zo leidt het vergroten van het aandeel producten binnen een categorie tot een stijging in de verkoop van dat product of de gehele categorie [36, 37].

Vertaald naar een eetomgeving betekent dit dat een stijging in de beschikbaarheid van bijvoorbeeld water of groente en fruit, zorgt dat mensen er meer van drinken en eten. En als er naar verhouding meer vegetarische opties in het assortiment zitten, kopen ze er ook meer van [38]. Het verkleinen van het aanbod van een product(categorie) leidt daarentegen juist tot een verminderde verkoop daarvan, wat je kan inzetten voor weekkeuzes [36, 37].   

Default nudge 

We zijn geneigd te kiezen voor de ‘standaard’ optie. Dit heet de ‘default keuze’ en kun je inzetten om die keuze te stimuleren, een ‘default nudge’ [28, 29, 39]. Zo bleek uit een experiment met volkoren- en wittebroodjes, dat bij het aanbieden van een volkorenbroodje als standaard, 94% van de mensen daar ook voor koos. Als het wittebroodje als standaard werd aangeboden, koos 80% daarvoor [40]. De standaard betekent dat je bijvoorbeeld een tosti bestelt en deze standaard van volkorenbrood is. Dat is dan de default. Als je een tosti van wit brood wil kan het wel, maar moet je daar expliciet om vragen.

Kenmerkend voor nudging is dat de alternatieve optie beschikbaar blijft: je beperkt de keuzevrijheid niet. Je kunt er ook voor kiezen alleen een gezonde variant aan te bieden om mensen gezonder te laten kiezen, maar dan spreken we niet meer over nudging.   

Portiegrootte

Naast het soort product dat er wordt aangeboden, heeft de grootte van een portie invloed op onze voedselinname [41]. Zo consumeren mensen onbewust meer van een grote portie dan van een kleine portie. Dit heet het portiegrootte-effect [42]. Het aanbieden van kleinere porties van een weekkeuze, kan dan ook een nuttige strategie zijn om de energie-inname te beperken [43]. De combinatie van het verkleinen van porties én het verkleinen van het aanbod van weekkeuzes is het meest effectief [44].

Ook het aanbieden van verschillende portieformaten kan een strategie zijn om energie-inname te beperken en tegelijkertijd een gevoel van autonomie in stand te houden [45]. Voor de effectiviteit is hierbij wel van belang dat het kleine formaat de ‘default’ optie is. En dat de prijs van de kleinere portie in verhouding staat tot de grotere portie. Op dit moment worden consumenten vaak verleid tot het kopen van grotere porties of verpakkingen, omdat de prijs relatief lager is en de consument dus meer waar voor diens geld krijgt [46, 47].   

Sociale normen 

Het aanbod en de presentatie van eten en drinken in een eetomgeving bepalen wat als de ‘normale’ of ‘gebruikelijke’ keuze wordt ervaren in die context. Het communiceert dus een norm [48]. Als ongezond voedsel in grote mate beschikbaar en toegankelijk is, gaan we dit normaler vinden. Dat heeft vervolgens invloed op onze eetkeuzes [49]. Daarom draagt het gericht veranderen van het aanbod ook bij aan het veranderen van de sociale norm.   

Topkeurmerken  

Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de duurzaamheid van een product. Helaas is het vaak moeilijk inzichtelijk te maken of een productieproces echt duurzaam is, De meest pragmatische aanpak is te kiezen voor topkeurmerken. Deze keurmerken zijn geselecteerd door Milieu Centraal in samenwerking met duurzaamheidsexperts. De topkeurmerken hebben de meeste positieve impact op mens, dier en milieu en worden onafhankelijk gecontroleerd (Figuur 1). De topkeurmerken verschillen per productgroep. 

 

Figuur 1 Topkeurmerken (Milieu Centraal, 2026) 

sluiten
Presentatie- en verkooptechnieken:
  • Op (vrijwel) alle opvallende plaatsen staan alleen betere keuzes (vooraan, op ooghoogte, bij de balie) 
  • Kraanwater is gratis beschikbaar 
  • Groente en fruit wordt makkelijk aangeboden, zoals schoongemaakt en voorgesneden 
  • Betere en plantaardige keuzes zijn goedkoper  
  • Alléén betere en plantaardige keuzes worden gepromoot  
  • De prijs van verschillende porties is in verhouding met de hoeveelheid (bijv. een halve portie voor de halve prijs) 
  • Vegetarische en plantaardige keuzes staan niet apart vermeld op de menukaart, maar als gelijkwaardige optie gepresenteerd  
  • Bij gerechten bieden we verschillende portiegroottes van hetzelfde gerecht aan 
  • Als de sponsor eten of drinken weggeeft of verkoopt, dan is dat een gezondere keuze 

Het vergroten van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van bepaalde producten kan ons keuzegedrag beïnvloeden [28, 50]. We eten meer van voedsel dat makkelijk te verkrijgen is, omdat we hier minder moeite voor hoeven te doen [51]. Zo kiezen we eerder voor voedsel dat dichtbij ligt [35], dat op een opvallende manier geplaatst is [37, 52-54], dat bij de kassa ligt [55, 56] en dat makkelijker te eten is, zoals voorgesneden groente en fruit [57].

Voor de presentatie staan daarom verschillende strategieën in de Richtlijn Eetomgevingen om gezondere en duurzamere keuzes te stimuleren, bijvoorbeeld door producten uit de Schijf van Vijf goedkoper aan te bieden of door ze opvallend te plaatsen, zoals op ooghoogte, binnen handbereik of vooraan in de looproute [37].

Prijs 

De prijs van een product is een belangrijk aspect bij het maken van voedselkeuzes. Het is daarom een veelbelovende strategie om voedselkeuzes te beïnvloeden [58, 59]. Het goedkoper maken van gezond eten vergroot de consumptie van deze producten significant, en het duurder maken van ongezonde producten verlaagt de consumptie hiervan [60]. Hoe sterk dit effect is wordt uitgedrukt in prijselasticiteit. Dat is de mate waarmee de vraag naar een product verandert als gevolg van een verandering in prijs. Het is van belang dat de prijsverlaging of -verhoging groot genoeg is.  

Bij de combinatie van het verhogen van de prijs van ongezonde producten en het verlagen van de prijs van gezonde producten is het effect het grootst [59, 61]. Dat noemen we de prijsstelling: hoe prijzen van producten in een bepaald aanbod zich tot elkaar verhouden. Prijspromoties, zoals het geven van korting, hebben bovendien meer impact dan het simpelweg verlagen van de prijs, omdat consumenten aanbiedingen aantrekkelijk vinden [62].

Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een prijsaanpassing beter werkt als de reden hiervoor expliciet wordt gecommuniceerd [63]. Het goedkoper aanbieden van producten uit de Schijf van Vijf en producten naast de Schijf van Vijf voor een hogere prijs aanbieden, is daarom een belangrijke strategie in de Richtlijn Eetomgevingen.

Beeldmateriaal, reclamemateriaal en sponsoring 

Marketing is een krachtige manier om voedselkeuzes te sturen. In de huidige maatschappij worden miljarden uitgegeven aan marketing voor voornamelijk producten naast de Schijf van Vijf [64-66]. Ook in Nederland is het overgrote deel van de reclames ongezond. Zo is 81% van de reclames in supermarkten voor producten die niet in de Schijf van Vijf staan [64]. Blootstelling hieraan leidt tot een positievere houding over de gepromote producten en merken. En helaas ook tot een sterkere neiging om deze producten en merken te kopen en te consumeren [67-69].

Bij promoties in eetomgevingen kun je denken aan reclames in de vorm van combideals, beeldmateriaal, het uitlichten van een product op een prominente plaats of als ‘product van de dag’. Verder is sponsoring op bijvoorbeeld evenementen een vorm van promotie. Dat heeft een positieve invloed heeft op een merkimago en kan de intentie om de sponsorproducten te kopen vergroten [70, 71]. Deze effecten zijn vooral onderzocht bij voedingsmiddelen die naast de Schijf van Vijf vallen en rijk zijn aan verzadigd vet, toegevoegd suiker en zout. Het is nog onvoldoende onderzocht wat het effect is van verschillende vormen van promotie voor Schijf van Vijf-producten [72]. Er zijn indicaties dat ook dit effect heeft op houding, intentie en gedrag [73].

Toch is in de Richtlijn Eetomgevingen gekozen om promoties in te zetten voor betere keuze en plantaardige producten, zodat consumenten in ieder geval niet extra verleid worden tot het kopen van weekkeuzes én potentieel gestuurd worden tot het kopen van betere keuzes en plantaardige producten.

sluiten
Voedselverspilling:
  • Voedselverspilling wordt gemeten en intern besproken 
  • De inkoop en aangeboden hoeveelheden worden afgestemd op de verwachte vraag per dag (weer, vakanties, bezetting, omgeving) 
  • Reststromen worden in gerechten gebruikt, zoals soep en omelet. Of oud brood wordt gebruikt in andere toepassingen (tosti, croutons) 
  • Verse en bereide producten (met een beperkte presentatieduur ongekoeld of warm) worden alleen in kleine hoeveelheden of op aanvraag klaargemaakt 
  • Verse en bereide producten (met een beperkte presentatieduur ongekoeld of warm) worden vanaf een bepaald tijdstip richting sluitingstijd met minimaal 25% korting aangeboden 

De oorzaken en plaatsen van voedselverspilling verschillen per locatie. Om voedselverspilling te voorkomen, is het target-measure-act-principe leidend [24]. Hierbij is het van belang om eerst in kaart te brengen hoeveel voedselverspilling er op een locatie plaatsvindt en via welke route de verspilling plaatsvindt [74] .  

De belangrijke routes van verspilling zijn in de keuken (keukenafval), bij uitgifte (derving), bij banqueting of bordresten [74]. Vervolgens is het nodig dat aanbieders de resultaten intern bespreken om inzicht te geven in het probleem en om medewerkers mede-eigenaar te maken van de oplossingen [75]. Op basis van de meetresultaten kunnen ze een gericht actieplan met SMART doelen ontwikkelen.   


sluiten

Implementatie

Belang van implementatie

De Richtlijn Eetomgevingen omvat wetenschappelijk onderbouwde strategieën om een eetomgeving te verbeteren, maar succesvolle implementatie ervan is noodzakelijk voor werkelijke impact in de praktijk. Alleen het delen van deze strategieën is niet genoeg om ervoor te zorgen dat aanbieders van eten, of de beslissers over aanbod, ze gaan toepassen. Daarom maken we gebruik van bestaande wetenschappelijke kennis over implementatie van innovaties en gedragsverandering [76]. En natuurlijk hebben we ook veel gesproken met uitvoerders in de praktijk, zoals bedrijfscateraars.

Op basis van deze kennis en ervaringen uit de praktijk hebben we voor de implementatie van de Richtlijn Eetomgevingen verschillende implementatiemiddelen ontwikkeld.

In de dagelijkse praktijk is er behoefte aan een praktisch hulpmiddel om het huidige aanbod in kaart te brengen. Het moet vervolgens helder zijn welke concrete stappen je kan zetten om het aanbod duurzamer en gezonder te maken. Dat moet aansluiten bij de eigen ambitie. Deze wensen sluiten aan bij de determinanten uit gedragsveranderingsliteratuur. Zoals het belang van zelf doelen stellen, haalbaarheid en het vertrouwen dat de stappen goed uit te voeren zijn (eigeneffectiviteit).

En het sluit aan bij wat er bekend is over implementatie. Zoals dat de uitvoerder de ‘innovatie’ (in dit geval dus de strategieën uit de Richtlijn Eetomgevingen) passend vindt bij diens werkzaamheden en dat de werkgever deze persoon in staat stelt om de taken uit te voeren.

De Checklist Richtlijn Eetomgevingen is hieruit als eerste implementatiehulpmiddel gemaakt in 2020. In 2023 is deze herzien, waarbij we onder andere meer strategieën hebben opgenomen om duurzame keuzes te stimuleren.

Communicatie en weerstand bij implementatie

Voor een succesvolle implementatie van de Richtlijn Eetomgevingen is heldere communicatie met alle lagen van de organisatie, zowel voor als tijdens het proces van groot belang. Breed draagvlak vraagt om heldere communicatie over waarom verandering nodig is en wat er moet gebeuren, vooraf én tijdens de implementatie. Ook een formele bekrachtiging van het management, zoals een officiële visie of aanbestedingseis voor catering, is daarbij erg belangrijk [76].

Degenen die het aanbod daadwerkelijk aanpassen en/of in direct contact staan met de gast of klant, moeten begrijpen waarom ze dit concept uitvoeren. Zij zijn degenen die vragen of klachten te horen krijgen. Zonder heldere communicatie over het ‘waarom’ en het ‘wat’ van de verandering, is de kans groot dat er bij hen weerstand ontstaat. Dat kan de implementatie belemmeren.

Er bestaan verschillende vormen van weerstand, die een eigen aanpak vragen om ze te voorkomen. Hieronder beschrijven we de verschillende vormen van weerstand, hoe deze zich kan voordoen bij een cateringmedewerker en wat helpt om het te voorkomen of op te lossen [77].

Reactance treedt op als iemand het gevoel heeft te worden beperkt in de keuzevrijheid. Het gaat niet zozeer om de inhoud van de verandering, maar vooral om het proces of het gevoel. Bijvoorbeeld als de medewerker te horen krijgt ineens iets anders te ‘moeten’ doen.  

Wat werkt:  

  • Erken dat de verandering iets vraagt van de medewerker en dat de organisatie hier begrip voor heeft.  
  • Vermijd het woord moeten en bied keuzes aan. Jullie willen mensen helpen om gezonder en duurzamer te eten en dat kan op allerlei manieren. Laat de medewerker hierover meedenken en bepalen.  
sluiten

Scepticisme treedt op als iemand twijfelt over de verandering. Bijvoorbeeld als de medewerker zich niet kan vinden in het nieuwe beleid dat er minder of geen vlees meer wordt aangeboden. Rationele argumenten geven lossen deze weerstand niet op.  

Wat werkt:  

  • Bied garanties. Geef bijvoorbeeld de garantie dat de meeste gasten het lekker zullen vinden of niets zullen merken van de verandering.  
  • Laat de medewerker een positieve ervaring opdoen, bijvoorbeeld door het proeven van een nieuw vegetarisch gerecht.  
  • Plaats het verzoek in de toekomst. Als je op tijd begint met de implementatie en bijbehorende communicatie, voelt de verandering nog ver in de toekomst. Mensen voelen dan minder weerstand. Geef bijvoorbeeld aan dat het plan over een half jaar ingaat.  
  • Voer eerst een zorgvuldig opgezette pilot uit. Zorg dat er ruimte is om feedback te verwerken, zonder dat na de pilot het hele plan de prullenbak in hoeft.   
sluiten

Inertia treedt op als iemand simpelweg niet wil veranderen, ongeacht wat de verandering precies is. Het is gericht op energiebehoud. Bijvoorbeeld als de medewerker ineens een andere routine moet volgen, dat kost moeite. 

Wat werkt:  

  • Verhoog de eigeneffectiviteit. Dat wil zeggen dat de medewerker vertrouwen voelt dat die kan werken in de nieuwe routine en bijvoorbeeld kan omgaan met eventuele lastige vragen van gasten. Zo kun je hulp bieden met een stappenplan of het onderling oefenen met moeilijke vragen.  
sluiten

Ten slotte kan weerstand ook optreden bij gasten van de eetlocatie, bijvoorbeeld omdat hun favoriete product niet meer verkrijgbaar is. Maar door de manier waarop de Richtlijn Eetomgevingen is ontworpen, gericht op subtiel sturen van onbewuste keuzes zonder verplichtingen, is de kans op weerstand bij gasten relatief klein. Mochten gasten toch weerstand ervaren, dan is dat meestal reactance of scepticisme.

De hierboven beschreven aanpak voor medewerkers (erkenning, alternatieve aanbieden, laten proeven) werkt doorgaans ook bij gasten. Hierbij is het van belang dat er in het restaurant niet expliciet wordt gecommuniceerd dat het nieuwe aanbod ‘gezonder’ en ‘duurzamer’ is geworden. Leg de focus op het aantrekkelijk uitziend en smaakmakend eetaanbod. Informatie over het nieuwe voedingsbeleid, concept, visie of koers kan wel worden gedeeld via andere kanalen, zoals in een nieuwsbrief of op de website. Daar is meer ruimte voor de achterliggende gedachte en de voordelen.

Implementatiemiddelen

Om de Richtlijn Eetomgevingen toe te kunnen passen hebben we verschillende implementatiemiddelen. Het centrale implementatiemiddel zijn de praktische checklists. Hiermee kunnen aanbieders hun voedingsaanbod in kaart per productgroep in kaart brengen, inzicht krijgen in gezondere en duurzamere alternatieven met de Schijf van Vijf. Ook krijg je inzicht in presentatie- en verkooptechnieken. Op basis van wat je als aanbieder hebt ingevuld bepaal je je ambitie (doel) en maak je een plan van aanpak.

Alle implementatiemiddelen zijn gebaseerd op verschillende gedragsstrategieën. Zo maken ervaringsverhalen gebruik van sociale beïnvloeding, vergroten ze het gevoel van vertrouwen in eigen kunnen en nemen ze weerstand weg. Ook zijn er video’s en webtrainingen die doelgericht kennis overbrengen. Ook zijn er middelen die de veranderingen behapbaar maken. Bekijk onze i mplementatiemiddelen voor de gezonde schoolkantine en de middelen voor andere omgevingen.

Gedragstechnieken

Bij het ontwikkelen van de implementatiemiddelen is gebruik gemaakt van verschillende gedragstechnieken om voedselaanbieders te activeren om de Richtlijn Eetomgevingen te gaan gebruiken en om weerstand bij de aanbieder te voorkomen. Deze technieken spelen in op verschillende determinanten (gedragsbepalers). Hieronder worden de gebruikte gedragstechnieken en determinanten waarop ze inspelen kort beschreven.

Het beschikken over relevante kennis is een onderdeel van veel theoretische modellen om gedrag te verklaren [78]. Kennis zorgt voor een zeker bewustzijn over de situatie en dat maakt de kans op het uitvoeren van het doelgedrag hoger [79] Het verschaffen van informatie is daarom een belangrijk aspect binnen de verschillende tools.  
sluiten
Het bieden van keuzevrijheid speelt in op de menselijke basisbehoefte aan autonomie [80]. Daarmee is het een krachtige techniek om enerzijds mensen te activeren en anderzijds de kans op weerstand te verkleinen. Voedselaanbieders zijn vrij om te bepalen óf en waarmee ze starten om hun aanbod gezonder en duurzamer te maken.  
sluiten

Een doel formuleren is een effectieve manier om mensen te activeren [81]. Door mensen zelf een ambitie te laten uitspreken of een doel te formuleren, is de kans groter dat mensen zich committeren aan het gedrag. Mensen houden over het algemeen van consistentie en voorspelbaarheid. Deze behoefte zorgt ervoor dat we ons graag willen gedragen in lijn met ons eerdere gedrag. Dus als we iets toezeggen (een commitment maken), zijn we geneigd om ons daarnaar te gedragen (consistentie) [82, 83].

De Ambitieverklaring voor een gezonde en duurzame leeromgeving is een manier waarop scholen zich kunnen committeren aan werken aan een gezonde toekomst voor de jeugd. Uit onderzoek blijkt dat doelen stellen extra effectief is als het een gezamenlijk doel is. Voedselaanbieders worden met name in de checklists aangemoedigd om doelen te formuleren om hun aanbod te verbeteren en deze de doelen met het team te bespreken.

sluiten

Mensen zullen eerder het gewenste gedrag vertonen als het makkelijk is om te doen [84]. Dit komt vanuit de natuurlijke behoefte aan energiebehoud. Een grote stap kan voelen als iets dat te veel energie kost, waardoor iemand geen actie onderneemt: er treedt inertia (passiviteit) op. Een groter doel opdelen in kleine, haalbare stappen is daarom een effectieve manier om mensen in beweging te krijgen [77].

Zodra iemand is gestart, is de kans op het continueren van het gedrag groter. Dit komt door het principe van commitment en consistentie en omdat met een eerste, kleine stap je een succeservaring opdoet en zo het vertrouwen in het eigen kunnen (eigen-effectiviteit) wordt verhoogd. Dit motiveert vervolgens om een volgende stap te zetten [85]. In verschillende tools staat het zetten van kleine stappen centraal.  

sluiten
We verwachten dat het in kaart brengen van het eetaanbod met behulp van de Checklist effect kan hebben op het bewustzijn bij voedselaanbieders. Soortgelijke effecten zijn gevonden bij verspillingsgedrag. Door het meten van voedselverspilling wordt bewustzijn bij mensen vergroot waarna minder werd verspild [86-88]. Mogelijk draagt alleen al het invullen van de Checklist bij aan een hoger bewustzijn. Maar het is ook de uitgangspositie voor het stellen van doelen en het zetten van een eerste (kleine) stap.  
sluiten

Social modeling is gebaseerd op het principe dat mensen leren door het observeren van anderen [89]. Daarbij conformeren mensen zich eerder naar gedrag van anderen die op hen lijken, of tot dezelfde groep behoren [90, 91]. De inzet van rolmodellen kan dan ook een krachtige techniek zijn om gedrag te veranderen. Rolmodellen kunnen bijdragen aan hogere eigen-effectiviteit en een positieve houding ten opzichte het gewenste gedrag [92].

Met de inzet van ervaringsverhalen in tekst en video’s maken we gebruik van dit principe, waarbij een succesvolle ervaring van een ander kan inspireren hetzelfde te doen. Bovendien communiceert dit een sociale norm. Mensen zullen eerder geneigd zijn bepaald gedrag te vertonen als ze denken dat het normaal is [93, 94].  

sluiten
Altercasting bouwt voort op het principe dat mensen een sterke neiging hebben om zich consistent te gedragen [95], in lijn met de rol die ze zichzelf toeschrijven, of die hen wordt toegeschreven. Het is in feite het activeren van een specifieke rol, waardoor mensen zich ernaar gaan gedragen [96]. Als iemand zichzelf bijvoorbeeld ziet als een gastvrij persoon, zal diegene zich niet snel bot gedragen naar gasten. Dat zou niet consistent zijn. In verschillende implementatiemiddelen maken we gebruik van altercasting door de rol van de gastvrije cateraar te activeren en daar wenselijk gedrag aan te koppelen.   
sluiten

Bronnen voor Richtlijn Eetomgevingen

  1. Swinburn, B.A., et al., The global obesity pandemic: shaped by global drivers and local environments. The Lancet, 2011. 378(9793): p. 804-814. 
  2. Anderson Steeves, E., P.A. Martins, and J. Gittelsohn, Changing the Food Environment for Obesity Prevention: Key Gaps and Future Directions. Current obesity reports, 2014. 3(4): p. 451-458.
  3. Pinho, M.G.M., et al., Recent changes in the Dutch foodscape: socioeconomic and urban-rural differences. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 2020. 17(1): p. 1-11.
  4. Mölenberg, F.J.M., et al., Is Rotterdam een fastfoodparadijs? De voedselomgeving van 2004 tot 2018. 2019, Erasmus MC: Rotterdam.
  5. Partners'', v.S.e., Het Fastfoodrestaurant in beeld. 2019: Leiden.
  6. Bivoltsis, A., et al., Food environments and dietary intakes among adults: does the type of spatial exposure measurement matter? A systematic review. International journal of health geographics, 2018. 17(1): p. 1-20.
  7. Cohen, D.A., Obesity and the built environment: changes in environmental cues cause energy imbalances. International journal of obesity, 2008. 32(7): p. S137-S142.
  8. Steenhuis, I.H., F.H. Leeuwis, and W.M. Vermeer, Small, medium, large or supersize: trends in food portion sizes in The Netherlands. Public health nutrition, 2010. 13(6): p. 852-857.
  9. Swinburn, B., G. Egger, and F. Raza, Dissecting obesogenic environments: the development and application of a framework for identifying and prioritizing environmental interventions for obesity. Preventive medicine, 1999. 29(6): p. 563-570.
  10. De Ridder, D., et al., Healthy diet: Health impact, prevalence, correlates, and interventions. Psychology & health, 2017. 32(8): p. 907-941.
  11. Mennella, J.A., Ontogeny of taste preferences: basic biology and implications for health. The American journal of clinical nutrition, 2014. 99(3): p. 704S-711S.
  12. Swinburn, B. and G. Egger, Preventive strategies against weight gain and obesity. Obesity reviews, 2002. 3(4): p. 289-301.
  13. Hill, J.O. and J.C. Peters, Environmental contributions to the obesity epidemic. Science, 1998. 280(5368): p. 1371-1374.
  14. Pinho, M.G.M., et al., Time-varying exposure to food retailers and cardiovascular disease hospitalization and mortality in the netherlands: a nationwide prospective cohort study. BMC medicine, 2024. 22(1): p. 427.
  15. CBS. Gezondheidsmonitor; bevolking; 18 jaar of ouder. 2024  [cited 2025 23-10-2025]; Available from: StatLine - Gezondheidsmonitor; bevolking 18 jaar of ouder, regio, 2024.
  16. Tremmel, M., et al., Economic burden of obesity: a systematic literature review. International journal of environmental research and public health, 2017. 14(4): p. 435.
  17. Goettler, A., A. Grosse, and D. Sonntag, Productivity loss due to overweight and obesity: a systematic review of indirect costs. BMJ open, 2017. 7(10): p. e014632.
  18. Hecker, J., et al., Burden of disease study of overweight and obesity; the societal impact in terms of cost-of-illness and health-related quality of life. BMC Public Health, 2022. 22(1): p. 46.
  19. Nyström, M., et al., Anatomy and resilience of the global production ecosystem. Nature, 2019. 575(7781): p. 98-108.
  20. (RIVM), R.v.V.e.M., De milieubelasting, eiwitinname en -ratio van de voedselconsumptie in Nederland (2019-2021). 2024.
  21. Vellinga, R.E., Towards sustainable Dutch diets - From research to policy, W. University, Editor. 2024.
  22. Poore, J. and T. Nemecek, Reducing food’s environmental impacts through producers and consumers. Science, 2018. 360(6392): p. 987-992.
  23. Springmann, M., et al., Mitigation potential and global health impacts from emissions pricing of food commodities. Nature Climate Change, 2017. 7(1): p. 69-74.
  24. voedselverspilling, S.t. Monitoring van voedselverspillingscijfers bij bedrijven.  [cited 2025 8-10]; Available from: https://samentegenvoedselverspilling.nl/en/knowledge-base/monitoring.
  25. Raghoebar, S., E. Van Kleef, and E. De Vet, Increasing the proportion of plant-based foods available to shift social consumption norms and food choice among non-vegetarians. Sustainability, 2020. 12(13): p. 5371.
  26. Kahneman, D., Thinking Fast and Slow. 2011, New York: Farrar, Straus and Giroux.
  27. Thaler, R.H. and C.R. Sunstein, Nudge: Improving decisions about health, wealth, and happiness. 2008, New Haven: Yale University Press.
  28. Cadario, R. and P. Chandon, Which healthy eating nudges work best? A meta-analysis of field experiments. Marketing Science, 2020. 39(3): p. 465-486.
  29. Mertens, S., et al., The effectiveness of nudging: A meta-analysis of choice architecture interventions across behavioral domains. Proceedings of the National Academy of Sciences, 2022. 119(1): p. e2107346118.
  30. Arno, A. and S. Thomas, The efficacy of nudge theory strategies in influencing adult dietary behaviour: a systematic review and meta-analysis. BMC public health, 2016. 16(1): p. 1-11.
  31. Gordon, K., L. Dynan, and R. Siegel, Healthier choices in school cafeterias: A systematic review of cafeteria interventions. The Journal of Pediatrics, 2018. 203: p. 273-279. e2.
  32. Kotler, P. and G. Zaltman, Social marketing: an approach to planned social change. Journal of marketing, 1971. 35(3): p. 3-12.
  33. Andreasen, A.R., Social marketing in the 21st century. 2006: Sage.
  34. Carins, J.E. and S.R. Rundle-Thiele, Eating for the better: A social marketing review (2000–2012). Public health nutrition, 2014. 17(7): p. 1628-1639.
  35. Bucher, T., et al., Nudging consumers towards healthier choices: a systematic review of positional influences on food choice. British Journal of Nutrition, 2016. 115(12): p. 2252-2263.
  36. Eisend, M., Shelf space elasticity: A meta-analysis. Journal of Retailing, 2014. 90(2): p. 168-181.
  37. Shaw, S.C., et al., A systematic review of the influences of food store product placement on dietary-related outcomes. Nutrition reviews, 2020. 78(12): p. 1030-1045.
  38. Garnett, E.E., et al., Impact of increasing vegetarian availability on meal selection and sales in cafeterias. Proceedings of the National Academy of Sciences, 2019. 116(42): p. 20923-20929.
  39. Van Gestel, L., M. Adriaanse, and D. De Ridder, Do nudges make use of automatic processing? Unraveling the effects of a default nudge under type 1 and type 2 processing. Comprehensive Results in Social Psychology, 2020: p. 1-21.
  40. van Kleef, E., et al., The effect of a default-based nudge on the choice of whole wheat bread. Appetite, 2018. 121: p. 179-185.
  41. Zlatevska, N., C. Dubelaar, and S.S. Holden, Sizing up the effect of portion size on consumption: a meta-analytic review. Journal of Marketing, 2014. 78(3): p. 140-154.
  42. CP Herman, J.P., P Pliner, LR Vartanian Mechanisms underlying the portion-size effect. Psychology & Behavior, 2015.
  43. Almiron-Roig, E., et al., A review of evidence supporting current strategies, challenges, and opportunities to reduce portion sizes. Nutrition Reviews, 2020. 78(2): p. 91-114.
  44. Reynolds, J.P., et al., Impact of decreasing the proportion of higher energy foods and reducing portion sizes on food purchased in worksite cafeterias: A stepped-wedge randomised controlled trial. PLoS Medicine, 2021. 18(9): p. e1003743.
  45. Vermeer, W.M., I.H. Steenhuis, and J.C. Seidell, Portion size: a qualitative study of consumers’ attitudes toward point-of-purchase interventions aimed at portion size. Health education research, 2010. 25(1): p. 109-120.
  46. Vermeer, W.M., et al., Value for money or making the healthy choice: the impact of proportional pricing on consumers’ portion size choices. European Journal of Public Health, 2010. 20(1): p. 65-69.
  47. Steenhuis, I. and M. Poelman, Portion size: latest developments and interventions. Current obesity reports, 2017. 6(1): p. 10-17.
  48. Higgs, S., Social norms and their influence on eating behaviours. Appetite, 2015. 86: p. 38-44.
  49. Van Rongen, S., et al., Neighbourhood fast food exposure and consumption: the mediating role of neighbourhood social norms. International journal of behavioral nutrition and physical activity, 2020. 17(1): p. 1-9.
  50. Wilson, A.L., et al., Nudging healthier food and beverage choices through salience and priming. Evidence from a systematic review. Food Quality and Preference, 2016. 51: p. 47-64.
  51. Wansink, B., Environmental factors that increase the food intake and consumption volume of unknowing consumers. Annu. Rev. Nutr., 2004. 24(1): p. 455-479.
  52. Skov, L.R., et al., Choice architecture as a means to change eating behaviour in self-service settings: a systematic review. Obesity Reviews, 2013. 14(3): p. 187-196.
  53. Hollands, G.J., et al., Altering the availability or proximity of food, alcohol, and tobacco products to change their selection and consumption. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2019(9).
  54. Maas, J., et al., Do distant foods decrease intake? The effect of food accessibility on consumption. Psychology & Health, 2012. 27(sup2): p. 59-73.
  55. Van Kleef, E., K. Otten, and H.C. van Trijp, Healthy snacks at the checkout counter: A lab and field study on the impact of shelf arrangement and assortment structure on consumer choices. BMC public health, 2012. 12(1): p. 1072.
  56. Huitink, M., et al., Can healthy checkout counters improve food purchases? Two real-life experiments in Dutch supermarkets. International Journal of Environmental Research and Public Health, 2020. 17(22): p. 8611.
  57. Wansink, B., et al., Pre-sliced fruit in school cafeterias: children's selection and intake. American journal of preventive medicine, 2013. 44(5): p. 477-480.
  58. Steenhuis, I.H., W.E. Waterlander, and A. De Mul, Consumer food choices: the role of price and pricing strategies. Public health nutrition, 2011. 14(12): p. 2220-2226.
  59. Andreyeva, T., et al., Evaluation of economic and health outcomes associated with food taxes and subsidies: a systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open, 2022. 5(6): p. e2214371-e2214371.
  60. Afshin, A., et al., The prospective impact of food pricing on improving dietary consumption: a systematic review and meta-analysis. PloS one, 2017. 12(3): p. e0172277.
  61. Niebylski, M.L., et al., Healthy food subsidies and unhealthy food taxation: A systematic review of the evidence. Nutrition, 2015. 31(6): p. 787-795.
  62. Blattberg, R.C., R. Briesch, and E.J. Fox, How promotions work. Marketing science, 1995. 14(3_supplement): p. G122-G132.
  63. Zizzo, D., et al., The impact of taxation and signposting on diet: an online field study with breakfast cereals and soft drinks. 2016.
  64. Poelman, M., et al., Monitoring van de mate van gezondheid van het aanbod en de promoties van supermarkten en out-of-home-ketens: Inzicht in de huidige stand van zaken en aanbevelingen voor het opzetten van een landelijke monitor. 2021: Wageningen University.
  65. Mc Carthy, C.M., R. de Vries, and J.D. Mackenbach, The influence of unhealthy food and beverage marketing through social media and advergaming on diet-related outcomes in children—A systematic review. Obesity Reviews, 2022: p. e13441.
  66. Qutteina, Y., C. De Backer, and T. Smits, Media food marketing and eating outcomes among pre-adolescents and adolescents: A systematic review and meta-analysis. Obesity Reviews, 2019. 20(12): p. 1708-1719.
  67. Smith, R., et al., Food marketing influences children’s attitudes, preferences and consumption: a systematic critical review. Nutrients, 2019. 11(4): p. 875.
  68. Cairns, G., A critical review of evidence on the sociocultural impacts of food marketing and policy implications. Appetite, 2019. 136: p. 193-207.
  69. Folkvord, F., The psychology of food marketing and overeating. 2019: Routledge.
  70. Kelly, B., et al., Tobacco and alcohol sponsorship of sporting events provide insights about how food and beverage sponsorship may affect children's health. Health Promotion Journal of Australia, 2011. 22(2): p. 91-96.
  71. Walraven, M., R.H. Koning, and M. van Bottenburg, The effects of sports sponsorship: A review and research agenda. The marketing review, 2012. 12(1): p. 17-38.
  72. Kraak, V.I., S. Rincón-Gallardo Patiño, and G. Sacks, An accountability evaluation for the International Food & Beverage Alliance's Global Policy on Marketing Communications to Children to reduce obesity: A narrative review to inform policy. Obesity Reviews, 2019. 20: p. 90-106.
  73. Folkvord, F. and R.C. Hermans, Food marketing in an obesogenic environment: a narrative overview of the potential of healthy food promotion to children and adults. Current Addiction Reports, 2020. 7: p. 431-436.
  74. Vizzoto, F., F. Testa, and F. Iraldo, Strategies to reduce food waste in the foodservices sector: A systematic review. International Journal of Hospitality Management, 2021. 95: p. 102933.
  75. Lu, M.-Y. and W.-H. Ko, Sustainable preparation behavior for kitchen staff in order to limit food waste. Foods, 2023. 12(16): p. 3028.
  76. Fleuren, M., et al., Meetinstrument voor determinanten van innovaties (MIDI). Leiden: TNO, 2012. 16.
  77. Knowles, E.S. and D.D. Riner, Omega approaches to persuasion: Overcoming resistance, in The science of social influence. 2011, Psychology Press. p. 83-114.
  78. Willmott, T.J., B. Pang, and S. Rundle-Thiele, Capability, opportunity, and motivation: an across contexts empirical examination of the COM-B model. BMC Public Health, 2021. 21(1): p. 1014.
  79. De Vries, H., An integrated approach for understanding health behavior; the I-change model as an example. Psychol Behav Sci Int J, 2017. 2(2): p. 555-585.
  80. Deci, E.L. and R.M. Ryan, The general causality orientations scale: Self-determination in personality. Journal of research in personality, 1985. 19(2): p. 109-134.
  81. Epton, T., S. Currie, and C.J. Armitage, Unique effects of setting goals on behavior change: Systematic review and meta-analysis. Journal of consulting and clinical psychology, 2017. 85(12): p. 1182.
  82. Burger, J.M., The foot-in-the-door compliance procedure: A multiple-process analysis and review. Personality and social psychology review, 1999. 3(4): p. 303-325.
  83. Guadagno, R.E. and R.B. Cialdini, Preference for consistency and social influence: A review of current research findings. Social influence, 2010. 5(3): p. 152-163.
  84. Communicatie, D.P.e., Communicatie Activatie Strategie Instrument - CASI. 2024.
  85. Bandura, A., Self-efficacy mechanism in human agency. American psychologist, 1982. 37(2): p. 122.
  86. Parizeau, K., M. Von Massow, and R. Martin, Household-level dynamics of food waste production and related beliefs, attitudes, and behaviours in Guelph, Ontario. Waste management, 2015. 35: p. 207-217.
  87. Farr-Wharton, G., M. Foth, and J.H.-J. Choi. Colour coding the fridge to reduce food waste. in Proceedings of the 24th Australian Computer-Human Interaction Conference. 2012.
  88. Quested, T.E., et al., Food and drink waste from households in the UK. 2011, Wiley Online Library.
  89. Bandura, A. and R.H. Walters, Social learning theory. Vol. 1. 1977: Prentice hall Englewood Cliffs, NJ.
  90. Cruwys, T., K.E. Bevelander, and R.C. Hermans, Social modeling of eating: A review of when and why social influence affects food intake and choice. Appetite, 2014. 86: p. 3-18.
  91. Pratkanis, A.R., The science of social influence. 2007.
  92. Bandura, A., Self-efficacy: The exercise of control. Vol. 11. 1997: Freeman.
  93. McDonald, R.I. and C.S. Crandall, Social norms and social influence. Current Opinion in Behavioral Sciences, 2015. 3: p. 147-151.
  94. Cialdini, R.B. and N.J. Goldstein, Social influence: Compliance and conformity. Annu. Rev. Psychol., 2004. 55(1): p. 591-621.
  95. Festinger, L., Cognitive dissonance. Scientific American, 1962. 207(4): p. 93-106.
  96. Pratkanis, A.R., Altercasting as an influence tactic, in Attitudes, behavior, and social context. 2000, Psychology Press. p. 201-226. 
sluiten