Voedingsmiddelen die in de Schijf van Vijf staan, dragen bij aan een goede gezondheid door hun voedingstoffen en positieve gezondheidseffecten. Tegelijkertijd geldt dat geen enkel voedingsmiddel volledig vrij is van contaminanten, oftewel stoffen die we liever niet binnenkrijgen omdat ze mogelijk schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Voedselveiligheid vormt daarom een belangrijk aandachtspunt binnen de onderbouwing van de Schijf van Vijf.
Voedingsmiddelen op de Nederlandse markt moeten voldoen aan wet- en regelgeving voor voedselveiligheid. Hierdoor blijven gehalten van bijvoorbeeld contaminanten onder de wettelijke vastgestelde maximumgehalten. Toch kan bij sommige voedingspatronen de inname van bepaalde stoffen oplopen. Daarom nemen we in het rekenmodel maximale hoeveelheden voor de inname van bepaalde contaminanten als grenswaarde mee.
We geven consumenten adviezen over veilig omgaan met voedsel: hygiënisch werken, goed bewaren en goed bereiden. Ook adviseren we consumenten te variëren met producten binnen elk vak van de Schijf van Vijf. Dit om aan voldoende voedingstoffen en energie te komen, maar ook om de inname van dezelfde soort mogelijk schadelijk stof te beperken.
Chemische voedselveiligheid
Chemische voedselveiligheid betreft zowel onbedoeld aanwezige stoffen (zoals contaminanten) als gereguleerde, bewust toegevoegde stoffen (zoals additieven). Voor dit soort stoffen zijn gezondheidskundige grenswaarden vastgesteld.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) monitort in Nederland en controleert daarbij ook of bedrijven voldoen aan de geldende wetgeving voor bijvoorbeeld contaminanten, voedseladditieven, diergeneesmiddelen en resten van bestrijdingsmiddelen.
In de doorontwikkeling van de Schijf van Vijf richten we ons specifiek op contaminanten, omdat fabrikanten deze niet bewust toevoegen, maar deze via milieu, productie of bereiding onbedoeld in voedsel terechtkomen.
Gezondheidskundige grenswaarden
Om te kunnen vaststellen of een stof schadelijke effecten kan hebben op de gezondheid, wordt gekeken bij welke blootstelling er zeker géén effecten te verwachten zijn. Deze blootstelling noemen we de ‘gezondheidskundige grenswaarde’. De gezondheidskundige grenswaarde van een contaminant geeft aan hoeveel iemand mag binnenkrijgen zonder dat dit schadelijk is voor de gezondheid. Het kan bijvoorbeeld worden uitgedrukt in een Toelaatbare Wekelijkse Inname (TWI) voor langdurige blootstelling, of een Acute Referentie Dosis (ARfD) voor kortdurende blootstelling.
In het rekenmodel gebruiken we de gezondheidskundige grenswaarden als randvoorwaarde. We stellen daarbij een maximum aan de inname van contaminanten. Er wordt geen minimumwaarde gehanteerd.
Maximumgehalten
Naast gezondheidskundige grenswaarden zijn er ook wettelijke limieten voor hoeveel van een schadelijke stof in een voedingsmiddel mag voorkomen. Dit worden maximumgehalten genoemd en deze kunnen verschillen per product. Deze limieten gaan over de hoeveelheid stof in voedsel, terwijl gezondheidskundige grenswaarden gaan over de totale inname van contaminanten via een totaal eetpatroon.
Keuze voor contaminanten en overige voedselveiligheidsaspecten
Keuze voor contaminanten
In afstemming met RIVM is besloten lood, arseen, acrylamide en cadmium mee te nemen in het optimalisatiemodel. De contaminantenanalyse van het RIVM uit 2017 [1] onderbouwt de keuze voor contaminanten die we hebben meegenomen in de berekeningen voor voedingspatronen met de Schijf van Vijf.
Aan deze 4 contaminanten hebben we PFAS [2] en de schimmeltoxine ochratoxine A (OTA) [3] toegevoegd. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft voor deze contaminanten de gezondheidskundige grenswaarden na 2017 verlaagd.
Lees meer over zware metalen zoals lood, arseen en cadmium, acrylamide, OTA en PFAS.
Contaminanten die we op een andere manier hebben bekeken
Aflatoxines en dioxines zijn niet meegenomen met een maximum in ons rekenmodel. Wel houden we rekening met aflatoxines in onze randvoorwaarde voor noten. Voor dioxines is achteraf door het RIVM een inschatting gemaakt van hoeveel mensen binnenkrijgen met de Schijf van Vijf-adviezen.
Overige contaminanten – niet meegenomen
Van de overige contaminanten die in 2017 onder de gezondheidskundige grenswaarde bleven binnen een Schijf van Vijf voedingspatroon, is de verwachting dat deze ook bij de nieuwe doorrekeningen niet te hoog uitkomen. Nu worden alleen eerdergenoemde kritische gevallen in de doorontwikkeling nader onderzocht.
Het is natuurlijk niet uit te sluiten dat van een andere contaminant, wellicht nu nog onbekend, momenteel minder relevant geacht, of door toekomstige aanpassingen van gezondheidskundige grenswaarden, de gezondheidskunde grens wordt overschreden. We werken met de informatie die in 2025 beschikbaar was en houden de ontwikkelingen in de gaten. Wanneer nodig passen wij onze adviezen aan.
Overige voedselveiligheidsaspecten meegenomen in het rekenmodel
Naast contaminanten zijn er ook ander stoffen die van belang zijn binnen voedselveiligheid. Hieronder geven we aan waarom we deze stoffen hebben meegenomen in de huidige berekeningen.
Gebruikte grenswaarden van contaminanten en cafeïne
Gezondheidskundige grenswaarden zijn voornamelijk vastgesteld door EFSA. Hieronder staan de veiligheidsgrenzen die wij hebben gebruikt in ons rekenmodel. Klik open voor onze onderbouwing. We noemen daar de termen BDML en MOE, wil jij eerst weten wat dit betekent? Lees meer over veiligheidsgrenzen en wat BDML en MOE inhoudt.
Onderbouwing lichaamsgewicht
De gebruikte grenswaarden hebben we omgerekend naar de maximale hoeveelheid contaminanten per leeftijdsgroep (op aanvraag beschikbaar via webcare@voedingscentrum.nl). We kijken hoeveel van elke contaminant iemand met een ‘gemiddeld gewicht per leeftijdsgroep’ maximaal binnen mag krijgen per dag. Dat getal is het maximum aan contaminanten in het rekenmodel. Voor de leeftijd 1-3 jaar, 4-9 jaar en 10-12 jaar zijn jongens en meiden samengenomen. Dit omdat we in het rekenmodel werken met de groepsindeling ‘kinderen’ en pas vanaf leeftijd van 13-17 jaar jongens en meiden los bekijken.
Zie tabel 7 en 8 uit Voedingsnormen voor eiwitten, advies Gezondheidsraad voor alle referentiegewichten op een rij. Dit houden we aan voor eiwit, daarom gaan we van dezelfde gewichten in de berekening voor maximale inname per contaminant.
Specifieke producten los meenemen in het kader van voedselveiligheid
In de productgroepen nemen we enkele producten los op, zodat we ze op nul kunnen zetten, of daar een maximum voor kunnen invoeren. Dit geeft flexibiliteit om scenario’s door te rekenen en effecten op voedselveiligheid, duurzaamheid en voedingswaarde te bekijken. Het gaat om: rijst, magere en vette vis, schaal- en schelpdieren, en brood.
Waarom deze producten?
- Rijst is een belangrijke bron van arseen (RIVM, 2017). Arseen komt daarnaast vooral voor in drinkwater. Door rijst apart op te nemen, kunnen we scenario’s berekenen waarin rijst (tijdelijk) wordt uitgesloten.
- Vette vis bevat relatief veel contaminanten zoals dioxines, kwik, PFAS en arseen. PFAS kan ook in magere vis zitten [13]. Schaal- en schelpdieren bevatten zware metalen. Voor zwangeren bestaat al een Gezondheidsraad-tabel met vissoorten en schaal- en schelpdieren die wel/niet/soms gegeten kunnen worden. Het is denkbaar dat dit voor jonge kinderen ook zal volgen in het lopende traject ‘eerste 1.000 dagen’ van de Gezondheidsraad. Eventuele aanpassingen naar aanleiding van dat traject voeren we door in onze adviezen.
- Brood bevat de relevante contaminanten acrylamide en lood. Brood levert een grote bijdrage aan loodinname bij kinderen (56% binnen de groep ‘grains and grain-based products’ [13]. Het apart opnemen van brood maakt het mogelijk om effecten op lood- en acrylamide-inname te berekenen. Daarnaast kunnen we de impact op jodiuminname analyseren en scenario’s doorrekenen voor een voedingspatroon met weinig brood.
Omgang met de uitkomsten van het rekenmodel
Als één of meer randvoorwaarden niet gehaald worden, dan wil dat niet direct zeggen dat een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf onveilig is. Maar dan kunnen we eventuele risico’s alleen niet uitsluiten. Als een of meer randvoorwaarden niet worden gehaald hanteren we 2 mogelijke stappen, om te zien of we meer dan de huidige inname binnenkrijgen, en om te zien hoeveel je gedurende je hele leven van een contaminant binnenkrijgt:
1. Versoepelen van de randvoorwaarde
We stellen de randvoorwaarde bij naar maximaal de mediane huidige inname (P50) volgens de Voedselconsumptiepeiling (VCP) 2019-2021. De grens zal het model meer in de richting sturen waarbij we minder van de stof binnenkrijgen dan momenteel de helft van de bevolking doet.
2. Berekenen van de levenslange inname
De meeste contaminanten zouden pas na langere tijd een negatief effect kunnen hebben op de gezondheid. Voor lood is een specifieke waarde afgeleid voor kinderen tot 7 jaar. Ook deze grenswaarde wordt getoetst aan een lange-termijninname, maar daarbij is lange termijn gedefinieerd in ‘jaren’. In geval van PFAS is de grenswaarde gebaseerd op een inname gedurende de eerste 34 levensjaren. Daarom berekenen we voor lood en PFAS niet de levenslange inname.
We kunnen 3 situaties hebben:
- Inname van alle leeftijdsgroepen ligt onder de gezondheidskundige grenswaarde.
- De inname bij kinderen (of een deel ervan) ligt boven de gezondheidskundige grenswaarde. Bij volwassenen niet.
- Inname van alle leeftijdsgroepen ligt boven gezondheidskundige grenswaarde.
In situatie 1 is er geen risico, en in situatie 3 mogelijk wel (zie bijv. acrylamide en arseen in sectie 4.1 van het RIVM-rapport uit 2017 [1]). In situatie 1 is een berekening van een levenslange inname niet nodig en in situatie 3 zal ook een levenslange inname boven de gezondheidskundige grenswaarde liggen.
In situatie 2 is er geen risico als de overschrijding van de gezondheidskundige grenswaarde bij de jonge leeftijdsgroepen maximaal een factor 2 is ( [1], zie de beschrijving bij 3-MCPD). Als de inname meer dan een factor 2 hoger is of er zorgen zijn over een stapelingseffect (zie beschrijving bij cadmium) kan een ‘levenslange inname’ worden berekend zoals gedaan is voor bijvoorbeeld cadmium in 2017. Bij die berekening worden de innames per leeftijdsgroep gewogen opgeteld. Hierbij kijken we of een eventuele hogere blootstelling in de kinderjaren mogelijk niet als een direct probleem hoeft te worden gezien als wordt meegenomen dat we langer volwassen zijn dan kind. Dat blootstelling van contaminanten bij kinderen vaak hoger is doordat ze per kilogram lichaamsgewicht meer eten, is iets wat al langer bekend is [14].
Het berekenen van een gewogen levenslange blootstelling is iets wat vaker gedaan wordt [1, 15-17]. Het is een manier om op basis van berekeningen voor leeftijdsgroepen iets te kunnen zeggen over de totale blootstelling gedurende het hele leven.
Handelingsperspectief bieden
Afhankelijk van de knelpunten die we tegenkomen kiezen we voor wel of geen handelingsperspectief, en zo ja voor welk handelingsperspectief.
Voor de contaminanten met een inname onder de grenswaarden zijn geen aanvullende adviezen nodig. Voor de contaminanten waarvoor de inname boven de grenswaarden komt kunnen mogelijk aanvullende adviezen worden gegeven om de inname te verlagen.
Wij kunnen niet alles oplossen met het eetpatroon. Het milieu moet veilig genoeg zijn, wil ons eten veilig zijn. Wanneer wij zien dat we niet onder bepaalde grenswaarden kúnnen uitkomen in een evenwichtig eetpatroon dan kan dit een signaal zijn voor de overheid en voedselketen dat aanvullende milieumaatregelen en afstemming via regelgeving nodig zijn en blijven.
Het instellen van de huidige inname volgens VCP als randvoorwaarde kan als uitkomsten hebben:
- Lagere inname van contaminanten dan huidig → Schijf van Vijf draagt bij aan verbetering.
- Hogere inname van bepaalde contaminanten → signaal dat aanscherping in de keten of regelgeving nodig is. In dat geval constateren we (richting overheid) dat er aandachtspunten zijn.
- Vergelijkbare inname van contaminanten volgens VCP en Schijf van Vijf adviezen.
Het is niet de taak van het Voedingscentrum om risk-benefit analyses uit te voeren. Ons doel is een voedingspatroon waarbij gezond, duurzaam én veilig in balans is. Het rekenmodel ondersteunt bij het vinden van de best passende oplossing.
Het blijft belangrijk om de hoeveelheid contaminanten in ons eten en drinken zo laag mogelijk te houden. Het huidige wettelijke beleid op contaminanten in eten en drinken is daarop gericht. Daarnaast blijft het algemene advies om gevarieerd te eten belangrijk, omdat variatie vanzelf leidt tot een lagere totale inname van dezelfde soort contaminanten.
Bronnen voedselveiligheid
-
Boon PE. The intake of contaminants via a diet according to the Dutch Wheel of Five Guidelines.2017.
- European Food Safety Authority. Risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food. EFSA J, 2020. 18 (9): p. e06223.
- European Food Safety Authority. Risk assessment of ochratoxin A in food. EFSA J, 2020. 18 (5): p. e06113.
- Schepens MaA. Risk assessment of exposure to PFAS through food and drinking water in the Netherlands 2023.
- Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025.2025.
- European Food Safety Authority. Risk for animal and human health related to the presence of dioxins and dioxin-like PCBs in feed and food. EFSA Journal, 2018. 16 (11): p. e05333.
- European Food Safety Authority. Draft scientific opinion regarding the risks to human and animal health from the presence of dioxins and dioxin-like PCBs in food and feed.
- European Food Safety Authority. Scientific Opinion on acrylamide in food. 2015.
- European Food Safety Authority. Update of the risk assessment of inorganic arsenic in food. 2024.
- Joint Fao Who Expert Committee on Food Additives (Jecfa). Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives – One-hundred-and-first meeting. Summary and conclusions. 2025.
- European Food Safety Authority. Statement on tolerable weekly intake for cadmium. 2011.
- European Food Safety Authority. Scientific Opinion on Lead in Food.2010.
- Boon PE. Dietary exposure to lead in the Netherlands. 2016.
- Nederlandse Voedsel- En Warenautoriteit. Kinderen en chemische stoffen in de voeding. Paneladvies.2008.
- Rompelberg C, et al. Oral intake of added titanium dioxide and its nanofraction from food products, food supplements and toothpaste by the Dutch population. Nanotoxicology, 2016. 10 (10): p. 1404-1414.
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. Kennisnotitie: PFAS in lokaal voedsel in Nederland. 2026.
- Rijksinstituut Voor Volksgezondheid En Milieu. Handreiking voor de risicobeoordeling van arseen in de bodem voor de particuliere groenteteelt. GGD Informatieblad Medische Milieukunde. 2017.