Menu
Zoek
Apps en tools
!

De vernieuwde Schijf van Vijf: klaar voor de toekomst

Het Voedingscentrum presenteert de vernieuwde Schijf van Vijf: het hulpmiddel dat je op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten helpt om gezond, duurzaam en veilig te eten. Lees meer

Melk en melkproducten

In het kort:

  • Magere en halfvolle melk en melkproducten (zuivel) zoals 30+ kaas, magere en halfvolle yoghurt en karnemelk passen in Nederland in een gezond voedingspatroon.
  • Het nemen van enkele porties zuivel per dag hangt samen met een lagere kans op chronische ziekten. Zuivel staat daarom in de Schijf van Vijf.
  • Melk en melkproducten leveren veel goede voedingsstoffen, zoals eiwitten, calcium en vitamine B2 en B12. Het vet in melk bevat wel veel verzadigde vetzuren. Kies daarom voor magere en halfvolle melkproducten.
  • Voor duurzaamheid rondom melk(producten) kun je letten op de volgende keurmerken: EKO-NL 3 sterren, Demeter, Europees biologisch en Beter Leven keurmerk. 

Wat is melk?

Melk komt van melkkoeien. In Nederland zijn er al eeuwen veel boeren die koeien houden en melk leveren. Dit maakt deel uit van de Nederlandse cultuur en landschap. 

Van melk wordt een groot aantal melkproducten gemaakt. Vaak gaat het om kaas, maar ook karnemelk, yoghurt en boter zijn bekende voorbeelden. 

Zuivel is een andere naam voor melk en melkproducten. Zuivel is in Nederland een onderdeel van een gezond voedingspatroon en staat daarom in de Schijf van Vijf.

Magere, halfvolle en volle melk

Melk staat in de winkel als magere, halfvolle en volle melk. Deze benaming hangt samen met het vetpercentage. Magere melk bevat het minst vet en volle melk het meest. 

Gepasteuriseerde, gesteriliseerde en rauwe melk

In melk komen bacteriën voor. Om deze onschadelijk te maken vindt pasteurisatie of sterilisatie plaats. 

  • Gepasteuriseerde melk en melkproducten zijn kort verhit, rond de 72°C Hierbij worden niet alle bacteriën uitgeschakeld. Daarom blijven gepasteuriseerde producten niet heel lang goed en moeten ze in de koelkast bewaard worden.
  • Bij sterilisatie worden alle bacteriën gedood door het sterk te verhitten boven de 100°C. Daarom is gesteriliseerde melk lang houdbaar en staat het buiten het koelvak in de winkel. Het sterke verhitten voor langere tijd zorgt ervoor dat de melk een afwijkende smaak krijgt. Tegenwoordig is gesteriliseerde melk meestal kort verhit op ultrahoge temperatuur (UHT). De smaak van UHT-producten wijkt minder af van gepasteuriseerde melk dan bij de ‘oude’ manier van steriliseren.
  • Rauwe melk is niet gepasteuriseerd of gesteriliseerd.  

Soorten melkproducten

Hieronder worden bekende melkproducten omschreven. Kaas en yoghurt hebben een eigen pagina. 
  • Chocolademelk is gemaakt van volle, halfvolle of magere koemelk vermengd met cacaobestanddelen, suiker, verdikkingsmiddelen en geur- en smaakstoffen. Soms is er melkpoeder gebruikt in plaats van verse melk. Chocolademelk is altijd gesteriliseerd. 
  • Crème fraîche ontstaat door aan gepasteuriseerde slagroom melkzuurbacteriën toe te voegen. Het is een basis voor sauzen. Crème fraîche is te gebruiken in warme gerechten omdat het niet schift. 
  • Gecondenseerde melk met suiker is ingedampte melk met veel suiker. Het zit in blik. Je kunt het ongekoeld bewaren, en is daarom een populaire drank in de tropen. Daar lengen ze het met water aan om er een zoete melkdrank van te maken. 
  • IJs bestaat vooral uit magere melk en room. Er bestaat ook ijs op basis van yoghurt of karnemelk. 
  • Karnemelk ontstaat door microbiologische verzuring van melk. Er zitten levende melkzuurbacteriën in en minder dan 1% vet. Ondermelk is melk die overblijft als je de room eraf haalt. 
  • Slagroom is altijd gemaakt van koemelk en heeft een vetgehalte van ten minste 30%. Er is zowel gepasteuriseerde als gesteriliseerde slagroom. 
  • Kookroom is room met zetmeel, waardoor de room niet schift in warme gerechten. 
  • Koffiemelk is melk waar water is uitgehaald en het heeft daardoor een hoog vetpercentage en is wat dikker dan gewone melk. Er is volle, halfvolle en magere koffiemelk te koop. 
  • Vla ontstaat bij het verhitten van melk met zetmeel, suiker, geurstoffen, kleurstoffen en smaakstoffen. Vla bestaat voor minimaal de helft uit melk. 
  • Zure room, ook wel bekend als sour cream wordt gemaakt door gepasteuriseerde koffieroom aan te zuren met melkzuurbacteriën. Zure room is vooral geschikt voor koud gebruik omdat het snel schift. 

Herkomst

Nederland produceert veel zuivel. De meeste melkproducten, zoals kaas en melkpoeder, zijn bedoeld voor de export. Tegelijkertijd importeert Nederland veel zuivel zoals yoghurt, dranken en toetjes, vooral uit Duitsland en daarnaast België, Frankrijk en Engeland.

Melkproductie

Een melkkoe moet elk jaar 1 kalfje ter wereld brengen om melk te kunnen geven. De bevruchting vindt meestal plaats door kunstmatige inseminatie. De laatste 6 tot 8 weken van de zwangerschap wordt de koe niet meer gemolken. De uier kan zich dan herstellen van het 2 keer per dag melken.

Gemiddeld zijn melkkoeien na 4 of 5 jaar uitgemolken. Daarna worden ze geslacht voor het vlees. Het overgrote deel daarvan komt terecht in vleesproducten, zoals rundervinken, verse worst, gehakt en hamburgers. Een koe geeft ongeveer 21 liter melk per dag. De melkveehouder melkt koeien 2 keer per dag, 's morgens vroeg en in de namiddag. Dat gebeurt met een melkmachine. Voor het melken maakt de melkveehouder eerst de uier van de koe schoon. De melk gaat via leidingen rechtstreeks van de uier naar grote koeltanks.

Na het melken worden de melkstal, de ruimte waar de melktank staat en de melkleidingen schoongemaakt en gedesinfecteerd. 

Melken kan ook gebeuren met melkrobots. Daarbij bepaalt de koe zelf wanneer ze gemolken wil worden. De koe loopt een ruimte binnen. Hier herkent een computer de koe, geeft het eten en ondertussen sluit een melkmachine zich automatisch aan op de uiers.

Verwerking van melk

De meeste koemelk gaat via de melkfabriek naar de consument. Een klein deel verwerken boeren zelf tot boerenkaas en yoghurt. Daarnaast blijft er wat melk op de boerderij voor eigen gebruik, bijvoorbeeld voor de kalveren. Slechts 7% wordt als melk verkocht. Meer dan de helft van de melk is bedoeld voor het maken van kaas. Ruim 5% heeft als bestemming yoghurt en andere zuiveltoetjes.

In de fabriek

De zuivelfabriek haalt om de 3 dagen melk op met een tankauto. Het wordt gecontroleerd op resten diergeneesmiddel, de hoeveelheid bacteriën en het vet- en eiwitgehalte. Hoe hoger het vet- en eiwitgehalte, hoe hoger de prijs die de boer voor de melk krijgt.

De zuivelfabriek verwerkt de melk tot verschillende producten. Eerst pompen ze de melk in grote opslagtanks. Dan standaardiseren ze het vetgehalte. Standaardiseren houdt in dat een centrifuge het melkvet van de melk scheidt, waarna ze het vet weer toevoegen totdat het gewenste vetpercentage is bereikt. Zo krijg je volle, halfvolle of magere melk.

De melk wordt vervolgens gepasteuriseerd om de bacteriën te doden. Met een centrifuge worden soms nog meer bacteriën uit de melk gehaald. In de fabriek persen ze de melk door hele kleine openingetjes om zo de vetbolletjes in de melk kleiner te maken. Hierdoor lost het vet beter op. Dit heet homogeniseren. Dit zorgt ervoor dat het vet niet op de melk gaat drijven, het geeft de melk een vollere smaak en een wittere kleur. De melk wordt vervolgens afgekoeld en in een gekoelde opslagtank bewaard. Het is nu klaar om verpakt te worden. Ook na verpakking blijft het gekoeld opgeslagen. Dagelijks worden de zuivelproducten bij distributiecentra gebracht, om vervolgens naar het verkooppunt te gaan.

Melk bewaren

Melkproducten bederven snel. Daarom gelden de volgende bewaaradviezen:
  • Bewaar gepasteuriseerde melkproducten altijd in de koelkast. 
  • Zet lang houdbare melkproducten na opening direct in de koelkast. Een ongeopend pak kan buiten de koelkast worden bewaard. 
  • Zet melkproducten na gebruik meteen terug in de koelkast. Buiten de koelkast warmt de melk snel op.
  • Let altijd op de 'ten minste houdbaar tot'-datum (THT). Na opening is de houdbaarheid beperkt. Kijk, ruik en proef of het product nog goed is.
  • Zorg dat de koelkast op 4°C staat.

Moet ik melk over de datum weggooien?

Op melk staat een 'ten minste houdbaar tot'-datum (THT). Als de melk over de datum is, wil het niet meteen zeggen dat het niet meer veilig is om te drinken. Wel kan het zijn dat de kwaliteit achteruit is gegaan. Dat kun je merken aan de kleur, geur en de smaak, dus kijk, ruik en proef:

  1. Ziet de melk er nog goed uit? Heeft het geen klonten? Als dat wel zo is, gooi het dan weg.
  2. Ruikt het nog goed? Is de geur heel muf, zuur of overheersend, drink het dan niet.
  3. Proef een klein beetje. Als het vies smaakt, dan kun je het beter niet drinken.

Wanneer melk en melkproducten bedorven zijn, kun je dit met je zintuigen beoordelen. Ze gaan zuur ruiken en smaken. Of er ontstaat een laagje vocht op yoghurt, crème fraîche of karnemelk, maar dat betekent niet direct dat het product bedorven is. Als een product veel melkvet bevat kan het rans worden of neemt het geuren uit de omgeving aan.

Gezondheidseffecten van melk

Melk en melkproducten bevatten zowel eiwit, vet als koolhydraten. Ze zijn een bron van de vitamines B2, B12 en calcium. Het levert bovendien mineralen als fosfor, kalium, magnesium en zink. Afhankelijk van de hoeveelheid vet levert het ook vitamine A. De gehalten variëren afhankelijk van de hoeveelheid en soort melk en de eventuele andere ingrediënten in het product.

Melk en melkproducten, waaronder kaas, leveren gemiddeld ongeveer 60% van de dagelijkse inname van calcium en 40% van die van vitamine B12. Zuivel is daardoor belangrijk voor een gezonde voeding in Nederland.

In sommige zuivelproducten zoals vla, pudding en vruchtenyoghurt zit toegevoegd suiker. In deze producten zitten daarom vaak ook meer calorieën.

Vetgehalte

Volle melk en melkproducten bevatten meer verzadigd vet dan magere of halfvolle zuivel. Het vet in melk bestaat uit meer dan 60% verzadigd vet. Een deel van het vet in zuivel is transvet. Verzadigd vet en transvet verhogen het LDL-cholesterolgehalte van het bloed. Als koeien gras krijgen of olie in het voer stijgt het gehalte meervoudig onverzadigd vet. 

Het vetgehalte van een aantal melkproducten is wettelijk bepaald. In de fabriek worden de vetgehaltes aangepast en halen ze vet uit melk. Het wettelijk vastgestelde vetgehalte van melk is:

  • 3,5% voor volle melk
  • 1,5 tot 1,8% voor halfvolle melk 
  • minder dan 0,5% voor magere melk 
  • minder dan 1% voor karnemelk. 

Per beker volle melk is dat 8 gram vet, waarvan 5 gram verzadigd vet. Voor een beker halfvolle melk is dit 4 gram vet, waarvan ongeveer 2,4 gram verzadigd is. 

De tabel geeft een aantal andere voorbeelden. Raadpleeg voor het werkelijke vetgehalte de verpakking.


Product

Soort

% Vet

kwark

room

meer dan 50

 

volle

35 – 50

 

halfvolle

10 – 35

 

magere

minder dan 10

vla*

 

meer dan 2,6

pap*

 

meer dan 2,6

yoghurt*

 

meer dan 2,95

chocolademelk*

 

meer dan 2,5

room

 

meer dan 10

slagroom

 

meer dan 30

*Bij deze melkproducten moet het vetgehalte van de halfvolle variant tussen de 1,5 en 1,8% liggen. Voor magere varianten moet het vetgehalte lager zijn 0,5%.

Chronische ziekten

De consumptie van zuivel gaat samen met een lagere kans op darmkanker. De consumptie van verschillende soorten zuivel hangt samen met verschillende chronische ziekten. Melk hangt samen met een lagere kans op darmkanker en beroerte. Yoghurt hangt samen met een lagere kans op darmkanker en diabetes type 2. En kaas hangt samen met een lagere kans op hart- en vaatziekten. Daarnaast hangt de consumptie van melk, yoghurt of kaas in plaats van de consumptie van rood en/of bewerkt vlees samen met een lagere kans op bepaalde hartziekten en diabetes type 2.

Lees meer over het beoordelen van risico’s.

Botontkalking

Calcium is van belang voor de botontwikkeling en daarmee voor het voorkomen van botontkalking (osteoporose). Er is onderzoek gedaan naar de relatie tussen botbreuken bij vrouwen en melk drinken. Er is geen bewijs gevonden dat er een relatie is: vrouwen die veel melk drinken lopen dus niet meer risico op botbreuken dan vrouwen die weinig melk drinken.

Lactose-intolerantie

In melk zitten melksuikers, ook wel lactose genoemd. Wanneer lactose niet of niet volledig wordt verteerd is er sprake van lactose-intolerantie. In harde kazen zit geen lactose meer. Dit komt doordat het gefermenteerd is. Hierbij zetten melkzuurbacteriën lactose om in melkzuren. Een deel van de lactose blijft in de wei achter.

Koemelkallergie

Koemelkallergie is de meest voorkomende voedselallergie bij baby’s. Bij een koemelkallergie moeten koemelk en kunstvoeding op basis van koemelk vermeden worden. Bij het vermoeden van een allergie voor koemelk is het belangrijk het consultatiebureau of huisarts te raadplegen.

Vertering van melk: 'A1' versus 'A2'

Bepaalde supermarkten verkopen sinds oktober 2016 2 soorten melk: 'gewone' melk en zogenoemde A2-melk. De 2 soorten verschillen in een bepaald type eiwit. Het eiwit beta-caseïne uit melk bestaat namelijk in 2 varianten, de A1- en de A2-variant. In melk van Nederlandse koeien komt zowel de A1- als de A2-variant voor, maar voornamelijk de A2-variant. Over de A2-melk wordt gesuggereerd dat het beter te verteren is of minder darmklachten geeft. Er is alleen geen goede onderbouwing met resultaten uit grote betrouwbare onderzoeken die dit bewijst. Dus het is niet aangetoond dat mensen melk met alleen de A2–variant van beta-caseïne beter verdragen dan mensen die denken last te hebben van melk met de A1-variant.

In 2009 heeft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) een uitgebreid onderzoek gedaan naar het peptide (bouwsteen van eiwit) dat ontstaat bij de vertering van de A1-variant van beta-caseïne. De EFSA concludeerde dat er onvoldoende bewijs is dat deze peptide schadelijke effecten heeft.

Melk en veiligheid

Ziekteverwekkers

In rauwe melk kunnen onder andere de bacteriën campylobacter, listeria, salmonella, E. coli, Bacillus cereus en Staphylococcus aureus voorkomen. Verhitting doodt deze bacteriën. Melk uit de winkel is gepasteuriseerd of gesteriliseerd en dus veilig. 

Diergeneesmiddelen

Diergeneesmiddelen kunnen in de melk terecht komen, maar hier wordt streng op gecontroleerd. Koeien die antibiotica hebben gekregen, worden een bepaalde tijd apart gemolken. De melk gaat niet mee naar de fabriek. Melk mag alleen verkocht worden als er geen resten van medicijnen zijn aangetroffen.

Schadelijke stoffen

Wat de koe binnenkrijgt, kan ook in koemelk terecht komen. Zuivel kan daarom kleine hoeveelheden dioxines, PCB’s, aflatoxine, zware metalen en bestrijdingsmiddelen bevatten door milieuverontreiniging. 

Melkproducten zijn een bron van dioxineachtige stoffen. Deze schadelijke stoffen zitten in het melkvet. Halfvolle en magere zuivel bevat daarom minder dioxines en PCB’s. Er gelden veiligheidsnormen voor deze stoffen en melkproducten die daarboven zitten, komen zelden voor. Melkproducten dragen ook bij aan de inname van PFAS. Door niet meer zuivel te gebruiken dan wordt aanbevolen, blijft de inname van schadelijke stoffen beperkt. 

Hormonen 

In Europa is het niet toegestaan om melkkoeien hormonen toe te dienen. In andere landen zoals de Verenigde Staten wel. Melk van koeien die zijn behandeld met hormonen komt Nederland niet binnen.

Voedingsadvies voor zuivel

Halfvolle en magere melk en melkproducten staan in de Schijf van Vijf vanwege de positieve effecten op de gezondheid. Het advies is om enkele porties zuivel per dag te nemen en te variëren tussen de verschillende soorten. Dit omdat de verschillende soorten zuivel met verschillende chronische ziekten samenhangen. 

Magere en halfvolle zuivelproducten hebben de voorkeur. Volle zuivelproducten leveren meer verzadigd vet en het advies is om de inname van verzadigd vet laag te houden. Vanuit milieuoogpunt kan overwogen worden om af en toe voor volle zuivel te kiezen als de inname van verzadigd vet uit andere voedingsmiddelen laag is. 

Verder hebben kaas laag in zout en zuivelproducten zonder toegevoegd suiker de voorkeur. Het advies is om zo min mogelijk zuiveldranken met toegevoegd suiker te drinken. 

Vul de Schijf van Vijf voor jou in voor een voedingsadvies op maat. We raden aan om binnen je aanbevolen hoeveelheid zuivel en zuivelalternatief ook elke dag een keer voor een zuivelalternatief te kiezen, verrijkt met vitamine B2, vitamine B12 en calcium. Zo wissel je dus af tussen plantaardig en dierlijk en belast je het milieu minder.

Zuivelalternatieven

De voedingsstoffen uit zuivel kun je vervangen door te kiezen voor een plantaardig zuivelalternatief met genoeg eiwit en toegevoegd calcium, vitamine B2 en vitamine B12, zoals een verrijkte sojadrink. Plantaardige zuivelalternatieven leveren niet de gezondheidswinst van zuivelproducten. Maar door de calcium, vitamine B2 en vitamine B12 die eraan is toegevoegd, leveren ze wel voedingstoffen die je mist als je geen zuivel gebruikt. Lees meer over het kiezen van een goed zuivelalternatief.

Wie helemaal geen dierlijke zuivel of plantaardig zuivelalternatief eet of drinkt doet er goed aan naar de diëtist of arts te gaan voor een persoonlijk voedingsadvies. 

Rauwe melk en rauwmelkse kaas

In rauwe melk of kaas gemaakt van rauwe melk kunnen bacteriën zitten. Mensen met een lage weerstand, zieken, zwangeren, ouderen en jonge kinderen kunnen producten van rauwe melk beter vermijden of ze door en door verhitten. Lees meer over rauwe melk.

Etiket op melkproducten

Eisen ten aanzien van etikettering zijn vastgelegd in de warenwet etikettering. Kijk naar het online etiket voor meer uitleg over de verschillende onderdelen van het etiket.

Herkomst 

Europese voedingsmiddelen die minstens 50% zuivel bevatten, krijgen een speciaal logo. Dit ‘EU-ovaal’ bevat de code van de producent, de aanduiding EG en de afkorting van het land van herkomst. Meestal komt de melk ook uit dat land maar dat hoeft niet zo te zijn. De melk kan er ook alleen verwerkt zijn.

Alle erkende Nederlandse zuivelbedrijven hebben een nummer. Op de website van het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel (COKZ) staat een lijst die aangeeft welk bedrijf bij welk nummer hoort. Als er een probleem is met de melk, kan op deze manier getraceerd worden waar de melk vandaan komt. Bij sommige melkproducten kun je ook zien van welke boerderij de melk komt.

Beschermde Oorsprong

Er zijn ook melkproducten in Europa wettelijk beschermd. Zij mogen zich vernoemen naar een regio, omdat ze ook echt daarvandaan komen. Dit zijn producten met een Beschermde Oorsprongs Benaming (BOB). Een voorbeeld hiervan is Noord-Hollandse Gouda kaas.

Vetgehalte

Er is volle, halfvolle en magere melk. Als melk een afwijkend vetgehalte heeft, moet dat duidelijk op de verpakking staan.

Gepasteuriseerd, gesteriliseerd en rauw

Melk uit de winkel is gepasteuriseerd of gesteriliseerd. Lang houdbare melk is te koop onder de naam ‘gesteriliseerde melk’ of ‘UHT-melk’ en staat buiten het koelvak. 

Bij kaas is op het etiket te zien of het gaat om rauwe melk ("au lait cru") of gepasteuriseerde melk. 

Keurmerken

Voor melk kun je met de volgende keurmerken letten op dierwelzijn en duurzaamheid:

  • Biologisch
  • Demeter
  • EKO-NL 3 sterren
  • Beter Leven 

Melk en duurzaamheid

Melkveehouderijen moeten zich houden aan strenge eisen op het gebied van milieu. Toch heeft de productie van zuivel alsnog een grote impact. Op vlees na heeft de consumptie van zuivel in Nederland de grootste impact op het milieu. Voor het milieu is het van belang om niet meer zuivel te eten dan aanbevolen. De impact van zuivel is hoog in broeikasgasuitstoot, landgebruik, waterverbruik, verzuring en vermesting. Ook de impact op biodiversiteit is groot.  

Als het gaat om duurzaamheid, maakt vooral de keuze om minder dierlijke en meer plantaardige zuivel te eten en drinken een verschil. Volle zuivel nemen in plaats van mager maakt een minder groot verschil, maar past wel beter in een duurzaam productiesysteem. In het ideale scenario is ons voedselproductie volledig duurzaam en circulair. Dat gaat uit van het principe dat alleen geproduceerd wordt wat écht nodig is en dan zo optimaal mogelijk wordt gegeten. Eventuele reststromen die niet geschikt zijn voor mensen om te eten, worden dan ingezet als veevoer. Hetzelfde geldt voor land dat niet geschikt is voor het verbouwen van voedsel voor mensen.

De productie van zuivel heeft veel invloed op het milieu vergeleken met andere producten. Vlees heeft een nog hogere impact. De productie van veevoer kost water, land en energie. Ook zorgt de veeteelt voor mest en uitstoot van broeikasgassen. In Nederland produceren we veel meer zuivel dan we zelf eten en drinken. De milieu-impact en het landgebruik van deze productie vindt wel plaats in Nederland. De grootste impact vindt plaats in de productiefase. Maar ook het vervoeren, bewerken, opslaan en verpakken van vlees heeft invloed op het klimaat. 

Mest

Een melkkoe produceert veel mest. Te veel mest zorgt voor vervuiling van de bodem en het water. Dit komt door het nitraat, fosfaat en vooral door de ammoniak die in mest zit. Ammoniak wordt omgezet in stikstof. Ruim 80% van de mest in Nederland komt van runderen. Nederlandse boeren produceren meer mest dan ze zelf gebruiken. Dit leidt tot een mestoverschot. Te veel mest zorgt voor te veel stikstof en fosfaat in bodem, grondwater en oppervlaktewater en vermindert daardoor biodiversiteit en waterkwaliteit.

Veevoer

De melkveehouderij heeft ook een pluspunt. Het grasland wordt heel goed benut door het houden van melkvee. Het laag liggende, natte grasland is namelijk niet geschikt om ander voedsel op te verbouwen.  

Het menu van melkkoeien bestaat voor 3/4 uit gras. Gemiddeld eet een koe 55 kilo ruwvoer (gras of mais) per dag. Daarnaast krijgen ze 5 kilo krachtvoer met onder andere sojaschroot, zodat ze meer melk kunnen geven. 

Ontbossing

Het verbouwen van soja voor veevoer draagt bij aan de ontbossing van tropische bossen en regenwoud. Wel is er veel minder soja nodig voor runderen dan voor veevoer voor kippen en varkens.

Minder biodiversiteit

De productie van zuivel heeft ook invloed op biodiversiteit. Belangrijke redenen daarvoor zijn grote stukken grasland, het gebruik van bestrijdingsmiddelen op grasland en bij de teelt van voedergewassen, antibioticagebruik, het vaak maaien van het grasland, en ontbossing om soja te telen voor veevoer.   

Ongeveer een kwart van de grond in Nederland wordt gebruikt als grasland. Dit wordt grotendeels gebruikt voor het grazen van melkkoeien. Het meeste gras is sterk geoptimaliseerd zodat de koeien zo veel mogelijk melk produceren, er is weinig flora en fauna te vinden in deze graslanden. Biologische graslanden hebben meer soortenrijkdom en zijn beter voor biodiversiteit.  

sluiten

Er zijn verschillende veehouderijsystemen met elk voor- en nadelen. De meest voorkomende veehouderij is gericht op de meest efficiënte productie. Bijvoorbeeld door gebruik van machines, specifieke rassen, en krachtvoer (intensieve veehouderij). De productie vindt vaak plaats in (mega)stallen en heeft geen land nodig op de boerderij om eigen veevoer te produceren. Het voordeel van deze vorm van veehouderij is dat er met vrij weinig grondstoffen en ruimte veel voedsel geproduceerd kan worden. Dit draagt bij aan goedkoper eten en voedselzekerheid. Maar het houden van veel dieren op een klein oppervlakte heeft ook nadelen. De enorme productie van vlees zorgt voor veel uitstoot van broeikasgassen, en op en rond de boerderij voor milieuschade door stikstofuitstoot, bodem- en waterverontreiniging en verlies aan biodiversiteit.   

Bij een extensieve veehouderij is er meer balans tussen de hoeveelheid dieren en de hoeveelheid voer die de beschikbare grond kan verbouwen. Er worden vaak minder dieren gehouden per hectare. De effecten op milieu en biodiversiteit zijn daardoor lager per hectare. Het nadeel is wel dat de productie minder efficiënt is. In verhouding is er dus meer land, water en voer nodig is voor de productie van eenzelfde hoeveelheid vlees.   

Voor een betere balans tussen landbouw en natuur in Nederland is er een mogelijke rol voor technologische ontwikkeling, maar lijkt extensivering van de landbouw in ieder geval noodzakelijk. Je kunt zelf kiezen voor vlees dat afkomstig is vanuit extensievere veehouderijen, bijvoorbeeld door vlees te kopen met het EU-biologisch keurmerk. Biologische veeteelt is vaak een extensievere vorm van veeteelt. Er zijn minder dieren per hectare en er is meer aandacht voor dierenwelzijn. Biologische teelt is daarnaast beter voor de bodem en biodiversiteit. Zie ook biologisch.  

sluiten
In Nederland worden geen genetisch gemodificeerde koeien gehouden. Melk en melkproducten bevatten dus ook geen genetisch gemodificeerde stoffen. Ook als melkkoeien genetisch gemodificeerd voedsel krijgen, zie je dat niet terug in de melk.
sluiten

Melkkoeien leven tot 6-7 jaar, na een aantal kalveren gekregen te hebben. Een koe moet elk jaar een kalf krijgen om melk te blijven produceren. Melkbedrijven moeten voldoen aan regels voor het voederen, de verzorging en de huisvesting van dieren, de hygiëne in de melkstal, de melkopslag en behandelingen van de veearts. In sommige melkveehouderijen krijgen melkkoeien beter de kans om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Koeien in de wei en koeien die leven in een goede stal krijgen hier meer kans voor. Koeien worden vaak onthoornd om te voorkomen dat ze elkaar kunnen verwonden. Dit mag niet zonder verdoving worden gedaan. Er is discussie over invloed op het natuurlijke gedrag van koeien wanneer ze onthoornd worden. 

Weidegang en huisvesting 

Een veelvoorkomend gezondheidsprobleem bij melkvee is uierontsteking. Dit kan komen doordat de melkmachine vacuüm blijft zuigen, ook als de koe al uitgemolken is. Bij koeien die de wei in kunnen (weidegang) komen ontstekingen aan uiers en hoeven minder voor dan bij koeien die het hele jaar op stal staan. Het welzijn van koeien die buiten in een weiland kunnen lopen is beter dan van koeien die op stal blijven. In de wei kunnen koeien zich natuurlijk bewegen, kuddegedrag vertonen, spelen, onbeperkt grazen en liggen in verschillende houdingen. Er zijn geen regels voor weidegang voor runderen. Houderijsystemen met het Beter Leven keurmerk hebben minimaal 5 maanden weidegang. Ongeveer 1/3 van de koeien staat het hele jaar op stal. Bijvoorbeeld doordat er geen ruimte of tijd beschikbaar is. In Nederland wordt het meeste melkvee binnen in ligboxstallen gehouden. De betonnen vloeren kunnen zorgen voor klauw- en pootproblemen. Biologisch melkvee leeft vaak in potstallen. Een potstal is beter voor de koe dan een ligboxstal. Hier kunnen koeien kunnen vrij rondlopen, comfortabel liggen en leven in groepsverband, zoals ze dat van nature ook doen.

Kalveren 

Kalfjes worden meestal direct na de geboorte van de moeder gescheiden. Op sommige boerderijen blijven kalfjes 2-6 maanden bij hun moeder. Koeien waar de kalveren wel mogen blijven heten zoogkoeien. Vanaf 14 dagen mogen de kalfjes op transport. De kalfjes hebben dan nog geen goed immuunsysteem en zijn vatbaar voor infecties tijdens het transport en verblijf op verzamellocaties voor kalven. Dit kan leiden tot longontstekingen en diarree en relatief veel antibioticagebruik. De kalveren gaan naar de slachterij als ze 6 tot 8 maanden oud zijn.

Transport en slachten 

Als de koeien zijn uitgemolken gaan ze naar de slacht. Er zijn regels voor dierenwelzijn tijdens transport, maar transport kan nog steeds stress opleveren voor de dieren. Voor lange tijd zitten dieren dicht bij elkaar met weinig of geen water en voer.  

Het is wettelijk verplicht dat dieren voor de slacht buiten bewustzijn worden gebracht. Er geldt een uitzondering voor ritueel slachten. Dieren worden buiten bewustzijn gebracht door bedwelming met een schietmasker, elektrisch of met een gasmengsel. Het bedwelmen kan stressvol zijn en gaat niet in alle gevallen goed. Na bedwelming wordt de halsslagader doorgesneden en bloeden de dieren dood. Hierna wordt het vlees verder verwerkt voor consumptie. 

sluiten

Voedingskenmerken

Gegevens per 100 g / ml (bron: NEVO)

Voedingswaarden

Energie
Energiewaarde in kJ190 kJ
Energiewaarde in kcal45 kcal
Vet
Vet totaal1,4 g
Vetzuur
Vetzuren verzadigd0,9 g
Vetzuren trans0,0 g
Vetzuren enkelvoudig onverzadigd cis0,3 g
Vetzuren meervoudig onverzadigd0,0 g
Vetzuren n-3 meervoudig onverzadigd cis0,0 g
Vetzuren n-6 meervoudig onverzadigd cis0,0 g
Linolzuur0,0 g
EPA0,00 g
DHA0,00 g
Vezel
Voedingsvezel0,0 g
Eiwit
Eiwit plantaardig0 g
Eiwit totaal3 g
Vitamines
Alfa-caroteen0 µg
Beta-caroteen8 µg
Beta-cryptoxanthine0 µg
Folaat equivalenten6,5 µg
Foliumzuur toegevoegd0,0 µg
Luteïne1 µg
Lycopeen0 µg
Niacine0,1 mg
Retinol activiteit equivalent15 µg
Vitamine B10,04 mg
Vitamine B120,45 µg
Vitamine B20,18 mg
Vitamine B60,033 mg
Vitamine C1 mg
Vitamine D0,0 µg
Vitamine E0,0 mg
Zeaxanthine0 µg
Overigen
Alcohol0 g
As1 g
Cholesterol6,0 mg
Water89 g
Koolhydraten
Koolhydraten4,7 g
Polyolen0,00 g
Mono- en disacchariden4,7 g
Polysacchariden0,0 g
Natrium/zout
Natrium0,042 g
Zout0,105 g
Mineralen
Calcium123 mg
Fosfor104 mg
IJzer0,0 mg
Jodium15 µg
Kalium160 mg
Koper0,01 mg
Magnesium12 mg
Selenium1 µg
Zink0,41 mg