Fruit

Fruit is de naam voor vruchten die meestal rauw worden gegeten en zoet of zuur smaken. Fruit levert doorgaans weinig calorieën en veel voedingsstoffen. Daardoor is fruit goed voor het houden van een gezond gewicht.  

Fruit heeft nog veel meer gezondheidsvoordelen. Zo zijn er veel aanwijzingen dat fruit, net als groente, het risico op hart- en vaatziekten en kanker kan verlagen. Het advies is daarom om 2 keer fruit per dag te eten. De consumptie in Nederland zit daar echter ver onder, die ligt op gemiddeld iets meer dan 1 keer fruit per dag.  

Vruchtensappen bevatten vaak minder voedingsstoffen en niet alle goede bestanddelen van fruit, daarom mag je maximaal één keer fruit vervangen door sap of ander bewerkt fruit.

Voor het milieu is het eten van seizoensfruit uit je eigen regio het best.


A tot Z

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Omschrijving

Plantkundig gezien is een vrucht het eetbare deel van de bloem of wat zich daaruit ontwikkelt na bevruchting.  

Sommige vruchten worden ook tot de groenten gerekend, zoals tomaat, paprika, aubergine en komkommer.  

Er bestaan heel veel fruitsoorten. Fruit kan worden ingedeeld in families, op grond van plantkundige kenmerken. Een andere mogelijke indeling is:

  • Zacht fruit, zoals bessen, aardbeien en druiven. Vooral verkrijgbaar in zomer en najaar. Zacht fruit is kwetsbaar en kort houdbaar, liefst in de koelkast (1-3 dagen). Zacht fruit kun je goed invriezen.
  • Steenvruchten, zoals kersen, abrikozen, pruimen, perziken en nectarines. Europees fruit is verkrijgbaar in zomer en najaar. Ze moeten buiten de koelkast op een koele plaats worden bewaard, dat kan 1 tot 3 dagen.
  • Pitfruit, zoals appels en peren, is lang te bewaren en daardoor het hele jaar beschikbaar. 2 tot 4 weken te bewaren in de koelkast.
  • Citrusfruit, zoals sinaasappels, citroenen en mandarijnen, komen in de zomer uit Spanje en Marokko en in de winter van het Zuidelijk halfrond. Ze zijn 1 tot 3 weken houdbaar buiten de koelkast. 
  • Ander exotisch fruit, zoals bananen, kiwi’s en ananassen. Bananen zijn 2 tot 6 dagen houdbaar. Deze vruchten groeien in een zeer warm klimaat, worden het hele jaar aangevoerd en moeten buiten de koeling bewaard worden, met uitzondering van kiwi.

Fruit levert relatief weinig calorieën en veel vitamines en mineralen. Zo is fruit een belangrijke leverancier van vitamine C, vitamine A, foliumzuur ( vitamine B11), voedingsvezel, kalium en een aantal spoorelementen zoals ijzer en calcium.

Daarnaast bevat fruit een groot aantal bioactieve stoffen, zoals carotenoïden,  lycopenen en flavonoïden. Fruit bevat ook zuren en suiker. Avocado is een van de weinige vruchten die relatief veel vet bevatten.

Tussen de verschillende fruitsoorten zijn er grote verschillen in gehaltes aan vitamines, mineralen en bioactieve stoffen. Dit geldt zelfs binnen dezelfde soort. Afhankelijk van het ras, het seizoen en bodem, bemesting en klimaat kunnen de gehaltes voedingsstoffen variëren. Het is hierdoor lastig algemene uitspraken te doen over welke fruitsoort meer of minder voedingsstoffen bevat. Er zijn geen aanwijzingen dat fruit uit de kas minder voedingsstoffen bevat of biologisch geteeld fruit juist meer.

Welke voedingsstoffen komen in fruit vooral voor?

Koolhydraten

Fruit levert energie uit koolhydraten in de vorm van suiker (mono- en disachariden), voornamelijk aanwezig als sucrose, glucose en fructose. Daarnaast bevatten sommige fruitsoorten wat zetmeel, zoals bijv. bananen. Het gemiddelde suikergehalte van een rijpe vrucht is 10 tot 15% van het gewicht. Extremen zijn de citroen die minder dan 1% suiker bevat en de dadel met meer dan 60% suiker. Over het algemeen geldt: hoe rijper de vrucht, hoe zoeter.

Vitamine A
De bijdrage van vitamine A komt geheel uit zogenaamde provitamine A-carotenoïden, zoals bètacaroteen, die in het lichaam in vitamine A kunnen worden omgezet. De gemiddelde bijdrage uit groente en fruit samen bedraagt ongeveer 25% van de aanbevolen hoeveelheid vitamine A voor volwassenen. Vroeger werd die bijdrage hoger ingeschat maar uit onderzoek blijkt dat het lichaam carotenoïden uit groente en fruit minder goed opneemt.

Groente levert meer vitamine A dan fruit. De meeste vruchten bevatten niet zo veel vitamine A. Abrikozen, morellen, passievrucht, mandarijn en mango bevatten wel een redelijke hoeveelheid.

Vitamine C

Fruit levert ongeveer 30% van de gemiddelde hoeveelheid vitamine C die iemand binnenkrijgt. Vooral zwarte bessen, papaja, kiwi, citrusfruit en aardbeien zijn rijk aan vitamine C.

Appels, peren en appelmoes bevatten relatief weinig vitamine C. Appelsap, maar ook gedroogde appels, peren, pruimen (tuttifrutti) bevatten geen vitamine C. Vruchten in blik of glas bevatten, afhankelijk van de soorten fruit, weinig tot een redelijke hoeveelheid vitamine C.

Vitamine B11 (foliumzuur)
Ongeveer 6% van het foliumzuur dat de Nederlander gemiddeld binnenkrijgt, is afkomstig uit fruit. Aardbeien en sinaasappel bevatten relatief veel foliumzuur.

Kalium
Ongeveer 10% van het kalium dat de Nederlander gemiddeld binnenkrijgt, is afkomstig uit fruit. Het zit vooral in banaan, krenten en rozijnen. In appel zit niet zo veel kalium, maar omdat deze vrucht veel gegeten wordt, is het toch een belangrijke kaliumbron.

Voedingsvezel
Fruit is een goede bron van voedingsvezels. In Nederland is fruit gemiddeld goed voor ongeveer 12% van de totale hoeveelheid voedingsvezel die iemand binnenkrijgt.

Bioactieve stoffen
Fruit bevat een groot aantal bioactieve stoffen. In principe kan ons lichaam zonder deze stoffen, maar mogelijk spelen ze wel een rol bij de gezondheidseffecten van groente en fruit.

Voorbeelden van bioactieve stoffen zijn polyfenolen (inclusief flavonoïden), luteïne en lycopeen (carotenoïden), glucosinolaten en daaruit afgeleide stoffen zoals indolen en isothiocyanaten. Andere bioactieve stoffen in groente en fruit zijn bijvoorbeeld dithiolthionen, alkylsulfides, terpenen en plantensterolen.

Consumptiecijfers
Nederlanders eten het liefst appels, sinaasappels, bananen en mandarijnen. Aardbeien, kiwi’s en druiven nemen in populariteit toe. Omgerekend eten we in Nederland iets meer dan 1 keer fruit per dag.

Top-10 Fruit, gekocht aantal kilo’s per huishouden per jaar (in 2008)
1.  Appel  22,2
2. Sinaasappel 18,4
3. Banaan 14,7
4. Mandarijn 7,8
5. Peer 5,2
6. Druif 3,4
7. Kiwi 3,3
8. Meloen 3,1
9. Aardbei 2,3
10. Ananas 1,6 
Bron: Productschap Tuinbouw

Voordelen voor de gezondheid

Fruit levert weinig calorieën en veel voedingsstoffen. In elke fruitsoort komen weer andere voedingsstoffen voor. Een gezonde voeding bevat daarom veel verschillende soorten fruit. Vers (‘intact’) fruit heeft daarbij de voorkeur, daar zitten de meeste voedingsstoffen in.

Bij het bewerken, zoals het pureren en filtreren bij de industriële bereiding van vruchtensappen, kunnen voedingstoffen verloren gaan, vooral vitamine C en voedingsvezel. De gezondheideffecten van fruit zoals die zijn gevonden in onderzoek gelden vooral voor de intacte, complete vrucht. Vandaar de volgende driedeling voor fruit:

Voorkeur Middenweg Uitzondering
Alle soorten vers fruit, fruit in diepvries, fruit in blik of pot op water of eigen sap Vruchtenpuree zonder toegevoegde suiker Fruit in blik of pot op siroop

Er zijn veel aanwijzingen dat het eten van voldoende fruit het risico op chronische ziekten verlaagt. Als iedereen in Nederland elke dag 2 keer fruit en 2 ons groente zou eten, kunnen per jaar zo'n 5.000 sterfgevallen door hart- en vaatziekten en ongeveer 2.300 sterfgevallen door kanker worden voorkomen. Daarnaast kunnen ongeveer 18.000 hartinfarcten en beroerten worden voorkomen.

Het is nog niet helemaal duidelijk waarom fruit de kans op ziekten verkleint. Het is niet bekend welke stoffen daarbij een belangrijke rol spelen. Waarschijnlijk gaat het om een combinatie van stoffen, maar welke is niet duidelijk. Om die reden kan een vitaminepil fruit niet vervangen.

Hart- en vaatziekten
Epidemiologisch onderzoek, waarbij het eetpatroon van personen mét en zonder aandoening of ziekte wordt vergeleken, geeft sterke aanwijzingen dat een ruime consumptie van fruit het risico op hart- en vaatziekten verkleint. De schattingen van het beschermend effect lopen uiteen van 10 tot 25%.

Het RIVM heeft in 2004 een rapport uitgebracht waarin het gezondheidsverlies door ongezond eten in kaart is gebracht. Daarbij is ook nagegaan wat voor effect het zou hebben op de volksgezondheid als volwassenen hun huidige fruitconsumptie zouden verhogen tot de aanbevolen hoeveelheid van 2 keer fruit (200 gram) per dag.

In de tabel hieronder zie je hoeveel gevallen van hart- en vaatziekten hadden kunnen worden voorkomen en hoeveel sterfte door deze ziekten. Bij een kleinere verhoging van de consumptie zal het effect uiteraard kleiner zijn. Aangenomen wordt dat een grotere toename in fruitconsumptie resulteert in een lager risico.

 Effect van 200 gram fruit per dag op hart- en vaatziekten per jaar  
 Vóórkomen hart- en vaatziekten  -11500
 Sterfte aan hart- en vaatziekten  -3300
(Bron: RIVM, Ons eten gemeten, 2004)

Betrokken voedingsstoffen
Aan welke stoffen in fruit de beschermende werking kan worden toegeschreven is nog altijd niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk speelt kalium hierbij een belangrijke rol. Uit analyses blijkt dat de diastolische bloeddruk (onderdruk) bij volwassenen van 40 jaar 3 mmHg daalt wanneer ze per dag 3 gram meer kalium binnenkrijgen. Dit leidt tot ongeveer 13% minder hartaandoeningen.  

Foliumzuur uit fruit draagt bij aan het laag houden van het homocysteïnegehalte in het bloed. Homocysteïne is een risicofactor voor hart- en vaatziekten, maar in studies met extra foliumzuur uit supplementen is geen effect gevonden op de sterfte aan hart- en vaatziekten.  

Mensen die veel fruit eten, krijgen ook meer antioxidanten zoals bètacaroteen, vitamine C en vitamine E binnen. Of deze antioxidant-vitamines bijdragen aan het beschermend effect op hart- en vaatziekten is niet zeker. Interventiestudies met hoge doseringen in de vorm van supplementen laten geen positief effect zien. Het is nog niet duidelijk in hoeverre andere componenten uit fruit een bijdrage leveren.

Flavonoïden hebben mogelijk invloed op de elasticiteit van de bloedvatwand. Voedingsvezels uit fruit hebben een goede invloed op het cholesterolgehalte. 

Het lijkt erop dat het bij de gezondheidseffecten van fruit vooral om de combinatie van voedingsstoffen gaat. Daarom is het belangrijk een gevarieerde keuze uit de verschillende fruitsoorten te maken.

Kanker
Uit epidemiologisch onderzoek komen aanwijzingen dat het eten van fruit het risico op bepaalde vormen van kanker verlaagt. Het gaat dan met name om kanker in het hoofd-halsgebied, de slokdarm en de maag.

Voor darmkanker is het effect nog niet ondubbelzinnig aangetoond. Ook is er geen effect vastgesteld op het risico op borst- en prostaatkanker. Aanvankelijk leek het erop dat ook het risico op longkanker aanzienlijk lager is, maar dat is in latere studies niet bevestigd.

De schattingen van het beschermende effect verschillen per onderzoek en lopen uiteen van 15 tot 20%, maar de recentste studies komen lager uit.

Aantal te voorkomen ziekte- en sterfgevallen in Nederland
Het RIVM heeft in 2004 een rapport uitgebracht waarin het gezondheidsverlies door ongezond eten in kaart is gebracht. Daarbij is ook nagegaan wat voor effect het zou hebben op de volksgezondheid als volwassenen hun huidige fruitconsumptie zouden verhogen tot de aanbevolen hoeveelheid van 2 keer fruit (200 gram) per dag.  

In de tabel hieronder zie je hoeveel gevallen van kanker hadden kunnen worden voorkomen en hoeveel sterftes door deze ziekten. Bij een kleinere verhoging van de consumptie zal het effect uiteraard kleiner zijn. Aangenomen wordt dat een grotere toename in groente- en fruitconsumptie resulteert in een lager risico.  

Effect van 200 gram fruit per dag op kanker   
 Vóórkomen kanker  -2000
 Sterfte aan kanker  -1500
(Bron: RIVM, Ons eten gemeten, 2004)

Variatie belangrijk
In een aantal studies wordt het beschermende effect van fruit wel toegeschreven aan bepaalde producten. In het algemeen geldt dat nog te weinig bekend is om de consumptie van bepaalde fruitsoorten te stimuleren. Net als bij de bescherming tegen hart- en vaatziekten speelt mogelijk een combinatie van allerlei bestanddelen in fruit een rol bij het beschermende effect.

Bloeddruk
Een verhoogde bloeddruk is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Uit interventiestudies, waarbij van één groep personen de voeding wordt gewijzigd en van een andere niet, blijkt dat het eten van veel fruit een gunstige invloed heeft op de bloeddruk. Het kaliumgehalte in fruit speelt daarbij een belangrijke rol. Proefpersonen met een normale bloeddruk kregen gedurende een periode veel fruit te eten.

De gevonden resultaten variëren van een daling van de bovendruk (systolische bloeddruk) van 2,8 tot 5,5; de onderdruk (diastolische bloeddruk) daalde met 1,1 tot 3,0. Een dieet met veel groente en fruit en weinig verzadigd vet had de beste resultaten. Bij proefpersonen met een hoge bloeddruk werden nog betere resultaten geboekt in combinatie met zoutbeperking.

Diabetes
Er is geen direct verband aangetoond tussen het eten van fruit en het risico op diabetes. Wel helpt fruit eten bij het behouden van een gezond lichaamsgewicht en daarmee een lager risico op diabetes. Diabetici kunnen zonder probleem alle soorten fruit eten.

Overgewicht
Fruit levert in verhouding tot het gewicht weinig calorieën. Bovendien bevat fruit relatief veel voedingsvezels. Deze zorgen voor een verzadigd gevoel. Dit verklaart waarom het eten van veel fruit helpt om op gewicht te blijven.

Er zijn aanwijzingen uit epidemiologisch onderzoek die dit bevestigen. Bij Amerikaanse verpleegsters bleek dat degenen die het meeste groente en fruit aten, na 12 jaar een kwart minder kans hadden op obesitas dan degenen die het minst groente en fruit aten.

Andere aandoeningen
Het eten van voldoende fruit helpt verstopping (obstipatie) te voorkomen.

Ook zou het eten van voldoende fruit het risico op chronisch obstructief longlijden (Chronic Obstructive Pulmonary Disease, COPD) kunnen verminderen en de ademhalingsfunctie verbeteren. Hiervoor zijn echter nog niet veel harde bewijzen en concrete adviezen zijn dan ook nog niet te geven.

Andere effecten van het eten van veel fruit die in studies zijn genoemd, zijn een kleiner risico op maagzweren, nierstenen en artritis. De bewijzen hiervoor zijn niet hard.  

Er zijn aanwijzingen dat gebruikers van cranberry’s een lager risico hebben op urineweginfecties. Verder heeft het eten van veel fruit mogelijk een positief effect op de botdichtheid en het risico op botbreuken bij vrouwen na de menopauze. Ook dit moet nog verder worden onderzocht.

Gezondheidsrisico's

Op en in fruit kunnen schadelijke stoffen zitten. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om resten van zware metalen door milieuvervuiling, en bestrijdingsmiddelen. De positieve effecten van fruit wegen overigens ruimschoots tegen deze eventuele risico’s op. Het risico voor de gezondheid is bovendien nog verder te verkleinen door het volgende te doen:

  • Varieer met de fruitsoorten
  • Was fruit voordat je het eet
  • Behandel fruit voorzichtig en bewaar het op de juiste manier 
  • Was de schil van citrusfruit vóór het raspen
Bestrijdingsmiddelen

Op fruit kunnen resten van bestrijdingsmiddelen voorkomen. Als de fruitteler bestrijdingsmiddelen volgens de regels heeft gebruikt, is de kans zeer klein dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid. Die kans is groter als de regels niet goed nageleefd zijn, maar dan nog gaat het om een klein risico. Door niet altijd dezelfde soorten fruit te eten wordt de kans dat je te veel bestrijdingsmiddelen binnenkrijgt, nog kleiner.

Het is niet nodig fruit te schillen in verband met resten van bestrijdingsmiddelen. Meestal zijn de bestrijdingsmiddelen al afgebroken als het fruit wordt verkocht. Bovendien trekken veel bestrijdingsmiddelen verder dan de schil. Ook kunnen ze er vaak niet afgewassen worden. Wassen van fruit is overigens wel belangrijk om vuil en stof te verwijderen.

Citrusvruchten, zoals sinaasappels en citroenen, zijn gevoelig voor schimmels. Daarom worden ze behandeld met schimmelwerende middelen (bifenyl). Daarvan kunnen nog wat resten op de schil voorkomen. Daarom is het belangrijk om bij het maken van citroen- en/of sinaasappelrasp eerst de schil te wassen.

De Voedsel en Waren Autoriteit controleert of er niet te veel bestrijdingsmiddelen op fruit zitten. In het algemeen geldt dat de kans op resten bestrijdingsmiddelen het kleinst is in fruit met het EKO-keurmerk of het Milieukeurmerk. Ook fruit uit Nederland is vaak ‘schoon’, in tegenstelling tot fruit uit landen rond de Middellandse Zee of buiten Europa.

Microbiologie

In groenten en fruit kunnen schadelijke bacteriën voorkomen. Het is daarom van belang groenten en fruit zorgvuldig te wassen voor gebruik.

Tanderosie

Fruit en  vruchtensappen bevatten zuren die het tandglazuur kunnen aantasten. Als je het aantal eet- en drinkmomenten op een dag beperkt tot maximaal 7, en niet de hele dag door fruit eet of vruchtensap drinkt krijgt het tandglazuur voldoende tijd om te herstellen. Twee keer fruit per dag is dus prima.

Fructose en overgewicht

Fruit bevat, afhankelijk van de soort, gemiddeld tussen de 5 en 10 gram fructose per 100 gram. Er wordt wel eens gezegd dat je van fructose dik wordt, en dat het een ongunstig effect heeft op de hoeveelheid vetzuren in je bloed. Maar dit is alleen zo als je dagelijks erg veel fructose zou eten (meer dan 50 gram per dag). 

Zuigelingen en peuters kunnen fructose nog slecht verteren en het drinken van veel vruchtensappen, zoals appelsap, kan darmklachten (peuterdiarree) tot gevolg hebben.

Overgevoeligheid
Overgevoeligheid voor fruit komt niet veel voor. Wel kunnen mensen met hooikoorts of latexallergie overgevoelig zijn voor bepaalde vruchten. Het gaat dan vooral om appel, peer, kers en abrikoos. Bij appels geeft de Sultana-appel minder overgevoeligheidsreacties.

Bewaren

Fruit is een levend product. De kwaliteit is dus aan verandering onderhevig. Bij het ouder worden verliest de vrucht vocht en wordt hij rimpelig. De ademhaling en de stofwisseling van de vrucht blijven doorgaan en de vrucht gebruikt zijn reserves op.

Het fruit verandert van kleur en structuur, door de enzymen die er inzitten. De kans op beschadiging wordt groter. Daardoor is het fruit extra vatbaar voor gisten, schimmels en andere micro-organismen die bederf veroorzaken. Uiteindelijk gaat de vrucht rotten en wordt hij onbruikbaar.

Beschimmeld fruit moet worden weggegooid, ook als er maar één plekje aangedaan lijkt. Schimmeldraden kunnen zich namelijk makkelijk verspreiden in fruit en zijn niet altijd zichtbaar. Beurse plekken in het fruit, door vallen of stoten, kunnen wel weggesneden worden. De rest van het fruit is dan nog eetbaar.

Vers fruit blijft het langst goed door:

  • het voorzichtig te behandelen en goed te verpakken. Dit voorkomt beschadigingen en uitdroging. 
  • het te bewaren in de koelkast, tenzij het gaat om tropisch fruit. Het kwaliteitsverlies verloopt dan langzamer. Fruit dat niet goed rijp is, zoals peren en perziken, komt wel beter op smaak als het buiten de koelkast wordt bewaard. 
  • van oorsprong tropische vruchten buiten de koelkast te bewaren. Dat geldt bijvoorbeeld voor ananas en bananen, mango’s en papaja’s. In de koelkast krijgen deze vruchten waterige plekken in de schil en gaan ze snel rotten.
  • zachte soorten fruit, zoals aardbeien, bessen, bramen en frambozen, niet af te dekken. Dit voorkomt kneuzen en schimmelvorming. Aardbeien, frambozen, kersen en dergelijke zijn beter houdbaar wanneer het kroontje en steeltje niet verwijderd worden. 
  • verschillende soorten fruit apart van elkaar te houden, bijvoorbeeld door ze in een afgesloten papieren zak te doen. Appels, bananen, peren en perziken produceren veel ethyleen, dat de rijping bevordert. Andere vruchten zijn daar gevoelig voor en kunnen er sneller door bederven. 

Als fruit gesneden, geschild of als sap wordt verkocht, moet er een houdbaarheidsdatum op staan. Dat geldt ook voor ingeblikt en gedroogd fruit.

Grapefruitsap en medicijnen
Wees voorzichtig met grapefruitsap als je medicijnen gebruikt, zoals bepaalde typen bloeddrukverlagende geneesmiddelen en statines. De bijwerkingen kunnen hierdoor versterkt worden. Neem deze medicijnen dus niet in met grapefruitsap en raadpleeg zo nodig arts, apotheker of medicijnbijsluiter.

Duurzaamheidsaspecten

Milieu
Een groot deel van de milieubelasting van fruit komt door het energiegebruik. Fruit uit de verwarmde kas en ingevlogen fruit kosten veel energie en zijn daarom niet zo goed voor het milieu. Het gebruik van energie draagt bijvoorbeeld bij aan het broeikaseffect (door CO2-uitstoot) en luchtverontreiniging.

Door gebruik van vliegtuigen en schepen en moderne koeltechnieken kan fruit vanuit de hele wereld worden aangevoerd en lang worden bewaard. Zo wordt tropisch en subtropisch fruit, zoals bananen, sinaasappels en druiven, het hele jaar door geïmporteerd.

Het is belangrijk te weten waar fruit precies vandaan komt. Waar fruit vandaan komt, hangt af van het seizoen en het soort fruit. Op of bij fruit hoort altijd het land van herkomst te staan.

Nederlanders eten vooral de volgende vier soorten fruit: appel, banaan, sinaasappel en mandarijn. Appels (Elstar en Jonagold) komen vooral uit Nederland. Bananen komen uit Midden-Amerika. Sinaasappels en mandarijnen komen vooral uit het Middellandse Zeegebied.

Nederlands fruit

In het Nederlandse klimaat worden vooral appels, peren, kersen, bessen en aardbeien geteeld. Ook in andere landen op het noordelijk halfrond wordt dit fruit geteeld. Als het hier niet het seizoen is voor dit fruit, komt het van het zuidelijk halfrond (bijvoorbeeld Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland). De seizoenen zijn daar immers precies tegengesteld.

Belangrijke appelleveranciers zijn Frankrijk, België, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Chili, Brazilië, China, Argentinië en Spanje. Aardbeien en kersen komen behalve uit Nederland ook uit Zuid-Europa.

Fruit wordt in Nederland vooral in boomgaarden geteeld. De fruitteelt in kassen is beperkt. Het areaal peren- en appelboomgaarden in Nederland beslaat niet meer dan zo’n 17.300 hectare (ha) appels en peren. Daar komt nog 1.400 ha bij voor klein fruit, zoals bessen, aardbeien, kersen en pruimen.

Belangrijke teeltgebieden zijn de Betuwe, de Noordoostpolder, Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden, het rivierengebied van Gelderland en Overijssel, de Gelderse vallei, Limburg en Noord-Holland. Slechts een heel klein deel van de Nederlandse fruitteelt is biologisch. Daarbij gaat het vooral om appels en peren.

Tropisch en subtropisch fruit

Tropisch en subtropisch fruit, zoals bananen, sinaasappels en druiven, worden het hele jaar door geïmporteerd. Vooral de bananenteelt is voor veel ontwikkelingslanden erg belangrijk. Bananen zijn de meest geëxporteerde vrucht. Bananen zijn ’s werelds belangrijkste vrucht. Na rijst, tarwe en maïs zijn ze het belangrijkste voedingsmiddel in ontwikkelingslanden.

In 2004 werd er bijna 70 miljoen ton zoete bananen geoogst. Bijna 80% van de exportbananen komt uit Latijns- en Zuid-Amerika (Ecuador, Colombia, Costa Rica, Brazilië, Mexico). Andere grote producenten zijn India, China en de Filippijnen. India is de grootste producent van bananen ter wereld. Ecuador, Costa Rica, de Filippijnen en Colombia exporteren meer.

Wat er op de fruitverpakkingen moet staan, is vastgelegd in de Warenwet. Vrijwel alle eisen gelden voor levensmiddelen in het algemeen. Op een etiket staan onder meer de ingrediënten, de houdbaarheidsdatum, het gewicht en het land van herkomst vermeld. Aan vers, niet voorverpakt fruit worden nauwelijks eisen gesteld. Alleen de naam en land van herkomst moeten erbij worden vermeld.

Fruit kun je rangschikken naar energieverbruik, van laag naar hoog:

1. Fruit van het seizoen en uit de regio
2. Bewaarfruit uit Nederland (appel, peer)
3. Fruit per boot aangevoerd (banaan, kiwi)
4. Fruit in blik en andere conserven (appelmoes)
5. Diepvriesfruit
6. Fruit uit Zuid-Europa
7. Nederlands fruit uit de verwarmde kas in de winter
8. Fruit uit buitenland, van buiten Europa per vliegtuig (zacht fruit, zoals aardbeien)

De energie voor fruit is als volgt onder te verdelen:

  • Energie voor de teelt (landbouwwerktuigen, verwarming, meststoffen etc.) 
  • Brandstofverbruik tijdens het transport
  • Energie voor opslag, koeling, verpakking en afrijpen, tijdens transport en distributie.

Bijna alle fruit wordt gekoeld getransporteerd en opgeslagen. Het koelen van fruit kost circa 10 tot 20 % extra energie. Kasteelt in Nederland kost 5 tot 6 keer meer energie dan teelt van de volle grond.

Regionale producten geven minder CO2-uitstoot vanwege de korte transportafstand. Dit geldt niet voor regionale producten die voor lange tijd gekoeld bewaard worden (net boven 0 °C) of in de kas geteeld.

Je kunt aan fruit niet aflezen of het met het vliegtuig is vervoerd. Maar dit betreft slechts een klein deel van het fruitaanbod. Soms worden verse producten en luxeproducten per vliegtuig getransporteerd. Voorbeelden hiervan zijn verse ananas, aardbeien, bessen, papaja en lychee. De producten hebben een beperkte houdbaarheid en moeten daarom zo snel mogelijk naar de winkel worden getransporteerd. Fruit als bananen en kiwi’s zijn langer houdbaar en worden meestal ingevoerd per boot.

Milieu Centraal  heeft een groente- en fruitkalender samengesteld, waarmee in één oogopslag is te zien hoeveel energie het heeft gekost om een bepaald product in een bepaald seizoen in de winkel te krijgen. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat Hollandse aardbeien in de zomer het minste energie kosten, terwijl ze in de winter juist het slechtst scoren. Dat komt doordat ze in de winter uit de kas komen of ingevlogen worden.

Eerlijke handel

In de (sub)tropen is het toezicht op de arbeidsomstandigheden niet altijd goed. Zo worden arbeiders in de bananenteelt vaak slecht betaald. Je kunt daarmee rekening houden door bij de aankoop te letten op herkomst en (keur)merken.

Keurmerken

Fruit met een keurmerk voldoet aan de voorschriften van de organisatie die het keurmerk verstrekt. Keurmerken die op fruit kunnen voorkomen zijn:

Voedingswaarden

Gegevens per 100 g / ml (bron: NEVO)
Energie
Energiewaarde in kJ247 kJ
Energiewaarde in kcal58 kcal
Vet
Vet totaal0,1 g
Vetzuur
Vetzuren verzadigd0,0 g
Vetzuren trans0,0 g
Vetzuren enkelvoudig onverzadigd cis0,0 g
Vetzuren meervoudig onverzadigd0,1 g
Vetzuren n-3 meervoudig onverzadigd cis0,0 g
Vetzuren n-6 meervoudig onverzadigd cis0,1 g
Linolzuur0,1 g
ALA0,02 g
EPA0,00 g
DHA0,00 g
Vezel
Voedingsvezel1,6 g
Eiwit
Eiwit totaal0 g
Eiwit plantaardig0 g
Vitamines
Vitamine B20,01 mg
Vitamine C3 mg
Retinol act equivalent1 µg
Vitamine D0,0 µg
Vitamine E0,1 mg
Vitamine B10,01 mg
Vitamine B120,00 µg
Vitamine B60,030 mg
Folaat equivalenten0,0 µg
Nicotinezuur0,1 mg
Overigen
Alcohol0 g
Water86 g
Cholesterol0,0 mg
Koolhydraten
Koolhydraten12,9 g
Mono- en disacchariden11,1 g
Polysacchariden1,8 g
Natrium/zout
Natrium0,001 g
Zout0,003 g
Mineralen
Kalium103 mg
Magnesium4 mg
Calcium3 mg
Fosfor8 mg
IJzer0,1 mg
Selenium0 µg
Jodium2 µg
Koper0,03 mg
Zink0,08 mg
Groente- en Fruitwijzer
Bestel de handige Groente- en Fruitwijzer!
Bestel nu € 1,00

Meer artikelen over dit onderwerp

Trefwoorden

fruit

Eindexamens?

Eet goed en blijf scherp

Hoe haal je je examens? Door te leren natuurlijk! Als je de juiste dingen eet, blijf je tijdens het leren scherp en alert. Het Voedingscentrum geeft eettips.

De beste eettips