Levensmiddel
Dit is de gebruikelijke naam, bijvoorbeeld maatjesharing. Bij een merknaam staat altijd een toelichting.
Ingrediënten
Ingrediënten zijn grondstoffen waarmee het levensmiddel is gemaakt. Het meest gebruikte ingrediënt staat vooraan, het minst gebruikte achteraan.
Meer informatie
Als het ingrediënt in de naam van het product zit, of met plaatjes of woorden duidelijk op de verpakking staat, dan moet ook het percentage erbij worden vermeld. Zo moet bij leverworst het percentage lever genoemd worden en bij yoghurt met aardbeien het percentage aardbeien.
Sommige ingrediënten mogen als groepsnaam genoemd worden, zoals kaas of vis. Als er geen wettelijk toegestane groepsnaam bestaat, worden ingrediënten zo specifiek mogelijk weergegeven.
E-nummers Ook E-nummers staan in de lijst met ingrediënten vermeld.
E-nummers zijn afkortingen van vaak lange, ingewikkelde namen. Ze zijn afgekort met een E en een nummer zodat fabrikanten het makkelijker op een etiket kunnen vermelden. Een fabrikant mag zelf bepalen of hij het E-nummer of de volledige naam van de stof op de verpakking noemt. Een E-nummer garandeert dat de stof veiligheidstests heeft doorstaan en in de Europese Unie gebruikt mag worden.
Genetisch gemodificeerd Als een product
genetische gemodificeerde ingrediënten bevat, staat verplicht 'genetisch gemodificeerd' bij het betreffende ingrediënt op het etiket. Als er sporen, dus hele kleine hoeveelheden in zitten, dan hoeft dit niet op het etiket te staan. Het geldt alleen voor producten die een GGO-gehalte van meer dan 0,9% hebben.
Nanomateriaal Ook nanomaterialen staan verplicht bij de ingrediënten op het etiket. Nanomaterialen zijn kleine deeltjes van minder dan 100 nanometer (= 1 tienduizendste millimeter) die doelbewust gemaakt worden om het product andere eigenschappen te geven, bijvoorbeeld een betere oplosbaarheid.
Informatie sluiten
Hoeveelheid
Dit is het aantal stuks of de nettohoeveelheid. Vloeistoffen worden uitgedrukt in milliliters of liters. Vaste stoffen worden uitgedrukt in grammen of kilo’s.
Meer informatie
De hoeveelheid kan de minimale hoeveelheid zijn, maar ook een gemiddelde. Wanneer er een e-teken staat, dan kan er, binnen bepaalde marges, iets meer of minder in de verpakking zitten.
Sommige producten mogen verkocht worden met de vermelding hoeveel stuks er in de verpakking zitten. Dit moet wel duidelijk zichtbaar en van buitenaf gemakkelijk na te tellen zijn.
Informatie sluiten
Houdbaarheid
Zolang de verpakking niet geopend is, kun je het product bewaren tot en met de houdbaarheidsdatum.
Meer informatie
De houdbaarheidsdatum geeft aan hoe lang het voedsel vers blijft en hoe lang het veilig gegeten kan worden. Deze datum geldt alleen zolang de verpakking nog dicht is.
Er zijn 2 soorten houdbaarheidsdatums, TGT en THT:
TGT (te gebruiken tot) staat op producten die je maar kort kunt bewaren, zoals vlees, kip, vis, voorgesneden groenten en koelverse maaltijden. Die datum is de laatste dag waarop het nog veilig is om het product te eten, mits je het hebt bewaard volgens de informatie op de verpakking. Na de TGT-datum moet je het product weggooien.
THT (ten minste houdbaar tot) staat op producten die minder snel bederven, zoals koekjes of rijst. Tot de vermelde datum garandeert de fabrikant een smaakvol en veilig product. Na de THT-datum gaat de kwaliteit mogelijk achteruit, maar je kunt het product vaak nog wel eten. Kijk, ruik en proef om dit te bepalen. Producten waarvan de THT-datum is verstreken, mogen volgens de wet nog wel worden verkocht.
Bij niet alle verse producten is het wettelijk verplicht om een houdbaarheidsdatum te vermelden. Vaak staat dan ook geen datum op groente, fruit, brood, vlees en kaas van de versafdeling of de markt. Of er staat alleen een verpakkingsdatum op. Hieraan kun je zien wanneer het product is verpakt.
Kijk in de bewaarwijzer hoe lang producten na opening nog houdbaar zijn.Informatie sluiten
Verpakt onder beschermende atmosfeer
Om producten langer houdbaar te maken is de lucht in de verpakking vervangen door een aangepast luchtmengsel, bijvoorbeeld een mengsel zonder zuurstof.
Meer informatie
Het product wordt zodanig verpakt dat zo min mogelijk zuurstof in de verpakking overblijft. Het is hierdoor langer houdbaar. Deze verpakkingsgassen zijn veilig en goedgekeurd door de Europese Unie. Ze veranderen het product niet en op het moment dat je de verpakking opent, vervliegen de gassen. Verpakkingen die onder beschermende atmosfeer verpakt zijn, staan soms een beetje bol. Dit is niet erg, de houdbaarheidsdatum is bepalend.
Informatie sluiten
Fabrikant / importeur
De naam en het adres van de fabrikant of de importeur staan altijd op de verpakking vermeld, zodat je weet met wie je contact moet opnemen als je een klacht hebt of meer informatie wilt.
Herkomst en oorsprong
Op het etiket van vis, vlees, groente, fruit, honing en olijfolie staat de regio of het land van herkomst vermeld. Fabrikanten zijn hiertoe verplicht.
Meer informatie
Informatie over de oorsprong en herkomst kan je helpen in de keuze voor producten uit eigen land of eigen regio. Je ziet op het etiket de volgende details over oorsprong en herkomst:
Groente en fruit In welk land de groente of het fruit is geteeld.
Honing In welk land de honing is gewonnen.
Olie Bij plantaardige oliën of vetten wat de oorsprong is, bijvoorbeeld palmolie of zonnebloemolie. Bij olijfolie in welk land de olijven zijn geteeld.
Voor dierlijke oliën of vetten, zoals rundervet, is het niet verplicht de oorsprong te vermelden.
Vis Op verpakking van vis moet het gebied staan vermeld waar de vis is gevangen. Vaak gebruiken producenten hiervoor het zogenaamde FAO-nummer.
Bekijk een overzicht van de vangstgebieden op FAO-nummer.
Vlees Rundvlees In welk land het dier is geboren, waar het is grootgebracht en uiteindelijk is geslacht.
Varkensvlees, kip, geitenvlees en schapenvlees
Het is nog niet duidelijk hoe de herkomst op het etiket vermeld gaat worden. Dit wordt momenteel nog besproken.
Zuivel Voor zuivel is geen verplichting voor het vermelden van het land van herkomst. De Europese Commissie zal hier in 2015 of 2016 over beslissen.
Als het etiket laat zien in woord of beeld dat het product uit een bepaald land of een bepaalde plaats komt, dan moet dit vermeld worden. Denk bijvoorbeeld aan Zwitserse kaas. Voor een groot aantal streekproducten is dit middels wetgeving geregeld. De Europese Unie heeft een register met producten met een:
Informatie sluiten
EU-ovaal
Fabrikanten die dierlijke producten gebruiken zoals vlees, vis, zuivel of eieren moeten door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) erkend zijn. Dit kun je zien aan het nummer in het EU-ovaal.
Traceercode
Soms staat er op een verpakking of een etiket een losse code. De fabrikant gebruikt deze code om het product te traceren. Als iets niet in orde is met het product, dan kan het snel worden teruggehaald.
Voedingswaarde
Dit geeft aan hoeveel energie en voedingsstoffen in het product zitten, zodat je ze onderling kunt vergelijken.
Meer informatie
De voedingswaarde is altijd aangegeven per 100 milliliter of 100 gram. Fabrikanten mogen ervoor kiezen om dit ook nog per portie te doen, bijvoorbeeld één glas. Eerst wordt vermeld hoeveel calorieën het product bevat, daarna de hoeveelheid koolhydraten, suikers, eiwitten, vetten, verzadigde vetzuren en zout.
Voor deze voedingsstoffen wordt de voedingswaarde op het etiket aangegeven:
Energie Energie wordt op het etiket uitgedrukt in kilocalorieën (kcal) of kilojoule (kJ).
Koolhydraten Koolhydraten kunnen op het etiket uitgesplitst worden in
suikers,
polyolen en
zetmeel.
Eiwitten Eiwitten leveren calorieën en aminozuren.
Vet Vet is een bron van energie, vitamine A, D en E. Het kan op het etiket uitgesplitst worden in
verzadigd vet,
enkelvoudig onverzadigd vet en meervoudig onverzadigd vet.
Voedingsvezel Voedingsvezel zijn belangrijk voor een goede darmwerking.
Zout Zout zorgt ervoor dat je lichaam vocht vasthoudt. Eventueel op het etiket:
Polyolen Dit zijn zoetstoffen. Voorbeelden zijn sorbitol, isomalt en xylitol.
Vitamines en mineralen Tegenwoordig zie je steeds meer levensmiddelen waaraan vitamines of mineralen zijn toegevoegd, bijvoorbeeld margarine. Het gehalte aan vitamines en/of mineralen staat vermeld in de voedingswaardedeclaratie. Het is aangegeven als hoeveelheid per 100 ml/100 g en als percentage van wat je dagelijks nodig hebt.
Informatie sluiten
GDA
De Dagelijkse Voedingsrichtlijn of Guideline Daily Amount (GDA) geeft aan hoeveel één portie bijdraagt aan je dagelijkse hoeveelheid energie (kcal) of voedingsstoffen. Hiermee is het mogelijk levensmiddelen onderling te
vergelijken.
Meer informatie
De Dagelijkse Voedingsrichtlijn wordt berekend op basis van dagelijkse 'referentie-innames'. De volgende referentie-innames zijn in de wet vastgelegd:
| Energie: |
8400 kJ / 2000 kcal |
| Vet: |
70 gram |
| Verzadigd vet: |
niet meer dan 20 gram |
| Koolhydraat: |
260 gram |
| Suiker |
90 gram |
| Eiwit |
50 gram |
| Zout: |
niet meer dan 6 gram |
Consumeer dagelijks niet meer dan Dagelijkse Voedingsrichtlijn voor verzadigd vet en zout. Het gaat er bij deze voedingsstoffen dus om dat je zo ver mogelijk van de 100% vandaan blijft, niet dat je 100% behaalt.
De GDA geldt voor een gemiddelde volwassene. Er wordt geen rekening gehouden met leeftijd, geslacht of hoe actief iemand in het dagelijks leven is. De GDA is opgesteld door de vereniging van fabrikanten in Europa (Fooddrink Europe).
Informatie sluiten
Gebruiksvoorschrift
Hier staat hoe je het product het beste kunt bereiden, gebruiken of bewaren.
Meer informatie
Staat er 'gekoeld bewaren' dan moet het product in de koelkast bewaard worden. De optimale temperatuur van de koelkast is 4 °C. Staat er ‘koel bewaren’ dan kan het product het beste koel, donker en droog worden bewaard, bijvoorbeeld in de kelder of een voorraadkast bij 15-20 °C.
Op verpakkingen staat soms aangegeven hoe je voedingsmiddelen na opening moet bewaren. 'Natte' producten zoals huzarensalade, jam of yoghurt moeten na openen in de koelkast bewaard worden. Droge producten zoals meel, pasta en rijst kunnen na openen het beste bewaard worden in de voorraadkast.
Als producten op een speciale manier gebruikt moeten worden, dan staat er een gebruiksvoorschrift op het etiket. Denk aan de instructie: 'schudden voor gebruik'.
Informatie sluiten
Ingevroren op
Vlees of vis kan ingevroren worden om vervoerd of opgeslagen te worden.
Meer informatie
Op het etiket is te lezen wanneer vlees of vis is ingevroren. Vlees of vis kan bevroren verkocht worden, maar soms is het op een later tijdstip ontdooid en zo aan de consument verkocht. Dit is op het etiket te zien met de term ‘ontdooid’. De datum van (eerste keer) invriezen staat op de verpakking. Deze datum van invriezen kan soms lang geleden zijn. Bijvoorbeeld omdat de vis maar in één seizoen gevangen wordt en het hele jaar verkrijgbaar is.
De datum van invriezen zegt weinig over de veiligheid. Als vlees of vis snel genoeg wordt ingevroren, dan krijgen bacteriën weinig kans. De snelheid van het invriezen waarborgt ook de smaak en textuur van diepgevroren vlees en vis. Volgens de wet moet de temperatuur tijdens het invriezen lager zijn dan -18 °C, maar in de praktijk is het vaak nog veel lager: tot -30 °C.
Diepvriesproducten
‘Na ontdooien niet opnieuw invriezen’ staat op diepvriesproducten. De
kwaliteit kan namelijk achteruit gaan als je het na ontdooien thuis nogmaals
invriest. Ook staat erbij hoe lang en bij welke temperatuur het product bewaard
moet blijven.
Informatie sluiten
Streepjescode
Dit is de code voor het voorraadbeheer en een snelle afwikkeling bij de kassa.
Meer informatie
De streepjescode of EAN-code is een unieke code voor een product. Het bestaat wereldwijd uit 13 cijfers:
87.12345.00000.6 betekent:
87 = landcode (Nederland)
12345 = aansluitnummer van het bedrijf
00000 = artikelnummer
6 = controlecijfer bij het scannen van het product
Informatie sluiten
Allergenen
Allergenen, bijvoorbeeld noten of vis, moeten altijd duidelijk vermeld worden.
Meer informatie
Info
In de wetgeving zijn 14 ingrediënten (
allergenen) vastgelegd die een allergische reactie kunnen veroorzaken. Soms staat op het etiket dat het sporen bevat van bijvoorbeeld pinda, ei of noten. Fabrikanten geven dit aan als ze niet kunnen garanderen dat het product vrij is van deze allergenen. Kleine hoeveelheden (sporen) kunnen onbedoeld in het product terecht komen. Bijvoorbeeld doordat verschillende producten, zoals koekjes, na elkaar in dezelfde machine gemaakt worden.
Informatie sluiten
Etiketten zijn het onderdeel van de verpakking dat informeert over een levensmiddel. Op het etiket staat bijvoorbeeld wat in een levensmiddel zit. Je weet daardoor beter wat je koopt en je kunt producten onderling vergelijken.
Wat precies op een etiket moet staan is vastgelegd in de warenwet etikettering levensmiddelen (WEL) en in de Europese verordening ‘verstrekking voedselinformatie aan consumenten’. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit controleert of fabrikanten de gegevens op etiketten vermelden.
Wat wel en niet op het etiket staat, hangt af van de manier waarop het product is verpakt. De winkelier doet meestal zelf een zakje om niet-voorverpakte producten, zoals ‘kaas van het mes’. Daar hoeft minder informatie op te staan. De meeste levensmiddelen zijn voorverpakt: de fabrikant verpakt ze, niet de winkelier. Op al die levensmiddelen staat deze verplichte informatie.
Wil je meer informatie: download de gratis etiketwijzer, de gratis i-Phone app of bestel het boekje ‘ Alles over E-nummers en etiketten’.