Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg.
Menu
Zoek
Apps en tools
!

Schijf van Vijf krijgt doorontwikkeling

Tot half april verwerken we nieuwe wetenschappelijke inzichten over gezond, duurzaam en veilig eten. Tot die tijd blijft de Schijf van Vijf gewoon bruikbaar. Lees meer

Bioactieve stoffen

In het kort

  • Bioactieve stoffen zijn stoffen die een bepaalde functie hebben in je lichaam maar je lichaam niet per se nodig heeft. Ze komen van nature voor in producten of worden hieraan toegevoegd.
  • Voorbeelden van bioactieve stoffen zijn cafeïne, creatine en flavonoïden. 
  • Sommige bioactieve stoffen kunnen een positief effect hebben op de gezondheid. 
  • Claims over gezondheidseffecten van bioactieve stoffen zijn alleen toegestaan als ze zijn onderbouwd en toegelaten volgens de Warenwet. 

Wat zijn bioactieve stoffen?

Bioactieve stoffen zijn stoffen die een bepaalde functie kunnen hebben in je lichaam maar je lichaam niet per se nodig heeft. Andere voedingsstoffen, zoals vitamines en mineralen, kunnen deze functies ook vervullen.

Een aantal bioactieve stoffen maakt het lichaam zelf. Dit gaat bijvoorbeeld om Co-enzym Q (ubiquinon), choline, creatine, carnitine en taurine. Verder zitten bioactieve stoffen in producten zoals groente, fruit, peulvruchten, graanproducten, melk, vis (vetzuren) en vlees.

Ook kunnen bioactieve stoffen aan producten worden toegevoegd. Sommige bioactieve stoffen, zoals enkele carotenoïden, worden als kleurstof toegevoegd aan producten. Ze zijn dan herkenbaar aan het E-nummer op het etiket. Andere bioactieve stoffen worden in geconcentreerde vorm aan producten toegevoegd om een bepaald gezondheidseffect te bereiken. Deze producten noemen we functionele voeding. Voedingssupplementen met bioactieve stoffen heten ook wel nutraceuticals.

Gezondheidsclaims over bioactieve stoffen

Op het gebied van bioactieve stoffen geldt geen aparte regelgeving anders dan de Warenwet. Hierin staat dat producten waaraan deze stoffen zijn toegevoegd veilig moeten zijn en dat de consument niet mag worden misleid door vermeldingen over de gezondheidseffecten van deze stoffen

Sinds 1997 is een Warenwetbesluit van kracht over nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten. Hierin staat dat een product of een stof (ingrediënt) dat niet eerder voor menselijke consumptie werd gebruikt of op de markt is gebracht, vooraf moeten worden beoordeeld en toegelaten. Dit besluit is gebaseerd op een Europese verordening.

Als een product of een stof in één van de EU-landen volgens deze richtlijn is toegelaten, mag het in principe ook in de andere EU-landen worden verkocht. Zo is volgens deze regelgeving de toevoeging van fytosterolesters aan margarine toegestaan. Ook is op basis daarvan het toevoegen van een ander fytosterolmengsel in margarine toegestaan. Hoewel ze chemisch van elkaar verschillen, verlagen beide fytosterolproducten het cholesterolgehalte van het bloed.

Gezondheidseffecten van bioactieve stoffen

Een belangrijke groep van bioactieve stoffen zijn zogenaamde plantenstoffen zoals carotenoïden en polyfenolen (flavonoïden) uit groenten en fruit, maar ook fytosterolen uit plantaardige oliën. Daarnaast bevatten ook niet-plantaardige producten zoals melk en vis bioactieve stoffen, zoals vetzuren met bijzondere gezondheidseffecten. Ook kruiden bevatten bioactieve stoffen, waaraan in een bepaalde gevallen een medicinale werking wordt toegeschreven.

De groep bioactieve stoffen wordt steeds groter door de zoektocht naar nieuwe stoffen met een gezondheidsbevorderende werking. Bioactieve stoffen komen van nature voor in voedingsmiddelen, maar kunnen ook in geconcentreerde vorm worden toegevoegd aan een voedingsmiddel om een bepaald gezondheidseffect te bereiken. Deze producten worden functionele voeding genoemd. Bioactieve stoffen kunnen ook worden toegevoegd aan een voedingsupplement. Ze worden dan ook wel “nutraceuticals” genoemd.

Van veel bioactieve stoffen is onvoldoende onderzocht en bekend of het lichaam ze wel voldoende opneemt en verwerkt. Daardoor is ook nog weinig bekend over de veiligheid van deze stoffen bij langdurig gebruik van grote hoeveelheden ver boven het normale consumptieniveau.

Van sommige flavonoïden is bekend dat ze de werking van geneesmiddelen kunnen beïnvloeden. Hierdoor moeten geneesmiddelen bij voorkeur worden ingenomen met water en niet met bijvoorbeeld grapefruitsap, dat flavonoïden bevat.

Voor veel bioactieve stoffen wordt een gezondheidsbevorderend effect geclaimd. Voor een aantal bioactieve stoffen geldt dat ze een beschermende werking hebben als antioxidant.

Behalve als antioxidant worden er nog veel andere functies van bioactieve stoffen geclaimd zoals versterking van het afweersysteem, het behoud van sterke botten en het verlagen van het cholesterolgehalte.

De geclaimde gezondheidseffecten van bioactieve stoffen zijn vaak gebaseerd op dierexperimenteel onderzoek, ‘reageerbuis’ (in-vitro) onderzoek, of op epidemiologisch onderzoek, maar lang niet altijd bevestigd in gecontroleerde klinische interventiestudies. Alleen claims die goed zijn onderbouwd en zijn toegelaten volgens de Warenwet en de EU-regelgeving over voedings-, gezondheidsclaims mogen worden gebruikt.

De claim voor fytosterolen (plantensterolen) is toegelaten. Aangetoond is dat ze de opname van cholesterol door de darm verlagen en daarmee het cholesterolgehalte van het bloed. Een te hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor hart- en vaatziekten.