Logo voor de printversie
Datum: 16 februari 2009

Intensieve zoetstoffen

Intensieve zoetstoffen zijn vijftig tot vijfhonderd keer zoeter dan suiker. Voorbeelden zijn acesulfaam-K, cyclamaat, saccharine en aspartaam. Ze zijn meestal energievrij. Als ze energie leveren, is de hoeveelheid verwaarloosbaar omdat de zoetkracht heel groot is en er dus maar een kleine hoeveelheid nodig is. Intensieve zoetstoffen worden onder meer toegepast in zoetjes en zoetstof (tabletjes, vloeibaar of in poedervorm), light frisdrank en light toetjes.

Bij gebruik van normale hoeveelheden kunnen deze producten dagelijks worden gebruikt.

  • Acesulfaam-K
  • Aspartaam
  • Cyclamaat
  • Saccharine
  • Sucralose
  • Thaumatine

  • Acesulfaam-K

    E-nummer: E950

    Energie: geen

    Zoetkracht: ongeveer 200 maal zo zoet als suiker, wordt vaak in combinatie met aspartaam gebruikt

    Eigenschappen:

    • is bestand tegen verhitting (tot 200 °C) en invriezen
    • lost goed op in water
    • bij toevoeging aan zure producten, bv. azijn, kan licht verlies van de zoetkracht optreden

    Toepassingen: light producten (zoals frisdranken en yoghurtdranken) en bakkerswaar

    ADI: 15 mg/kg lichaamsgewicht/dag

    Aspartaam

    E-nummer: E951

    Energie: 4 kcal/g

    Zoetkracht: ongeveer 200 maal zo zoet als suiker, wordt vaak in combinatie met acesulfaam-K gebruikt

    Eigenschappen:

    • verliest zoetkracht bij een temperatuur boven 180 °C, dus niet geschikt voor in gebak uit de oven. Pas op het allerlaatst toevoegen aan hete of warme gerechten.
    • bij toevoeging aan zure producten, bv. azijn, kan verlies van de zoetkracht optreden
    • bestand tegen invriezen

    Toepassingen: light producten (frisdranken, yoghurtdranken, ijs, toetjes), zoetjes

    ADI: 40 mg/kg lichaamsgewicht/dag

    Risicogroep: niet geschikt voor PKU-patiënten (bij de afbraak van aspartaam ontstaat namelijk fenylanaline). 


    Zie ook:


    Cyclamaat

    E-nummer: E952

    Energie: geen

    Zoetkracht: ongeveer 30 maal zo zoet als suiker, wordt vaak in combinatie met saccharine gebruikt

    Eigenschappen:

    • bestand tegen invriezen en verhitting
    • lost goed op in water

    Toepassingen: light producten (frisdranken, yoghurtdranken, toetjes) en zoetjes

    ADI: 7 mg/kg lichaamsgewicht/dag

    Risicogroep: kinderen overschrijden relatief gemakkelijk de ADI (bij ongeveer 3 glazen per dag)

    Saccharine

    E-nummer: E954

    Energie: geen

    Zoetkracht: ongeveer 450 maal zo zoet als suiker, wordt vaak in combinatie met cyclamaat gebruikt

    Eigenschappen:

    • bestand tegen verhitting en invriezen
    • lost goed op in water
    • veroorzaakt geen tandbederf

    Toepassingen: light producten (frisdranken, yoghurtdranken, jam, bakkerswaar, slasauzen)

    ADI: 5 mg/kg lichaamsgewicht/dag

    Sucralose

    E-nummer: E955

    Energie: geen

    Zoetkracht: ongeveer 600 maal zo zoet als suiker

    Eigenschappen:

    • hitte- en zuurresistent
    • lange opslagstabiliteit
    • lost goed op in water

    Toepassingen: light producten (frisdranken, toetjes, snacks en snoep)

    ADI: 15 mg/kg lichaamsgewicht/dag

     

    Thaumatine

    E-nummer: E957

    Energie: geen

    Zoetkracht: ongeveer 2500 maal zo zoet als suiker

    Eigenschappen:

    • afkomstig uit de bessen van een Afrikaanse plant
    • traagwerkende en lang aanhoudende zoetheid, waardoor het goed gebruikt kan worden in combinatie met andere sterke zoetstoffen
    • bestand tegen verhitting
    • dropachtige nasmaak

    Toepassingen: uitsluitend verkrijgbaar voor industriële toepassingen, met name kauwgom en snoepgoed

    ADI: onbeperkt