Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg. Je kunt de webanalyse cookies instellingen aanpassen.
Encyclopedie

De Voedingscentrum Encyclopedie is de kennisbank van het Voedingscentrum. Je vindt er inhoudelijke informatie over allerlei onderwerpen.

Je kunt op 2 manieren zoeken naar onderwerpen in de encyclopedie: via het zoekveld en via het alfabet.

Nieuw
Populair
Alles over afvallen
Afvallen zonder dieet is de beste manier... Bestel nu € 9,95
Ga naar
 

Visserij

De Nederlandse vissers vissen op verschillende manieren, vooral aan de kust en op zee. In Nederland is de zoetwatervisserij klein.

Trawlen is wereldwijd de meest gebruikte vistechniek. Daarbij sleept het schip een net door het water.

Belangrijke problemen in de visserij zijn overbevissing, aantasting van ecosystemen en bijvangst. Je kunt rekening houden met deze aspecten door de VISwijzer te gebruiken of door te letten op keurmerken.

Omschrijving

De Nederlandse visserij vangt vis die bedoelt is als eten voor mensen. Buiten Nederland is er ook een tak van industriële visserij. Deze vist op vis zoals zandspiering en blauwe wijting, die niet voor consumenten is bedoelt. Hiervan wordt 90% verwerkt tot vismeel en visolie, vooral voor visvoer. De rest wordt direct gevoerd aan kweekvis en dieren in dierentuinen.

Hoe vissers de vis vangen, hangt onder andere af van het vangstgebied en van de soort vis. Belangrijk voor de visserij is de grootte van de vis en de plek waar de vis zwemt. 

Soorten vis: rondvis, platvis en pelagische vis

  • Vissen die boven in het water leven, worden rondvissen genoemd. Rondvissen zijn bijvoorbeeld kabeljauw, schelvis, wijting, koolvis, zalm en forel. 
  • Platvissen leven op de zeebodem. Platvissen zijn bijvoorbeeld tong, schol, schar en tarbot.
  • Er zijn een paar vissoorten die zowel bovenin als op de bodem zwemmen, zoals haring, makreel en sardine. Zij worden pelagische vissen genoemd. Pelagisch betekent diepzee. Pelagische vissen zwemmen meestal in scholen.

Kust-, zee- en zoetwatervisserij

De visserij kan je opdelen in kustvisserij, zeevisserij en zoetwatervisserij. Voor Nederland is de kust- en zeevisserij het belangrijkste. De zoetwatervisserij is klein.

  • De kustvisserij vist in daarvoor aangewezen wateren. In Nederland zijn dat de Oosterschelde, de Waddenzee en de voordelta. De kustvisserij en de visserij in de zone tot ongeveer 22 kilometer uit de kust vist. Ze vissen afwisselend op garnalen, platvis en rondvis, afhankelijk van seizoen en hoeveel van de vis gevangen mag worden (visquotum).
  • De zeevisserij vist buiten de kustwateren. Grote schepen vissen op haring, makreel, wijting en sardinella (een haringachtige) in de noordoostelijke Atlantische Oceaan, bij Ierland, Schotland, Het Kanaal en de Golf van Biskaje. Ze vissen ook bij West-Afrika (Mauritanië en Marokko). Kleinere schepen vissen het meeste op platvis. Een klein deel vist op rondvis.
  • De zoetwatervisserij bestaat uit sport- en beroepsvissers. Zij vissen in zoet of brak water, een mengsel tussen zout en zoet water. De beroepsvisserij vist vooral op paling en snoekbaars, naast baars, brasem en blankvoorn. Sinds 2011 is de palingvisserij in veel binnenwateren verboden.

Na de vangst

Nadat de vis aan boord is gebracht, legen de vissers het vistuig in een grote bak op het dek. Soms wordt vis tijdelijk opgeslagen in bakken met zeewater. De vangst wordt aan boord direct gesorteerd en schoongemaakt (gestript) en op en onder ijs opgeslagen of ingevroren. Soms wordt de vis ingevroren zonder te worden gestript. Ongewenste bijvangst gaat overboord. Vis uit de zoetwatervisserij wordt vaker ongestript aan land gebracht, om door de handel verder verwerkt te worden. 

De vishandel 

Nederland behoort tot de 10 grootste visexporteurs ter wereld. Het is ook een belangrijk doorvoerland van vis: slechts een derde van de verhandelde vis is gevangen door Nederlandse vissers.

Van alle verhandelde vis in Nederland gaat zo’n 80% naar het buitenland, voor het grootste deel Europa. Het merendeel is bestemd voor de visverwerkende industrie en wordt per vrachtauto of per vrachtschip naar de bestemming vervoerd.

Vers gevangen vis wordt verkocht in een van de 11 visafslagen in Nederland. Dit gebeurt via een veilingsysteem. Op elke zeevisafslag in Nederland controleert een medewerker van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA )of nationale en Europese afspraken nagekomen worden.

De partijen vis worden geveild aan de groothandel, de detailhandel of restauranthouders. De verkochte partijen gaan in koelwagens naar hun bestemming: gekoeld of bevroren. Supermarkten hebben ook rechtstreekse contacten met rederijen en kwekers. De vis wordt dan geleverd zonder tussenkomst van de veiling. 

Voor ontwikkelingslanden is vis het belangrijkste exportproduct. Het laat producten als koffie, rubber, cacao, bananen, suiker en rijst ver achter zich.

De visverwerkende industrie

Veel verse vis wordt verwerkt door de industrie. Daarbij gaat het om invriezen, zouten, drogen, roken, marineren, steriliseren en verpakken in blik, glas of kunststoffolie. Nederland heeft een grote visverwerkende industrie, vooral als het gaat om gerookte en gezouten producten en conserven.

Etiket

Herkomst 

Op vis moet staan in welk gebied het product is gevangen of gekweekt.

Categorie en code vistuig

In de wildvangst moet sinds december 2014 daarnaast de gebruikte categorie vistuig staan. Dat is een verplichte categorie. Eventueel kunnen ze binnen de categorie nog verder specificeren. Die verdere specificering kan met een naam of een code. Een categorie is bijvoorbeeld trawlnetten, daarbinnen heb je onder andere boomkorren die aangeduid kan worden met de code TBB.

De voor Nederland belangrijkste categorieën worden hieronder behandeld. Het gaat om trawlnetten, ringnetten, kieuwnetten, zegens, sleeplijnen (haken en lijnen) en korven. 

Trawlnetten

  • Trawlen is wereldwijd de meest gebruikte vistechniek. Daarbij sleept het schip een trawlnet door het water. Er wordt vooral mee gevist op pelagische vissoorten. In de trawlervisserij worden de vissen aan boord gekoeld, gesorteerd op soort en grootte, ingevroren, verpakt en opgeslagen. 
    Dit zijn de belangrijkste trawlvistuigen:
  • Pelagische spantrawls (code PTM). In de noordoostelijke Atlantische Oceaan en in de wateren van Mauritanië wordt op pelagische vissen gevist met vriestrawlers. Met behulp van een sonar wordt met een pelagisch sleepnet zeer gericht op visscholen gevist. Door de snelheid aan te passen kan het net op de juiste diepte gebracht worden.  
  • Dubbelbordentrawls (code OTT). Aan het uiteinde van het sleepnet zitten scheerborden. Die geven het net een horizontale opening. De onderkant van het net rolt over de zeebodem. Deze methode wordt gebruikt voor het vangen van rondvis. Die zwemmen vaak net boven de bodem. 
  • Boomkorren (code TBB). Veel Nederlandse vissers gebruiken dit vistuig. Aan beide kanten van de boot hangt een net in het water aan gieken. Het visnet wordt opengehouden door een boom. Onder het net zitten kettingen die over de zeebodem slepen. Dit zijn zogenaamde ‘wekkers’. De platvis wordt erdoor opgeschrikt, komt naar boven en zwemt het net in. Met de boomkor wordt vooral gevist op de platvissoorten schol, tong, schar, tarbot en griet. Een alternatief is de pulskor. Het net geeft dan kleine stroomstootjes, waardoor de platvissen opkrullen. Dit geeft betere vangsten en bespaart brandstof. De pulskor heeft geen ketting die over de zeebodem sleept.
  • Spantrawls (code PTB). Bij de spanvisserij slepen 2 schepen een groot trawlnet. De schepen zijn door een touw aan elkaar verbonden.

Ringnetten 

Vis zoals haring, tonijn, makreel en sprot wordt vaak gevangen met ringzegens (code PS). Het net kan wel 150 meter hoog en 500 meter breed zijn. Het wordt getrokken rondom een school vis en van onder dichtgetrokken. Dan wordt het ingehaald. De meeste haring wordt met ringnetten gevangen.  

Kieuwnetten

Een veelgebruikt kieuwnet is een drijfnet (code GND). Deze is in de bodem verankerd en wordt dus niet door een schip getrokken. Het is aan de bovenkant voorzien van drijvers en aan de onderkant verzwaard door lood. Hiertussen is een net gespannen dat door deze constructie rechtop blijft staan. De netten kunnen kilometers lang zijn. De vissen worden gevangen doordat ze het net in zwemmen. Kleine vissen zwemmen door de mazen van het net. Dikkere vissen komen vast te zitten. De kieuwen blijven in het net haken. Over het algemeen wordt iedere dag de vangst opgehaald. Drijfnetten komen voor in de binnenwateren en in de kustzone. Op de binnenwateren wordt op baars en snoekbaars gevist. In de kustzone wordt gevist op tong, kabeljauw, harder, schar, wijting en zeebaars.

Zegens

Zegens kent 2 bekende vormen:

  • De Deense zegen (code SDN). Er wordt gevist met een kuilvormig net en 2 lange, zware lijnen, zogenoemde zegens. De visser zet een anker uit waaraan één van de lijnen is bevestigd. Dan vaart de boot een rondje en brengt tegelijkertijd het net en de andere lijn uit. Teruggekomen bij het anker, haalt de visser de lijnen in. De platvis wordt dan door de over de zeebodem rollende lijnen in het kuilnet gedreven. Voor deze methode hoeft geen zwaar vistuig door de bodem te worden gesleept. Ook wordt de bodem nauwelijks beschadigd. De platvissen moeten de lijnen wel kunnen zien. Daarom werkt de methode alleen goed bij daglicht en in helder water.
  • De Schotse zegen (code SSC). Is de aangepaste en gemoderniseerde variant van de Deense methode, waarbij het net weggeschoten wordt. 

Lijnen en haken 

Wanneer lijnen en haken op het etiket staat zal het vaak gaan om sleeplijnen (code LTL). Er wordt gevist met lijnen van wel 50 of 100 kilometer. Aan zijlijnen worden haken met aas vastgemaakt, zoals kleine inktvis of garnaal. Er wordt vooral mee gevist op zwaardvis en tonijn. Op de Noordzee wordt alleen door enkele Engelse vissers en Noorse kustvissers op deze manier gevist. Op het IJsselmeer wordt het gebruikt om te vissen op paling. De lijnenvisserij heet dan hoekwantvisserij met grondbeugen (code LLS) of drijvende beugen (code LLD). 

Korven

Korven (code FPO) zijn fuikvormige kooien van bijvoorbeeld kippengaas. Kreeft, krab, paling, kabeljauw en inktvis worden soms gevangen door ze in korven te lokken. 

Meer over het etiket

Lees meer over de regels voor op het etiket bij vis

Duurzaamheidsaspecten

Bij gevangen vis zijn belangrijke problemen overbevissing, aantasting van ecosystemen, bijvangst, energieverbruik en dierenwelzijn. Kijk voor dierenwelzijn bij kweekvis, de duurzaamheidsaspecten van kweekvis en voor ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid in de vissector bij vis.

Hoe kun je kiezen?

Via de VISwijzer is te achterhalen of een vis duurzaam is gevangen. Ook keurmerken kunnen helpen bij het kiezen voor duurzame vis. Bij vis lees je welke keurmerken op het etiket kunnen staan.

Overbevissing

De visserij is steeds grootschaliger geworden. Daardoor worden veel vissoorten overbevist. Dat betekent dat er te weinig vis is om het bestand op peil te houden. Enkele vissen worden bedreigd met uitsterven. Dat geldt bijvoorbeeld voor paling.

De Food and Agriculture Organization (FAO) rapporteert dat bijna 80% van de wateren is overbevist. Meer dan de helft van de gebieden waar gevist mag worden, is bijna volledig leeggevist.

Ook andere factoren hebben invloed op de hoeveelheid vis. Denk aan veranderingen in de watertemperatuur, aanwezigheid van roofvissen en -vogels, de hoeveelheid voedsel in zee, het winnen van olie en de aanwezigheid van windparken.

Het tegengaan van overbevissing met vangstquota

Om overbevissing op zee tegen te gaan, worden in de EU vangstquota vastgesteld. Het gaat om een niveau waarbij er voldoende volwassen vissen overblijven om voor voldoende nageslacht te zorgen. 

De Raad van Europese visserijministers stelt jaarlijks de Total Allowable Catches vast (TAC’s). Een quotum is de totale hoeveelheid die van een vissoort in een jaar mag worden gevangen in de Europese wateren. Dat zijn de wateren tot ruim 300 kilometer uit de Europese kust. De wateren daarbuiten zijn internationaal.

De visquota worden vastgesteld op grond van wetenschappelijke adviezen van visserijbiologen. Het quotum voor een vissoort wordt verdeeld over alle landen van de EU met een vissersvloot. Elk land krijgt zijn eigen quotum. De Nederlandse vissers verdelen onderling het toegewezen quotum. Landen en vissers mogen de toegewezen quota onderling uitwisselen.

Er gelden hiernaast nog andere regels en beperkingen. Bijvoorbeeld in welke gebieden niet gevist mag worden. Zo zijn er in de Noordzee 4 gebieden die worden beschermd. Soms mag er tijdelijk geen vis meer gevangen worden als er een tekort dreigt. Ook zijn er regels voor hoe de vis aan land gebracht moet worden en de maten die gevangen vis minimaal moet hebben. Verder gelden er regels om bijvangst te beperken. 

Illegale handel

Elk schip in de haven moet kunnen laten zien waar en hoeveel het mag vissen. Maar dat sluit niet uit dat er illegale vishandel bestaat. Zo is een deel van de kabeljauw uit de Barentszzee illegaal. Deze illegale kabeljauw wordt vaak verwerkt tot diepvriesvis.

Internationale wateren 

De internationale wateren zijn verdeeld in regionale sectoren. Hiervoor bestaan visserijovereenkomsten. Zo is het mogelijk dat Nederlandse schepen visserijrechten hebben in Zuid-Amerikaanse wateren. Alleen voor het zuiden van de Stille Oceaan is nog niets geregeld. 

Beschermde zeereservaten

Enkele delen van de oceanen zijn bestempeld als beschermd zeereservaat. Dit zijn gebieden die vissen opzoeken om zich voort te planten of te eten. In deze gebieden mag niet worden gevist. Ruim een half procent van de oceanen draagt de naam beschermd zeereservaat. 

Kust- en zoetwatervisserij

Voor de kustvisserij en het vissen in binnenwateren gelden de regels in de Visserijwet van 1963. Deze regels moeten de kustwateren beschermen tegen overbevissing. De kustwateren zijn heel belangrijk omdat veel vissen er paaien: ze zijn een soort kinderkamer voor de visserij. Ook zijn er veel planten en dieren die alleen in het kustgebied voorkomen. In de wet is ook geregeld waar en op welke vis beroepsvissers en sportvissers mogen vissen. Dit zijn de zogenaamde visvergunningen.

Ongewenste bijvangsten

Afhankelijk van de gebruikte vismethode worden er ook andere dieren gevangen dan alleen de beoogde vissoort of vissen die nog te klein zijn. Sommige van deze dieren kunnen aan wal worden gebracht. Alles wat niet gebruikt kan of mag worden, heet discards. Discards gaan voor een groot deel beschadigd of dood overboord.In Noorwegen en IJsland moeten vissers alle vis die ze vangen aan land brengen. De bijvangst kan dan tot visolie verwerkt worden. Nederlandse vissers werken onder meer aan aangepaste vistuigen om discards zoveel mogelijk te voorkomen. Vanaf 1 januari 2015 moeten bepaalde vissers alle vis die zij vangen ook aan land brengen. Het betreft industriële visserij, pelagische visserij, visserij in de Oostzee en visserij op zalm en kabeljauw. 

Ongewenste bijvangsten in de Nederlandse visserij

Er is weinig bekend over ongewenste bijvangsten in de Nederlandse visserij. Wel staat vast dat bij de boomkorvisserij, die met name vist op platvis zoals schol en tong, de bijvangst iets meer dan de helft is. De hoeveelheid is afhankelijk van de soort vis waarop wordt gevist. Vooral bij het vissen op sliptong is er veel bijvangst. Per sliptong worden 6 schollen overboord gezet. Bij drijfnetten is de bijvangst lager en meestal rond de 10%. Bij het gebruik van een dubbelbordentrawl zijn er tot 1/3 bijvangsten. 

Bijvangst bij ringnetten: dolfijnen

Bij het vissen op tonijn met ringnetten worden vaak dolfijnen mee gevangen. Dat gebeurt soms bij het vissen op makreel. Ook bij kabeljauw komen veel bijvangsten voor.Om bijvangst van dolfijnen te voorkomen, is vissen op tonijn rond dolfijnen verboden of aan banden gelegd. De Amerikaanse milieuorganisatie Earth Island Institute heeft eisen opgesteld voor een dolfijnvriendelijke vangstmethode. Een van de eisen is dat geen ringnetten mogen worden gebruikt. De meeste tonijnvisserijen zeggen zich hieraan te houden. Er is slechts beperkte controle.

Bijvangst bij kieuwnetten

Bij gebruik van drijfnetten kunnen kleine vissen door de mazen heen zwemmen. Nadeel is dat zeezoogdieren, zoals bruinvissen, maar ook zeeschildpadden en vogels, in de netten verstrikt kunnen raken. Daarom worden ze ook muren des doods genoemd. Wereldwijd is er verzet tegen het gebruik van kilometerslange kieuwnetten. De visserij die deze netten gebruikt wordt wereldwijd wel als de grootste bedreiging voor bruinvissen gezien. 

Onderzoek aan de Nederlandse kust liet zien dat 2/3 van de aangespoelde bruinvissen waarschijnlijk verdronken waren doordat ze verstrikt waren geraakt in visnetten. Om bijvangsten te beperken, zijn er regels voor de grootte van de mazen in het net en ontsnappingspanelen. Ook moeten schepen soms verplicht geluidsapparaten (pingers) inzetten om zeezoogdieren te waarschuwen. In de Nederlandse visserij worden geen pingers gebruikt.

Bijvangst bij sleeplijnen

Op lijnen en aas komen ook grote zeevogels, haaien en schildpadden af. Die komen daardoor om. Ook zijn er veel bijvangsten, namelijk 70%. 

Zeebodem

De boomkorvisserij, die met name vist op platvis zoals schol en tong, kan veel schade aanrichten aan het leven op de zeebodem. De boom wordt over de bodem getrokken, waardoor deze omwoelt. De binnenvisserij op zoetwatervis en de visserij op rondvis veroorzaken minder schade aan het bodemleven. 

Energiegebruik

Ook het energiegebruik in de visserij is een aandachtpunt. Voordat een vis in de winkel ligt, heeft hij een hele weg afgelegd. De scheepsmotoren zorgen voor het grootste deel van het energiegebruik. Het energiegebruik neemt nog altijd toe. Schepen varen steeds verder en hebben meer brandstof nodig. De boomkorvisserij kost de meeste brandstof: gemiddeld 4 liter voor 1 kilo vis. 

Vergeleken met de scheepsbrandstof kost de verwerking van vis niet zo heel veel energie. Het maakt dus niet veel uit of je verse vis, diepvriesvis of vis uit blik eet. De vissoort en vismethode zijn veel belangrijker. Ook het transport van vis kost energie. Als de vis is gevangen en verwerkt, gaat hij de hele wereld over. Soms wordt vis alleen vervoerd om te worden verwerkt. Veel visproducten gaan vanuit tropische landen naar Noord-Amerika, Japan en Europa. Vis wordt vooral vervoerd per vliegtuig en diepgevroren per schip. Het transport neemt nog altijd toe. Toch kost het transport van vis meestal minder energie dan nodig is voor de vangst.

Dierenwelzijn

De Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren verbiedt “zonder redelijk doel bij een dier pijn of leed te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen”. Vee moet daarom voor het slachten worden verdoofd. Bij vis is de wet nog niet uitgewerkt in concrete regels.

Het verschilt per vissoort hoe levende vis aan zijn eind komt:

  • Sommige vissoorten krijgen een snede door enkele grote aderen en bloeden zo leeg.
  • Vooral bodemvissen worden levend gestript. Strippen houdt in dat de vis wordt opengesneden om de organen en het bloed te verwijderen.
  • Ook komt het voor dat vis stikt, al dan niet op ijs. 

In de praktijk is een deel van de gevangen vis in de zeevisserij al dood als deze aan boord gehaald is. Dit komt door de druk van het net en van de andere vissen. Bij het vangen kan vis ook verwondingen oplopen. Dat gebeurt vooral bij het gebruik van sleepnetten, zoals in de boomkorvisserij. Verder ondergaan diepzeevissen een enorm drukverschil als ze naar boven gehaald worden. Door de snelheid waarmee het net wordt opgehaald, ontploft bij kabeljauwachtigen de zwemblaas. Deze vissen zijn doorgaans dood voordat zij aan boord komen.

Diervriendelijke dodingmethoden

Voor veel soorten is er nog niet geen commerciële en diervriendelijke dodingmethode beschikbaar. Er is ook onderzoek nodig naar een diervriendelijke dodingmethode voor vissen die met een haak, lijn of net gevangen worden.

De EFSA (European Food Safety Authority) vindt verstikking, op ijs leggen, onthoofding en leegbloeden geen dieronvriendelijke dodingmethoden.

Onderzoeksinstituut Imares, een toonaangevend wetenschappelijk onderzoeksbureau naar vis, stelt dat verstikking en op ijs leggen in de meeste gevallen niet voldoen aan de algemene voorwaarden. 

Vermelding op etiket Subgroep  Voorbeelden  Brandstof-verbruik  Bodem-impact Bijvangst 
Zegens Deense (SDN) en Schotse (SSC) zegens (Zwarte) koolvis Laag 
Klein  Selectiever dan bodemtrawl
Trawlnetten 
Pelagische trawls (PTM) Haring, Alaska Pollak, sardine Relatief laag  Geen Weinig
  Boomkorren (TBB)
  Hoog  Aanzienlijk  Veel
  Dubbelborden trawls (OTT)
   Middelhoog  Aanzienlijk  Weinig
Kieuwnetten  
Drijfnetten (GND)    Laag  Geen Veel, ook van bedreigde soorten
  Geankerde kieuwnetten (GNS) 
Pacifische zalm, (zwarte) koolvis, sardine, tong, Atlantische heilbot  Laag  Vrijwel geen  Sommige voor bruinvissen en dolfijnen
Ringnetten en kruisnetten
Ringzegen (PS) Haring, Pacifische zalm, sardine, Skipjacktonijn Laag Geen  Soms veel, met name bij tonijnvisserij 
Sleeplijnen
Sleeplijnen (LTL)    Relatief laag Klein Bijvangst van beschermde soorten
Haken en lijnen
Handlijnen en hengelsnoeren (LHP)   Skipjacktonijn, witte tonijn, Atlantische heilbot Laag   Geen Selectief en kleinschalig, bijvangst levend overboord
Korven en vallen   
Korven (FPO)   Laag  Vrijwel geen Zeer selectief
Nieuw: Receptenapp van het Voedingscentrum
De nieuwe ‘Receptenapp Slim Koken’ biedt naast veel lekkere, gezonde en makkelijke recepten, ook hulp tijdens het koken, kopen en bewaren van je boodschappen.