Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg.
Menu
Zoek
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Y Z
Encyclopedie A-Z

Virussen

Virussen zijn vooral bekend van griep en verkoudheid, maar ook een voedselinfectie kan door een virus komen. Een voorbeeld is het norovirus, wat onder andere in rauwe schaal- en schelpdieren kan voorkomen.

Virussen zijn vaak erg besmettelijk, dus is hygiëne essentieel om besmetting te voorkomen.

Omschrijving

Virussen veroorzaken niet alleen griep en verkoudheid. Hun rol bij het optreden van voedselinfecties wordt steeds duidelijker, omdat ze tegenwoordig beter kunnen worden aangetoond.  

Virussen zijn erg besmettelijk. Je kunt dus ook ziek worden via de ontlasting en braaksel van iemand anders. De kans op het oplopen van een virus is groter op plaatsen waar veel mensen bijeen zijn, zoals verzorgings- en ziekenhuizen, kinderdagverblijven, basisscholen, hotels en cruiseschepen. In de wintermaanden is er een piek in het aantal infecties. Goed handen wassen is daarom heel belangrijk om besmetting te voorkomen.

Bekende virussen die een voedselinfectie veroorzaken zijn het norovirus, hepatitis A virus en hepatitis E virus.

Verschil virussen en bacteriën  

Een virus is wat anders dan een bacterie. Ten eerste vermeerderen virussen zich niet in het voedsel en ten tweede kunnen ze al in zeer kleine aantallen tot ziekte leiden. Soms heb je maar 10 virusdeeltjes nodig om ziek te worden. In de keuken en koelkast overleven ze goed. Ook kunnen ze invriezen vaak overleven. Het goed verhitten doodt virussen wel. Net als veel ziekmakende bacteriën tasten virussen de kwaliteit van het voedsel niet aan. Je ziet, ruikt of proeft dus niets vreemds aan voedsel dat met een virus is besmet.

Gezondheidseffecten

Van de virussen veroorzaken de Calicivirussen de meeste ziektegevallen. Met name het norovirus (Norwalkvirus). Als je ziek wordt, krijg je na 1 of 2 dagen last van koorts, misselijkheid, braken, hoofdpijn en diarree. Doktersbezoek en medicijnen zijn niet nodig, na een dag of twee gaan de klachten vanzelf weg. Vaak wordt dit in de volksmond buikgriep genoemd.

Een HAV-infectie leidt na enkele weken tot een ontsteking van de lever (hepatitis met geelzucht), die door een arts behandeld moet worden. In zeldzame gevallen kunnen de gevolgen ernstiger zijn. Het HAV-vaccin kan de ziekte voorkomen.

Behalve door het norovirus en HAV kun je ook ziek worden door rotavirussen (groep B en C) of door het hepatitis-E-virus. Dit laatste komt gelukkig niet veel voor.

Veiligheid

Virussen kunnen voorkomen in de omgeving. Ook in oppervlaktewater waardoor schaal- en schelpdieren of rauwe groente en fruit besmet kunnen raken. De meeste besmettingen komen echter door contact van mens op mens.

Voedingsadvies

Een besmetting met virussen is te voorkomen door: 
  • Regelmatig je handen te wassen, zeker na toiletbezoek en voordat je eten bereidt.
  • Schaal- en schelpdieren goed te verhitten.
  • Groente en fruit grondig onder stromend water te wassen.