Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg. Je kunt de webanalyse cookies instellingen aanpassen.
Menu van de Week Recept van de dag
Zachtjes sudderen
2 personen
30+ minuten
Ga naar
Encyclopedie

De Voedingscentrum Encyclopedie is de kennisbank van het Voedingscentrum. Je vindt er inhoudelijke informatie over allerlei onderwerpen.

Je kunt op 2 manieren zoeken naar onderwerpen in de encyclopedie: via het zoekveld en via het alfabet.

Nieuw
Kookboek Groente
Groenten zijn prachtige producten uit de... Bestel nu € 12,95
Populair
Alles over afvallen
Afvallen zonder dieet is de beste manier... Bestel nu € 9,95
Ga naar
 

Voedselveiligheid

De voedselveiligheid in ons land staat op een hoog peil, maar 100% veilig voedsel bestaat niet. Om de risico's te beperken bestaan er heel wat regels waar mensen die voedsel verwerken aan moeten voldoen.

Omschrijving

De voedselveiligheid in ons land staat op een hoog peil, maar 100% veilig voedsel bestaat niet. Om de risico’s te beperken bestaan er heel wat regels waar mensen die voedsel verwerken aan moeten voldoen.

Ziekmakers 

In ons eten kunnen ziekmakers zitten, zoals bacteriën, virussen of parasieten. Deze zijn niet met het blote oog te zien en ook kun je ze niet proeven of ruiken. Ze kunnen zorgen voor een voedselinfectie of een voedselvergiftiging en kunnen klachten als misselijkheid, braken en diarree veroorzaken. Voor het overgrote deel gaat dit vanzelf over. In uitzonderingsgevallen kunnen voedselinfecties ook ernstige gevolgen hebben zoals een hersenvliesontsteking, acuut nierfalen (HUS) of een miskraam bij zwangeren.

Bekende voorbeelden van ziekmakende bacteriën zijn  SalmonellaE. coli (EHEC),  Listeria en  Campylobacter

Virussen kunnen ook een voedselinfectie veroorzaken en zijn vaak zeer besmettelijk. Een bekend voorbeeld is het  norovirus

Ook parasieten kunnen zorgen voor een voedselinfectie. Vooral de parasiet  Toxoplasma gondii is een bekend voorbeeld. Deze kan zitten in rauw vlees of in de ontlasting van katten. Daarom geldt voor zwangeren het advies om geen rauw vlees te eten. 

Een groot deel van de voedselinfecties vindt thuis plaats. Door aandacht te besteden aan hygiëne tijdens het kopen, wassen, scheiden, koelen en verhitten kan een voedselinfectie worden voorkomen. Zwangeren, kleine kinderen, ouderen en mensen met een verminderde weerstand zijn extra gevoelig voor ziekteverwekkers. 

Schadelijke stoffen 

Alle stoffen waar je te veel van binnenkrijgt zijn schadelijk voor de gezondheid. Sommige stoffen zijn bij kleine hoeveelheden al giftig en andere stoffen pas bij zeer grote hoeveelheden. In de wet zijn voor bijna alle mogelijk schadelijke stoffen afspraken gemaakt van hoeveel je van een stof binnen mag krijgen. Deze regels zorgen er voor dat je niet te veel van deze schadelijke stoffen binnenkrijgt. Als het gaat om schadelijke stoffen in je eten, dan kun je er vanuit gaan dat je eten veilig is. Voorbeelden van schadelijke stoffen zijn:

  • Dioxines en  PCB’s. Deze kunnen zitten in vette dierlijke producten. Door gevarieerd te eten krijg je niet teveel binnen. 
  • PAK’s. Deze kunnen ontstaan bij verbranding. Door veilig te barbecueën en te frituren kun je voorkomen dat je zo min mogelijk in aanraking komt met PAK’s. 
  • Zware metalen zoals cadmium, kwik, lood en tin. Gezondheidsproblemen door zware metalen komen in Nederland bijna niet voor. 
  • Acrylamide. Deze stof kan ontstaan bij een te hoge verhitting van zetmeelrijke producten zoals aardappelen. Door gevarieerd te eten en veilig te frituren voorkom je dat je te veel acrylamide binnenkrijgt. 
  • Schimmelgifstoffen. Schimmels kunnen gifstoffen aanmaken. Door uitgebreide controles hierop krijg je waarschijnlijk minder schimmelgifstoffen binnen dan schadelijk is voor de gezondheid. 
  • Algengifstoffen. Algen kunnen gifstoffen aanmaken en deze kunnen in schelpdieren zoals mosselen terechtkomen. Er wordt hierop gecontroleerd en wordt algengifstof aangetroffen, dan mogen er geen schelpdieren in dat gebied gevangen worden.
  • Natuurlijke gifstoffen zoals  solaninetomatineagaritinelectineglucosinolaten of  coumarine.
  • Sommige stoffen in  kruiden 
  • Cyanide 
  • Resten  bestrijdingsmiddelen. De regelgeving is streng op het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De kans dat je te veel hiervan binnenkrijgt is erg klein. 
  • Resten  antibiotica. Dieren kunnen antibiotica krijgen als ze ziek zijn. Te veel antibiotica is schadelijk voor de gezondheid. De regelgeving is streng en de kans dat je resten van antibiotica binnenkrijgt is klein. Sommige bacteriën kunnen  resistent worden tegen antibiotica. Een voorbeeld hiervan is ESBL.
  • Resten  hormonen. In de Europese Unie mogen geen hormonen aan dieren toegediend worden.
  • Resten uit  verpakkingen. Verpakkingsmaterialen mogen geen stoffen afgeven aan levensmiddelen die schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens.

Wat is het verschil tussen risico en gevaar?

Een stof kan gevaarlijk zijn, maar hoeft dan toch geen of een heel klein (verwaarloosbaar) risico te vormen. 

Neem bijvoorbeeld de stof nitraat die in eten kan zitten. Potentieel is deze stof gevaarlijk omdat het in het lichaam kan worden omgezet in kankerverwekkende stoffen. Maar in het gewone leven krijgen we er niet genoeg van binnen om ook daadwerkelijk een risico te vormen. En andersom hoeft een stof helemaal niet gevaarlijk te zijn, maar kan het in grote hoeveelheden toch een risico vormen. Water is het bekende voorbeeld: water is niet gevaarlijk, maar neem je er ontzettend veel van, dan kun je er toch dood aan gaan. 

In het kort: Risico= Gevaar x Blootstelling (hoeveel je met iets in aanraking komt).

Productvreemde materialen

In ons voedsel kunnen soms onbedoeld vreemde materialen voorkomen zoals stukjes glas of stukjes metaal. Deze horen er niet in thuis. Bij de verwerking van voedsel zijn er regels waaraan voldaan moet worden om te voorkomen dat zulke productvreemde materialen in ons voedsel terechtkomen.  

Allergenen

Sommige mensen hebben last van een voedselovergevoeligheid. Zij kunnen klachten krijgen van bepaalde stoffen in het voedsel. De Europese Unie heeft bepaald dat de stoffen ( allergenen) die de meeste overgevoeligheidsreacties veroorzaken op het etiket vermeld moeten worden. 

Additieven (E-nummers) 

E-nummers zijn stoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd om ze te verbeteren, bijvoorbeeld om de houdbaarheid ervan te kunnen garanderen. Veilige toevoegingen krijgen van de overheid een E-nummer. Het is een garantie die aangeeft dat de overheid de stoffen gecontroleerd en veilig bevonden heeft. Ook biedt een E-nummer de zekerheid dat je er niet te veel van binnenkrijgt.

Elke 2 weken de laatste updates
Meld je aan en ontvang

Ontvang elke 2 weken tips en nieuwtjes over gezond, duurzaam en veilig eten in je mailbox.