Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg.
Menu
Zoek
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Y Z
Encyclopedie A-Z

Voedselverspilling

Voedselverspilling vindt plaats als voedsel gemaakt voor consumenten niet wordt opgegeten of opgedronken. Schillen, botten, graten en andere resten worden niet meegerekend bij voedselverspilling. Nederlandse huishoudens verspillen gemiddeld 34 kilo eten per persoon per jaar aan vast voedsel. Vooral bij brood, zuivel, groente, fruit en aardappelen is veel winst te behalen.

Voedselverspilling kan worden voorkomen door te kopen wat je nodig hebt, precies op maat te koken en eten en drinken op de juiste plek en bij de juiste temperatuur te bewaren. Hiermee kunnen consumenten in Nederland hun milieu-impact tot wel 14% verlagen. Door geen voedsel te verspillen kun je bovendien zo’n € 120,- per persoon per jaar besparen. Het Voedingscentrum biedt informatie en tools om slim te koken, kopen en bewaren en zo voedselverspilling te voorkomen.

Wat is voedselverspilling?

Er is sprake van voedselverspilling als voedsel dat is geproduceerd voor menselijke consumptie, hier niet voor wordt gebruikt. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen voedsel voor of na de houdbaarheidsdatum wordt weggegooid, of tussen voedsel dat wel of niet bedorven is.

Onvermijdbare voedselverliezen worden niet meegerekend. Denk hierbij aan schillen, stronken, kaaskorsten, eierschalen, koffiedik, theeresten en vlees- en visresten (botten, graten).

Hoeveel voedsel wordt er verspild in Nederland?

De totale hoeveelheid verspilling in Nederland in de hele keten lag in 2017 tussen de minimaal 1.814 en maximaal 2.509 kiloton. Omgerekend per inwoner is dat tussen de 106 en 147 kg per persoon. Als de verspilling van vast voedsel in huishoudens (excl. dranken) nu geschat wordt op 34,3 kg, dan betekent dit dat huishoudens een aandeel hebben van zo’n 23 tot 32% van de totale verspilling in de keten.

Enkele cijfers over voedselverspilling in Nederlandse huishoudens (2019):

  • Nederlandse huishoudens verspilden in 2019 gemiddeld 34,3 kg eten per persoon per jaar aan vast voedsel (inclusief dikke vloeistoffen en zuivel). 
  • Dat is een daling van 17% ten opzichte van 2016 (41,2 kg) en 29% ten opzichte van 2010 (48,0 kg). 
  • Vast voedsel wordt vooral verspild via rest- en gft-afval. In dit huishoudelijk afval is 26,5 kg per persoon per jaar gemeten. In 2016 was dit 30,4 kg.  
  • Daarnaast schatten we verspilling naar de overige routes (gootsteen, toilet, dieren, compost, etc.) op 7,8 kg. In 2016 was dit 10,8 kg. 
  • 9,5% van het gekochte voedsel wordt verspild. In 2016 was dit 11,1% en in 2010  13,6%. 
  • Brood, zuivel, groente, fruit en aardappelen worden het meest verspild. In absolute hoeveelheden vindt hier wel de grootste daling plaats (met uitzondering van aardappelen; hiervan wordt juist meer verspild).  
  • Naast de verspilling van vast voedsel worden er ook vloeistoffen verspild. In 2019 verdween gemiddeld 45,5 liter drinken per persoon per jaar in de gootsteen of het toilet. Dat is een daling van 21% ten opzichte van 2016 (57,3 l).  

Samen tegen voedselverspilling

Wat doet het Voedingscentrum tegen voedselverspilling?

De Verenigde Naties heeft duurzaamheidsdoelstellingen vastgelegd in de Sustainable Development Goals (SDG 12.3). In deze doelen is een halvering van de voedselverspilling opgenomen in 2030 ten opzichte van 2015. Dit geldt per persoon voor consumenten en ook voor supermarkten. Voor het terugdringen van voedselverspilling op consumptieniveau heeft de EU zich hierbij aangesloten. Ook Nederland onderschrijft deze doelstelling. Per persoon per huishouden betekent dit dat de voedselverspilling moeten worden teruggedrongen van ongeveer 40 kilo per persoon per jaar in 2015 naar 20 kilo per persoon per jaar in 2030.

8 op de 10 Nederlanders zijn bereid de eigen voedselverspilling terug te dringen. Zij vinden bijvoorbeeld dat het ‘gewoon niet hoort’, het zonde van het geld is, of dat het niet kan omdat er ook honger op deze wereld bestaat.

In de praktijk lopen mensen wel eens tegen barrières aan. Redenen om te verspillen zijn onder andere: te veel van het product gekookt of bereid, producten op verkeerde wijze bewaard, en te veel ingekocht.

Redenen om minder voedsel te verspillen:

  1. Voedsel weggooien doe je niet, dat hoort niet.
  2. Het is goedkoper om al je voedsel te gebruiken.
  3. Er zijn mensen in de wereld met honger.
  4. Het is beter voor milieu, natuur en landschap.

Het spaart grondstoffen en dat is goed voor de economie.

Om voedselverspilling terug te dringen, is het belangrijk dat niet alleen bedrijven en supermarkten actie ondernemen, maar ook dat de consument anders gaat handelen tijdens het kopen, koken en bewaren van voedsel.
Voor consumenten zijn de meest aansprekende manieren om voedselverspilling tegen te gaan:

  1. Op maat eten en drinken kopen.
  2. Brood invriezen.
  3. Voor het boodschappen doen de voorraadkast controleren.
  4. Een maaltijd samenstellen van voedsel dat tegen de houdbaarheidsdatum aanzit.

Simpele oplossingen zijn bijvoorbeeld het gebruiken van een boodschappenlijstje, een maatbeker om de juiste porties te bepalen en weten welke producten je waar en hoe bewaart (de Bewaarwijzer). Het Voedingscentrum biedt informatie en tools om het tegengaan van voedselverspilling te vergemakkelijken. Het Voedingscentrum is ook lid van de Stichting Tegen Voedselverspilling en werkt ook via die weg aan het tegengaan van verspilling.

Welke rol speelt voedselveiligheid bij verspilling?

Verwarring en gebrek aan kennis over houdbaarheidsdatum zijn belangrijke oorzaken van voedselverspilling. Mensen weten soms het verschil niet tussen de THT-datum (ten minste houdbaar tot) en TGT-datum (te gebruiken tot).

Ze vergeten bijvoorbeeld dat ze een product in huis hebben, de THT-datum verstrijkt, en ze denken dan dat ze het voedsel niet meer kunnen consumeren. Maar de meeste producten met een verstreken THT-datum kunnen vaak nog dagen na de datum veilig worden geconsumeerd. Door te kijken, ruiken en proeven kan de kwaliteit van het product worden beoordeeld. Producten met een TGT-datum kunnen na de datum niet meer veilig worden geconsumeerd.

Invriezen of gekoeld bewaren is een belangrijke maatregel tegen verspilling. Door producten in te vriezen blijft een product lang goed. Bijvoorbeeld brood, maaltijdrestjes en vlees zijn geschikt om in te vriezen. Bakjes, zakjes en stickers zijn dan handige hulpmiddelen. Gekoeld bewaren is belangrijk bij onder andere zuivel, vlees en groenten. Door producten te bewaren op 4 °C, wordt de levensduur verlengd of behouden, en groeien er minder bacteriën.

Een koelkastthermometer kan helpen om de koelkast op de juiste temperatuur te krijgen. Volg voor bewaaradviezen de instructies op de verpakking of raadpleeg de Bewaarwijzer. Een verpakking helpt om het product langer vers te houden, thuis en in de winkel. Het product kan het beste zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking worden bewaard.

Wat kun je doen tegen voedselverspilling?

Deze adviezen kunnen consumenten helpen om voedselverspilling te voorkomen:

  • Controleer je voorraad voor je boodschappen doet. Wat heb je nog in huis? Wat moet als eerste op? Je weet dan wat je echt nodig hebt. Bewaar restjes en open verpakkingen op een vaste plek in je koelkast. Je ziet dan in één oogopslag wat als eerste op moet.
  • Maak een menu voor de hele week. Schrijf wat je nodig hebt op een boodschappenlijstje. Wie altijd een boodschappenlijstje maakt, kan tot wel 9 kilo voedsel van de afvalbak redden.
  • Noteer ook de hoeveelheden op je boodschappenlijstje. Bijvoorbeeld: ‘sperziebonen 400 gram’. Je koopt dan minder snel te veel.
  • Kook precies genoeg. Kijk wie er mee-eten en weeg af hoeveel je nodig hebt. Een keukenweegschaal is handig. Voor pasta, rijst en couscous is het Eetmaatje een aanrader.
  • Bewaar je eten op de juiste plek. Kijk in de online Bewaarwijzer waar het product het langst goed blijft. Groente, brood en maaltijden zijn heel lang houdbaar in de vriezer.
  • Eet producten voor het verstrijken van de datum op. Producten met een TGT-datum (te gebruiken tot), zoals vlees en vis, kun je beter niet meer opeten na de datum. Bij de THT-datum (tenminste houdbaar tot) kun je je zintuigen gebruiken. Kijk, ruik en proef of het nog goed is.
  • Kijk of je nog kliekjes en restjes in huis hebt. Wanneer maak je ze op? Houd wekelijks een kliekjesdag/donder-niet-weg-dag. Kijk hier voor inspiratie om je voorraad op te maken. Met behulp van de Receptenzoeker of de Receptenapp kun je op basis van de ingrediënten die je nog in huis hebt zoeken naar bijpassende recepten.

Bekijk hier de uitgebreide tips om voedselverspilling te voorkomen:

7 tips om voedselverspilling te voorkomen

Kan het etiket helpen tegen verspilling?

Het etiket kan helpen om voedselverspilling te voorkomen. Op het etiket staat een houdbaarheidsdatum. Er zijn twee soorten houdbaarheidsdata: de THT-datum (ten minste houdbaar tot) en de TGT-datum (te gebruiken tot). Producten met een verlopen THT-datum (kwaliteit gegarandeerd) kunnen mensen vaak nog eten zonder ziek te worden. Producten met een verlopen TGT-datum (veiligheid) moet je direct weggooien, anders kunnen je een voedselinfectie krijgen.

Wat is het effect van verspilling op het milieu?

Naarmate voedsel later in de keten wordt weggegooid, zijn de milieueffecten relatief groter. Er is dan al veel energie in bewerking, transport, verpakking en bereiding gestoken. De milieubelasting van productie voor Nederlandse voedselconsumptie zou zonder verspilling 14% lager kunnen zijn.

Voedselverspilling kost wereldwijd ongeveer 500 kilo CO2 per persoon per jaar en 28% van het landgebruik per jaar. Met name vlees(waren), melk(producten), groente en rijst dragen bij aan de klimaatbelasting door verspilling.

Bij vlees is het dubbel belangrijk om verspilling te voorkomen. Vlees heeft een hoge klimaatimpact, de productie ervan zorgt voor veel uitstoot van broeikasgassen. Als een deel daarvan wordt weggegooid, wordt de impact nog hoger, want er is dan nog meer vlees nodig.

Meer informatie

Reden voor het weggooien van te veel gekookt eten, is dat consumenten denken te weinig over te hebben om te kunnen bewaren, of dat ze niet weten wat ze kunnen doen met hun kliekjes of aangebroken producten, zoals zuivel, groenten, sauzen en andere ingrediënten. Als consumenten producten bewaren is dat met de intentie ze op te eten en gooien ze pas weg als ze echt niet meer te eten zijn.

Mogelijke oplossing: recepten en apps die laten zien wat je allemaal met kliekjes en aangebroken producten kunt doen, met menuplanning voor de hele week.

Tools van het Voedingscentrum:

Externe links: