Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg. Je kunt de webanalyse cookies instellingen aanpassen.
Encyclopedie

De Voedingscentrum Encyclopedie is de kennisbank van het Voedingscentrum. Je vindt er inhoudelijke informatie over allerlei onderwerpen.

Je kunt op 2 manieren zoeken naar onderwerpen in de encyclopedie: via het zoekveld en via het alfabet.

Nieuw
Populair
Alles over afvallen
Afvallen zonder dieet is de beste manier... Bestel nu € 9,95
Ga naar
 

Diabetes type 1 (suikerziekte)

Het lichaam van mensen met diabetes type 1 maakt zelf helemaal geen insuline meer aan. Dat komt doordat het afweersysteem de cellen die insuline aanmaken vernietigt. Daarom moet je met diabetes type 1 een paar keer per dag insuline inspuiten of een insulinepomp dragen. Als dit niet gebeurt kunnen er complicaties ontstaan, zoals hart- en vaatziekten, nierziekten en slechtziendheid of keto-acidotisch coma.

Voedingsadviezen voor mensen met diabetes type 1 zijn gericht op het onder controle houden van de bloedsuiker en op het goed zorgen voor hart en bloedvaten, om zo de kans op complicaties te verkleinen. Verder is het belangrijk om voldoende te bewegen.  

Omschrijving

Diabetes type 1 is een chronische ongeneeslijke ziekte. 

Naamgeving: diabetes of suikerziekte? 

De volledige officiële naam voor diabetes is diabetes mellitus. Vaak hoor je de term suikerziekte. De term suikerziekte kan tot verkeerde conclusies leiden. Zoals dat iemand met diabetes helemaal geen suiker mag eten. Daarom noemen we het liever diabetes.
Naast diabetes type 1 bestaat ook diabetes type 2

Hoeveel mensen hebben diabetes type 1?

Ruim 1,1 miljoen Nederlanders hebben diabetes. In zo´n 9% van de gevallen van diabetes is er sprake van type 1. Meestal krijgen mensen deze vorm van diabetes in de kinderleeftijd, maar ook volwassen kunnen het krijgen Van kinderen met diabetes heeft het overgrote deel diabetes type 1 hoewel tegenwoordig bij kinderen diabetes type 2 ook voorkomt. De meeste volwassenen krijgen diabetes type 2. 

Wat gebeurt er bij diabetes type 1?

Wanneer je bepaalde koolhydraten (zetmeel en suikers) binnenkrijgt, zet het lichaam deze om in glucose. Glucose komt in het bloed terecht. Daar noemen we het bloedglucose of bloedsuiker. Via het bloed komt de glucose terecht in de lichaamscellen. Zo levert glucose energie aan het lichaam. Dit heb je nodig voor bijvoorbeeld ademhalen, bewegen en het laten kloppen van je hart. 

Cellen nemen bloedsuikers op met behulp van het hormoon insuline. Dit hormoon wordt in de alvleesklier gemaakt. Normaal zorgt het lichaam dat er genoeg insuline is om de suikers uit het bloed in de cellen te krijgen. Insuline werkt eigenlijk als een sleutel: het opent de deuren van de lichaamscellen zodat de bloedsuiker naar binnen kan gaan. 

Diabetes type 1 ontstaat doordat de alvleesklier geen insuline meer aanmaakt. De cellen in de alvleesklier die insuline aanmaken worden namelijk vernietigd door het eigen immuunsysteem. Dat heet een auto-immuun reactie. Diabetes type 1 heet daarom ook wel een auto-immuunziekte. Bij mensen met diabetes type 1 kan glucose de cel dus niet in, en blijft in het bloed. Het bloedsuikergehalte is daardoor te hoog.

Bloedsuikerspiegel

De bloedsuikerspiegel (bloedsuikergehalte) is een maat voor de hoeveelheid glucose die opgelost is in het bloed. Het wordt uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l). Het onder controle houden van bloedsuikerspiegels wordt geregeld door de hormonen insuline en glucagon. Insuline zorgt voor opname van glucose door cellen. Glucagon zorgt voor het vrijmaken van glucose uit cellen. Dit proces houdt de bloedsuikerspiegel binnen aanvaardbare grenzen. Bij gezonde mensen zal onder normale omstandigheden de bloedsuikerspiegel variëren tussen de 4 mmol/l en 8 mmol/l. 

Omdat bij diabetes type 1 er geen insuline is om suiker in de cellen te krijgen, stijgen de waarden tot ver boven de 8 mmol/l. Daarom moet er direct gestart worden met het spuiten van insuline. Cellen kunnen dan weer glucose op nemen. Zo kunnen de bloedsuikers weer op een normaal peil komen. Maar mensen met diabetes type 1 kunnen zelden áltijd hun bloedsuikers binnen de normale waarden houden. Dat komt omdat de hoeveelheid insuline lastig exact is af te stemmen op de hoeveelheid die iemand eet. En ook andere factoren hebben invloed op het bloedsuikergehalte, zoals ziekte, stress, beweging en alcohol.

Wanneer heb je diabetes?

Iemand heeft diabetes als het bloedsuikergehalte bij bepaling: 

  • 7,0 mmol/l of hoger is in nuchtere situatie (de voorgaande 8 uur is niets gegeten).
  • 11,1 mmol/l of hoger is ongeveer 2 uur na een maaltijd.

Er wordt gesproken van een voorfase van diabetes als de bloedwaarden:

  • tussen de 6,1 en 7 mmol/l liggen in nuchtere situatie.
  • tussen de 7,8 en 11,0 mmol/l liggen ongeveer 2 uur na een maaltijd. 

Bloedsuikerwaarden zijn normaal als ze:

  • nuchter 6,1 mmol/l zijn of lager.
  • 2 uur na de maaltijd onder de 7,8 mmol/l liggen.

Oorzaken diabetes type 1

Over de oorzaak van diabetes type 1 is nog veel onduidelijk. Een bepaalde erfelijke aanleg speelt een rol. Maar ook omgevings- en voedingsfactoren lijken mogelijk een rol te spelen bij het ontstaan van diabetes type 1. Hiernaar wordt veel onderzoek gedaan. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat baby’s die borstvoeding hebben gehad, later minder risico hebben op diabetes.  

Gezondheidseffecten

Symptomen hyper (hoge bloedsuiker)

Bij mensen met diabetes type 1 kunnen te hoge bloedsuikers ontstaan. Dat heet hyperglykemie of kortweg ‘hyper’ waarbij bloedsuikerspiegels van zo’n 10 mmol/l of hoger bereikt worden. Een hyper geeft verschillende directe klachten, zoals moeheid, humeurigheid, dorst, honger hebben, veel plassen, uitdrogingsverschijnselen, jeuk en op de iets langere termijn gewichtsverlies. Als diabetes behandeld wordt, verdwijnen de klachten meestal snel. 

Bij een langdurig hoog bloedsuikergehalte, beschadigen de bloedvaten. Daarom hebben mensen met diabetes meer kans op hart- en vaatziekten. Andere complicaties die kunnen ontstaan zijn nierziekten, een diabetisch voet en slechtziendheid. 

Symptomen hypo (lage bloedsuiker)

Als je bloedsuikerspiegel onder de 3,5 mmol/l komt, heb je een hypo. Bij een hypo ontstaan verschillende directe klachten door het gebrek aan glucose in de cellen. Dat merk je bijvoorbeeld aan symptomen als milde prikkelbaarheid (dysforie), trillen, zweten, hartkloppingen, geeuwen en humeurwisselingen.

Wordt de suikerwaarde echt te laag, dan valt iemand flauw. In het ergste geval kan dat leiden tot permanente hersenschade of de dood. Want ook de hersencellen hebben dan een tekort aan glucose en ‘vallen uit’. Het is bij een hypo daarom nodig om direct wat zoets te eten of te drinken (zie voedingsadvies). 

Keto-acidotisch coma

Bij niet-behandelde diabetes type 1 kan iemand in een keto-acidotisch coma raken. Simpel gezegd komt dat doordat het lichaam geen energie meer kan vrijmaken uit glucose. Het lichaam gaat dan vetten en eiwitten afbreken voor energie. Afbreken van eiwitten leidt tot verzuring. Er blijft ook een zuur afbraakproduct van vet achter in het bloed. Deze verzuring van het lichaam (keto-acidose) kan na een lange tijd tot een coma leiden. Voordat het zover is kun je keto-acidose herkennen aan misselijkheid en een adem die ruikt naar aceton. 

Lange termijn gezondheidseffecten   

Op langere termijn kan hyperglykemie (dus te hoge bloedsuikers) lijden tot onherstelbare schade aan ogen, nieren en zenuwen, met risico op blindheid, nierfalen, impotentie en voetamputatie (door een uit de hand gelopen diabetische voet). Verder is het risico op hart- en vaatziekten bij diabetici sterk verhoogd.
Deze complicaties komen door weefselschade die ontstaat door een langdurige blootstelling aan glucose. 

Voedingsadvies

Er is geen bewijs dat bepaalde voeding het ontstaan van type 1 kan uitstellen of voorkomen. Het is wel mogelijk om complicaties zoveel mogelijk te voorkomen met een stabiele insuline-instelling in combinatie met de juiste voeding. Een gezonde voeding kan helpen om de bloedsuikerspiegel onder controle te houden en het risico op hart- en vaatziekten te verminderen. Meerdere voedingspatronen, zoals een mediterraan voedingspatroon en een laag-koolhydraat dieet, kunnen hierop een positief effect hebben. 

Medicatie en voeding

Mensen met diabetes type 1 injecteren insuline via een spuit of ze dragen een insulinepomp waarmee ze insuline kunnen afgeven op basis van de gegeten maaltijd (bolussen). Met een glucosemeter kunnen ze zelf meten hoe het met hun bloedsuikers gesteld is. Ze stemmen de hoeveelheid insuline af op de hoeveelheid koolhydraten (zetmeel en suikers) per eetmoment. Als de insuline iedere dag in vaste hoeveelheden wordt genomen, moet de koolhydraatinname ook iedere dag ongeveer hetzelfde zijn op vaste tijdsmomenten. Bij flexibele insulineschema’s is er meer ruimte om te variëren met de hoeveelheid koolhydraten per eetmoment.

Voeding bij diabetes type 1

Eten is van invloed op de bloedsuikerspiegel. En wat iemand eet heeft invloed op de gezondheid, bijvoorbeeld van hart en bloedvaten. Voor mensen met diabetes type 1 is het, net als voor iedereen, belangrijk om gezond te eten. 

De voedingsadviezen voor mensen met diabetes type 1 zijn vooral gericht op het onder controle houden van de bloedsuikers en het goed zorgen voor hart en bloedvaten, om zo de kans op complicaties te verkleinen. 

Het is de aanbeveling om voedingsadviezen aan te passen aan de individuele wensen en behoeften (budget, religie, cultuur, overtuiging, kennis) van de persoon met diabetes type 1. Het volhouden van een voedingspatroon is belangrijker dan de exacte samenstelling. Een diëtist is de aangewezen persoon om hierbij te helpen. Zij kan de richtlijnen die gelden voor diabetici in een persoonlijk voedingspatroon vormgeven. 

1. Gezonde basis met de Schijf van Vijf  

Meerdere voedingspatronen, zoals een mediterraan voedingspatroon of een voeding laag in koolhydraten kunnen een positief effect hebben op glucosewaarden en het risico op hart- en vaatziekten verlagen. Er is niet één ideale verhouding tussen de hoeveelheid koolhydraten, eiwit en vetten in een voeding voor diabetici. Daarom zijn er veel verschillende invullingen van een voeding mogelijk.

Omdat het kunnen volhouden van een gezond voedingspatroon heel belangrijk is, is de aanbeveling om de voeding aan te passen aan de individuele wensen en behoeften (budget, religie, cultuur, overtuiging, kennis) van de persoon met diabetes type 1. De Schijf van Vijf vormt hiervoor een goede basis. Soms moeten de aanbevolen hoeveelheden uit de Schijf van Vijf bij diabetes aangepast worden, bijvoorbeeld wanneer het voor iemand beter is om minder koolhydraten te eten of om af te vallen. Een diëtist is de aangewezen persoon om hierbij te helpen. Zij kan de richtlijnen die gelden voor diabetici in een persoonlijk voedingspatroon vormgeven.

2. Het onder controle houden van de bloedsuikers

Bij diabetes type 1 moet de inname van koolhydraten in balans zijn met de hoeveelheid insuline. Net als iedereen hebben mensen met diabetes koolhydraten nodig als energiebron voor het lichaam. Sommige mensen kunnen evenveel koolhydraten nemen als mensen zonder diabetes, voor anderen is een voeding met minder koolhydraten beter. De arts, diabetesverpleegkundige of diëtist helpt per individu te bepalen wat het beste werkt en met het in balans brengen van insuline en koolhydraten.

Algemene adviezen die helpen bij het onder controle houden van de bloedsuikers:

  • Eet voldoende vezelrijke producten.
    Na een maaltijd kan het bloedsuiker snel of langzaam stijgen. Het eten van veel vezels (uit volkorenproducten, groente en fruit) zorgt ervoor dat het bloedglucosegehalte niet te snel stijgt na de maaltijd. 
  • Wees zuinig met toegevoegde suikers. 
    Deze heb je niet nodig en ze kunnen voor schommelingen in het bloedsuikergehalte zorgen. Neem bijvoorbeeld water en thee in plaats van zoete dranken en neem groente, fruit of volkorenbrood in plaats van koek en gebak. 
  • Beperk het gebruik van bewerkte koolhydraten (zoals witte pasta, witte rijst, wit brood, suiker en frisdrank) en kies voor gezondere koolhydraatbronnen, zoals volkorenbrood, zilvervliesrijst en volkoren pasta. 
  • Stem de hoeveelheid insuline af op de hoeveelheid koolhydraten die je eet. Daarom is het vaak nuttig om koolhydraten te tellen. Dan kan vastgesteld worden hoeveel insuline er ongeveer per x gram koolhydraten gespoten moet worden. Dat kan per maaltijd verschillen. Bijvoorbeeld in de ochtend kan er meer insuline nodig zijn dan in de avond. Een diëtist helpt bij het tellen.
  • Stem bewegen, eten en insuline op elkaar af.
    Beweging maakt cellen gevoeliger voor insuline. Bij veel beweging is het daarom verstandig om wat minder insuline te gebruiken óf wat meer te eten.
  • Let op met alcohol. Alcohol verhoogt de kans op een hypo. Dat komt doordat voor het afbreken van alcohol de lever nodig is. De lever maakt normaal gesproken ook glucose aan, maar door de alcohol komt die productie vrijwel stil te liggen. Het bloedglucose verlagend effect kan enkele uren aanhouden en is groter wanneer alcohol niet tijdens een maaltijd wordt gebruikt. 

Mensen die ondanks een gezond eetpatroon veel last houden van te hoge bloedsuikerpieken na de maaltijd, kunnen proberen of het helpt om voedingsmiddelen met een lage glycemische index te nemen. De glycemisch index is lastig toe te passen. Daarom is begeleiding van een diëtist belangrijk. 

Mensen die ondanks een gezond eetpatroon veel last houden van te hoge bloedsuikerpieken na de maaltijd, kunnen proberen of het helpt om voedingsmiddelen met een lage glycemische index te nemen. De glycemisch index is lastig toe te passen. Daarom is begeleiding van een diëtist belangrijk. 

3. Goed zorgen voor hart en bloedvaten

Omdat de kans op hart- en vaatziekten toeneemt, is het voor mensen met type 1 diabetes heel belangrijk om goed te zorgen voor hart en bloedvaten. Eten volgens de Schijf van Vijf is daarvoor de basis. In de Schijf van Vijf staan namelijk producten die goed zijn voor hart en bloedvaten, zoals vis, plantaardige vetten, volkorenproducten, groente, fruit, noten en peulvruchten. 

Enkele adviezen binnen de Schijf van Vijf zijn voor diabetici extra belangrijk: 

  • Neem zo min mogelijk producten met verzadigd vet en transvet en vervang producten met veel verzadigd vet door producten met veel onverzadigd vet. Lees meer over dit advies bij vetten. 
  • Eet minimaal 1 keer per week vis, bij voorkeur vette vis.
  • Beperk de zoutinname (zeker bij een hoge bloeddruk) tot 6 gram. Een lagere inname dan 6 gram per dag is niet nodig. Bekijk tips om minder zout te eten. 
  • Het eten van veel vezels helpt het cholesterol gehalte te verlagen. 

4. Voldoende beweging

Regelmatig bewegen heeft een positief effect op je diabetes. Beweging zorgt er namelijk voor dat cellen beter reageren op insuline. Verder helpt het de bloeddruk en het cholesterol te verlagen. 

Omdat bewegen invloed heeft op je bloedsuikers, moet je er wel op letten dat je geen hypo’s krijgt als je beweegpatroon verandert. Ook als je op een dag meer beweegt dan normaal, moet je hier rekening mee houden. Als je insuline gebruikt is het verstandig om wat minder insuline te gebruiken óf wat meer te eten.  

Extra aandachtspunten

Omgaan met een hyper

Bij een te hoog bloedsuikergehalte kan extra insuline of beweging helpen. Van beide daalt het bloedsuiker. Drink ook voldoende. Water helpt om het teveel aan suiker uit het bloed te verwijderen.

Omgaan met een hypo

Wat mag ik eten bij hypoglykemie?

Als je een hypo hebt (hypoglykemie) moet je snel iets met glucose eten of drinken. Je bloedsuikers zijn dan te laag.

  • Bij voorkeur neem je 20 gram glucose in de vorm van glucosetabletten (druivensuiker/dextrose). Een glucosetablet komt het snelste in het bloed. Hoeveel tabletten je dan moet nemen kan verschillen per soort. Van dextro heb je bijvoorbeeld 6 tabletten nodig en van glucotabs 5 tabletten. Je kunt dit voor andere tabletten zelf berekenen door op het etiket te kijken hoeveel suiker er in 1 tablet zit.
  • Ook een glas high energy sportdrank of 30 milliliter limonadesiroop is geschikt. Neem limonadesiroop met een hoog glucosegehalte, aangelengd met water. Let erop dat ‘suiker’ vooraan bij de ingrediënten staat. Als er met name ‘geconcentreerd vruchtensap’ inzit, bevat de limonade veel fructose en is minder geschikt bij een hypo.
  • Heb je dit niet allemaal niet in de buurt, dan kun je 20 gram kristalsuiker (5 suikerklontjes) oplossen in water. Of neem een glas sap of frisdrank.
  • Als ook dat niet in de buurt is biedt fruit, brood, melk of koek uitkomst. Het duurt dan alleen wat langer voordat het suiker in het bloed komt.

Het is per persoon verschillend hoeveel koolhydraten je nodig hebt om je bloedsuiker weer op peil te krijgen. Voor volwassenen is het dus ongeveer 20 gram. Op basis van ervaring kun je samen met een diëtist deze hoeveelheid aanpassen.

Hoe herken je een hypo?

Hypo’s zijn te herkennen aan trillen, zweten, hartkloppingen, geeuwen en bewusteloosheid. Mensen met diabetes hebben vaak zelf een meter om hun bloedsuikergehalte te meten. Heb je geen diabetes, maar vermoed je dat je last hebt van hypoglykemie? Dan raden we je aan naar de huisarts te gaan.

Coeliakie (glutenintolerantie)

Ongeveer 1% van de wereldbevolking heeft coeliakie. Bij mensen met diabetes type 1 is dit waarschijnlijk 10%. Wanneer iemand coeliakie heeft, ontstaan ontstekingsreacties in de darm na het eten van gluten. Bij coeliakie wordt daarom een streng glutenvrij dieet voorgeschreven. Wanneer je diabetes hebt is dit een extra moeilijkheid. Glutenvrij brood bevat bijvoorbeeld vaak meer koolhydraten dan gewoon brood, maar weinig vezels en heeft een vrij hoge glycemische index. En wanneer het glutenvrij dieet niet strikt genoeg wordt toegepast, reageert je lichaam hierop. Dit heeft ook gevolgen voor de bloedsuikerspiegel. Een goede begeleiding door een diëtist is ook hier erg belangrijk.

Ramadan/vasten en diabetes

Volwassenen met chronische ziekten, waaronder dus ook diabetes, zijn niet verplicht om te vasten tijdens de Ramadan. In principe krijgen diabetespatiënten altijd het advies om niet te vasten of het vooral goed te overleggen met de behandelaars.

Meer informatie

Eetmeter: hoeveel koolhydraten heb je gegeten?

Patiëntenvereniging Diabetes Vereniging Nederland

Diabetes Fonds

 

 

Nieuw: Receptenapp van het Voedingscentrum
De nieuwe ‘Receptenapp Slim Koken’ biedt naast veel lekkere, gezonde en makkelijke recepten, ook hulp tijdens het koken, kopen en bewaren van je boodschappen.