Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg. Je kunt de webanalyse cookies instellingen aanpassen.
Menu van de Week Recept van de dag
Verrassende smaakmelange
2 personen
15-30 minuten
Ga naar
Encyclopedie

De Voedingscentrum Encyclopedie is de kennisbank van het Voedingscentrum. Je vindt er inhoudelijke informatie over allerlei onderwerpen.

Je kunt op 2 manieren zoeken naar onderwerpen in de encyclopedie: via het zoekveld en via het alfabet.

Nieuw
Kookboek Groente
Groenten zijn prachtige producten uit de... Bestel nu € 12,95
Populair
Alles over afvallen
Afvallen zonder dieet is de beste manier... Bestel nu € 9,95
Ga naar
 

Biologisch

Bij de productie van biologisch voedsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu en dierenwelzijn. Zo worden mestoverschotten voorkomen en krijgen dieren meer ruimte dan in de gangbare veeteelt en landbouw.

Biologische producten zijn herkenbaar aan de keurmerken: EKO, Europees Biologisch en Demeter. 

Over het algemeen zijn biologische producten en niet-biologische producten net zo gezond en veilig.

Omschrijving

Bij de productie van biologisch voedsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu en dierenwelzijn. In allerlei voorschriften is vastgelegd wat daaronder wordt verstaan. Het instituut Skal controleert of de voorschriften worden nageleefd.

Kenmerken van de biologische landbouw

  • Veehouders gebruiken biologisch voer voor hun dieren.
  • Veehouders hebben een diervriendelijke werkwijze: ze geven hun dieren meer ruimte dan in de gangbare veehouderij gebruikelijk is.
  • Dieren krijgen over het algemeen minder vaak antibiotica. De leefomstandigheden van het dier zijn erop gericht om de natuurlijke weerstand zoveel mogelijk te bevorderen. 
  • Boeren gebruiken geen genetische modificatie. Het gebruik van genetisch gemodificeerde ingrediënten, enzymen en diervoer is uitgesloten. Dit wordt in strijd geacht met het natuurlijke karakter van de biologische landbouw.
  • Gewassen worden uitsluitend geteeld op grond en bijvoorbeeld niet op water of op een kunstmatige ondergrond zoals steenwol. Het aantal dieren dat wordt gehouden is in evenwicht met het grondoppervlak. De mest moet kunnen worden gebruikt op het eigen land of op land van andere boeren in de streek zodat er geen mestoverschot ontstaat.
  • De natuurlijke kringloop wordt in stand gehouden. Mest wordt verspreid over het land en zorgt voor voedingsstoffen voor de gewassen. Zo kan er op het land voedsel voor de mensen groeien en voer voor het vee. Niet-gemengde bedrijven als akkerbouwbedrijven of varkenshouderijen werken met elkaar samen om een kringloop te vormen: de mest van het veebedrijf gaat naar het akkerbouwbedrijf en het akkerbouwbedrijf levert weer stro en voer aan het veebedrijf.
  • Biologische gewasbescherming bestaat uit de combinatie van het inzetten van natuurlijke vijanden (denk aan sluipwespen), bestrijdingsmiddelen van natuurlijke oorsprong en mechanische bestrijding, zoals het wieden van onkruid. 
  • Sommige boeren gebruiken rassen die minder gevoelig zijn voor plagen en ziekten.
  • Boeren wisselen verschillende soorten gewassen op een stuk land af: wisselteelt. Wanneer er een plaag is helpt het op deze manier om gewassen te planten die minder gevoelig zijn voor plagen. De plaag verdwijnt dan weer.

Naast biologische landbouw bestaat er biologisch-dynamische landbouw. Deze kent een aantal aanvullende eisen. Lees meer over biologisch-dynamische landbouw.

Biologische verwerking

  • Verwerkers gebruiken geen chemische kleur-, geur-, en smaakstoffen. De ingrediënten zijn zoveel mogelijk biologisch. Alleen technologisch onmisbare E-nummers van natuurlijke oorsprong zijn toegestaan. 
  • Bij de productie worden zo min mogelijk proceshulpstoffen gebruikt. Dit zijn stoffen die niet in het product zelf zitten, maar worden gebruikt bij de productie, bijvoorbeeld om de structuur van een product te veranderen. Bij de biologische productie zijn alleen hulpstoffen toegestaan die technologisch onmisbaar zijn. Zo mag biologische suiker niet gebleekt worden. Bij de productie van biologisch brood mag gebruik gemaakt worden van niet-genetisch gemodificeerde enzymen.
  • Producten worden niet doorstraald om ze langer houdbaar te maken. De biologische sector wijst dit af, omdat deze methode niet natuurlijk wordt geacht.
  • Appelbomen worden met de hand gedund in plaats van bespoten, zodat de vruchtjes volledig kunnen groeien.  

De biologische vleeskuikenhouderij

Specifiek voor vleeskippen gelden de volgende kenmerken: 

  • Biologische kippen hebben de meeste ruimte van alle vleeskippen die gehouden worden. Ze zitten maximaal met 10 kippen op een vierkante meter. 
  • De kippen worden op latere leeftijd (minimaal 81 dagen) geslacht. 
  • Meestal worden langzaamgroeiende rassen gebruikt, om te voorkomen dat de dieren veel te zwaar worden.
  • Vleeskuikens kunnen vanaf 6 weken oud naar buiten. De uitloop beslaat minstens 4 vierkante meter per dier. Die kan overdekt zijn of open. De uitloop is begroeid en biedt schuilmogelijkheden.
  • De stallen zijn kleiner (maximaal 4.800 kippen) en is er volop daglicht. De stal moet minimaal 8 uur aaneengesloten donker zijn.

Voor fokbedrijven en vermeerderaars gelden geen speciale eisen.

Biologische leghennen (eieren)

Voor biologische leghennen geldt:

  • De hennen hebben uitloop. De uitlopen moeten begroeid zijn en schuilmogelijkheden bieden, waardoor de kippen de hele uitloop gebruiken.
  • De dichte vloer van de stallen is voldoende bestrooid.
  • De kippen krijgen daglicht, dit mag tot maximaal 16 uur per dag aangevuld worden met kunstlicht.
  • Eisen voor de binnenruimtes voor leghennen zijn: maximaal 6 leghennen per vierkante meter en minimaal 18 centimeter zitstok per leghen. 
  • Er zijn maximaal 7 leghennen per legnest of elke leghen krijgt 1.20 vierkante meter in een gemeenschappelijk legnest.
  • Per stal mag de boer maximaal 3.000 hennen huisvesten.
  • Het leefoppervlakte mag vergroot worden door etages te plaatsen.

Biologische rundveehouderij

Biologische rundveehouderijen zijn diervriendelijker dan scharrelrundveehouderijen.

Kenmerken zijn:

  • Koeien hebben meer ruimte (8 m²), zachte ligmogelijkheden en ze kunnen minimaal 210 dagen de wei in. Dat laatste is goed voor hun natuurlijk gedrag en de poten en de klauwen van het dier.
  • Biologische boeren hebben minimaal een halve hectare grond ter beschikking.
  • Het gebruik van preventieve antibiotica is voor alle runderen verboden. Antibiotica wordt alleen toegepast bij ziekte. 

Biologische melkveehouderij

Voor melkvee gelden deze kenmerken: 

  • Koeien leven meer dan 120 dagen in de wei.
  • Koeien leven in een ruime ligboxstal of een potstal: Bij een potstal staan de koeien op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig weer nieuw stro geworpen. De bodem van stro en mest wordt zo steeds hoger. 1 of 2 keer per jaar wordt de stal uitgemest en rijdt de boer de mest over het land uit. Potstallen zijn vaak aan één kant open waardoor er sprake is van ruime ventilatie
  • De koeien krijgen minimaal 60% ruwvoer (gras, hooi en mais). Krachtvoer (eiwitrijk voer) moet voor het grootste deel biologisch zijn geteeld. Verder mag het geen genetisch gemodificeerde ingrediënten bevatten. 
  • Grasland wordt voor een deel ingezaaid met klaver als natuurlijke bemester.
  • Bij het stoppen met melken (‘droogzetten’) van de koeien worden geen antibiotica gebruikt om uierontsteking te voorkomen.
  • Onthoornen gebeurt alleen als koeien elkaar beschadigen met hun hoornen. In de biologisch dynamische sector is onthoornen verboden.
  • Biologisch boeren is duurder. Biologische koeien geven bijna een vijfde minder melk. Ook geven ze de laatste jaren minder melk dan gebruikelijk is, omdat ze langer leven.
  • De meeste kalveren uit de biologische melkveehouderij gaan naar gangbare vleeskalverhouderijen. Toch zijn er ook enkele biologische vleeskalverhouderijen. Ook deze houderijen kenmerken zich door meer ruimte voor het dier en ruimte om de wei in te gaan. 

De biologische varkenshouderij

Kenmerken van de biologische varkenshouderij zijn: 

  • Vleesvarkens en zeugen (vrouwelijk varkens) hebben meer ruimte dan bij andere soorten houderijen: 1,3 m² voor vleesvarkens en 2,5 m² voor zeugen.
  • Alle varkens hebben een uitloop naar buiten van 1 tot 2,5 m² per dier. De uitloop van biologische varkens mag maximaal voor driekwart overdekt zijn en moet een verharde vloer hebben in plaats van een rooster.
  • Er sterven meer biggen in het kraamhok dan bij de gangbare varkenshouderij. De reden is dat het biologische zeug niet is ingesloten tussen metalen stangen. De biologische zeug gaat daardoor eerder op haar biggen liggen.
  • Niet-zogende zeugen krijgen weidegang: ze mogen vrij in de wei rondlopen. 
  • Varkens kunnen zich natuurlijk gedragen.
  • Biologische zeugen zijn vaker kreupel dan gangbaar gehouden varkens. Waarschijnlijk komt dit door de gladde uitlopen naar buiten. Vleesvarkens daarentegen hebben weer minder pootproblemen.
  • Biologische varkens lopen een wat verhoogd risico op long- en leverschade, omdat ze meer stof en strodeeltjes inademen.  

Biologische viskweek

Voor biologisch gekweekte vissen gelden de volgende voorwaarden:

  • Vissen hebben voldoende ruimte en er is een natuurlijke bodem, goede kwaliteit water en een temperatuur en lichtintensiteit die bij de soort hoort.
  • Er worden alleen plaatselijk gekweekte soorten gebruikt, die kunnen worden gekweekt zonder schade aan de wilde bestanden (dus bijvoorbeeld geen paling). Jonge visjes komen bij voorkeur van biologische bedrijven of zijn minimaal 3 maanden biologisch gehouden.
  • Waterzuivering vindt alleen plaats door natuurlijke filterbedden, biologische of mechanische filters of dieren die bijdragen aan de waterkwaliteit. 
  • Hormonen worden niet gebruikt. Vissen krijgen hooguit 2 keer per jaar medicijnen, als dat echt nodig is.
  • Voor visetende vissen, zoals zalm, moet het voer biologisch zijn. Het voer is dan maximaal 60% plantaardig en de rest bestaat uit vismeel, visolie en voer van biologische bedrijven. Vissen die alleen planten eten, zoals tilapia en pangasius, hoeven niet per se biologisch voer te krijgen, als het maar een ‘geringe impact op het milieu’ heeft.

Gevangen, wilde vis mag niet als biologisch verkocht worden. 

Etiket

Biologische producten zijn in de winkel herkenbaar aan de volgende keurmerken op het etiket:

Niet-biologische ingrediënten in samengestelde biologische producten

Biologische producten met meerdere ingrediënten (samengestelde producten) mogen niet-biologische ingrediënten bevatten, als deze niet voldoende biologisch beschikbaar zijn. Maximaal 5% van de ingrediënten mag niet-biologisch zijn. Wijn is wel altijd helemaal biologisch.

In de lijst hieronder zie je welke niet-biologische ingrediënten volgens de wet in samengestelde biologische producten mag zitten. Producten verdwijnen van de lijst zodra ze in voldoende mate biologisch beschikbaar zijn.  

Welke niet-biologische ingrediënten kunnen zitten in samengestelde biologische producten?

Categorie

Producten

Eetbare vruchten, noten en zaden

 

Passievruchten (Maracujas)

Colanoten

Eikels

Kruisbessen

Gedroogde frambozen

Gedroogde rode aalbessen

 

Eetbare specerijen en kruiden

 

Kleine galanga, Peruaanse peper

Mierikswortelzaad

Saffloerbloemen

Waterkerskruid

 

Algen

Alle soorten, inclusief zeewier

Oliën en vetten

 

Wel of niet geraffineerd, maar niet chemisch gemodificeerd. Uitzonderingen zijn oliën en vetten van cacao, kokos, olijven, zonnebloem, palm, kool- en raapzaad, saffloer, sesam en soja.

 

Suikers, zetmeel en andere producten op basis van granen en knollen

Fructose
Rijstpapier
Ouwel
Zetmeel van rijst en kleefmaïs, niet chemisch gemodificeerd

Dierlijke producten

 

Weipoeder ‘herasuola’
Gelatine
Darmen
Wilde vis en schaal- en schelpdieren

Overig

Eiwit uit erwten
Rum bereid uit suikerrietsap
Kirsch bereid op basis van vruchten en smaakstoffen

 

Toegestane E-nummers in biologische producten  

  • E170, calciumcarbonaat: gebruik beperkt tot textuur, antiklontermiddel en verdikkingsmiddel
  • E220, zwaveldioxide: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.
  • E224, kaliummetabisulfiet: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.
  • E270, melkzuur
  • E290, kooldioxide
  • E296, appelzuur
  • E300, l-ascorbinezuur
  • E306, tocoferolextract
  • E322, lecithinen
  • E330, citroenzuur
  • E333, calciumcitraten
  • E334, l(+)-wijnsteenzuur
  • E335, natriumtatraten
  • E336, kaliumtatraten
  • E341 (i), monocalciumfosfaat
  • E400, alginezuur
  • E401, natriumalginaat
  • E402, kaliumalginaat
  • E406, agar-agar
  • E407, carrageen
  • E410, johannesbroodpitmeel
  • E412, guarpitmeel, guargom
  • E413, tragacanth
  • E414, Arabische gom, acaciagom
  • E415, xanthaangom
  • E416, karayagom
  • E422, glycerol
  • E440(i), pectine
  • E500, natriumcarbonaten (baksoda)
  • E501, kaliumcarbonaten
  • E503, ammoniumcarbonaten
  • E504, magnesiumcarbonaten
  • E509, calciumchloride
  • E516, calciumsulfaat
  • E524, natriumhydroxide
  • E551, siliciumdioxide
  • E938, argon
  • E941, stikstof
  • E948, zuurstof
  • E1105, lysozym, gebruik beperkt tot conserveermiddel in kaas  

Gezondheidseffecten

In het algemeen is niet aangetoond dat biologisch voedsel gezonder is dan gangbaar voedsel.

Onderzoek naar individuele producten laat zien dat biologische producten in het algemeen minder resten van bestrijdingsmiddelen bevatten en soms minder nitraat dan gangbare producten. In sommige biologische producten zijn hogere gehaltes gemeten aan vitamine C, mineralen en bioactieve stoffen.

Ook kan de vetzuursamenstelling van melk anders zijn. Het bevat meer meervoudig onverzadigde vetzuren (CLA, omega-3), beta-caroteen en vitamine E. Dit geldt voor alle koeien met weidegang. Het is echter niet aan te geven hoe groot de verschillen tussen biologische en reguliere producten precies zijn. De variatie tussen biologische producten is groot en dit hangt ook af van seizoen, regio en gebruikte rassen. Verder bepaalt niet een enkel product maar de samenstelling van het totale pakket eten en drinken dat iemand tot zich neemt, hoe gezond zijn eten is.

Veiligheid

Over het algemeen zijn biologische producten en niet-biologische producten even veilig. 

Op de volgende punten onderscheiden biologische producten zich positief ten opzichte van gangbare producten: 

  • Biologische groenten bevatten soms minder nitraat, mogelijk doordat ze beperkt worden bemest.
  • De kans dat er te veel resten van diergeneesmiddelen in biologische melk- en vleesproducten zitten, is klein. Biologische boeren gebruiken wel minder structureel diergeneesmiddelen en wachten langer dan 'gangbare' boeren voordat een dier dat geneesmiddelen heeft gehad, wordt gemolken of geslacht, zodat een nog groter deel van het geneesmiddel uit het dier zal zijn verdwenen. 
  • In de biologische landbouw kunnen dieren zich meer natuurlijk gedragen. Dat levert minder stress op en een betere natuurlijke weerstand. De dieren worden minder snel ziek en herstellen eerder bij infecties. Als dieren trager groeien en langer leven, kunnen ze over bepaalde infecties heen groeien, zoals een infectie met salmonella. Daarmee is het risico op salmonellabesmetting bij consumenten ook kleiner.  

Op de volgende punten onderscheiden biologische producten zich negatief ten opzichte van gangbare producten: 

  • Biologisch gehouden dieren kunnen naar buiten en komen daardoor in contact met dieren in de omgeving. Daardoor lopen ze in theorie meer kans besmet te worden met bijvoorbeeld salmonella of campylobacter of een parasiet, zoals toxoplasma. Overigens geldt dit ook voor producten uit andere houderijsystemen waar de dieren een uitloop hebben, zoals bij scharrel-met-uitloopeieren, graseieren en scharrelvlees.  
  • Biologische eieren bevatten gemiddeld meer dioxine bevatten dan niet-biologische eieren. Een mogelijke verklaring is dat biologische kippen met de grond die ze buiten oppikken meer dioxine binnenkrijgen. Het probleem speelt niet bij vleeskuikens. Die leven zo kort dat ze weinig dioxine opbouwen in hun vetweefsel.

Gangbaar en biologisch komt overeen op dit punt: 

  • In biologische granen worden geen hogere gehalten aan schimmelgifstoffen aangetroffen. Dat wordt weleens ten onrechte verondersteld, omdat de biologische landbouw geen chemische bestrijdingsmiddelen tegen schimmel gebruikt. 

Minder zout? Check het etiket!

Pak, draai en kies voor minder zout

Betere keuzes maken kan heel eenvoudig. Pak 2 vergelijkbare producten uit het schap, draai ze om en kijk hoeveel zout erin zit. Zo kies je bijvoorbeeld kaas met het minste zout.