Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg. Je kunt de webanalyse cookies instellingen aanpassen.
Encyclopedie

De Voedingscentrum Encyclopedie is de kennisbank van het Voedingscentrum. Je vindt er inhoudelijke informatie over allerlei onderwerpen.

Je kunt op 2 manieren zoeken naar onderwerpen in de encyclopedie: via het zoekveld en via het alfabet.

Nieuw
Kookboek Groente
Groenten zijn prachtige producten uit de... Bestel nu € 12,95
Populair
Alles over afvallen
Afvallen zonder dieet is de beste manier... Bestel nu € 9,95
Ga naar
 

Biologisch

Bij de productie van biologisch voedsel wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met milieu, dier en mens. In allerlei voorschriften is vastgelegd wat daaronder wordt verstaan. Het instituut Skal controleert of ze worden nageleefd. 

Biologische producten zijn herkenbaar aan het EKO-keurmerk, het Europese keurmerk voor biologische producten en/of de term ‘biologisch’ of vertalingen daarvan (organic, ökologisch, biologique). 

Over het algemeen zijn biologische producten net zo gezond en veilig als niet-biologische producten.

Omschrijving

Biologisch vlees is in de winkel herkenbaar aan de volgende keurmerken:

Kenmerken van de biologische landbouw

  • Veehouders gebruiken biologisch voer voor hun dieren.
  • Veehouders hebben een diervriendelijke werkwijze: ze geven hun dieren meer ruimte dan in de gangbare veehouderij gebruikelijk is.
  • Dieren krijgen over het algemeen minder vaak antibiotica.
  • Boeren gebruiken geen genetische modificatie. Het gebruik van genetisch gemodificeerde ingrediënten, enzymen en diervoer is uitgesloten. Dit wordt in strijd geacht met het natuurlijke karakter van de biologische landbouw.
  • Biologische landbouw is grondgebonden. Gewassen worden uitsluitend geteeld op grond en bijvoorbeeld niet op water of op een kunstmatige ondergrond zoals steenwol. Het aantal dieren dat wordt gehouden is in evenwicht met het grondoppervlak. De mest moet kunnen worden gebruikt op het eigen land of op land van andere boeren in de streek zodat er geen mestoverschot ontstaat.
  • De natuurlijke kringloop wordt in stand gehouden. Mest wordt verspreid over het land en zorgt voor voedingsstoffen voor de gewassen. Zo kan er op het land voedsel voor de mensen groeien en voer voor het vee. Niet-gemengde bedrijven als akkerbouwbedrijven of varkenshouderijen werken met elkaar samen om een kringloop te vormen: de mest van het veebedrijf gaat naar het akkerbouwbedrijf en het akkerbouwbedrijf levert weer stro en voer aan het veebedrijf.
  • Boeren gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, maar alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen, zoals kalkzwavel tegen schurft.
  • Boeren zetten natuurlijke vijanden in om insectenplagen en ziekten te bestrijden, bijvoorbeeld insecten als de sluipwesp of roofwants die zelf niet schadelijk zijn voor de gewassen.
  • Sommige boeren gebruiken rassen die minder gevoelig zijn voor plagen en ziekten.
  • Boeren wisselen verschillende soorten gewassen op een stuk land af: wisselteelt. Wanneer er een plaag is helpt het op deze manier om gewassen te planten die minder gevoelig zijn voor plagen. De plaag verdwijnt dan weer.

Biologische verwerking

  • Verwerkers gebruiken geen chemische kleur-, geur-, en smaakstoffen. De ingrediënten zijn zoveel mogelijk biologisch. Er is slechts een beperkt aantal additieven van natuurlijke oorsprong toegestaan. Het criterium is dat toevoegingen technologisch onmisbaar moeten zijn.
  • Bij de productie worden zo min mogelijk proceshulpstoffen gebruikt. Dit zijn stoffen die niet in het product zelf zitten, maar worden gebruikt bij de productie, bijvoorbeeld om de structuur van een product te veranderen. Bij de biologische productie zijn alleen hulpstoffen toegestaan die technologisch onmisbaar zijn. Zo mag biologische suiker niet gebleekt worden en biologische margarine wordt niet met een hulpstof gehard. Aan biologische wijn mag wel suiker toegevoegd worden om het alcoholpercentage kunstmatig te verhogen. Bij wijn is sulfiet toegestaan. Bij de productie van biologisch brood mag gebruik gemaakt worden van niet-genetisch gemodificeerde enzymen.
  • Producten worden niet doorstraald om ze langer houdbaar te maken. De biologische sector wijst dit af, omdat deze methode niet natuurlijk wordt geacht.
  • Appelbomen worden met de hand gedund in plaats van bespoten, zodat de vruchtjes volledig kunnen groeien.  

De biologische vleeskuikenhouderij

Biologische vleeskuikens hebben de meeste ruimte van alle vleeskuikens die gehouden worden. Ze zitten maximaal met z’n tienen op een vierkante meter. Verder krijgen ze biologisch voer en worden ze op latere leeftijd (minimaal 81 dagen) geslacht. Meestal worden langzaamgroeiende rassen gebruikt, om te voorkomen dat de dieren veel te zwaar worden.

Daarnaast kunnen vleeskuikens vanaf zes weken oud naar buiten. Ze hebben beschikking over een uitloop naar buiten van minstens 4 vierkante meter per dier. Die kan overdekt zijn of open. De uitloop is begroeid en biedt schuilmogelijkheden. Verder zijn de stallen kleiner (maximaal 4800 kuikens) en is er volop daglicht. De stal moet minimaal acht uur aaneengesloten donker zijn.

Voor fokbedrijven en vermeerderaars gelden geen speciale eisen.

Biologische rundveehouderij

Biologische rundveehouderijen zijn weer diervriendelijker dan scharrelrundveehouderijen.

Veel biologisch melkvee leeft in zogeheten potstallen. Dat zijn andere stallen dan de ligboxen en de grupstallen (zie gangbare rundveehouderij). De potstal is een oud, comfortabel staltype als er voldoende ruimte per koe is. De koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig weer nieuw stro geworpen. De bodem van stro en mest wordt zo steeds hoger en één of twee keer per jaar wordt deze uitgemest en over het land uitgereden.Eind 2005 waren er bijna 16.000 melkkoeien (1% van alle koeien) op 305 biologische melkveehouderijbedrijven. De meeste kalveren uit de biologische melkveehouderij gaan naar gangbare vleeskalverhouderijen. Toch zijn er ook enkele biologische vleeskalverhouderijen. Ook deze houderijen kenmerken zich door meer ruimte voor het dier, en ruimte om de wei in te gaan.  

Voor vleesvee gelden deze eisen:  

  • Koeien hebben meer ruimte, goede ligmogelijkheden en ze kunnen in de zomer de wei in. Dat laatste is goed voor hun natuurlijk gedrag en de poten en de klauwen van het dier.
  • Biologische boeren hebben minimaal een halve hectare grond ter beschikking.
  • Er zijn ook algemene regels voor de gezondheid van runderen. Het gebruik van preventieve antibiotica is voor alle runderen verboden. Antibiotica wordt alleen toegepast bij ziekte.  

Biologische melkveehouderij

Veel biologisch melkvee wordt gehouden in zogeheten potstallen. De potstal is een oud, comfortabel staltype als er voldoende ruimte per koe is. De koeien staan op stro en laten daarin hun mest vallen. Op de laag van stro en mest wordt regelmatig weer nieuw stro geworpen. De bodem van stro en mest wordt zo steeds hoger. Eén of twee keer per jaar wordt de stal uitgemest en rijdt de boer de mest over het land uit. De koeien gaan in de zomermaanden naar buiten: minimaal 120 dagen per jaar. Bij het ‘droogzetten’ van de koeien worden geen antibiotica gebruikt. In het algemeen geldt dat diergeneesmiddelen alleen mogen worden gebruikt om dieren te genezen, en niet ter preventie.

De koeien krijgen minimaal zestig procent ruwvoer. Krachtvoer moet voor het grootste deel biologisch zijn geteeld. Verder mag het geen genetisch gemodificeerde ingrediënten bevatten. Op de weilanden wordt geen gebruik gemaakt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Grasland wordt voor een deel ingezaaid met klaver als natuurlijke bemester.

Biologisch boeren is duurder. Biologische koeien geven bijna een vijfde minder melk. Ook geven ze de laatste jaren minder melk dan gebruikelijk is, omdat ze langer leven. Verder hebben biologische bedrijven meer land per koe. 

Voor melkvee gelden deze eisen:  

  • Koeien leven meer dan 120 dagen in de wei
  • Koeien leven in een ligboxstal of een potstal: de stal bestaat uit een met stro ingestrooide gezamenlijke ligruimte die gescheiden is van het looppad achter het voerhek. De mest blijft liggen en dagelijks bedekt met stro. Een of tweemaal per jaar wordt de opgepotte mest weggehaald. Potstallen zijn vaak aan één kant open waardoor er sprake is van ruime ventilatie
  • De koe leeft binnen op strooisel
  • Onthoornen wordt niet routine-matige toegepast. In de biologisch dynamische sector is onthoornen verboden.
  • De meeste koeien zijn van het ras Frisian Holstein

De biologische varkenshouderij

Biologische vleesvarkens en zeugen hebben meer ruimte dan bij andere soorten houderijen.  

Kenmerken zijn:  

  • Vleesvarkens hebben relatief veel ruimte: 1,3 m² en zeugen 2,5 m².
  • Alle varkens hebben een uitloop naar buiten van 1 tot 2,5 m² per dier. De uitloop van biologische varkens mag maximaal voor driekwart overdekt zijn en moet een verharde vloer hebben in plaats van een rooster.
  • Niet-zogende zeugen krijgen weidegang: ze mogen vrij in de wei rondlopen. De zogende zeugen hebben ruime hokken, waarin ze niet ingesloten zijn.
  • Varkens kunnen zich natuurlijk gedragen.
  • Er sterven meer biggen in het kraamhok dan bij de gangbare varkenshouderij. De reden is dat het biologische zeug niet is ingesloten tussen metalen stangen. De biologische zeug gaat daardoor eerder op haar biggen liggen.
  • Biologische zeugen zijn vaker kreupel dan gangbaar gehouden varkens. Waarschijnlijk komt dit door de gladde uitlopen naar buiten. Vleesvarkens daarentegen hebben weer minder pootproblemen.
  • Biologische varkens lopen een wat verhoogd risico op long- en leverschade, omdat ze meer stof en strodeeltjes inademen.   

Niet-biologische ingrediënten in samengestelde biologische producten

Biologische producten met meerdere ingrediënten (samengestelde producten) mogen niet-biologische ingrediënten bevatten, als deze niet voldoende biologisch beschikbaar zijn. Maximaal 5% van de ingrediënten mag niet-biologisch zijn. Wijn is wel altijd helemaal biologisch.

In de lijst hieronder zie je welke niet-biologische ingrediënten volgens de wet in samengestelde biologische producten mag zitten. Producten verdwijnen van de lijst zodra ze in voldoende mate biologisch beschikbaar zijn.  

Welke niet-biologische ingrediënten kunnen zitten in samengestelde biologische producten?

Categorie

Producten

Eetbare vruchten, noten en zaden

 

Passievruchten (Maracujas)

Colanoten

Eikels

Kruisbessen

Gedroogde frambozen

Gedroogde rode aalbessen

 

Eetbare specerijen en kruiden

 

Kleine galanga, Peruaanse peper

Mierikswortelzaad

Saffloerbloemen

Waterkerskruid

 

Algen

Alle soorten, inclusief zeewier

Oliën en vetten

 

Wel of niet geraffineerd, maar niet chemisch gemodificeerd. Uitzonderingen zijn oliën en vetten van cacao, kokos, olijven, zonnebloem, palm, kool- en raapzaad, saffloer, sesam en soja.

 

Suikers, zetmeel en andere producten op basis van granen en knollen

Fructose
Rijstpapier
Ouwel
Zetmeel van rijst en kleefmaïs, niet chemisch gemodificeerd

Dierlijke producten

 

Weipoeder ‘herasuola’
Gelatine
Darmen
Wilde vis en schaal- en schelpdieren

Overig

Eiwit uit erwten
Rum bereid uit suikerrietsap
Kirsch bereid op basis van vruchten en smaakstoffen

 

Toegestane E-nummers in biologische producten  

  • E170, calciumcarbonaat: gebruik beperkt tot textuur, antiklontermiddel en verdikkingsmiddel
  • E220, zwaveldioxide: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.
  • E224, kaliummetabisulfiet: wijn gemaakt van biologische druiven, totale hoeveelheid sulfiet tot 50% van de toegelaten dosis in gangbare wijn.
  • E270, melkzuur
  • E290, kooldioxide
  • E296, appelzuur
  • E300, l-ascorbinezuur
  • E306, tocoferolextract
  • E322, lecithinen
  • E330, citroenzuur
  • E333, calciumcitraten
  • E334, l(+)-wijnsteenzuur
  • E335, natriumtatraten
  • E336, kaliumtatraten
  • E341 (i), monocalciumfosfaat
  • E400, alginezuur
  • E401, natriumalginaat
  • E402, kaliumalginaat
  • E406, agar-agar
  • E407, carrageen
  • E410, johannesbroodpitmeel
  • E412, guarpitmeel, guargom
  • E413, tragacanth
  • E414, Arabische gom, acaciagom
  • E415, xanthaangom
  • E416, karayagom
  • E422, glycerol
  • E440(i), pectine
  • E500, natriumcarbonaten (baksoda)
  • E501, kaliumcarbonaten
  • E503, ammoniumcarbonaten
  • E504, magnesiumcarbonaten
  • E509, calciumchloride
  • E516, calciumsulfaat
  • E524, natriumhydroxide
  • E551, siliciumdioxide
  • E938, argon
  • E941, stikstof
  • E948, zuurstof
  • E1105, lysozym, gebruik beperkt tot conserveermiddel in kaas  

Voor kaas gelden deze eisen:  

  • Biologische kaas is gemaakt van biologische melk
  • Er mogen geen kleurstoffen aan worden toegevoegd. Biologische kaas is in de winter vaak wat bleker, omdat er minder caroteen in zit, dat koeien buiten via het voer binnenkrijgen.

Gezondheidseffecten

Over het algemeen zijn biologische producten net zo gezond als niet-biologische producten. In sommige biologische producten zijn hogere gehaltes gemeten aan vitamine C, mineralen en bioactieve stoffen. Ook zit er soms minder water in en kan de vetzuursamenstelling van melk anders zijn.  

Het is echter niet aan te geven hoe groot de verschillen tussen biologische en gangbare producten precies zijn. De variatie tussen biologische producten is groot en dit hangt ook af van seizoen, regio en gebruikte rassen. Verder bepaalt niet een enkel product maar de samenstelling van alles wat gegeten en gedronken wordt hoe gezond je eet.

Veiligheid

Over het algemeen zijn biologische producten zijn net zo veilig als niet-biologische producten.  

Op de volgende punten onderscheiden biologische producten zich positief ten opzichte van gangbare producten:  

  1. Biologische groenten en fruit bevatten meestal minder resten van bestrijdingsmiddelen.  
  2. Biologische groenten bevatten soms minder nitraat, mogelijk doordat ze beperkt worden bemest.  
  3. De kans dat er te veel resten van diergeneesmiddelen in biologische melk- en vleesproducten zitten, is klein. Biologische boeren gebruiken minder structureel diergeneesmiddelen en wachten langer dan 'gangbare' boeren voordat een dier dat geneesmiddelen heeft gehad, wordt gemolken of geslacht, zodat een groter deel van het geneesmiddel uit het dier zal zijn verdwenen.  
  4. Dieren uit de biologisch sector krijgen over het algemeen minder vaak antibiotica. De leefomstandigheden van het dier zijn erop gericht om de natuurlijke weerstand zoveel mogelijk te bevorderen.
  5. In de biologische landbouw kunnen dieren zich meer natuurlijk gedragen. Dat levert minder stress op en een betere natuurlijke weerstand. De dieren worden minder snel ziek en herstellen eerder bij infecties. Als dieren trager groeien en langer leven, kunnen ze over bepaalde infecties heengroeien, zoals een infectie met salmonella. Daarmee is het risico op salmonellabesmetting bij consumenten ook kleiner.    

Op de volgende punten onderscheiden biologische producten zich negatief ten opzichte van gangbare producten:  

  1. In de biologische veehouderij is er een grotere kans dat dieren besmet worden met bacteriën of parasieten. Biologisch gehouden dieren kunnen naar buiten en komen daardoor in contact met dieren in de omgeving. Daardoor lopen ze in theorie meer kans besmet te worden met bijvoorbeeld salmonella of campylobacter of een parasiet, zoals toxoplasma. Overigens geldt dit ook voor producten uit andere, gangbare houderijsystemen waar de dieren een uitloop hebben, zoals bij scharrel-met-uitloopeieren, graseieren en scharrelvlees.    
  2. Vastgesteld is dat biologische eieren gemiddeld meer dioxine bevatten dan niet-biologische. Een mogelijke verklaring is dat biologische kippen met de grond die ze buiten oppikken meer dioxine binnenkrijgen. Het probleem speelt niet bij vleeskuikens. Die leven zo kort dat ze weinig dioxine opbouwen in hun vetweefsel.

Gangbaar en biologisch komen overeen op deze punten:  

  1. In biologische granen worden geen hogere gehalten aan schimmelgifstoffen aangetroffen. Omdat de biologische landbouw geen chemische bestrijdingsmiddelen tegen schimmel gebruikt, wordt weleens verondersteld dat biologische granen meer schimmelgifstoffen kunnen bevatten dan gangbaar geteeld granen.
  2. Het is niet bekend of biologische producten meer of minder van de plantaardige gifstoffen fytotoxinen bevatten. Op dit moment gebruiken biologische boeren vaak nog dezelfde rassen als gangbare boeren. Het Louis Bolk Instituut is bezig rassen te ontwikkelen voor de biologische landbouw.

Slim eten kopen

Dat is goed voor je portemonnee!

Waar kun je allemaal op letten bij het doen van boodschappen? Het Voedingscentrum geeft tips voor een goede planning en een praktisch boodschappenlijstje. Ook handig: haal meer voordeel uit de informatie van het etiket.