In de koelkast
In de koelkast wordt de groei van micro-organismen zoals bacteriën en schimmels geremd. Bederfelijke producten, zoals rauw vlees, vleeswaren, (slagroom)gebak, zachte kaas en gesneden groente moeten altijd gekoeld worden bewaard. Ook eieren horen in de koelkast. Op bederfelijke producten staat meestal – maar niet altijd – een TGT-datum.
Een aantal tips:
- U kunt gebruik maken van de temperatuurverschillen in de koelkast. Bewaar bederfelijke producten op de koudste plaatsen en bijvoorbeeld frisdrank en bier, die niet per se gekoeld hoeven te zijn, op de minste koude plaatsen. Koelkasten met een *** of **** vriesvak hebben een koeling in de achterwand. Deze koelkasten zijn het koudst achterin en onderin (boven de groentela). Koelkasten met * of ** hebben bovenin een vriesvak met daaronder de koeling. Deze koelkasten zijn boven achterin het koudst.
- Houd bereide gerechten goed gescheiden van rauwe producten. Rauwe producten zijn meer besmet dan gare producten. In een gaar product daarentegen kunnen bepaalde bacteriën sneller groeien. Bewaar producten daarom afgedekt, in een bakje met een deksel of met cellofaan eromheen. Op die manier kan een product geen ander product besmetten en kan het ook niet zelf worden besmet. Bovendien voorkomt u zo uitdroging.
- De groentela kan voor ongesneden groenten en fruit gebruikt worden. U hoeft deze niet apart te verpakken. Leg producten die kunnen lekken onderin de koelkast. Leg geen rauw vlees boven bereide producten, zoals toetjes of salades.
De juiste temperatuur krijgen en houden
Essentieel voor een koelkast is de temperatuur. Vaak is de temperatuur in de koelkast te hoog. Om bederfelijke producten goed te kunnen bewaren, moet de temperatuur in de koelkast tussen de 4 en 7 ºC zijn en dan liever in de buurt van de 4 dan de 7 °C. Bij die temperatuur wordt de groei van bacteriën en schimmels het meest geremd.
Een aantal tips:
- Controleer de temperatuur in de koelkast regelmatig op verschillende plaatsen. Gebruik daarvoor een speciale koelkastthermometer (te koop bij de huishoudwinkel). Bekijk de temperatuur na een nacht, als de koelkast een tijd heeft dichtgezeten.
- De temperatuur in de koelkast is regelbaar met de daarvoor bestemde knop. Meestal is een schaalverdeling op de knop aangebracht van 1 tot 3, 5, 7 of 10. Hierbij geldt: hoe hoger de waarde, hoe hoger de koelstand, dus hoe lager de temperatuur. Voor de meeste koelkasten is een stand van circa 60 procent voldoende (3 op een schaal van 5, 6 op een schaal van 10). Het koelvermogen van een koelkast is ook afhankelijk van de omgeving. Belangrijk is dat de koelkast de warmte van de motor kwijt kan.
- Naarmate de koelkast voller staat, kost het meer tijd om alles op de juiste temperatuur te krijgen en te houden. Wanneer dus (bijvoorbeeld na het boodschappen doen) veel in de koelkast gezet moet worden, kunt u de koelkast tijdelijk een standje hoger zetten. Grote producten koelen minder snel af dan kleine producten.
- Zet geen warme producten in de koelkast. Laat kliekjes en dergelijke eerst afkoelen, anders wordt de temperatuur in de koelkast te hoog. Doe om dezelfde reden de koelkast meteen weer dicht nadat u er wat uitgehaald hebt. Zet ook producten na gebruik meteen weer in de koelkast. Schenk bijvoorbeeld melk in een beker in plaats van het pak tijdens de lunch op tafel te laten staan. Dan hoeft het niet weer helemaal opnieuw af te koelen. Bovendien verkort een uur buiten de koelkast de houdbaarheid van de melk al met een dag!
Stroomstoring
Als de koelkast niet werkt, bijvoorbeeld door een stroomstoring, loopt de temperatuur langzaam maar zeker op. Het hangt af van de tijdsduur van de storing, hoe snel de producten bederven. Wanneer bederfelijke waren warmer zijn geworden dan circa 7 °C, is het verstandig ze meteen te gebruiken. Boven een temperatuur van ongeveer 15 °C kunt u veiligheidshalve beter alles uit de koelkast weggooien, met uitzondering van ongeopende flessen en pakken sap