Logo voor de printversie
Datum: 03 juni 2009

Milieu en klimaat

Wat voor invloed heeft wat je eet en drinkt op de lucht, het water, de grond, dieren en mensen? Daar gaat het over bij de meerwaarde ‘milieu’. In totaal ontstaat een derde van alle klimaatbelasting door het maken en eten van voedsel.

Welke problemen zijn er?
Bij milieuproblemen ging het vroeger vooral om gevaarlijke stoffen, zoals zware metalen, dioxines en PCB’s en bestrijdingsmiddelen. Later kwamen er problemen bij als verzuring (‘zure regen’), vervuiling van het grondwater en smogvorming. Van meer recente datum is de zorg over broeikasgassen en ontbossing.

Klimaatverandering
Het maken en transporteren van voedsel kost energie. Denk bijvoorbeeld aan het verwarmen, koelen en vriezen. Hoe meer energie nodig is voordat een product in de winkel ligt, des te meer milieubelasting het geeft. Bij het verbranden van gas, olie of kolen komt namelijk koolstofdioxide vrij (CO2).

Koolstofdioxide draagt bij aan de opwarming van de aarde. De hogere temperatuur van de aarde zorgt voor klimaatverandering. In de landbouw is koolstofdioxide vooral afkomstig van het energieverbruik door de glastuinbouw. De glastuinbouw is goed voor ruim 85% van alle energie die de land- en tuinbouw verstookt. Ook is er veel energie nodig voor veevoer, vooral als dat uit Zuid-Amerika of Azië komt, wat meestal het geval is. 90% van het veevoer wordt geïmporteerd. Lees verder

Behalve koolstofdioxide zijn er ook andere broeikasgassen. Zo heeft het gas methaan, dat in koemest voorkomt, een sterker effect op de klimaatverandering. Lachgas is een ander broeikasgas dat vrijkomt uit mest. Binnen de voeding vormt vlees de belangrijkste bron van deze broeikasgassen, gevolgd door zuivel en eieren. Lees verder 

Waterverbruik
Om voedsel te kunnen verbouwen is water nodig. En veel ook: ongeveer de helft van ons totale zoetwatergebruik. Dat water is vooral bestemd voor irrigatie en als drinkwater voor vee. Ook is er water nodig voor de industrie en het schoonmaken. In Nederland is het grondwaterpeil door dit alles gedaald. Zeldzame dieren en planten worden daardoor bedreigd.

Landgebruik en ontbossing
Voor het produceren van voedsel is bijna 60% van het land nodig. Het meeste land is nodig voor de veeteelt. Zo wordt eenderde van alle landbouwgrond gebruikt om veevoer te verbouwen, vooral granen en soja. Wereldwijd neemt de vraag naar vlees toe. Tropische landen kappen daarom bos om meer veevoer te kunnen verbouwen. Dit veevoer gaat bijvoorbeeld naar Nederland. Ongeveer een kwart van het gekapte hout is nodig voor de voedselproductie. Dat wordt verwerkt in verpakkingen, dozen, pallets en reclamefolders. Voor een deel van de productie van veevoer, soja, oliepalmen worden tropische regenwouden gekapt. Ook voor het houden van vee is landbouwgrond nodig. Daarvoor moeten soms bossen wijken. Lees verder

Bestrijdingsmiddelen en mest
Onder andere bestrijdingsmiddelen en (kunst)mest vervuilen de lucht, het water en de bodem. Vooral bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de open lucht kan een middel onbedoeld schade aanrichten in de natuur. Van elk bestrijdingsmiddel wordt daarom gemeten wat de zogenaamde milieubelasting is. Daarbij wordt ook gelet op de hoeveelheid bestrijdingsmiddel die bij gebruik in het Nederlandse (grond)water terechtkomt. In Nederland produceren en eten we vlees en zuivel. Daarom leven er veel dieren op een klein oppervlakte. Het vee zorgt voor een mestoverschot. In mest zit bijvoorbeeld stikstof, ammoniak en fosfaat. Deze stoffen bedreigen de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Het gevolg is onder andere dat er minder verschillende planten groeien in natuurgebieden. Bovendien dragen de mestdampen bij aan het broeikaseffect. Lees verder

Overbevissing
De meeste vis is bestemd voor consumptie, direct of in de vorm van visolie. Vis komt uit zee. Als er te veel vis wordt gevangen staat de hoeveelheid vis in zee onder druk. Sommige vissoorten worden in hun voortbestaan bedreigd. Daarom zijn er maatregelen genomen om overbevissing tegen te gaan. Lees verder

Verspilling
Bij de productie van voedsel komt dertig tot vijftig procent niet in het eindproduct terecht. In een gemiddeld huishouden wordt verder acht tot elf procent van het eten weggegooid. En dat is los van onvermijdelijk afval, zoals botten, theezakjes, stronken en schillen. Dat is jammer van alle moeite en energie. Meer dan de helft van het weggegooide voedsel wordt verbrand en draagt zo bij aan de milieuvervuiling. Lees verder

Smog en geluidsoverlast
Veel van ons eten komt uit het buitenland. Het wordt over lange afstanden aangevoerd. Eén op de drie vrachtwagens op de weg vervoert voedsel. Vrachtwagens zorgen voor smogvorming en samen met vliegtuigen en in mindere mate boten en treinen dragen ze bij aan het broeikaseffect. Voedselproductie zorgt in Nederland voor een vijfde van de smogvorming en een tiende van de geluidsoverlast.

Hoe kun je klimaatbewust eten? Lees verder 


Keur- of beeldmerken op het gebied van milieu
Er zijn allerlei overheidsmaatregelen die milieuvervuiling tegen moeten gaan. Er zijn ook producenten die hun verantwoordelijkheid nemen en zelf een stap verder gaan. Ook stellen supermarkten steeds vaker eigen kwaliteitseisen aan toeleveranciers waarbij ze verder gaan dan de wet.

Dat een product milieubewust tot stand is gekomen, is niet altijd te zien. De volgende keurmerken geven aan dat aan meer eisen wordt voldaan dan nodig is op grond van de wet:

Ook zijn er onder meer vlees- en zuivelproducten te koop waarbij het vee voer met ‘groene soja’  heeft gehad.