Logo voor de printversie
Datum: 02 april 2008

Transvet

Transvet is een onverzadigd vet dat nog slechter is voor de gezondheid dan verzadigd vet. Het merendeel van transvet in eten ontstaat in de fabriek. Van nature komt transvet voor in zuivel en vlees van herkauwers, voornamelijk als vacceenzuur. Voor een kleiner deel komt het voor als geconjugeerd linolzuur (CLA). CLA heeft niet de nadelen van andere transvetten.


Industrieel ‘gehard’ vet

Wanneer onverzadigd vet industrieel wordt omgezet in verzadigd vet (wordt ‘gehard’), worden ook transvetten gevormd, zoals elaídinezuur. De olie of het zachte vet krijgt zo een steviger, harder karakter. Daardoor kan het gebruikt worden voor de bereiding van harde margarines, frituur- en bak- en braadvetten en voor het maken van gebak en koek en (gefrituurde) snacks.
In het recente verleden konden margarines en bak- en braadvetten veel transvet bevatten. Door aanpassing van de techniek en andere grondstoffen is dit bij deze producten teruggebracht naar minder dan één procent. In frituurvet voor de horeca (fast food) en vetten voor het maken van koekjes en gebak kan nog steeds transvet voorkomen.


Transvet op het etiket

Het is moeilijk na te gaan of een product transvet bevat. Soms wordt het gehalte transvet apart op het etiket aangegeven. Het gebruik van (gedeeltelijk) geharde olie of vet moet altijd worden vermeld in de ingrediëntendeclaratie. Vooral bij koekjes en snacks is op die manier te zien dat transvet is gebruikt. Staat bij de ingrediënten ‘plantaardig vet, gedeeltelijk gehard’ of ‘gehydrogeneerd vet’, dan kan dit duiden op de aanwezigheid van transvet.

In de snackbar of het cafetaria kunt u informeren in wat voor vet er gebakken wordt. Er zijn zaken die bakken in vloeibaar vet en dit kenbaar maken met een beeldmerk.

Zie ook: