Visvetzuren
De Gezondheidsraad adviseert volwassenen per dag 0,45 gram (450 mg) langeketenvetzuren uit vis. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA).De aanbeveling kan worden gehaald door twee keer per week vis te eten, waarvan ten minste één keer vette vis. Het Voedingscentrum komt nog met richtlijnen voor de hoeveelheden. In het algemeen geldt dat de benodigde hoeveelheid afhangt van de soort vis. Vette vis, zoals haring, makreel, sardines en zalm, bevat relatief hoge gehaltes EPA en DHA. Daarom is van vette vis minder nodig om de aanbeveling te halen dan van magere vis, zoals kabeljauw of koolvis.
Beschermend effect
De aanbeveling is gebaseerd op het beschermend effect van n-3-langeketenvetzuren op het risico van hart- en vaatziekten. Het gaat hierbij vooral om een lager risico op fatale coronaire hartziekten, zoals een acute hartstilstand. Wie geen vis eet, heeft geen symptomen van een tekort aan n-3-langeketenvetzuren, zoals het geval is bij een tekort aan vitamines. Het lichaam maakt zelf n-3 langeketenvetzuren aan uit alfa-linoleenzuur. Wel hebben mensen die regelmatig vis eten, een lager risico op hart- en vaatziekten en vooral hartritmestoornissen. Meer dan twee keer per week vis eten levert overigens niet of nauwelijks extra effect op. Mensen die een verhoogd risico lopen op hart- en vaatziekten of eerder een hartinfarct of beroerte hebben doorgemaakt, kunnen wel baat hebben bij meer vis.
Zie ook: