Logo voor de printversie
Datum: 02 april 2008

Hoeveel heb je er nodig?

Het is het gezondst als per dag tussen de 40 en 70 procent van alle calorieën uit koolhydraten komen. De rest van de calorieën komt dan uit vetten en eiwitten. Baby’s tot 6 maanden hebben genoeg aan de hoeveelheid koolhydraten in de (moeder)melk. Voor baby’s tot 4 maanden is het ook nog eens belangrijk dat ze geen zetmeel krijgen. Ze kunnen zetmeel nog niet goed verteren.

Als meer dan 70 procent van alle calorieën uit koolhydraten komt, kan dat betekenen dat u te weinig vetten en eiwitten eet. Dat is niet goed voor de gezondheid. Want vetten en eiwitten zijn ook nodig, niet alleen voor energie, maar ook bijvoorbeeld voor de lichaamscellen en spieren.

Te weinig koolhydraten is ook niet goed. Het zou wel kunnen, want vetten en eiwitten geven ook energie. Het menselijk lichaam zou zelfs alle energie kunnen halen uit vetten en eiwitten. Het lichaam heeft dus eigenlijk maar weinig of geen koolhydraten nodig. Toch zou dit niet goed zijn voor het lichaam, omdat dan de spieren (spiereiwitten) moeten worden afgebroken om aan energie te komen.

Een voeding met weinig koolhydraten is vaak erg populair, zoals het Atkins-dieet . Maar het nadeel van zo’n voeding is dat er niet genoeg van alle gezonde voedingsstoffen (vitamines, mineralen, vezels) in zit. Bovendien kan de kans op hart- en vaatziekten groter worden.

Wat zegt de Gezondheidsraad erover?

Wat zeggen andere organisaties?

Wat zegt de Gezondheidsraad erover?

De Gezondheidsraad zegt dat iemand zo veel koolhydraten nodig heeft dat de afbraak van spiereiwit minimaal is. Die hoeveelheid is gelijk aan de hoeveelheid energie die iemand nodig heeft (endogene glucoseproductie). Deze varieert tussen gemiddeld 40 gram koolhydraten per dag voor 0-5 maanden oude meisjes tot gemiddeld 245 gram/dag voor 14-18 jaar oude jongens. Voor alle andere geslacht/leeftijdsgroepen liggen de hoeveelheden daartussen.
 

Deze hoeveelheden koolhydraten in grammen kunnen ook worden omgerekend naar hoeveelheden energie. In dat geval zou tussen de 40 en 70 procent van alle calorieën uit koolhydraten moeten komen.

Bij ouderen en zwangeren is geen onderzoek gedaan naar hoeveelheden die ze nodig hebben. Voor de ouderen wordt aangenomen dat de hoeveelheid energie die ze nodig hebben niet afneemt met de leeftijd. Voor zwangeren geldt dat de hoeveelheid voor hen niet anders is dan voor niet-zwangeren.

De Gezondheidsraad maakt bij de hoeveelheden geen verdeling tussen mono-, di- en polysachariden. In de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad (2006) zegt de Gezondheidsraad wel dat mensen zo min mogelijk producten met toegevoegde suikers moeten gebruiken. Dit om overgewicht te vermijden. Maar verder zegt de Gezondheidsraad dat er te weinig bewijzen zijn om aparte hoeveelheden voor mono- en disachariden op te stellen.

Tabel: De aanbevolen hoeveelheid koolhydraten

(leeftijds)groep

aanbevolen

hoeveelheid

(als percentage van alle calorieën op een dag)

0 t/m 5 maanden

45

6 t/m 11 maanden

50

1 t/m 3 jaar

45

4 t/m 8 jaar

45

9 t/m 13 jaar

45

14 t/m 18 jaar

40

19 t/m 30 jaar

40

31 t/m 50 jaar

40

51 t/m 70 jaar

40

> 70 jaar

40

Zwangere vrouwen

40

Vrouwen die borstvoeding geven

40


Wat zeggen andere organisaties?

De Gezondheidsraad doet het niet, maar buitenlandse organisaties geven soms wel aparte hoeveelheden voor mono-, di- en polysachariden. Zo wordt door het Amerikaanse IOM geadviseerd om minder dan 25 procent van de calorieën op een dag uit toegevoegde suikers te halen.

De WHO zegt dat mensen minder dan 10 procent van de calorieën op een dag moeten halen uit mono- en disachariden. Ook in Scandinavië zeggen ze dit (in de ‘Nordic’ aanbevelingen). Dit zeggen ze om de kans te verkleinen op gaatjes in het gebit en op overgewicht.
 

De Gezondheidsraad vindt zo’n aparte verdeling in soorten koolhydraten voor Nederland niet nodig.