Logo voor de printversie
Datum: 16 februari 2009

Fabels over aspartaam

Aspartaam wordt regelmatig in verband gebracht met ernstige aandoeningen zoals hersentumoren, epilepsie, hoofdpijn en gedragsveranderingen. Deze uitlatingen zijn vrijwel altijd terug te voeren op onzorgvuldig onderzoek en onterechte conclusies. Hierna wordt ingegaan op deze onderzoeken.

Hersentumoren
In één experiment met ratten werd verband gelegd tussen aspartaam en hersentumoren. Er kon echter geen relatie worden gelegd tussen de hoeveelheid aspartaam en het effect ervan op het ontstaan van tumoren bij de ratten. Uit het onderzoek bleek niet dat dieren die meer aspartaam kregen, ook meer last hadden van hersentumoren. Dit geeft twijfels over het gevonden effect. Naar aanleiding van deze proef werden meer proeven gedaan waarin geen of minder hersentumoren werden gevonden. De conclusie is daarom dat aspartaam in dierproeven niet meer hersentumoren veroorzaakt.

Een andere zeer bekritiseerde epidemiologische studie meldde een verband tussen de stijging tussen 1973-1990 van het aantal hersentumoren en de gelijktijdige introductie van aspartaam in levensmiddelen. Er werd echter geen verdere stijging van het aantal hersentumoren gevonden vanaf 1980, terwijl sinds dat jaar het gebruik van aspartaam sterk is gestegen. Dit wijst erop dat er geen verband is tussen het gebruik van aspartaam en de vorming van hersentumoren.
Een mogelijke verklaring voor het gestegen aantal hersentumoren kan zijn dat tumoren sinds 1973 steeds beter kunnen worden aangetoond. Door de steeds betere medische mogelijkheden in ziekenhuizen werden meer hersentumoren gevonden, maar dit zegt niets over de oorzaak. Ook in latere studies onder patiënten met hersentumoren is geen relatie gevonden tussen aspartaamgebruik en het ontstaan van deze aandoening.

Verder zijn er twee studies van het Italiaanse Ramazzini-Instituut (2005 en 2007). Daarbij is gekeken naar het kankerverwekkende effect van aspartaam in ratten. In beide gevallen werden meer tumoren gevonden bij ratten die veel aspartaam kregen. Dat wil zeggen: een hoeveelheid die in de buurt komt van de ADI.
Op basis van de eerste studie zag de EFSA geen reden om de ADI voor aspartaam te herzien. Redenen daarvoor:

  • de ratten hadden veel longinfecties. Waarschijnlijk zijn deze oorzaak van de tumoren.
  • sommige van de gevonden tumoren komen niet voor bij mensen
  • sommige gevonden ziektes kwamen ook voor bij ratten die geen aspartaam hadden gekregen

De EFSA heeft de tweede studie in onderzoek.

Zie ook: