Logo voor de printversie
Datum: 12 februari 2009

Cijfers

Overgewicht en obesitas in Nederland

In Nederland is overgewicht aan het uitgroeien tot een ware epidemie. De tabellen hieronder geven over de periode van 2000-2007 aan welk percentage van de volwassenen een te hoog gewicht heeft, uitgesplitst per geslacht en leeftijdsgroep. De gegevens zijn afkomstig uit de Gezondheidsenquêtes van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In deze enquête wordt deelnemers gevraagd zelf hun lengte en gewicht in te vullen. Aangezien mensen geneigd zijn hun gewicht te onderschatten, zijn deze cijfers waarschijnlijk aan de lage kant en is in werkelijkheid de situatie ernstiger. Dit beeld wordt geïllustreerd door onderzoek dat door GGD'en in samenwerking met het RIVM wordt uitgevoerd. In twee GGD-regio’s is in de periode 2005-2006 bij deelnemers aan het onderzoek de lengte en het gewicht gemeten. Hieruit bleek dat ongeveer de helft van de Nederlanders van 18 tot 70 jaar enige mate van overgewicht had (BMI boven de 25). Onder mannen (57%) komt overgewicht meer voor dan onder vrouwen (42%). Uit dit onderzoek bleek ook dat ongeveer 12% van de Nederlanders met ernstig overgewicht kampt (BMI boven de 30).  

Kosten

Voor Nederland worden de directe kosten als gevolg van overgewicht en obesitas geschat op drie tot vijf procent van het gezondheidszorgbudget. Dat komt neer op een half tot een miljard euro per jaar. De indirecte kosten in de vorm van ziekteverzuim, verloren arbeidsjaren, uitkeringen en dergelijke, bedragen circa twee miljard euro per jaar.

Voor andere West-Europese landen lopen de schattingen uiteen van één tot vijf procent van het totale zorgbudget. De indirecte kosten zijn veel hoger.

In de Verenigde Staten worden de kosten voor de gezondheidszorg als gevolg van obesitas geschat op zeven procent van de totale kosten van de gezondheidszorg.

 

Percentage normaal gewicht (BMI tussen de 18.5 en 25)


 

 

mannen

vrouwen

25-45 jaar

45-65 jaar

65 jaar en ouder

2000

51,3

57,1

61,2

44,1

41

2001

49,1

57,9

59,2

45,7

43,5

2002

48

58,6

60,3

44,2

45

2003

47,6

56,5

59,1

44

40,6

2004

47,7

55,7

56,8

45,6

42,8

2005

48,8

57,8

59,8

44,9

43,4

2006

48

55,9

57,2

46,3

41,7

2007

47,8

57,6

58,4

46,4

43,6

2008

46,6

55,8

57,2

45,6

41,2


Percentage matig overgewicht (BMI tussen de 25 en 30)

mannen

vrouwen

25-45 jaar

45-65 jaar

65 jaar en ouder

2000

39,4

30,2

29,4

42,5

42,9

2001

41,8

29,2

30,7

42,6

42,2

2002

42,1

28,2

30,4

41,2

43,4

2003

41,8

29,1

30,1

42,2

44

2004

41,7

29,8

32,4

40,2

42,9

2005

40,5

28,1

30

40,5

41,3

2006

41,3

29,2

32

39,3

42,5

2007

40,9

27,7

30,3

39,1

40,8

2008

42,3

29,9

31,6

      40,3

43,4


Percentage ernstig overgewicht (obesitas; BMI boven de 30)

mannen

vrouwen

25-45 jaar

45-65 jaar

65 jaar en ouder

2000

8,6

10,2

7,3

12,3

12

2001

8,3

10,3

8

10,9

12,8

2002

8,6

10,8

7,7

13,6

10,8

2003

9,3

12,1

9

12,9

13,4

2004

9,6

12,1

8,9

13,5

12,6

2005

9,9

11,4

8,4

13,7

13,7

2006

9,8

12,7

9,2

13,6

14,4

2007

10,2

12,2

9,5

13,5

14

2008

     10,1       12,2         9,2       12,9

14

 Bron: CBS