Energie en eten
Eten en drinken leveren de energie die het lichaam nodig heeft om te kunnen functioneren en te bewegen. Voor een gezond gewicht en het houden daarvan, moet er een evenwicht zijn in de hoeveelheid energie die de voeding levert en de hoeveelheid energie die het lichaam verbruikt.
|
Hoeveel energie?
De hoeveelheid energie in een voedingsmiddel hangt af van de hoeveelheid koolhydraten, vetten, eiwitten en alcohol.
1 gram vet levert 9 kcal
1 gram koolhydraten levert 4 kcal
1 gram eiwit levert 4 kcal
1 gram alcohol levert 7 kcal
De hoeveelheid energie wordt uitgedrukt in kilocalorieën of kilojoules. 1 kcal = 4,2 kJ
|
De hoeveelheid energie wordt uitgedrukt in kilojoules of kilocalorieën, meestal ‘calorieën’ genoemd. Wanneer het lichaamsgewicht constant blijft, is het aantal calorieën dat het lichaam nodig heeft in evenwicht met de hoeveelheid die via eten en drinken binnenkomt. Wordt er te veel gegeten en/of te weinig bewogen, dan ontstaat een te veel aan energie. Dit wordt opgeslagen als lichaamsvet, waardoor het gewicht stijgt. Is er te weinig energie beschikbaar uit eten, dan zal het lichaam energie vrijmaken uit lichaamsvet, waardoor het gewicht afneemt. Door het gewicht regelmatig te controleren en het eet- en bewegingspatroon zonodig tijdig aan te passen, kan overgewicht worden voorkomen.
Energiebehoefte verschilt per persoon
Hoeveel calorieën iemand verbruikt, is afhankelijk van geslacht, leeftijd, gewicht, hoeveel hij of zij beweegt en de zwaarte van de inspanning. Met deze gegevens kan de individuele energiebehoefte worden berekend. In het algemeen geldt dat mannen bij dezelfde hoeveelheid inspanning meer energie verbruiken dan vrouwen. Dat komt doordat ze verhoudingsgewijs meer spierweefsel hebben. Zo ligt de energiebehoefte van mannen tussen de 30 en 50 jaar met een zittend beroep en weinig beweging in de vrije tijd rond de 2500 kilocalorieën per dag. Vrouwen van die leeftijd met dezelfde inactieve leefstijl kunnen met gemiddeld 2000 kilocalorieën toe. Met het ouder worden, neemt de energiebehoefte af.
Koolhydraten, eiwit, vet, alcohol en vezels
Vet, koolhydraten, eiwit en alcohol leveren energie. Eén gram vet levert 9 kcal (37 kJ), één gram koolhydraten 4 kcal (17 kJ), één gram eiwit 4 kcal (17 kJ) en één gram alcohol 7 kcal (29 kJ). Vitamines en mineralen leveren geen calorieën, water ook niet.
Voor het gewicht maakt het geen verschil welke voedingsstoffen de calorieën leveren: elke calorie telt. Wel hebben ze ieder een eigen invloed op het mechanisme van honger en verzadiging en behandelt het lichaam ze verschillend. Zo geeft vet niet zo snel een verzadigd gevoel, maar verzadigt het wel voor lange tijd. Verder gebruikt het lichaam in eerste instantie koolhydraten als energiebron. Alcohol wordt zo snel mogelijk verbrand. Voedingsvezels - die voorkomen in groente, fruit en graanproducten - leveren geen energie (calorieën), maar zorgen wel voor een verzadigd gevoel.