Omschrijving
Gefokte dieren komen op een vermeerderingsbedrijf om volwassen te worden en nakomelingen te krijgen.
Koeien
De Nederlandse rundveehouderij is in de eerste plaats gericht op de productie van melk, maar is ook leverancier van vlees. Een melkkoe moet jaarlijks één kalfje ter wereld brengen voor haar melkproductie. Meestal blijft een kwart van de vrouwelijke kalveren op het melkveebedrijf. De rest daarvan en de mannelijke kalveren gaan op een leeftijd van 10 tot 14 dagen naar een vleeskalverhouder.
De melkkoeien die op het melkveebedrijf blijven, zijn na 4 of 5 jaar melk geven uitgemolken. Daarna gaan zij naar de slachterij.
Varkens
Op vermeerderingsbedrijven krijgen varkens biggen die gefokt zijn voor hun vlees. Na de geboorte blijven biggen 3 tot 4 weken bij de moeder. Daarna gaan ze naar een andere plaats op het vermeerderingsbedrijf. Ze krijgen dan diervoeder in plaats van melk. Als de biggen 10 weken oud zijn, worden ze geleverd aan een vleesvarkensbedrijf. Dan zijn ze ongeveer 25 kilo.
Kippen
De kuikens van de fokkerij gaan ook naar vermeerderingsbedrijven. Daar worden ze volwassen. De hanen bevruchten de hennen. Dat levert broedeieren op, die naar een broederij gaan.
In Nederland:
- 33.250 rundveehouderijen (voornamelijk melkvee, die dus zelf voor vermeerdering zorgen)
- 2100 kalverhouderijen (dus zeg maar mesterij)
- 6500 vleesvarkenbedrijven (dus zeg maar mesterij)
- 3000 zeugbedrijven (varkensvermeerderingsbedrijf)
- 2000 gecombineerde zeug- en vleesvarkenbedrijven
- 709 vleeskuikenbedrijven (dus zeg maar mesterij)
- 243 bedrijven met ouderdieren kippenrassen (vermeerderingsbedrijven)