Omschrijving
Varkens zijn familie van het wilde zwijn en ze worden gehouden voor het vlees op varkenshouderijen. Een varken is een zoogdier. Het dier werd al zo’n 5000 tot 7000 jaar geleden tam gehouden bij mensen.
Varkens zijn zogeheten omnivoren. Dit betekent dat ze planten én dieren eten. In Nederland leven de varkens vooral in boerderijen. Ze worden gehouden voor het vlees. Die boerderijen heten ook wel varkenshouderijen.
Rassen
Er zijn allerlei varkensrassen. In Nederland leven onder andere de volgende rassen:
- het Nederlands Landras
- het Fins Landras
- de Large White
- de York/Groot Yorkshire
- de Piétrain
- de Duroc
Een kruising tussen het Nederlands Landras en het Groot Yorkshire-varken komt in Nederland het meest voor.
Soorten
Binnen deze rassen zijn er verschillende soorten varkens, zoals:
- Vleesvarkens
Vleesvarkens zijn varkens die gehouden worden voor de productie van vlees. Dit kunnen beren en gelten zijn. Beren zijn volwassen mannetjesvarkens en gelten zijn zeugen die nog nooit een big gekregen hebben. Vleesvarkens worden geslacht als ze ongeveer 6 maanden oud zijn. Hoe het varkensvlees smaakt, hoe stevig en hoe vet het is hangt af van het ras. Ook het veevoer dat de varkens hebben gekregen is daarvoor belangrijk.
- Zeugen
Een zeug is een vrouwtjesvarken. Een zeugenhouderij vervangt na enkele jaren de zeugen door jongere dieren. De zeugen worden gehouden om biggetjes te produceren. Het vlees van zeugen is wat minder mals en donkerder dan het vlees van vleesvarkens. De industrie gebruikt zeugen vooral om vleeswaren van te maken, zoals ham. Van varkens worden verschillende producten gemaakt. Varkensvlees wordt ook verwerkt tot vleeswaren, zoals bacon, ham, boterhamworst, gebraden gehakt, leverkaas en smeerworst.
| Onderdeel van het varken |
Producten |
| |
|
| Kop |
Gehakt, worst, zure zult, speklappen |
| Schouder |
Varkenslappen, rollade, fricandeau, gehakt, poulet |
| Poten |
gehakt, poulet |
| Hals |
Halskarbonade, lapjes, rollade |
| Schouder |
Schouderkarbonade, lapjes, rollade |
| Rib |
Ribkarbonade (koteletten), krabbetjes, rollade, lapjes |
| Haas of lende |
Haaskarbonade, lapjes, lendenkarbonade, -filet, -rollade, varkenshaasje |
| Ham of bil |
Fricandeau, schnitzels, hamlappen, rollade |
| Rug |
Vetspek |
| Staart |
Staartstuk, braadstuk, hamlappen |
| Buik |
Doorregen speklappen, doorregen rollade |
Consumptiecijfers
In 2010 was er voor de gemiddelde Nederlander 86,6 kilo vlees per jaar beschikbaar. Daarvan is 41,8 kilo varkensvlees. Van die 41,8 kilo werd ongeveer 19 kilo ook echt gegeten, dat is ruim 50 gram per persoon per dag. Dat betekent dat iemand gemiddeld gedurende zijn leven 1.600 kg varkensvlees eet, oftewel 36 varkens. De rest van die 41,8 kilo bestaat onder andere uit botten, vochtverlies en snijverlies. Varkensvlees is daarmee de meest gegeten vleessoort. Vooral in de zomer eten we in Nederland veel vlees, bijvoorbeeld van de barbecue.
Bewaren
Voor varkensvlees gelden dezelfde bewaaradviezen als voor vlees. Rauw varkensvlees blijft in de vriezer 4 maanden goed bij een temperatuur van -18 °C.
Ontdooien
- Ontdooi bevroren vlees in de koelkast, op een afgedekt bord of in een afgedekte schaal. Zo krijgen bacteriën geen kans en blijft het vlees sappig. Laat het niet ontdooien op het aanrecht, op de verwarming of in warm water.
- Kleine stukken vlees kunnen ontdooid worden in de magnetron. Het is aan te raden het dan wel meteen erna klaar te maken om bederf te voorkomen. Grote stukken vlees zijn minder handig te ontdooien in de magnetron, omdat de buitenkant dan gaar wordt terwijl de binnenkant nog bevroren is.
- Vries ontdooid rauw vlees niet opnieuw in. Bij het ontdooien komt namelijk vleesvocht vrij. Een tweede keer invriezen en ontdooien komt de kwaliteit niet ten goede.
Bereiden
Varkensvlees kan op allerlei manieren worden bereid: van koken, bakken en grillen tot roerbakken. Sommige varkensproducten, zoals ham, kunnen worden gekookt.
Het is erg belangrijk om varkensvlees goed te verhitten, zodat bacteriën worden gedood. Vlees uit één stuk van rund of varken, zoals biefstuk, mag van binnen nog rosé zijn, omdat de meeste bacteriën altijd aan de buitenkant van het vlees zitten.
Herkomst
Fabrikanten zijn niet verplicht om op het etiket van varkensvlees te vermelden waar het dier vandaan komt. In de toekomst wordt deze informatie verplicht op het etiket van kippen- en varkensvlees. Het is nog niet bekend wanneer dat zo is.
Op producten die voor minstens de helft bestaan uit vlees uit Europa, staat een afkorting van het land van herkomst. Dit geeft aan waar de verwerker zit, maar hoeft niet het land te zijn waar het dier vandaan komt. De afkorting staat op een ovaaltje op het etiket. Op het ovaaltje staat ook EG.
Bij producten waarin varkensvlees is verwerkt, zoals snacks en worst, is niet te zien waar het vlees vandaan komt.
Er zijn ook varkensvleesproducten in Europa wettelijk beschermd. Zij mogen zich vernoemen naar een regio, omdat ze ook echt daarvandaan komen. Dit zijn producten met een Beschermde Oorsprongs Benaming (BOB).
Productie
Nederland heeft een omvangrijke varkenshouderijsector. Het meeste varkensvlees wordt geëxporteerd naar Italië, Duitsland, Griekenland en Engeland. Een deel van het varkensvlees in Nederland komt uit het buitenland, waarvan het meeste varkensvlees uit Duitsland komt.
De varkens gaan van de fokkerij naar het vermeerderingsbedrijf, het veemesterij, het slachthuis en de uitsnijderij.
Voordelen voor de gezondheid
In varkensvlees zitten belangrijke voedingsstoffen, zoals eiwit, B-vitamines en mineralen als ijzer en zink. In varkensvlees zit meer ijzer dan in kip of gevogelte, maar minder dan in rundvlees. In varkensvlees zit meer zink dan in kip en gevogelte.
De minder vette soorten varkensvlees hebben de voorkeur, omdat daar minder verzadigd vet in zit. Minder vette soorten zijn bijvoorbeeld hamlap en varkensfilet.
Kies bij uitzondering voor bewerkte producten, zoals worst. Deze producten kunnen veel verzadigd vet en zout bevatten.
Gezondheidsrisico's
Rauw vlees
Rauw vlees kan besmet zijn met ziekmakende bacteriën, zoals salmonella of campylobacter. Als vlees wordt gebakken, worden de bacteriën gedood, maar op rauw vlees zijn ze nog schadelijk. Voorkom dat de bacteriën zich verspreiden:
1. Was je handen voordat je gaat koken.
2. Was je handen nadat je rauw vlees hebt aangeraakt.
3. Was je keukengerei direct na gebruik met heet water en afwasmiddel.
4. Prik niet met hetzelfde bestek in rauw vlees en daarna in gaar eten.
5. Gebruik nooit hetzelfde keukengerei voor rauw vlees en gaar eten.
6. Bak gehakt en grote stukken vlees door en door gaar om bacteriën te doden. Varkensvlees aan één stuk mag van binnen rosé blijven.
Het eten van rood vlees, zoals varkensvlees, wordt vaak in verband gebracht met vormen van kanker, vooral darmkanker. In het algemeen geldt dat het eten van vlees in de aanbevolen hoeveelheden, ook rood vlees, niet hoeft te worden ontraden.
Dierziekten
Varkens kunnen dierziekten oplopen, zoals varkenspest of mond- en klauwzeer. Varkenspest en mond- en klauwzeer zijn ongevaarlijk voor mensen. Bovendien worden varkens voor de slacht op ziekten gecontroleerd en zo nodig vernietigd.
Bacteriën
Op rauw varkensvlees kunnen onder andere de volgende bacteriën voorkomen:
Daarnaast kan op rauw varkensvlees de parasiet toxoplasmose voorkomen.
Verbrand vlees
Voor het eten van verbrand rundvlees gelden dezelfde risico’s als bij vlees.
Duurzaamheidsaspecten
Dierenwelzijn
Om hun natuurlijke gedrag te kunnen vertonen hebben varkens ruimte en een ligbed nodig en moeten ze naar buiten kunnen.
Van nature is een varken een sociaal levend dier, dat vrijwel alles eet. Hij zoekt zijn voedsel door met zijn snuit in de grond te wroeten. Door in de modder te rollen houdt een varken zijn lichaam op de juiste temperatuur en houdt hij parasieten weg. Dit doet hij ook door te schuren tegen bijvoorbeeld bomen.
Varkens leven van nature in groepen, dat heet ook wel een rotte. De zeugen zijn vaak bij elkaar in groepen van 2 tot 5 dieren, met hun biggen erbij. De biggen blijven bij de moeder gedurende het eerste jaar. De jongvolwassen beren scheiden zich af en leven alleen of in kleine groepjes. Varkens zijn zindelijk en doen hun behoefte altijd in hetzelfde gedeelte van de stal. Liefst zo ver mogelijk van hun nest. Daarvoor zijn roosters of mestplekken nodig.
Een varken brengt 16 tot 19 uur van de dag liggend door. Daarom is een zacht liggedeelte van belang. De rest van de tijd besteden ze voornamelijk aan foerageergedrag: eten zoeken door te wroeten, te grazen en te scharrelen.
Met het oog op dit natuurlijke gedrag, zijn voor het dierenwelzijn van varkens de volgende zaken belangrijk:
- de mogelijkheid naar buiten te kunnen
- het kunnen beschikken over een strobed
- voldoende bewegingsruimte
- het leven in een groep
Bij biologische houderijen kunnen varkens zich beter natuurlijk gedragen. Toch zijn er ook problemen bij biologische varkenshouderijen. Zo sterven er meer biologische biggen in het kraamhok dan biggen die gangbaar gehouden zijn. Dat komt doordat de biologische zeug niet is ingesloten tussen metalen stangen, zoals in de gangbare varkenshouderij. De biologische zeug gaat daardoor eerder op haar biggen liggen.
Biologische zeugen zijn ook vaker kreupel dan gangbaar gehouden varkens. Waarschijnlijk komt dit moeilijke lopen door de gladde uitlopen naar buiten. Vleesvarkens daarentegen hebben weer minder pootproblemen. Uit onderzoek onder biologische varkenshouderijen bleek verder dat biologische varkens verhoogd risico lopen op long- en leverschade, omdat ze meer stof en strodeeltjes inademen.
Varkenshouderijen
In Nederland bestaan verschillende varkenshouderijen: de gangbare, scharrel- en biologische houderij, maar ook Milieukeur.
Tanden
Zeugen die veel biggen krijgen, maar weinig melk geven, kunnen verwondingen krijgen door het bijten van biggen. Daarom worden de punten van de hoektanden van biggen verwijderd. Ze bijten dan elkaar ook minder. Slijpen geeft minder risico op ontstekingen dan knippen. In Nederland is alleen slijpen toegestaan.
De hoektanden mogen door slijpen verkleind worden tot een leeftijd van 7 dagen, wanneer het nodig blijkt. Dit kan met kniptang, slijpmachine of diamant slijpsteentje. Geschat wordt dat in Nederland bij ongeveer de helft van het totale aantal biggen de tanden ingekort wordt. Sommige bedrijven slijpen de tanden routinematig, andere doen het niet als er geen problemen zijn. De overheid verbiedt het knippen van de hoektanden, enkel slijpen blijft toegestaan.
Staarten
Staartbijten door biggen heeft te maken met een natuurlijke behoefte iets te onderzoeken. Het komt voor bij een gebrek aan ruimte of speelmateriaal. Rusteloosheid en stress zijn belangrijke factoren. Ook komt het meer voor bij biggen met abnormale agressie en als biggen te dicht op elkaar zitten.
Het verstrekken van stro geeft mogelijkheden om te wroeten en maakt varkens rustiger, wat helpt om staartbijten te voorkomen. Vaak worden staarten verwijderd om problemen te voorkomen.
Bij biggen jonger dan 4 dagen mag een deel van de staart verwijderd worden, als zonder de ingreep blijkt dat er veel staartverwondingen komen. In de praktijk worden de meeste biggen gecoupeerd.
De ingreep gebeurt onder verdoving en met een elektrische staartcoupeerder. Door de hitte van het snijmes wordt de staart afgeknipt en tegelijkertijd wordt de ontstane wond dichtgeschroeid. De kans op eventuele infecties is zo kleiner.
Varkenshouders mogen alleen staarten knippen als het risico te groot is. Dit is al in 1996 vastgelegd in het Ingrepenbesluit. Dit staat ook in een Europese richtlijn (Richtlijn 2001/93/EG). In de Nederlandse praktijk wordt echter nog steeds meer dan 99% van de biggen “gecoupeerd”. Bij scharrel en biologische varkens zijn deze ingrepen niet toegestaan.
Castratie
Castreren wordt toegepast omdat het vlees van biggen die niet gecastreerd zijn soms onsmakelijk kan ruiken, naar mest en urine. Dat heet berengeur. Veel consumenten houden niet van deze lucht.
Alle mannelijke biggen jonger dan 7 dagen, werden tot voor kort onverdoofd gecastreerd. Dat is pijnlijk en stressvol voor het dier. Verdoofd castreren is minder stressvol, maar nog steeds wel stressvol voor het dier. Biologische varkens worden verdoofd gecastreerd. Supermarkten, en bijvoorbeeld de Hema en Unox verkopen alleen nog vlees van biggen die verdoofd gecastreerd zijn. Er zijn ook voorbeelden waar helemaal niet meer gecastreerd wordt, zoals McDonalds, Burger King en vlees met Milieukeur.
Nederlandse varkenshouders willen zelf van het castreren af. Het is een onplezierige activiteit en het kost geld. Ook het verdoven is een kostenpost.
Nieuwe castratiemethoden zijn in ontwikkeling, maar zijn duur. Voorbeelden zijn:
- Een systeem dat de berengeur direct herkent in het slachthuis. Het dier kan in zo’n geval voor iets anders gebruikt worden dan voor vlees.
- Immunocastratie: de vorming van mannelijke geslachtshormonen wordt tegengegaan met hulp van een injectie. Daardoor kunnen de testikels van het dier zich tijdelijk niet ontwikkelen en komt berengeur niet meer voor.
- Fokken van varkens die minder berengeur verspreiden.
Kraamzeugen
In de huidige hokken voor kraamzeugen is geen mogelijkheid om hun natuurlijk gedrag te vertonen. Dit gedrag om een nest te bouwen en de biggetjes te verzorgen, kan niet in de kraambox.
Deze is namelijk zo klein dat de zeug zich alleen om haar lengteas kan draaien. De kans dat de zeug na de bevalling op haar biggen gaat liggen is zo wel kleiner, maar de beperking van haar natuurlijk gedrag is dus groot.
Keurmerken
Er zijn varkenshouderijen die meer rekening houden met dierenwelzijn dan wettelijk is voorgeschreven. Aan keurmerken op varkensvlees is te zien hoe de varkens geleefd hebben en hoe ze zijn vervoerd.
Bekende keurmerken voor varkensvlees zijn:
Een ander manier om dierenwelzijn te herkennen is het Beter Leven-kenmerk.
Klimaat en milieu
Varkensvlees beïnvloedt het klimaat meer dan kip, maar minder dan rundvlees. Varkensvlees belast het milieu bijna 40% meer dan kip. Dat komt vooral doordat er meer voer nodig is om ze te laten groeien. Voor een kilo varkensvlees is 3 tot 5 kilo voer nodig. De productie van varkensvoer kost energie, water en land. Een deel van het voer is afval uit de voedingsindustrie. Daardoor valt de milieubelasting per varken mee.
De toenemende vraag naar vlees leidt tot ontbossing en het verdwijnen van regenwoud, vooral in Brazilië en Argentinië. Op die grond wordt veevoer verbouwd. Verder heeft ook het vervoer van vlees invloed op het klimaat.
Een ander milieuprobleem is de mest die varkens produceren. Elk vleesvarken produceert in zijn/haar leven ongeveer 400 kilo dunne mest. De mest gaat vooral naar Nederlandse akkerbouwbedrijven. Te veel mest is niet goed voor het milieu. Het veroorzaakt onder andere verzuring van bodem, lucht en (grond)water, door stoffen als ammoniak, nitraten en fosfaten. Via de mest stoot de varkenshouderij ook broeikasgassen uit.
Het energieverbruik per kilo varken is ongeveer even groot bij een biologische varkenshouderij als bij een gangbare varkenshouderij. Uitgedrukt per hectare grond is de invloed op het milieu van de biologische varkenshouderij lager dan van de gangbare houderij. Omdat de biologische varkens buiten lopen, komen er wel wat meer meststoffen in het milieu.
Ziekten
In de huidige huisvestingssystemen is er weinig ruimte voor natuurlijke behoeften en gedrag van varkens. Hierdoor gaan varkens in elkaars staart bijten, krijgen ze problemen aan de luchtwegen, klauwen en maagzweren.
Veel varkens hebben last van ademhalingsziekten. In nieuwe stallen waar de lucht goed gecontroleerd wordt, gaat dit beter. 30 tot 60% van de varkens heeft last van maagzweren. Misschien komt dit door bacteriën, stress, groepsgrootte, slecht stalklimaat en huisvesting. Osteochondrose is een skeletaandoening, die bij het merendeel van de varkens in meer of mindere mate aanwezig is. De precieze oorzaak van deze aandoening is nog onbekend.
Alle varkens hebben last van de harde en soms natte en gladde vloeren. Bij zeugen leidt dit tot doorligwonden. Bij groepsgehuisveste varkens kan dit tot poot- en klauwproblemen leiden. Droge vloeren met strooisel helpt dit te voorkomen.
Voedingswaarden
|
Gegevens per 100 g / ml (bron: NEVO)
|
| Energie |
| Energiewaarde in kJ | 599 kJ |
| Energiewaarde in kcal | 142 kcal |
| Vet |
| Vet totaal | 3,0 g |
| Vetzuur |
| Vetzuren verzadigd | 0,8 g |
| Vetzuren trans | 0,0 g |
| Vetzuren enkelvoudig onverzadigd cis | 1,0 g |
| Vetzuren meervoudig onverzadigd | 0,8 g |
| Vetzuren n-3 meervoudig onverzadigd cis | 0,0 g |
| Vetzuren n-6 meervoudig onverzadigd cis | 0,8 g |
| Linolzuur | 0,8 g |
| ALA | 0,03 g |
| EPA | 0,00 g |
| DHA | 0,00 g |
| Vezel |
| Voedingsvezel | 0,1 g |
| Eiwit |
| Eiwit totaal | 29 g |
| Eiwit plantaardig | 0 g |
| Vitamines |
| Vitamine B2 | 0,24 mg |
| Vitamine C | 0 mg |
| Retinol act equivalent | 14 µg |
| Vitamine D | 0,1 µg |
| Vitamine E | 1,1 mg |
| Vitamine B1 | 0,97 mg |
| Vitamine B12 | 0,50 µg |
| Vitamine B6 | 0,500 mg |
| Folaat equivalenten | 3,2 µg |
| Nicotinezuur | 9,3 mg |
| Overigen |
| Alcohol | 0 g |
| Water | 67 g |
| Cholesterol | 53,2 mg |
| Koolhydraten |
| Koolhydraten | 0,0 g |
| Mono- en disacchariden | 0,0 g |
| Polysacchariden | 0,0 g |
| Natrium/zout |
| Natrium | 0,103 g |
| Zout | 0,258 g |
| Mineralen |
| Kalium | 540 mg |
| Magnesium | 32 mg |
| Calcium | 7 mg |
| Fosfor | 291 mg |
| IJzer | 0,9 mg |
| Selenium | 16 µg |
| Jodium | 1 µg |
| Koper | 0,09 mg |
| Zink | 2,23 mg |