Omschrijving
Mensen met diabetes maken geen insuline aan of zijn verminderd gevoelig voor insuline. Insuline is een hormoon dat een belangrijke rol speelt bij het bloedsuikergehalte. Insuline is nodig om glucose in de cellen toe te laten.
Uit de glucose haalt het lichaam energie, die onder andere nodig is voor ademhalen, bewegen en het kloppen van het hart. Bij diabetici kan glucose de cel niet in, en blijft in het bloed. Het bloedsuikergehalte is daardoor te hoog. De nieren scheiden een deel van de glucose uit via de urine. Daardoor ontstaan klachten als moeheid, dorst, veel plassen, jeuk en gewichtsverlies.
Als diabetes behandeld wordt met medicijnen of insuline, verdwijnen de klachten meestal snel. Het komt ook voor dat iemand helemaal geen klachten heeft en dat is gevaarlijk omdat mensen dan te laat kunnen overgaan tot actie, bijvoorbeeld door hun voeding aan te passen.
Het aantal mensen met diabetes neemt fors toe. Naar schatting hebben zo’n 750.000 mensen in Nederland diabetes. Daarnaast zijn er circa 250.000 mensen met diabetes die geen klachten hebben en daardoor niet weten dat ze diabetes hebben.
Er bestaan 2 soorten diabetes:
- diabetes type 1 : de alvleesklier maakt niet of nauwelijks insuline aan. Type 1 ontstaat vaak voordat je 30 jaar bent.
- diabetes type 2 of ouderdomsdiabetes: de lichaamscellen zijn minder gevoelig voor insuline dan normaal. Diabetes type 2 ontstond oorspronkelijk bij mensen boven de 40 jaar. Door overgewicht komt dit type steeds vaker op jonge leeftijd voor. 80 tot 90% van alle mensen met diabetes heeft diabetes type 2.
Bloedsuikergehalte
Met een glucosemeter bepaalt de huisarts het bloedsuikergehalte. Als er niet nuchter kan worden geprikt moet het worden herhaald, liefst nuchter. Nuchter houdt in dat er de voorgaande 8 uur niets is gegeten of gedronken. De hoeveelheid glucose in het bloed wordt uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l).
Iemand heeft diabetes als het bloedsuikergehalte:
- hoger is dan 6 mmol/l: nuchter, de voorgaande 8 uur is niets gegeten
- hoger is dan 11 mmol/l: niet-nuchter, de voorgaande 2 uur is niets gegeten
Een normaal bloedsuikergehalte is:
- lager dan 5,6 mmol/l: nuchter, de voorgaande 8 uur is niets gegeten
- lager dan 7,8 mmol/l: niet-nuchter, de voorgaande 2 uur is niets gegeten
Bij te hoog glucose, maar nog geen diabetes zijn de bloedsuikergehaltes:
- hoger dan of gelijk is aan 5,6, maar lager dan of gelijk aan 6 mmol/l : nuchter, de voorgaande 8 uur is niets gegeten
- tussen de 7,8 en 11,0 mmol/l bij niet nuchter prikken.
Daarnaast kijkt de huisarts naar de gemiddelde glucosewaarde van de laatste 6 tot 8 weken. Zo kan worden beoordeeld of het glucosegehalte over een langere periode goed is gebleven. Dit wordt bepaald met het zogeheten HbA1c.
Risicofactoren
De kans op diabetes neemt toe naarmate één of meer van deze risicofactoren aanwezig zijn:
- Erfelijkheid: mensen met een ouder, broer of zus met diabetes hebben meer kans om de ziekte te ontwikkelen.
- Overgewicht: vooral wanneer het vet rond de buik zit (appelvorm). De middelomtrek is dan boven de 88 cm voor vrouwen en 102 cm voor mannen. Door te veel buikvet kunnen de lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline. Het bloedsuikergehalte stijgt, waardoor de alvleesklier meer insuline gaat aanmaken en er verstoringen optreden. Als mensen met overgewicht 5-15% van hun gewicht verliezen heeft dat al een gunstig effect op het bloedsuikergehalte.
- Hoge bloeddruk
- Hart- en vaatziekten
- Vetstofwisselingsstoornissen, zoals een hoog cholesterolgehalte
- Zwangerschapsdiabetes in verleden of als de moeder zwangerschapsdiabetes had
- Roken maakt het lichaam minder gevoelig voor insuline
- Etniciteit: diabetes komt vaker voor bij Hindoestanen, Turken en Marokkanen. Ook komt diabetes bij deze groepen vaker op jongere leeftijd voor: al vanaf 35 jaar.
Gevolgen
Diabetes verhoogt de kans op hart- en vaatziekten, oog- en nieraandoeningen. Mensen met diabetes hebben 4 keer zo vaak een verhoogd cholesterolgehalte dan mensen zonder diabetes. Daarnaast tast een langdurig hoog bloedsuikergehalte de bloedvaten aan.
Verder kan diabetes leiden tot meer ernstige gevolgen, zoals een diabetische voet, nierfalen, blindheid, vooral bij type 1 en psychologische klachten zoals depressie, seksuele problemen, aanpassingsproblemen etc.
Voedingsadvies
Mensen met diabetes volgen een dieet, omdat het bloedsuiker- en cholesterolgehalte en de bloeddruk niet te hoog mogen zijn. Anders neemt het risico op hart- en vaatziekten toe.
De behandeling van diabetes is daarom niet alleen gericht op de bloedsuikerspiegel, maar ook op de hoeveelheid vetten in het bloed, met name het cholesterol. Die moet binnen aanvaardbare grenzen gehouden worden. Ook is het belangrijk dat diabetici op hun gewicht letten, want ook dan neemt het risico op hart- en vaatziekten toe.
Daarom gelden de adviezen om:
- gezond te eten volgens de Schijf van Vijf.
- op te letten met de hoeveelheid koolhydraten als je insuline gebruikt. Het is belangrijk om de hoeveelheden koolhydraten goed op elkaar af te stemmen. De diëtist kan hierbij een rol spelen.
- niet te veel suiker te nemen. Het is niet nodig om suikervrije producten te nemen, maar wel matig met suiker te zijn. Dat helpt om je gewicht gezond te houden.
- niet te veel verzadigd vet te nemen, want anders stijgt het cholesterolgehalte.
- genoeg voedingsvezels te nemen, met name uit volkoren graanproducten. Ze zorgen ervoor dat het bloedsuikergehalte niet te veel stijgt na de maaltijd. Daarnaast heeft vezelrijk eten een cholesterolverlagend effect.
- af te vallen als je overgewicht hebt.
- regelmatig te eten. Het is belangrijk om 3 maaltijden per dag te nemen en een aantal keren iets tussendoor.
- matig te zijn met alcohol. Alcohol kan het bloedsuikergehalte ontregelen. Ook het risico op sterfte aan diabetes type 2 lijkt kleiner te zijn bij matig alcoholgebruik. Mogelijk houdt dit verband met het verminderde risico op coronaire hartziekten. Matig alcoholgebruik doet daarnaast de insulinegevoeligheid toenemen. Door hoge alcoholconsumptie daarentegen neemt de gevoeligheid af. Chronisch overmatig alcoholgebruik kan leiden tot een milde vorm van diabetes.
Wie een beroep heeft met zware lichamelijke inspanning of veel beweegt, heeft meer koolhydraten nodig dan iemand met een minder actief leven. Bij medicijngebruik is het belangrijk extra op te letten op de hoeveelheid koolhydraten die je mag eten. Het is aan te raden een dieet te bespreken met een diëtist.
Medicijnen
Mensen met diabetes type 1 maken zelf niet of nauwelijks insuline aan. Zij moeten zich dagelijks insuline toedienen met een injectiespuit, zodat ze de glucose in het lichaam goed kunnen verwerken.
Mensen met diabetes type 2 wordt geadviseerd zich aan het dieet te houden, eventueel aangevuld met tabletten of insuline.