Juist met Kerst is de magnetron een handig hulpmiddel. Om alles tegelijkertijd warm te krijgen voor het Kerstdiner, of om op derde Kerstdag de overgebleven restjes op te warmen. Zorg dan wel dat je de maaltijden goed verhit. Ze moeten stomend heet zijn.
Uit recent onderzoek naar magnetrons van de Amerikaanse consumentenbond bleek dat een heel aantal modellen het voedsel niet gelijkmatig verhit. Hierdoor kan het eten op sommige plekken goed heet zijn, terwijl het op andere plekken nog koud is. Je kunt hier ziek van worden, omdat in deze koude gedeeltes nog (ziekmakende) bacteriën kunnen zitten.
Gelukkig kun je dat eenvoudig voorkomen door het eten goed te verhitten:
- Schep het eten tijdens het verwarmen om. Ook al heb je een draaiplateau in je magnetron, nog steeds is goed roeren tussendoor belangrijk om de hitte te verdelen.
- Verdeel de gerechten in kleine porties. Deze zijn sneller klaar. Een grote portie is ‘vaster’ en kouder en moet daarom langer worden opgewarmd.
- Dek de schaal af met een deksel, bord of magnetronfolie. Zo blijft het vocht in de maaltijd en kan de maaltijd goed heet worden.
- Volg de instructies op de verpakking. Staat hierop dat je de maaltijd na het opwarmen in de magnetron nog een paar minuten moet laten staan, dan is dit nodig om het gerecht door en door goed te verhitten.
- Gebruik de juiste combinatie van vermogen en tijd. Als je kiest voor een lager vermogen (bijvoorbeeld 800 watt in plaats van 1000 watt), dan moet je langer verhitten.
Kijk voor meer informatie over het gebruik van de magnetron in de encyclopedie of lees meer tips over veilig eten.