Logo voor de printversie
Datum: 26 maart 2008

Onverzadigd vet

Onverzadigd vet komt voor in zowel plantaardige als dierlijke producten. Wel bevatten plantaardige oliën relatief meer onverzadigd vet dan dierlijke producten (zoals zuivel en vlees). Vet dat zacht of vloeibaar is bij kamertemperatuur bevat relatief veel onverzadigd vet, vooral meervoudig onverzadigd.
 
Of het onverzadigde vet enkelvoudig of meervoudig onverzadigd is, maakt voor de gezondheid geen verschil, al heeft de Gezondheidsraad uit voorzorg wel een limiet gesteld voor meervoudig onverzadigd vet.

Rijk aan onverzadigd vet zijn:

  • halvarine
  • margarine in een kuipje
  • vloeibaar bak en braad
  • vloeibaar frituurvet
  • alle soorten olie
  • mayonaise, fritessaus
  • noten en zaden (bv. zonnebloem- en pijnboompitten)
  • vette vis

Noten

Bijna alle soorten noten bestaan voor de helft of meer uit vet. In alle gevallen is het grootste deel onverzadigd vet. Hoeveel verzadigd vet ze leveren, verschilt per soort. Hazelnoten, walnoten of amandelen bevatten relatief meer onverzadigd vet en minder verzadigd vet dan cashewnoten of pinda’s. Zo bevat pindakaas naast veel onverzadigd vet ook veel verzadigd vet.


Smeer-, bak- en braadvet

Oliën bevatten meer onverzadigd dan verzadigd vet. Alleen kokos- en palmolie bevatten in verhouding veel verzadigd vet. Kokos- en palmolie worden veel gebruikt in tussendoortjes, snacks en frituurvet, vaak in geharde vorm.
Bij margarines en bak- en braadvetten is de vetzuursamenstelling afhankelijk van de oliën en vetten die bij de productie zijn gebruikt. Vetten die bij kamertemperatuur nog hard zijn, zoals margarine in een wikkel en roomboter, bevatten relatief veel verzadigd vet.