Logo voor de printversie
Datum: 13 augustus 2008

Vet en gezondheid

Vetten vervullen belangrijke functies voor een goede gezondheid. In een gevarieerd eetpatroon zou echter niet meer dan 35 tot veertig procent van de geleverde calorieën afkomstig moeten zijn van vet. Veel vet in de voeding leidt gemakkelijk tot een voeding die meer energie levert dan wordt verbruikt. Dat betekent dat de kans op overgewicht, met alle nadelige gevolgen vandien, toeneemt. Bovendien bevat een voeding met veel vet ook al gauw te veel verzadigd vet en transvet. Verzadigd vet en transvet zijn slecht voor het cholesterolgehalte in het bloed en verhogen daarmee de kans op hart- en vaatziekten. Daarom adviseert de Gezondheidsraad het aandeel van verzadigd vet in de voeding te houden op maximaal tien energieprocent en voor transvet op maximaal één energieprocent.


Het soort vet is bepalend

In tegenstelling tot verzadigd vet en transvet, heeft onverzadigd vet een positief effect op het cholesterolgehalte. Verder kunnen n-3 vetzuren uit vis de kans op hart- en vaatziekten verlagen.
Er zijn geen duidelijke aanwijzingen dat vet in eten een belangrijke rol speelt bij andere ziekten. Wel werkt een te vette voeding gemakkelijk overgewicht in de hand, wat een hoger risico meebrengt op bepaalde vormen van kanker. Op dezelfde manier kan vet het risico op diabetes type 2 verhogen.


Te veel meervoudig onverzadigd vet

Onverzadigde vetzuren, met name langeketenvetzuren, kunnen oxideren (ranzig worden). In het lichaam kunnen oxidatieproducten tot beschadiging van cellen leiden. Zowel in voedsel (bv. olie) als in het lichaam zitten overigens stoffen die hier bescherming tegen bieden: zgn. antioxidanten.
Er zijn aanwijzingen dat een zeer hoge consumptie van meervoudig onverzadigd vet zoals alfa-linoleenzuur en linolzuur, een hoger risico op bepaalde vormen van kanker op kan leveren. Hoewel de aanwijzingen hiervoor zwak zijn, heeft de Gezondheidsraad uit voorzorg een maximum gesteld van twaalf energieprocent voor meervoudig onverzadigd vet. Dit komt overeen met 33 gram voor mannen en 27 gram voor vrouwen.
Er zijn onvoldoende gegevens om voor de afzonderlijke meervoudig onverzadigde vetzuren een maximum te stellen. Wel zijn er aanwijzingen dat vanaf enkele grammen DHA en/of EPA per dag, de bloedstolling minder snel verloopt en de kans op bloedingen, zoals een bloedneus, toeneemt. De aanbevolen hoeveelheid levert geen enkel probleem op. Mensen die bloedverdunners gebruiken wordt geadviseerd de behandelend arts te raadplegen bij gebruik van meer dan één gram per dag.


Verontreinigde vis(olie)

Vis zou relatief hoge gehaltes aan PCB’s, dioxines en kwik kunnen bevatten. Consumptie van zogenaamde roofvissen, zoals zwaardvis, verse tonijn en haai, zou daardoor schadelijk kunnen zijn. Uit onderzoek van de Europese Voedsel en Waren Autoriteit (EFSA) blijkt dat bij een gevarieerde visconsumptie en een gemiddeld consumptiepatroon geen sprake is van een gezondheidsrisico.
Voor zowel vis als visoliecapsules geldt bovendien dat ze moeten voldoen aan de normen van de Warenwet.

Zie ook: