Oliën en vetten
Het aanbod van margarines, halvarines en andere vetten en oliën in de winkel is enorm. Je kunt de oliën en vetten verdelen tussen smeersels voor op brood en vetten voor in de pan.
Samenstelling
Smeersels bestaan uit vet en water. Het vetgehalte van margarines, halvarines en andere smeersels staat op de verpakking. Het vetgehalte kan sterk uiteenlopen. Voor op brood worden smeersels met maximaal 40% vet aangeraden.
In een product moet minimaal 70% vet zitten wil het geschikt zijn om in te bakken: producten met minder vet gaan spatten als ze in de pan worden verhit. Bak- en braadproducten bestaan dan ook hoofdzakelijk uit vet en eventueel wat water. Olie en frituurvet bestaan voor honderd procent uit vet.
Type vetten
In alle vetten en oliën zit zowel verzadigd vet als onverzadigd vet, maar de verdeling tussen de soorten vet verschilt erg per product. Op het etiket staat meestal hoeveel onverzadigd en verzadigd vet in het product zitten. In het algemeen geldt dat boter, vast frituurvet, margarine in een papieren wikkel en bak- en braadvet in een papieren wikkel veel verzadigd vet bevatten. Zachte margarine (in een kuipje), halvarine, vloeibaar frituurvet, vloeibaar bak- en braadvet en oliën bevatten weinig verzadigd vet. Voor de gezondheid hebben producten met weinig verzadigd vet de voorkeur. Bij de bereiding van margarine, halvarine en bak- en braadproducten in de fabriek ontstaat transvet. Fabrikanten proberen het gehalte aan transvetzuren zo laag mogelijk te houden: hooguit één à twee procent van het product.
Voedingswaarde
Vetten zijn een belangrijke bron van vitamine A, D en E, oliën van vitamine E. Vitamine A en D worden toegevoegd aan halvarine, margarine (vast en vloeibaar) en bak- en braadvet (vast en vloeibaar). In boter zitten van nature vitamine A en D. In oliën en frituurvetten zitten geen vitamine A en D. Vitamine E komt voor in alle broodsmeersels en bak- en braadproducten (inclusief olie).
Functional foods
Er zijn enkele margarines en halvarines waaraan zogenaamde plantensterolen of stanolen zijn toegevoegd. Deze stoffen houden de opname van cholesterol in het lichaam tegen en kunnen daarom een goede aanvulling zijn op het dieet bij een verhoogd cholesterolgehalte.
Kunstvetten en vetvervangers
Tegenwoordig wordt de hoge energiewaarde van vet vaak gezien als nadeel. Daarom wordt steeds meer onderzoek gedaan om te kijken hoe vetten bewerkt kunnen worden zodat ze minder energie leveren. Zo ontstaan allerlei chemisch gemodificeerde vetten en vetvervangers. De vetvervanger Olestra (sucrosepolyester) bijvoorbeeld levert geen energie, omdat dit product niet wordt opgenomen in de darm. Olestra is niet toegestaan in Europa. In sommige light-producten worden wei-eiwitproducten gebruikt als kunstvet, zoals Simplesse (1 kcal per gram). Salatrims (4-6 kcal per gram) is toegestaan in bakkerijproducten. Bij dit vet is de plek van de vetzuren in het triglyceride-molecuul veranderd. Daardoor wordt het minder goed opgenomen in de darm.
Zie ook: