Logo voor de printversie
Datum: 02 april 2008

Bioactieve stoffen

Alle stoffen, die een bepaalde biologische (of fysiologische) activiteit of functie hebben kunnen bioactieve stoffen worden genoemd. Het gaat meestal om de groep van stoffen die van nature voorkomen in producten of kunstmatig worden toegevoegd aan voedingsmiddelen of supplementen en voor de mens een ‘gezondheidsbevorderend’ effect hebben, maar niet essentieel zijn.

In principe kan het lichaam ook zonder bioactieve stoffen. Aangenomen wordt dat dezelfde functie of activiteit ook door andere voedingsstoffen kan worden vervuld. Het is ook mogelijk dat de betreffende functie of activiteit niet essentieel is voor de mens.


Natuurlijk of kunstmatig toegevoegd

Een belangrijke groep van bioactieve stoffen zijn zogenaamde plantenstoffen zoals carotenoïden en polyfenolen (flavonoïden) uit groenten en fruit, maar ook fytosterolen uit plantaardige oliën. Daarnaast bevatten ook niet-plantaardige producten zoals melk en vis bioactieve stoffen, zoals vetzuren met bijzondere gezondheidseffecten. Ook kruiden bevatten bioactieve stoffen, waaraan in een bepaalde gevallen een medicinale werking wordt toegeschreven.

De groep bioactieve stoffen wordt steeds groter door de zoektocht naar nieuwe stoffen (ingrediënten) met een gezondheidsbevorderende werking. Naast dat ze van nature voorkomen in voedingsmiddelen, kunnen bioactieve stoffen in geconcentreerde vorm worden toegevoegd aan een voedingsmiddel om een bepaald gezondheidseffect te bereiken. Deze producten worden functionele voeding of ‘functional food’ genoemd. Bioactieve stoffen kunnen ook worden toegevoegd aan een voedingsupplement. In dat geval spreekt men van ‘nutraceuticals’.


Risico’s van bioactieve stoffen

Van veel bioactieve stoffen is onvoldoende onderzocht en bekend of ze wel voldoende worden opgenomen door de darm en hoe het lichaam ze opneemt en verwerkt. Daardoor is ook nog weinig bekend over de veiligheid van deze stoffen bij langdurig gebruik van grote hoeveelheden ver boven het ‘normale’ consumptieniveau. Van sommige flavonoïden is bekend dat ze de werking van geneesmiddelen kunnen beïnvloeden. Hierdoor moeten geneesmiddelen bij voorkeur worden ingenomen met water en niet met bijvoorbeeld grapefruitsap, dat flavonoïden bevat.


Zie ook: