Logo voor de printversie
Datum: 12 februari 2009

Team- en spelsport

Bij team- en spelsport kan de intensiteit in training en wedstrijd sterk wisselen. Het ene moment wordt een beroep gedaan op snelheid, het andere moment op sprongkracht. Voorbeelden zijn voetbal, tennis, volleybal, hockey, squash, tafeltennis, waterpolo. Net als duursporters moeten ook de team- en spelsporters zorgen voor voldoende koolhydraten in de voeding. Als gegeten wordt volgens de spelregels goede voeding, krijgt het lichaam voldoende koolhydraten en andere voedingsstoffen binnen.

Meer nodig op sportdagen

Op trainingsdagen en wedstrijddagen is wat extra energie nodig. Een krentenbol en twee extra boterhammen met beleg als tussendoortje is al voldoende. Het eten voor het sporten mag echter geen klachten veroorzaken. Daarom moeten de eetmomenten afgestemd worden op de tijden van trainingen en wedstrijden. Het beste is om tussen het eten en de training of wedstrijd een pauze van minimaal 2 uur te nemen.

Tijdens het sporten is het goed in de pauze of time-out iets te drinken. Als het sporten langer duurt dan één à anderhalf uur, heeft het lichaam behoefte aan extra energie. Daarvoor is een drank met energie zoals vruchtensap, chocolademelk, thee met suiker of yoghurtdrank geschikt. Eventueel kan daarbij een cracker, biscuit, krentenbol, boterham of banaan gegeten worden.

Na de training of wedstrijd hebben de meeste sporters wat dorst of trek. Neem dan thee met suiker, vruchtensap, (chocolade)melk, yoghurt met fruit of muesli.