Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg
Menu van de Week Recept van de dag
Zelfgemaakt van tartaar
2 personen
15-30 minuten
Ga naar
Encyclopedie

De Voedingscentrum Encyclopedie is de kennisbank van het Voedingscentrum. Je vindt er inhoudelijke informatie over allerlei onderwerpen.

Je kunt op twee manieren zoeken naar onderwerpen in de encyclopedie: via het zoekveld en via het alfabet.

Nieuw
Populair
Ga naar

Elke dag een ei, kan dat?

5 nieuwe feiten en fabels over eieren

Op de website 'De Waarheid op Tafel' worden fabels en feiten ontrafeld. Bekijk de nieuwe stellingen over eieren, zwangerschap en voedselverspilling. 

Wat denk jij?

Energie

Eten en drinken leveren energie die het lichaam nodig heeft om te kunnen functioneren.

De hoeveelheid energie wordt uitgedrukt in kilocalorieën of kilojoules. 1 kilocalorie = 4,2 kilojoules. Meestal wordt gesproken over calorieën.

De energiebehoefte van mannen tussen de 30 en 50 jaar met een zittend beroep en weinig beweging in de vrije tijd ligt rond de 2.500 kilocalorieën per dag. Vrouwen van die leeftijd met dezelfde inactieve leefstijl hebben gemiddeld 2.000 kilocalorieën nodig.

Omschrijving

De hoeveelheid energie in een voedingsmiddel hangt af van de hoeveelheid vetten, koolhydraten, eiwitten en alcohol.

1 gram vet levert 9 kcal
1 gram koolhydraten levert 4 kcal
1 gram eiwit levert 4 kcal
1 gram alcohol levert 7 kcal
Water, vitamines en mineralen leveren geen calorieën, vezels heel weinig.

Voor het gewicht maakt het geen verschil welke voedingsstoffen de calorieën leveren: elke calorie telt. Wel heeft iedere voedingsstof een eigen invloed op het mechanisme van honger en verzadiging en behandelt het lichaam ze verschillend.

Zo geeft vet niet zo snel een verzadigd gevoel, maar verzadigt het wel voor lange tijd. Verder gebruikt het lichaam in eerste instantie koolhydraten als energiebron. Alcohol wordt zo snel mogelijk verbrand. Voedingsvezels leveren geen energie (calorieën), maar zorgen wel voor een verzadigd gevoel.    

Energiebalans

Voor een  gezond gewicht en het houden daarvan, moet er een evenwicht zijn in de hoeveelheid energie die de voeding levert en de hoeveelheid energie die het lichaam verbruikt. Dat heet energiebalans.

Wordt er te veel gegeten en/of te weinig bewogen, dan ontstaat een teveel aan energie. Dit wordt opgeslagen als lichaamsvet, waardoor het gewicht stijgt. Is er te weinig energie beschikbaar uit eten, dan zal het lichaam energie vrijmaken uit lichaamsvet, waardoor het gewicht afneemt.

Onder normale omstandigheden schommelt de energiebalans van maaltijd naar maaltijd, van dag tot dag en van week naar week. De hoeveelheid energie die per dag wordt ingenomen, verschilt sterk tussen mensen, maar ook bij één en dezelfde persoon.

Een constant lichaamsgewicht betekent dat iemand over langere perioden, langer dan een week, evenveel energie opneemt als zijn lichaam nodig heeft.

Gewichtstoename betekent dat iemands energie-inname op lange termijn hoger is dan het energieverbruik. Zo leidt bij vrouwen een overschot van gemiddeld 20 kcal per dag (de hoeveelheid energie in een klontje suiker) ertoe dat ze na een jaar een kilo zwaarder zijn.

Energiebehoefte

Hoeveel energie iemand verbruikt, is afhankelijk van geslacht, lengte, leeftijd, gewicht, hoeveel hij of zij beweegt en de zwaarte van de inspanning. Met deze gegevens kan de individuele energiebehoefte worden berekend.

Een indicatie van de energiebehoefte naar geslacht, leeftijd en levensstijl staat in een tabel op de pagina Behoud een gezond gewicht.

In het algemeen geldt dat mannen bij dezelfde hoeveelheid inspanning meer energie verbruiken dan vrouwen. Dat komt doordat ze verhoudingsgewijs meer spierweefsel hebben en het energieverbruik daarvan is relatief hoog.

De energiebehoefte van mannen tussen de 30 en 50 jaar met een zittend beroep en weinig beweging in de vrije tijd ligt rond de 2.500 kilocalorieën per dag. Vrouwen van die leeftijd met dezelfde inactieve leefstijl kunnen met gemiddeld 2.000 kilocalorieën toe. Met het ouder worden, neemt de energiebehoefte af.

De energiebehoefte is groter bij mensen die veel bewegen. Jongeren in de groei, zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven hebben ook extra energie nodig. Ook bij sommige ziektes, bijvoorbeeld bij koorts, en na operaties is sprake van een verhoogde energiebehoefte.

Als het lichaam ongeveer dezelfde hoeveelheid energie binnenkrijgt als het nodig heeft, zal het de energie uit het eten van die dag gebruiken. Of de energie meteen wordt gebruikt of later, bijvoorbeeld ’s nachts, hangt af van de energiebehoefte op dat moment.

Is er direct energie nodig, dan gaat de energie uit de koolhydraten meteen naar de organen die energie nodig hebben. Daarna volgt de energie uit de vetten. Als er voldoende energie uit koolhydraten beschikbaar is, slaat het lichaam in eerste instantie vet uit de voeding op in het vetweefsel. Ook kan het lichaam een kleine voorraad koolhydraten aanleggen in de vorm van glycogeen in lever en spieren. De opgeslagen energie wordt gebruikt zodra er weer energie nodig is.

PAL-waarden

De energiebehoefte hangt dus ook af van lichamelijke activiteit. De mate van lichamelijke activiteit kan worden omschreven met de zogeheten PAL-waarde, waarbij PAL staat voor ‘physical activity level’. De PAL-waarde is de factor waarmee de basaalstofwisseling moet worden vermenigvuldigd om het totale energieverbruik per dag te berekenen.

De PAL-waarde varieert van 1,2 bij zeer inactieve personen tot 2,4 bij zeer actieve personen. Voor volwassenen met een weinig actieve leefstijl (zittend werk met weinig beweging in de vrije tijd) geldt tot 50 jaar een PAL van 1,5, bij een leeftijd van 50-70 jaar 1,4, en vanaf 70 jaar 1,3. Bij volwassenen die lichamelijk wat actiever zijn, wordt een PAL-waarde van 1,7 genomen voor volwassenen tot 50 jaar, 1,6 voor volwassenen van 50-70 jaar en 1,5 voor volwassenen ouder dan 70 jaar.

Verzadiging

Het lichaam geeft voor een deel zelf aan of het al dan niet energie nodig heeft. Daarbij spelen gevoelens van trek en verzadiging een rol. Deze gevoelens worden onder andere aangestuurd door hormonen die de eetlust beïnvloeden. Verder speelt aangeleerd gedrag een belangrijke rol. Ook het eten zelf heeft invloed op de mate van trek en verzadiging.  

Lichaamssignalen
Bij het mechanisme van honger en verzadiging zijn de zintuigen van belang. Ze worden bevredigd door smaak, geur, textuur en aanblik van voedsel. Daarbij geldt dat de zintuigen vooral verzadigd raken door voedsel dat net is gegeten. Dat geldt vooral voor de smaak.

Het maag-darmkanaal en de lever geven hormonen af die de eetlust beïnvloeden. Na een maaltijd nemen deze verzadigingssignalen langzamerhand af en krijgen hongersignalen vanuit de maag naar de hersenen de overhand.

Het mechanisme van honger en verzadiging werkt goed bij mensen die relatief veel energie nodig hebben, zoals veel jonge mannen. Zij kunnen afgaan op de signalen die het lichaam geeft.

Vrouwen en ouderen hebben minder energie nodig. Naarmate iemand minder energie nodig heeft, werken de honger-verzadigingssignalen minder goed, en kan er sneller een positieve energiebalans ontstaan.    

    Aangeleerd gedrag
Hoeveel mensen eten, wordt ook beïnvloed door aangeleerd gedrag. Daarbij spelen allerlei factoren een rol, zoals hoeveel eten er is, hoe laat het is, in wat voor gezelschap mensen zich bevinden, of ze af willen vallen, of ze om hun gezondheid denken en hoe ze zich voelen.

Een extreem voorbeeld van aangeleerd gedrag zijn hongerstakers. Zij ontkennen het mechanisme van honger en verzadiging helemaal. Ook mensen die op hun gewicht letten, regelen de eetlust vooral ‘met het hoofd’.

Ook topsporters, die een zeer hoge energiebehoefte hebben, kunnen niet volledig varen op de lichamelijke signalen. Zij hebben zoveel energie nodig dat ze niet spontaan voldoende zullen eten. Zij moeten dus bewust bedenken en leren hoeveel ze moeten eten.   

    Het eten en omgevingsfactoren
Gevoelens van honger en verzadiging worden ook beïnvloed door het eten zelf: het gewicht, volume, de tijd dat het eten in de maag zit en de samenstelling qua vetten, koolhydraten en eiwitten. Verder spelen de omstandigheden een rol: als de portie groot is, wordt er meer gegeten. Wie met meer mensen aan tafel zit, eet meer dan diegene in zijn eentje zou eten.

Eettabel
Bestel nu € 7,95

Gerelateerde artikelen