Voedingscentrum.nl maakt gebruik van cookies. Waarom? Lees onze uitleg. Je kunt de webanalyse cookies instellingen aanpassen.
Menu van de Week Recept van de dag
Seizoenstopper
2 personen
0-15 minuten
Ga naar
Encyclopedie

De Voedingscentrum Encyclopedie is de kennisbank van het Voedingscentrum. Je vindt er inhoudelijke informatie over allerlei onderwerpen.

Je kunt op 2 manieren zoeken naar onderwerpen in de encyclopedie: via het zoekveld en via het alfabet.

Nieuw
Kookboek Groente
Groenten zijn prachtige producten uit de... Bestel nu € 12,95
Populair
Alles over afvallen
Afvallen zonder dieet is de beste manier... Bestel nu € 9,95
Ga naar
 

Diabetes type 1 (suikerziekte)

Het lichaam van mensen met diabetes type 1 maakt zelf helemaal geen insuline meer aan. Dat komt doordat het afweersysteem per ongeluk de cellen die insuline aanmaken vernietigt.

Daarom moet je met diabetes type 1 een paar keer per dag insuline inspuiten of een insulinepomp dragen. Als dit niet gebeurt kunnen er complicaties ontstaan, zoals hart- en vaatziekten, nierziekten en slechtziendheid of keto-acidotisch coma.

Voedingsadviezen voor mensen met diabetes type 1 zijn gericht op het bereiken en behouden van een gezond gewicht, het onder controle houden van de bloedsuiker en op het goed zorgen voor hart en bloedvaten, om zo de kans op complicaties te verkleinen. Verder is het belangrijk om voldoende te bewegen. 

Omschrijving

Diabetes type 1 is een chronische ongeneeslijke auto-immuunziekte. Bij diabetes type 1 worden cellen in de alvleesklier die insuline aanmaken vernietigd door het eigen immuunsysteem. Dat heet een auto-immuun reactie. Insuline is nodig om glucose de cellen in te krijgen. Bij mensen met diabetes type 1 kan glucose de cel dus niet in, en blijft in het bloed. Het bloedsuikergehalte is daardoor te hoog.

Hoeveel mensen hebben diabetes type 1?

Ruim 1 miljoen Nederlanders hebben diabetes. In zo´n 10 tot 15% van de gevallen van diabetes is er sprake van type 1. Meestal krijgen mensen deze vorm van diabetes in de kinderleeftijd, maar ook volwassen kunnen het krijgen. De meeste mensen hebben diabetes type 2

Oorzaken

Omgevings- en voedingsfactoren lijken een rol te spelen bij het ontstaan van diabetes type 1. Zo lijkt de inname van gluten en koemelkeiwitten in respectievelijk de eerste 3 en 6 levensmaanden de kans op het ontstaan van diabetes type 1 te vergroten. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat borstvoeding dit risico vermindert. Bij diabetes type 1 speelt erfelijkheid een veel kleinere rol dan bij diabetes type 2.

Gezondheidseffecten

Wanneer je bepaalde koolhydraten (zetmeel en suikers) binnenkrijgt, zet het lichaam deze om in glucose. Glucose komt in het bloed terecht. Daar noemen we het bloedglucose of bloedsuiker. De bloedsuikerspiegel (glykemie, bloedglucosepiegel) is een maat voor de hoeveelheid glucose die opgelost is in het bloed. Het wordt uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l). Het onder controle houden van bloedsuikerspiegels wordt geregeld door de hormonen insuline en glucagon. Insuline zorgt voor opname van glucose door cellen. Glucagon zorgt voor het vrijmaken van glucose uit cellen. Dit proces houdt de bloedsuikerspiegel binnen aanvaardbare grenzen. Bij gezonde mensen zal onder normale omstandigheden de bloedsuikerspiegel variëren tussen de 4 mmol/l en 8 mmol/l. 

Omdat bij diabetes type 1 er geen insuline is om suiker in de cellen te krijgen stijgen de waarden tot ver boven de 8 mmol/l. Daarom moet er direct gestart worden met het spuiten van insuline. Cellen kunnen dan weer glucose op nemen. Zo kunnen de bloedsuikers weer op een normaal peil komen. Maar mensen met diabetes type 1 kunnen zelden áltijd hun bloedsuikers binnen de normale waarden houden. Dat komt omdat de afstemming van het toedienen van insuline en de hoeveelheid die iemand eet en drinkt nauw komt. En ook andere factoren hebben invloed op de bloedsuikers, zoals ziekte, stress, beweging en alcohol.

Hyper

Bij mensen met diabetes type 1 kunnen te hoge bloedsuikers ontstaan. Dat heet hyperglykemie of kortweg 'hyper’ waarbij bloedsuikerspiegels van zo’n 10 mmol/l of hoger bereikt worden. Een hyper geeft verschillende directe klachten, zoals moeheid, humeurigheid, dorst, honger hebben, veel plassen, uitdrogingsverschijnselen, jeuk en op de iets langere termijn gewichtsverlies. 

Hypo

Als je bloedsuikerspiegel onder de 4 mmol/l komt, heb je een hypo. Bij een hypo ontstaan verschillende directe klachten door het gebrek aan glucose in de cellen. Effecten kunnen variëren van milde prikkelbaarheid (dysforie) tot ernstigere verschijnselen zoals aanvallen van trillen, zweten, hartkloppingen, geeuwen en humeurwisselingen. Wordt de suikerwaarde echt te laag, dan valt iemand flauw, wat zou kunnen leiden tot permanente hersenschade of de dood. Want ook de hersencellen hebben dan een tekort aan glucose en ‘vallen uit’. Het is bij een hypo daarom nodig om direct wat zoets te eten of te drinken (zie voedingsadvies). 

Keto-acidotisch coma

Bij niet-behandelde diabetes type 1 kan iemand in een keto-acidotisch coma komen. Simpel gezegd komt dat doordat het lichaam geen energie meer kan vrijmaken uit glucose. Het lichaam gaat dan vetten en eiwitten afbreken voor energie. Afbreken van eiwitten leidt tot verzuring. Daarnaast blijft een zuur afbraakproduct van vet in het bloed, omdat ook daarvoor glucose nodig is. Deze verzuring van het lichaam (keto-acidose) kan na een lange tijd tot een coma leiden. Voordat het zover is kun je keto-acidose herkennen aan misselijkheid en een adem die ruikt naar aceton. 

Lange termijn gezondheidseffecten  

Op langere termijn kan hyperglykemie (dus te hoge bloedsuikers) lijden tot onherstelbare schade aan ogen, nieren en zenuwen, met risico op blindheid, nierfalen, impotentie en voetamputatie (door een uit de hand gelopen diabetische voet). Verder is het risico op hart- en vaatziekten bij diabetici sterk verhoogd. 
Deze complicaties komen door weefselschade die ontstaat door een langdurige blootstelling aan glucose. Wereldwijd zijn deze complicaties de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van blindheid, dodelijk nierfalen en zenuwaandoeningen. 
 

Voedingsadvies

Er is geen bewijs voor voeding die het ontstaan van type 1 kan uitstellen of voorkomen. Het is wel mogelijk om complicaties zoveel mogelijk te voorkomen met een stabiele insuline-instelling in combinatie met de juiste voeding. Er is voldoende bewijs dat meerdere voedingspatronen zoals een mediterraan voedingspatroon en een laag-koolhydraat voeding een positief effect kunnen hebben op glucosewaarden en beschermen tegen hart- en vaatziekten.  

Het is de aanbeveling om voedingsadviezen aan te passen aan de individuele wensen en behoeften (budget, religie, cultuur, overtuiging, kennis) van de persoon met diabetes type 1. Een diëtist is de aangewezen persoon om hierbij te helpen. Zij kan de richtlijnen die gelden voor diabetici in een persoonlijk voedingspatroon vormgeven. 

Medicatie en voeding

Mensen met diabetes type 1 injecteren insuline via een spuit of ze dragen een insulinepomp waarmee ze insuline kunnen ‘bolussen’. Met een glucosemeter kunnen ze zelf meten hoe het met hun bloedsuikers gesteld is. Ze stemmen de hoeveelheid insuline af op de hoeveelheid koolhydraten (zetmeel en suikers) per eetmoment. Als de insuline iedere dag in vaste hoeveelheden wordt genomen, moet de koolhydraatinname ook iedere dag ongeveer hetzelfde zijn op vaste tijdsmomenten. Bij flexibele insulineschema’s is er meer ruimte om te variëren met de hoeveelheid koolhydraten per eetmoment.

Het voedingspatroon bij diabetes type 1

Voor mensen met diabetes is het, net als voor iedereen, belangrijk om gezond te eten volgens de Schijf van Vijf met voldoende groente en fruit, volkorenproducten en vetarme/eiwitrijke producten. Daarnaast zijn de voedingsadviezen voor mensen met diabetes type 1 gericht op het bereiken en behouden van een gezond gewicht, het onder controle houden van de bloedsuikers en het goed zorgen voor hart en bloedvaten, om zo de kans op complicaties te verkleinen. Verder is het belangrijk om voldoende te bewegen. 

Bereiken en behouden van een gezond gewicht

Hoe meer overgewicht, hoe hoger het risico op hart- en vaatziekten. Vooral bij vetophoping in en rondom de buik is dit risico hoger. Als je veel buikvet hebt kunnen bovendien de lichaamscellen minder gevoelig worden voor insuline. Lees meer over een gezond gewicht

Het onder controle houden van de bloedsuikers

Bij diabetes type 1 moet de inname van koolhydraten in balans zijn met de hoeveelheid insuline. Net als iedereen hebben mensen met diabetes koolhydraten nodig als energiebron voor het lichaam. Ze kunnen evenveel koolhydraten nemen als mensen zonder diabetes. Maar sommige mensen hebben wel baat bij een dieet met minder koolhydraten. De arts, diabetesverpleegkundige of diëtist helpt per individu te bepalen wat het beste werkt en met het in balans brengen van insuline en koolhydraten.

Algemene adviezen die helpen bij het onder controle houden van de bloedsuikers:

  • Na een maaltijd kan het bloedsuiker snel of langzaam stijgen. Het eten van veel vezels (uit volkorenproducten, groente en fruit) zorgt ervoor dat het bloedglucosegehalte niet te veel stijgt na de maaltijd. 
  • Wees zuinig met toegevoegde suikers. Producten waaraan suiker is toegevoegd kunnen namelijk voor schommelingen in het bloedsuikergehalte zorgen. Neem bijvoorbeeld water en thee in plaats van zoete dranken en neem groente, fruit of volkorenbrood in plaats van koek en gebak. Beperk het gebruik van bewerkte koolhydraten (zoals witte pasta, witte rijst, witbrood, suiker en frisdrank). 
  • Mensen die ondanks een gezond eetpatroon veel last houden van te hoge bloedsuikerpieken na de maaltijd, kunnen proberen of het helpt om voedingsmiddelen met een lage glycemische index te nemen. Hierbij is begeleiding van een diëtist belangrijk. 
  • Soms is het nuttig om koolhydraten te tellen. Dan kan er ook ongeveer vastgesteld worden hoeveel insuline er per x gram koolhydraten gespoten moet worden. Dat kan per maaltijd verschillen. Bijvoorbeeld in de ochtend kan er meer insuline nodig zijn dan in de avond. Een diëtist helpt bij het tellen.
  • Beweging maakt cellen gevoeliger voor insuline. Bij veel beweging is het daarom verstandig om wat minder insuline te gebruiken óf wat meer te eten.
  • Alcohol verhoogt de kans op een hypo. Dat komt doordat voor het afbreken van alcohol de lever nodig is. De lever maakt normaal gesproken ook glucose aan, maar door de alcohol komt die productie vrijwel stil te liggen. Het bloedglucose-verlagend effect kan enkele uren aanhouden en is groter wanneer alcohol niet tijdens een maaltijd wordt gebruikt. 

Goed zorgen voor hart en bloedvaten

Omdat de kans op hart- en vaatziekten toeneemt, is het voor mensen met type 1 diabetes heel belangrijk om goed te zorgen voor hart en bloedvaten. Eten volgens de Schijf van Vijf en zoveel mogelijk kiezen voor gezondere producten, is daarvoor de basis. Daarbinnen moet er extra gelet worden op de hoeveelheid verzadigd vet en zout

voor een beter cholesterolgehalte en een lagere bloeddruk. Daarnaast helpt het eten van veel vezels het cholesterolgehalte te verlagen. Verder verkleint vis eten de kans op hart- en vaatziekten. 

Voldoende beweging

Regelmatig bewegen heeft een positief effect op je diabetes. Beweging zorgt er namelijk voor dat cellen beter reageren op insuline. Verder helpt het de bloeddruk en het cholesterol te verlagen en helpt het met afvallen of om overgewicht te voorkomen.

Omgaan met een hyper

Bij een te hoog bloedsuikergehalte kan extra insuline of beweging helpen. Van beide daalt het bloedsuiker.

Omgaan met een hypo

Bij een hypo moet iemand snel wat zoets eten of drinken. Bij voorkeur 6 tot 8 glucosetabletten (druivensuiker/dextrose). Dat komt het snelste in het bloed. Ook een glas high energy sportdrank of 40 milliliter limonadesiroop is geschikt. Er bestaan tegenwoordig veel limonadesiropen met minder suiker, daarom is het nodig het etiket te lezen. Als in 1 glas ongeveer 20 gram koolhydraten zit, is het goed. Het werkt sneller als er glucose op het etiket staat dan wanneer er fructose in de siroop zit.

Is dit niet voorhanden, dan is het mogelijk om 20 gram kristalsuiker (5 suikerklontjes) op te lossen in water of een glas sap of frisdrank te nemen. Als dat niet in de buurt is biedt fruit, brood, melk of koek uitkomst. Het duurt dan alleen wat langer voordat het suiker in het bloed komt. 

Het is per persoon verschillend hoeveel koolhydraten nodig zijn om het bloedsuiker weer op peil te krijgen. Voor volwassenen is het ongeveer 20 gram. Op basis van ervaring kan samen met een diëtist de deze hoeveelheid bijgesteld worden.

Coeliakie (glutenintolerantie)

Ongeveer 1% van de wereldbevolking heeft coeliakie. Bij mensen met diabetes type 1 is dit waarschijnlijk 10%. Bij coeliakie wordt een glutenvrij dieet voorgeschreven. Aandachtspunten binnen dat dieet bij diabetici zijn schommelingen in bloedsuikerwaarden die veroorzaakt kunnen worden door het glutenvrij dieet niet strikt genoeg toe te passen. Glutenvrij brood is meestal koolhydraatrijker dan gewoon brood, bevat meestal weinig vezels en heeft een vrij hoge glycemische index. 

Ramadan/ vasten en diabetes

Volwassenen met chronische ziekten, waaronder dus ook diabetes, zijn niet verplicht om te vasten tijdens de Ramadan. In principe krijgen diabetespatiënten altijd het advies om niet te vasten of het vooral goed te overleggen met de behandelaars. 
 

Meer informatie

Eetmeter: hoeveel koolhydraten heb je gegeten?
Patiëntenvereniging Diabetes Vereniging Nederland

 

Gezond genieten met onze recepten

Waar heb jij zin in vandaag?

Wij stellen onze recepten met zorg samen. Zo hoef jij je niet druk te maken of je wel gezond bezig bent. In onze recepten werken we vooral met producten uit de Schijf van Vijf.